Uit het nieuws 20-05-2019

 

Door: Franklin ter Horst.

Met dank aan het Bijbelstudieteam Jur van Calkar en Simonida Dijkhuis-Nijhof voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 78)

 

Openbaring 22 (deel 2)

 

Er zijn tekenen van de openbaar-wording van Jezus/Yeshua en van Zijn terugkeer. In de eerste plaats het gebeuren met Israël. Waar in het begin van het boek de schrijver een zaligspreking verbindt aan het lezen, horen en bewaren van deze profetie, is het aan het einde Jezus/Yeshua Zelf, die in de stem van de troon ons verzekert: “Gelukkig is hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.”Dit alles wordt gevoegd bij de zeven maal herhaalde vermaning: die een oor heeft, hij moet horen wat de Geest tot de gemeenten zegt”. De tijd moet “vol” worden, de profetie moet worden “volgemaakt”vervuld en daarom moet de reine nog reiner worden en de onreine nog onreiner en de rechtvaardige rechtvaardiger en de onrechtvaardige onrechtvaardiger. Alles moet tot uitersten komen in de eindfase van Gods plan met de mensheid. Als de Bijbel de mensen niet tot verootmoediging en tot inkeer brengt, dan verharden de mensen in de ongerechtigheid en de zonden, in de rebellie tegen God.

 

Het boek Openbaring is de mens geschonken met de meest genadevolle bedoelingen. Het laat dit in de beschrijving van de grote gerichten zo duidelijk zien: enerzijds de massa die ondanks de zware oordelen zich niet bekeert, maar slechts tot groter anarchie en haat tegen God komt; anderzijds de schare die zich bekeert, die gereinigd en geheiligd wordt die beloond wordt met heerlijke beloften van eeuwige heerlijkheid, vol van een toekomstperspectief.

 

Dit betekend dat men afstand zal moeten nemen van alle occulte manifestaties. Op mijn website staan een groot aantal artikelen over al deze verderfelijke manifestaties, die het Licht van God in duisternis veranderen.

 

Galaten 5:19-20-21Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij, onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, veten, twist, afgunst, uitbarstingen van toorn, zelfzucht, tweedracht, partijschappen, nijd, dronkenschap, brasserijen en dergelijke, waarvoor ik u waarschuw, zoals ik u gewaarschuwd heb, dat wie dergelijke dingen bedrijven, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.”

 

De ware gelovigen in Jezus/Yeshua weten dat hun geluk en welzijn een erfenis is en alleen daarom zullen zij vastbesloten in de strijd moeten staan, en daarom worden zij rechtvaardiger, reiner, heiliger. In Hem, niet door zichzelf.

 

1 Korinthiërs 15: 58Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here.

 

Velen zien het boek Openbaring als niet ter zake doend waardoor ze een prooi worden van Gods tegenstander. Huldrych Zwingli schreef: 'uit de Openbaring nemen wij geen gegevens aan, want het is geen bijbels boek'. Maarten Luther zei over Openbaring: 'mijn geest kan zich daarin niet vinden en mij is het oorzaak genoeg om het niet hoog te schatten, dat Christus daarin niet wordt geleerd. Daarom blijf ik bij de boeken, die Christus helder en duidelijk verkondigen'. Calvijn heeft van alle Bijbelboeken een verklaring, behalve van Openbaring. Uit: J.J. Buskes over Openbaring (de laatste strijd).

Openbaring 22:11-12-13-14-15 “En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij. Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd. Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is. Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde. Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad. Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet.

 

Openbaring waarschuwt uitvoerig zich niet te laten misleiden door dwaalleraren die een schijnchristendom belijden. Zij zullen straks de verlokkingen van de pseudo-messias niet kunnen weerstaan en zullen in de confrontatie met de oordelende God terechtkomen. God zal Zijn haters ontmaskeren. Bij de genoemde honden moet men niet denken aan echte honden, maar aan goddelozen, boosdoeners, tovenaars, koningen en machthebbers. In de Bijbel worden heidenen met honden aangeduid. (Psalm 22:16 – Matth. 7:6 - Matth. 15:27) Het gaat om de religieuze hoereerders, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet. Het is tevens aan de ware gelovigen van deze dingen te getuigen.

 

Alles wijst op een toespitsing van de tegenstelling, tussen de kinderen Gods en de volgelingen van satan. De echte tarwe en de valse tarwe moeten gelijk opgroeien tot de oogst opdat met de valse tarwe ook de goede niet zou worden uitgetrokken. Tijdens de groei zou uittrekken van de valse tarwe funest zijn, omdat deze sprekend lijkt op de echte. Alleen bij het volgroeien zien we duidelijk wat goede en wat valse tarwe is. Nu kunnen de naamchristenen en de echte gelovigen nog vermengd worden, maar hoe meer het einde nadert, des te meer komt het ware gelaat naar voren.

 

Matthéüs 13: 25 t/m 30 “Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg. Toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn. Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: Heer, hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Hoe komt hij dan aan onkruid? Hij zeide tot hen: Dat heeft een vijandig mens gedaan. De slaven zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij het bijeenhalen? Hij zeide: Neen, want bij het bijeenhalen van het onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken. Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur.

 

Na alles wat in het boek Openbaring aan heil en onheil is voorzegd, besluit God het boek met het ernstigste beroep op de mens dat nog mogelijk is. De tijd is nabij. Wie onrecht doet, hij doet nog meer onrecht. Wie vuil is, hij worden nog vuiler. Wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid. Wie heilig is, hij worden nog meer geheiligd:

 

Daniël 12:10 “Velen zullen zich laten reinigen en zuiveren en louteren, maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen der goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.”

 

Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden naardat zijn werk is. Nu alles gezegd is, alles voorzegd, alles uitgesproken, nu alle profetie is samengebald in het laatste Bijbelboek, en de openbaring van Jezus/Yeshua aanstaande is, wordt de balans opgemaakt.

 

Wie gelooft en verstaat dat het boek Openbaring de gelovigen voorbereidt op het ontzaglijke wereldeinde dat te komen staat, die zal God loven om dit onvoorstelbaar troostende, rijke en onthullende sluitstuk wat door Jezus/Yeshua aan Johannes is geopenbaard. Straks als Hij komt wordt alles nieuw gemaakt. Uit genade, alleen uit genade:

 

Jesaja 1:18 “Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de Here; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.”

 

Openbaring 22:16-17-18-19-20-21 “Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden, om ulieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster. En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet. Ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn; en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn. Hij, die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen, kom, Here Jezus!De genade van de Here Jezus zij met allen.”

 

In deze tijd staan we nog in de strijd die begon in Genesis 3:15, waarbij beloofd wordt dat de kop van de slang wordt vermorzeld, maar de strijd om de hiel/de VOET te verwonden, gaat door:

 

Efeze 1:22En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente…”

 

We zitten in dezelfde geestelijke strijd als Jezus/Yeshua maar waarvan de overwinning in principe behaald is. De belofte is dat die strijd tot een einde komt. Jezus/Yeshua heeft satan verslagen aan het kruis en met Zijn bloed betaald voor de zonde. Dit alles is vervuld in Openbaring 22, en we kunnen ons in alle omstandigheden vasthouden aan de belofte:

 

Romeinen 16:20De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden. De genade van onze Here Jezus zij met u!

 

Juist met het oog op de inhoud van dit boek neemt Jezus/Yeshua aan dat er een uitnodigende stem uitgaat van de door de Heilige Geest geleide gemeente van Jezus/Yeshua. En degenen, die op die uitnodiging ingaan, dienen op hun beurt de uitnodiging om tot Jezus/Yeshua te komen (te doen) door te geven. De boodschap is van generatie op generatie doorgegeven tot op onze tijd en ofschoon het moment van “geen uitstel meer” zienderogen dichterbij komt klinkt nog steeds de vriendelijke maar dringende uitnodiging: Kom! Mogen nog velen komen om daardoor de “komende toorn” te ontgaan.

 

In tegenstelling tot de valse profeten zoals in (Jeremia 23:16-17), werden Gods geroepen profeten geïnspireerd door Gods Geest. Zij kregen openbaringen en dromen van God, zoals is gebeurd bij Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël en uiteindelijk ook bij Johannes op Patmos. Een profeet is een klankbord van God. Zo lezen we in Zacharia:

 

Zacharia 7:12 “…de onderwijzing en de woorden die de Here der heerscharen door Zijn Geest, door de dienst van de vroegere profeten, had doen overbrengen.”

 

Profetie betreft vaak: zeggen wat er in de toekomst zal gebeuren. Dat is wat anders dan waarzeggerij. Het is namens God iets voorzeggen. Daarom zegt Petrus:

 

2 Petrus 1:19-20-21 : En wij achten het profetische woord (daarom) des te vaster, en gij doet wèl, er acht op te geven als op een lamp, die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten. Dit moet gij vooral weten, dat geen profetie der Schrift een eigenmachtige uitlegging toelaat; want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken.

 

Er is geen ander Bijbelboek dat zozeer, uitdrukkelijk door Jezus/Yeshua Zelf aan Johannes is geopenbaard als het boek Openbaring.God heeft alle schrijvers van de heilige Schriften door Zijn Geest geïnspireerd:

 

Bijzonder is dat in Openbaring wel drie keer tegen Johannes werd gezegd, dat de profetieën ‘getrouw’ en ‘waarachtig’ zijn (Openbaring 19:9; 21:5; 22:6). En dan te weten dat in de periode van Rome en zelfs nog lange tijd na de Reformatie, Openbaring voor velen een gesloten boek bleef. In het begin en aan het einde van Openbaring verklaart God diegenen ‘zalig’, die de woorden van profetie in acht nemen:

 

Openbaring 1:3Zalig hij, die voorleest, en zij, die horen de woorden der profetie, en bewaren, hetgeen daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.

 

Want getrouwe en waarachtige profetie is enkel en alleen door de Geest van Jezus/Yeshua  (Openbaring 19:10). Zo ook in dit laatste Bijbelboek, ‘de Openbaring van Jezus Christus’.

 

Tegenover de zaligspreking over degenen, die de inhoud van het boek bewaren komt een zeer ernstige waarschuwing voor hen die onzorgvuldig ermee omspringen. Het toedoen en het afdoen wordt bedreigd met plagen en met het ontnemen van hemelse heerlijkheden. Helaas is er in de jaren van de geschiedenis na Johannes op een ontstellende manier gesold met dit boek. Er is gescheurd en gebrand, er is bevuild en belasterd, er zijn stukken afgehaald en de inhoud door elkaar gesmeten, het leven is er uitgehaald en het boek is gedegradeerd tot dorre en antieke stof of doodgezwegen. Degenen die het boek zagen als een levend boek en als een deel van Gods Woord, zijn verketterd. Allen die dit hebben gedaan zullen daar eenmaal verantwoording over moeten afleggen.

 

Alles wat Johannes gezien en gehoord heeft over de openbaring van Jezus/Yeshua, wordt hier afgesloten met een epiloog, een slot-of nawoord. De centrale woorden in deze afsluiting van het laatste Bijbelboek sluiten nauw aan bij de proloog, de inleiding tot het boek. Het is alsof een cirkel wordt gesloten: de Eerste en de Laatste, de Alpha en de Omega, het begin Dat tevens het Einde is. Hierin is een direct verband te zien met Zijn dood en Zijn opstanding wat we ook zien in de brief aan de martelaarsgemeente van Smyrna, welke gemeente Hij verdrukking voorzegt en aanmaant trouw te blijven tot de dood, met de belofte door de tweede dood niet beschadigd te worden. “Ik ben de eerste en de laatste”en “Ik ben dood geweest en weer levend geworden.” Overheersend in het nawoord zijn de waarachtigheid van het boek, vergelijk ook Daniël:

 

Daniël 2:28-29 “Maar er is een God in de hemel, die verborgenheden openbaart; Hij heeft de koning Nebukadnessar bekendgemaakt wat in de toekomende dagen geschieden zal. Uw droom en de gezichten die u op uw legerstede voor ogen kwamen, waren deze: bij u, o koning, rezen, terwijl gij op uw legerstede laagt, gedachten op over wat er na dezen geschieden zou, en Hij, die verborgenheden openbaart, heeft u bekendgemaakt wat er geschieden zal.

 

Deze woorden grijpen eveneens terug op de proloog op de woorden “Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft” hetgeen op de waarachtigheid en de betrouwbaarheid van de profetie duidt en de woorden “wat snel moet geschieden, alsmede de woorden “de tijd is nabij”. Door alle eeuwen heen is er uitgezien naar de komst van Jezus/Yeshua.

“Ja, Ik kom! Spoedig!”Dit is de belofte bij uitnemendheid. In Zijn komst ligt de enige hoop van de gelovige. Wee de gemeente, wee de gelovige, die geen ernst maakt met dit door God Zelf geijkte boek.

 

De juiste, goede houding van de gelovigen is die van de apostel Johannes, die tenslotte uitroept: “Amen, kom Here Jezus!”

 

Openbaring 22:21 “De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.”        

 

 

Franklin ter Horst