Verloren stammen van IsraŽl

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 9 november 2011) (Laatste bewerking: 3 juli 2016)

Na het wapenstilstandsverdrag van 1949, aanvaarde de Knesset een wet waarin elke Jood het recht kreeg zich in IsraŽl te vestigen (de wet op de terugkeer).  Zo werden onder meer op basis van deze wet tijdens de geheime ĎOperatie Mozesí(1984), ĎOperatie Salomoí(1991) en ĎOperatie Duivenvleugelí (2011), duizenden Ethiopische Joden (Falashmura) naar IsraŽl gebracht, mede omdat ze vaak onder zeer moeilijke en soms gevaarlijke levensomstandigheden verkeerden in vluchtelingenkampen in Addis Abeba en in de noord-Ethiopische stad Gondar.Thans leven er ongeveer 100.000 in IsraŽl. Met de komst, begin september 2013, van 450 Falashmura uit EthiopiŽ is de operatie ĎKanfei Jonaí (duivenvleugel) afgerond. Met 'Operatie Mozes' werden 8129 Falashmura ingevlogen, tijdens 'Operatie Salomo' waren dat er 14.324 en tijdens operatie ĎDuivenvleugelí 7846. De voorzitter van het Joods Agentschap, Natan Sharansky, verwelkomde de laatste nieuwkomers met de woorden: 'Na 2800 jaar in de diaspora zijn jullie eindelijk thuis. Welkom!' Voor de resterende Joden wordt een immigratie (aliyah) alleen verwerkt in individuele gevallen. De IsraŽlische regering wil ook de overige Joden die nog in EthiopiŽ verblijven naar IsraŽl brengen.

 

Ethiopische Joden in het IsraŽlische leger.

De IsraŽlische overheid heeft namelijk toestemming gegeven aan 9100 Ethiopische Joden om naar IsraŽl te komen, verspreid over een periode van vijf jaar. Het gaat om EthiopiŽrs die afstammen van Ethiopische Joden die zich in de achttiende en negentiende eeuw bekeerden tot het christendom, meestal onder druk. Daarom worden deze EthiopiŽrs niet als Joden gezien, en kunnen ze geen aanspraak maken op de Wet op Terugkeer. Maar velen hebben familieleden die destijds na uitgebreid onderzoek door IsraŽl konden aantonen dat zij afstammen van Joden die zich gedwongen hebben bekeerd.

De stap naar IsraŽl zal voor de meesten hoe dan ook niet makkelijk zijn. De levenstandaard in EthiopiŽ is vele malen lager dan in IsraŽl. Voorzieningen als stromend water en internet zijn zo goed als nieuw voor hen.

Volgens de opperrabbijn Ovadia Yoseff zijn de Falashmura afstammelingen van de verloren stam Dan.Ethiopische overleveringen vertellen dat zij afstammen van de IsraŽlieten die met Baina Lehkem (Ibn al-Hakim) naar EthiopiŽ kwamen. Baina Lehkem betekent Ďzoon van de wijze maní.Volgens de Ethiopische traditie zou hij de zoon zijn van Salomo en de koningin van Sheba .

Nakomelingen van Manasse

 

Ook keren er nakomelingen van de in 722 voor Christus naar AssyriŽ gedeporteerde stam van Manasse naar het land van hun voorouders terug. Zij leven na een eeuwenlange trektocht door Irak, Afghanistan en Zuid-China, thans in de grensgebieden van India, Nepal en Birma. Sinds 2004 is op basis van historisch en antropologisch onderzoek overtuigend bewijs geleverd dat de leden van deze stam de nakomelingen zijn van Manasse.Rabbijn Eliyahu Avichail die van zijn zoektocht naar en de terugkeer van de tien verloren stammen van IsraŽl zijn levenswerk heeft gemaakt, ging in 1979 op zoek in de grensgebieden van India en Birma.Daar bracht hij een aantal maanden door bij het Shinlung- of Kukivolk, dat zichzelf Bnei Menasha noemt. Hij was hier getuige van wat de stam het ĒChapcha KhutfeestĒ noemde. De rabbijn raakte ervan overtuigd dat dit feest het Joodse Pascha was. De stam vierde dit feest in de maand maart en de feestelijkheden duurden zeven dagen. De stam leeft in bergachtige, vaak schier onbegaanbare gebieden en de feestelijkheden begonnen met het aanleggen van een nieuwe weg door de bergen. Toen rabbijn Avichail het stamhoofd vroeg naar de reden hiervan, kreeg hij tot zijn verbazing te horen dat de nieuw aan te leggen weg de uittocht uit Egypte moest vergemakkelijken. In de vroege morgen van de eerste dag van het feest verzamelden alle stamleden zich in de deuropening van hun woningen, om hier gehaast hun maaltijd te nuttigen. Avichail kreeg te horen dat de stam deze maaltijd ĒChlawag HnawtĒ noemde. Op de vraag naar de precieze betekenis hiervan zei het stamhoofd dat hij die ook niet wist. Hij wist wel te vertellen dat zijn stamdit ritueel al sinds mensenheugenis viert, en dat het iets betekende dat in grote haast moest gebeuren omdat de voorvaderen onder druk stonden om Egypte te verlaten.

Diezelfde avond was Avichail getuige van een ritueel dat hem volledig overtuigde. De priester van de dorpsgemeenschap, in feestelijke witte kleding gehuld, slachtte in het midden van het dorp een offerdier en verzamelde het bloed zorgvuldig in een schaal. Vervolgens begon hij een rondgang door het dorp waarbij hij het bloed op de deurposten van de woningen aanbracht. Een speciale commissie van rabbijnen onder leiding van opperrabbijn Shlomo Amar begon in 2005 een onderzoek naar de oorsprong van deze Bnei Menashastam, en besloot om ze officieel als ťťn van de stammen van IsraŽl te erkennen. Sindsdien is de stichting Shavei IsraŽl onvermoeibaar in de weer om de in India, Nepal en Birma levende stamleden voor te bereiden op hun komst naar IsraŽl. De ervaringen van Avichail werd in 1999 verfilmd in ĒThe return of the lost tribesĒ. Hillel Halkin, columnist van The New York Sun, reisde meermalen met Avichail naar India en schreef over zijn ervaringen in 2002 een boek, getiteld ĒAcross the Sabbath River Ē. Avichail is ook de oprichtter van de stichtingAmishav(Mijn volk keert terug), door hem in 1975 opgericht. Tussen 2005 en 2007 kwamen er al 1500 van hen naar Israel. De IsraŽlische regering zette vervolgens een stop op de migratie, maar kwam daar in de loop van 2012 op terug waardoor de 7200 overgebleven leden in India alsnog naar IsraŽl mogen. 

Bnei Menasse

 

Afrikaanse Lemba stam blijken eveneens Joodse wortels te hebben

Op 8 maart 2010 kwam de BBC met het verhaal dat een DNA-test van Britse wetenschappers had uitgewezen dat de Afrikaanse Lembastam in het centrale deel van Zimbabwe, Joodse wortels heeft zoals hun overleveringen eveneens beweren. De Lemba is terug te voeren op een groep die zoín 2500 jaar geleden uit Judea naar Senna in Jemen trok, en na enige tijd naar Afrika verhuisde onder leiding van een man die in de mondelinge overlevering ĎBubaí- volgens sommigen een verbastering van Juda- wordt genoemd. Lemba was trouwens ook een plaatsje in het Heilige Land. Volgens de BBC hebben de academici genetisch materiaal verzameld van bijna alle stamleden. De test zou hebben aangetoond dat ook zij van Joodse of Semitische herkomst zijn die tot op tweeduizend jaar terug gedateerd kunnen worden. Leden van de priesterfamilie hebben het uitzonderlijke Joodse priestergen in hun Y-chromosoom dat overeenkomt met dat van de Joodse priesterlijke geslachtslijn-Cohen (de kohaniem) Prof. Tudor Parfitt directeur Joodse Studies aan de School of Oriental and African Studies in Londen bestudeerde de Lemba enige jaren en schreef daarover het boek Journey to the Vanished City.

Parfitt was 6 maanden onder de Lemba en zag hun manieren die vergelijkbaar waren met de oude traditionele Joodse rituelen zoals het ritueel slachten van dieren en het zich onthouden van het eten van varkensvlees. Ook onthouden zij zich van andere levensmiddelen die in de Thora verboden zijn en zijn alle mannelijke nakomelingen besneden.In het artikel staat verder nog, dat de stam een mondelinge traditie kent, die overeenkomt met die van de Joden van vroeger. Zij dragen traditionele hoofddeksels, die op de Joodse kippa lijken en vertellen af te stammen van zeven mannelijke Joden die ca 2500 jaar geleden getrouwd zouden zijn met Afrikaanse vrouwen. Zij bezitten een replica van de Bijbelse Ark van het Verbond, terwijl hun gebed een mengeling is van Hebreeuws en Arabisch. Op hun grafzerken staan zelfs Davidsterren! De Lemba hebben ook 12 stammen, met inbegrip van een priesterlijke clan. Veel van de Lemba zijn christenen en sommige moslim.

Parfitt vertelt ook nog dat de Lembastam een heilige gebedstaal heeft, die Hebreeuws en Arabisch met elkaar verbindt. Dat zou erop kunnen duiden dat hun wortels in IsraŽl en Jemen liggen. In de traditionele verhalen van de Lemba komt een heilig voorwerp voor, dat Ďngoma lungunduí(donderende trommel) wordt genoemd, en door Mozes gemaakt zou zijn. Parfitt denkt dat daarmee de nagemaakte Ďark van het verbondí bedoeld wordt. Er wonen tegenwoordig ongeveer 70.000 Lemba in Zuid-Afrika. Ondanks hun Joodse wortels zijn velen van hen christen of moslim.

 

De Lemba

 

Arabieren die Joden blijken te zijn

DNA-onderzoek in de laatste jaren wijst ook op een relatief nauwe verwantschap tussen Joden enArabieren. Van de Arabieren die zich bewust zijn van hun Joodse afkomst, zijn er maar weinig die daar openlijk voor uitdurven te komen. ďJarenlang hebben we geleerd dat het Joodse volk was uitgewaaierd naar alle vier windstreken. En toen vonden we opeens een mogelijke waarheid in onze eigen achtertuinĒ aldus Tzvi MiSinai de IsraŽlische historicus, auteur en computer specialist. Een Arabier vertelde op de IsraŽlische Tv dat zijn vader hem op zijn sterfbed het geheim had toevertrouwddat zijn familie van Joodse afkomst was.Een andere Arabier vertelde dat zij van generatie op generatie geweten hebben van Joodse afkomst te zijn.

Het is een algemeen geaccepteerd feit dat de meeste Joden het land hebben verlaten na de opstand van Bar Kochba in 135 na.Chr. Velen zijn echter gebleven en hebben later al dan niet geforceerd het islamitische geloof aangenomen. Volgens rabbijn Dov Stein, lid van de Sanhedrin, hebben studies uitgewezen dat maar liefst 85 procent van de Arabieren  in IsraŽl Joodse voorouders hebben, maar dat het merendeel van hen daar geen idee van heeft. De grote meerderheid van de Arabieren die leven in de gebieden die onder controle staan van het PLO-bewind in Ramallah, blijken echter af te stammen van resten van Joodse families die erin slaagden te ontkomen aan deportatie in de voorbije 2000 jaren, of keerden terug naar de gronden nadat ze werden verdreven toen de Joden in het Heilig Land de ene nederlaag na de andere leden, van de Romeinse vernietiging van de Tempel tot aan de Kruistochten en door honger, armoede en oorlog door de Middeleeuwen.Ē Velen van die nakomelingen van oude Joodse families bekeerden zich al dan niet vrijwillig tot de Islam. [bron: JPost] Vandaag besluiten ze terug te keren naar het JudaÔsme. Uit vrees voor vervolging door Hamas en andere terreurgroepen in de PLO-gebieden beoefenen veel van hen het JudaÔsme in het diepste geheim in hun huizen of verhuizen naar IsraŽl. Klik ook hier.††

Volgens Tzvi MiSinai lijken vele Arabieren in Samaria en Judea op Joden. Bij sommigen is zelfs een mezoeza in huis te vinden. Deze feiten zijn niet nieuw. De vroegere Joodse leiders David Ben-Gurion en Yitzchak Ben-Tzvi schreven in een boek 100 jaar geleden: ďWanneer wij onderzoek zouden doen naar de oorsprong van de Arabieren dan zal ongetwijfeld duidelijk worden dat er Joods bloed door hun aderen stroomt.Ze moesten kiezen voor hun geloof of hun land en hebben voor het laatste gekozen.Ē

De IsraŽlische historicus-auteur en computergeleerde Tsvi Jekhorin MiSinai

In een dorp ten zuiden van Hebron, woont Muhammed Amsalem, een nakomeling van Spaanse Joden. Hij vertelde aan Aharon Granot van het blad Mishpacha dat iedereen in het dorp weet dat hij en zijn familie Joden zijn. ďVan onze ouders hebben wij gehoort dat onze voorouders na de Spaanse Inquisitie in de 15e eeuw via Marokko naar het aloude moederland zijn gekomen. Zij waren in eerste instantie in Ramle terecht gekomen waar ze door deMamalukken waren gedwongen zich tot de islam te bekeren. Daarna zijn ze naar Hebron verhuisd. Ook zij houden er allerlei Joodse gebruiken op na. Nadere onderzoeken hebben aangetoond dat in diverse dorpjes nabij Hebron Arabische families deel 1 Ė Arabische families deel 2 het heel normaal vinden om in geval van ziekte de Joodse tefilin (gebedsriemen) te leggen. Een Arabier vertelde dathij zijn kinderen had uitgelegd hoe ze de Tefilin moesten aanbrengen in tijden van ziekte of moeilijkheden.

BedoeÔnen die Joden blijken te zijn

 

Tsvi MiSinai nam een Tv-ploeg mee naar de SawakabedoeÔnen in de Negev Ėen SinaÔwoestijn. Hoewel van de Bedoeinendoorgaans eerder een afstamming uit het Arabische schiereiland wordt verondersteld was de verrassing groot dat ook zij er diverse Joodse gebruiken op na houden. Deze stam van bijna vierduizend man steekt geen vuur aan op de Sjabbat. De Taíamrastam van de bedoeÔenen hebben getrouw een plaats voor een kaars op elk graf. Ook besnijden ze de mannelijke babyís na zeven dagen, wat in strijd is met het islamitische geloof. De Arabieren van het dorpje Yatta verbouwen wijn. Niet bepaald een moslimberoep, want wijn drinken is niet toegestaan in de islam. De leider sprak zelfs perfect Hebreeuws. Terwijl zijn gezicht was bedekt voor de camera om niet herkent te worden zei hij ďWij hadden eeuwen geleden geen andere keus dan ons tot de islam te bekeren; Ö ik herinner mijn moeder en grootmoeder die de Sabbath vierden en ook eenmikvehÖhadden.Ē

 

Zijn de Taliban afstammelingen van de IsraŽlieten?

 

Een aantal wetenschappers in IsraŽl geloven dat de Taliban in Afghanistan afstammen van Efraim. De IsraŽlische overheid heeft een beurs verstrekt aan een wetenschapper uit India om onderzoek te doen naar de vraag of de Taliban in werkelijkheid een van deĎverdwenení stammen van IsraŽl vormen. Het Technion-IsraŽl Institute of Technology in Haifa gaat het bloed onderzoeken van zowel hedendaagse Joden als leden van de Taliban. Men hoopt er op die manierachter te komen of de Taliban inderdaad tot de stam Efraim behoren. Ook de Pathanen, een groep van vijftien miljoen soennitische moslims in Afghanistan en Pakistan, hebben unieke Joodse gebruiken en definiŽren zichzelf als ĎZonen van IsraŽlí.

 

In een bolwerk van de Taliban in het noorden van Afghanistan zijn Hebreeuwse manuscripten gevonden. Hieruit blijkt dat een joodse gemeenschap duizend jaar geleden in dat deel van Afghanistan woonde. De manuscripten mochten volgens joodse wetten destijds niet worden weggegooid omdat de formele naam van God erop vermeld stond. In de manuscripten wordt melding gemaakt van commerciŽle activiteiten langs de Zijderoute, die Europa met het Oosten verbond. Ook worden er tal van Joodse namen in genoemd.

Zelfs in Japan zijn er mensen die beweren tot de stammen van IsraŽl te behoren. Opmerkelijk is, dat een aantal gewoonten, gebruiken en andere zaken die deze mensen hebben, zoals bepaalde stenen, een staf en een kruik, terug te brengen zijn op het jodendom. Zij hebben hierin een verwijzing naar de gebroken stenen tafelen van Mozes, de staf van Aaron en de kruik met manna uit het Heilige der Heiligen van de tabernakel.

In de legendenschat van de Chinese geschiedenis komt men in oude overleveringen ook het bestaan van Joodse nederzettingen tegen. In de stad KŠi-Feng-Foe bijvoorbeeld, stond een synagoge die herhaaldelijk is afgebrand en weer is opgebouwd. Ook is er een Hebreeuwse inscriptie bewaard gebleven: Miehsje (Mozes) was een leraar van de Tjing Tjau (ware religie) wiens Tao en TÍ volmaakt waren. Ook wordt er gesproken over ďmingĒwat correspondeert met de Hebreeuwse Godsnaam, Hasjem. Bijzonder is ook de volgende tekst: Yi is (onzichtbaar)-Sji is (onhoorbaar)- Wei is (ongrijpbaar). Dit Yi-Sji-Wei wordt door verschillende Chinese filosofen in verband gebracht met de God van IsraŽl. In KŠ-Feng-Foe leeft een kleine gemeenschap die hun joodse identiteit niet hebben verloren. Deze KŠ-Feng-Foe joden zouden zoín 1000 jaar geleden vanuit PerziŽ via India naar China zijn getrokken. Het was een Italiaanse priester die deze gemeenschap op het spoor kwam. Jongeren van deze groep zeggen Aliyah naar IsraŽl te willen maken.

 

Terug naar: Inhoud