Uit het nieuws 25-02-2019

 

Door: Franklin ter Horst

Met dank aan het Bijbelstudieteam Jur van Calkar en Simonida Dijkhuis-Nijhof voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 66)

 

Openbaring 19 (deel 2)

 

De bruiloft des Lams

 

Openbaring 19: 6 t/m 7 ďEn ik hoorde als een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaaktÖĒ

 

Het hier genoemde Halleluja is, behalve om uiting te geven aan de vreugde wegens de aanvaarding van het koningschap van Jezus/Yeshua, gewijd aan de ďbruiloft des LamsĒ. Een geweldige tegenstelling met het decor van het brandende Babylon. Na alle gerichten, de heerschappij van de twee ďBeestenĒ, de uiterste toespitsing der ongerechtigheid in Babylon, komt eindelijk de ondergang van de ďoude DraakĒ, de leugen en ďmensenmoorder van den beginneĒ, en zijn twee vertegenwoordigers, de exponenten van politieke macht en valse religie wordt nu de hemelse heerlijkheid getoond. De overwinning van Jezus/Yeshua, is reeds aan het kruis bevochten en zal na de laatste explosie van helse macht ook op aarde geheel en al openbaar worden. Dit is de zichtbare wederkomst van Jezus/Yeshua met Zijn hemelse legermacht.

 

Na de val van het grote Babylon is nu het ogenblik aangebroken voor de bruiloft van het Lam. Halleluja betekent: ďPrijs de HereĒen is het hoogtepunt van de oudtestamentische lofprijzing. Het is een jubelkreet, het is de lofprijzing op de eindoverwinning van God. Het grote bewijs dat alleen God de overwinnaar in de geschiedenis is. Hij heeft de grote hoer geoordeeld die de aarde met haar toverij verdierf. Na het tweede Halleluja van de engelen komen de lofzangen van de vier en twintig oudsten en de vier dieren uit van de directe omgeving van Gods troon.

 

De ďbruiloft van het LamĒ blijkt, gezien de verschillende meningen die hierover bestaan, voor meerdere uitleg vatbaar te zijn. Over de Bruidegom bestaat geen verschil van mening, want dat is Jezus/Yeshua. Hij is de Bruidegom en Zijn gemeente de bruid.

 

In MatthťŁs noemt Hij Zichzelf de Bruidegom:

 

MatthťŁs 9:15 ďJezus zeide tot hen: Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is?Ē

 

Maar wat betreft de Bruid lopen de meningen nogal uiteen. Eeuwenlang werd er door christelijke theologen als vanzelfsprekend vanuit gegaan dat niemand anders dan de Kerk de bruid zou zijn en dat er geen plaats meer zou zijn weggelegd voor IsraŽl. De argumenten die men hierbij aanhaalde -en nog steeds aanhaalt, zijn echter maar al te vaak het gevolg van een gebrek aan inzicht of het nog steeds volharden in de vervangingstheologie. Het is duidelijk dat God IsraŽl in het verleden heeft verweten ďoverspelĒ te plegen door andere goden te vereren. Op basis hiervan zou men terecht kunnen aanvoeren dat God zich van IsraŽl ďgescheidenĒheeft, maar deze scheiding is echter niet blijvend. In het Oude Testament wordt de verhouding tussen God en IsraŽl als een huwelijk voorgesteld en dit huwelijk wordt sterk gemotiveerd door de profetische uitspraken van onder meer Hosea die meldt dat God eens geheel IsraŽl weer huwen zal:

 

Hosea 2:18:19ďIk zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Here kennen.Ē

 

Dit betekent dat er na bepaalde tijd weer een huwelijk tussen God en IsraŽl zal worden gesloten, dat er weer een bruiloft zal zijn:

 

Hosea 2:15 ďEn het zal te dien dage geschieden, luidt het woord des Heren, dat gij Mij noemen zult: mijn man, en niet meer: mijn Bašl.Ē

 

Ook Jeremia geeft een geweldig teken van Gods liefde voor Zijn volk:

 

Jeremia 3:14 ďKeert weder, afkerige kinderen, luidt het woord des Heren, want Ik ben Heer over u; Ik zal u nemen, ťťn uit een stad en twee uit een geslacht, en u brengen te SionÖĒ

 

De profeten bevestigen dat voor God het huwelijk toch niet ontbonden is en dat dus IsraŽl de bruid zal zijn. IsraŽl was de bruid in het oude verbond, en God heeft geen nieuwe bruid gekozen. ďHij laat nooit varen het werk dat Zijn hand begonĒ. IsraŽl zal dus weer de Bruid zijn gereinigd en geheiligd. Een hersteld huwelijk na scheiding. In het nieuwe verbond heeft God de uitnodiging echter wel ruimer gemaakt. Ook gelovigen uit andere volken mogen zich in geloofsgehoorzaamheid nu met de bruid verenigen om straks het feest mee te vieren. In de huwelijksakte geeft de Bruidegom heel duidelijk een nauwkeurige omschrijving van de identiteit van de bruid: Ďde geboren IsraŽlieten ťn de vreemdelingen in uw middenĒ.(Numeri 15:15) Het was dus al vanaf het begin de nadrukkelijke wens van de Bruidegom dat de gelovigen uit de volken deel zouden uitmaken van Zijn bruid IsraŽl! De gelovigen uit de volken plaatst God niet naast IsraŽl, maar binnen IsraŽl! Het is dus van groot belang om te weten wie op deze Koninklijke Bruiloft tot de bruidsgemeente en wie tot de genodigde gasten behoren.

 

De identiteit van de Bruid ofwel de Gemeente gaat altijd over het gelovige deel van IsraŽl en de gelovigen uit de volken, want de gelovigen uit de volken plaatst God niet naast IsraŽl, maar binnen IsraŽl! IsraŽl is de Gemeente en de gelovigen uit de volken worden aan IsraŽl toegevoegd. De gemeente was er al in het Oude Testament en in het Nieuw Testament is het gewoon een voortzetting, waarbij het priesterschap is veranderd.

 

De Nieuw testamentische gemeente bestaat uit gelovige Joden en niet Joden. Zonder de uitspraken van de oudtestamentische profeten en het Nieuwe Testament vind je de antwoorden niet. Dan worden het overleveringen van mensen. Johannes de Doper noemde zichzelf de vriend van de bruidegom. Hij die evenals Jezus/Yeshua, uitsluitend onder IsraŽl predikte, en uitsluitend in IsraŽl het Koninkrijk Gods proclameerde, verklaarde dat wie de bruid heeft, de bruidegom is:

Johannes 3:29 ďDie de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom, die erbij staat en naar hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld. Hij moet wassen, ik moet minder worden.Ē

 

De Bijbel heeft geen juridische structuur, maar is heilsgeschiedenis, een structuur van eindeloze trouw, betrouwbaarheid en liefde van God jegens het verbondsvolk. In principe is de grondslag voor het nieuwe huwelijk tussen God en IsraŽl door Jezus/Yeshuaí offer reeds gelegd. Door het offer aan het kruis kunnen we tot God naderen. Dit was nodig om de Bruid te reinigen.

 

De bruiloft van het Lam kan evenwel niet eerder plaatsvinden dan bij Zijn openbaring en de bekering van IsraŽl tot de ware Messias. Wij hoeven ons dus niet meer af te vragen wie die bruid is, want de Bruidegom Zelf heeft Zijn keuze al lang gemaakt: Hij heeft voor Zich het volk IsraŽl tot bruid gekozen, althans het gelovige deel van IsraŽl! Op de berg SinaÔ vond de verloving plaats en werd door de Bruidegom de Thora als huwelijksakte opgemaakt en heel officieel aan Mozes overhandigd. Mozes trad immers op als pleitbezorger voor zijn volk. In deze huwelijksakte heeft de Bruidegom Zijn voorwaarden op schrift gesteld, waaraan de bruid zou moeten voldoen binnen het huwelijk met Hem.

 

Hij schreef precies wat Hij van haar verlangt en wat Hij haar verbiedt. Als Bruidegom is Hij Degene die het voor het zeggen heeft en daarom noemt Hij die huwelijksvoorwaarden dan ook in de gebiedende wijze op: "Gij zult!" en "Gij zult niet!" en IsraŽl als bruid spreekt Hem niet tegen en doet wat haar geliefde Bruidegom behaagt! Zoals een Bruid die haar Echtgenoot wil behagen en uit liefde rekening houdt met Zijn wensen, heeft IsraŽl de huwelijksakte onvoorwaardelijk aanvaard, want de IsraŽlieten hebben na hun uittocht uit Egypte plechtig beloofd dat zij zich aan de inzettingen van de Thora zouden houden:

 

Exodus 24:7 ďHij nam het boek des verbonds en las het voor de oren van het volk en zij zeiden: Alles wat de Here gesproken heeft, zullen wij doen en daarnaar zullen wij horen.Ē

 

Openbaring 19:8 ďÖen haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen.Ē

 

Het blinkend en smetteloos fijn linnen moet de onschuld symboliseren en is daarom een beeld van reinheid en zuiverheid. Niemand anders dan de hemelse Bruidegom zelf kan de bruidsgemeente bekleden met de witte klederen die van de smetteloze reinheid spreken:

 

Jesaja 61:10 ďIk verblijd mij zeer in de Eeuwige, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld, gelijk een bruidegom, die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid, die zich met haar versierselen tooit.Ē

 

Jezus/Yeshua heeft het Zelf beloofd:

 

Openbaring 3:4 ďDoch gij hebt enkele personen te Sardes, die hun klederen niet hebben bezoedeld, en zij zullen met Mij in witte klederen wandelen, omdat zij het waardig zijn.Ē

 

Hij heeft het hier over de gelovigen die hun klederen niet hebben bezoedeld. Zij zullen als bruidsgemeente met Hem, de Bruidegom, in witte klederen wandelen. In Openbaring 7 staat:

 

Openbaring 7:13-14 ďEn een van de oudsten antwoordde en zeide tot mij: Wie zijn dezen, die bekleed zijn met de witte gewaden, en vanwaar zijn zij gekomen? En ik sprak tot hem: Mijn heer, gŪj weet het. En hij zeide tot mij: Dezen zijn het, die komen uit de grote verdrukking; en zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams.Ē

 

Het bloed van het Lam, waarin zij hun gewaden hebben gewassen, geeft recht op het eeuwige leven.

 

Franklin ter Horst