Uit het nieuws 17-09-2018

Door: Franklin ter Horst

Met dank aan het Bijbelstudieteam Jur van Calkar en Simonida Dijkhuis-Nijhof voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 44)

 

Openbaring 16 (deel 2)

 

De engel met de vijfde schaal:

 

Openbaring 16:10-11En de vijfde goot zijn schaal uit over de troon van het beest, en zijn rijk werd verduisterd, en zij kauwden op hun tong van pijn, en zij lasterden de God des hemels vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen, en zij bekeerden zich niet van hun werken.”

Wat hier precies gebeurt, is niet helemaal duidelijk maar de plaag over de duisternis in Egypte is wellicht een voorbeeld:

Exodus 10:21-23Daarna zeide de Here tot Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, opdat er duisternis zij over het land Egypte, zodat men de duisternis kan tasten. En Mozes strekte zijn hand uit naar de hemel, en er was gedurende drie dagen een dikke duisternis in het gehele land Egypte. Gedurende drie dagen kon niemand een ander zien, noch van zijn plaats opstaan; maar alle Israëlieten hadden licht, waar zij woonden.

Tijdens de Egyptische duisternis bleef het licht in de plaatsen waar de Israëlieten woonden wel gewoon schijnen:

Dit gegeven bepaalt ons weer bij het reeds vele malen genoemde feit, dat tijdens de grote toorn de dan nog op aarde levende gelovigen niet door de gerichten getroffen worden. Deze oordelen treffen uitsluitend de goddelozen, die het beest en zijn beeld aanbidden en zijn merkteken dragen. Kenmerkend voor die fase van de oordeelstijd is juist dat dan het verschil tussen rechtvaardigen en goddelozen aan het licht gebracht wordt.

Johannes 3:18 “Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God.”

Bij deze toornschaal wordt de troon van het beest getroffen. Het beest zelf wordt nog niet geoordeeld. Het is de troon, het machtscentrum van het beest, dat nu getroffen wordt. De verduistering valt over zijn residentie; de toorn van God treft de plaats waar het beest zich groot maakt en opblaast tegen God. Hier wordt zijn rijk van duisternis tentoongesteld in louter duisternis en uit de sobere bewoordingen wordt pijnlijk duidelijk dat de machtige beestmens hulpeloos is en dat hij zijn volgelingen in geen enkel opzicht kan beschermen tegen het grote kwaad dat uit de hemel komt. Het is trouwens niet alleen het centrum van het antichristelijk rijk waarover de duisternis van de toorn van God valt, zijn hele rijk wordt verduisterd. Alles wordt verlamd. 

De laatste hoop van de mens op de man, die alles kon oplossen begint te wankelen. Het blijkt niet zo’n rotsvast bolwerk en niet zo’n betrouwbare persoon te zijn als zij verwacht hadden. En ook is door hem niet die wereld vol vrede en gerechtigheid gekomen die hij hun had voorgespiegeld De mensen zullen ‘op hun tong kauwen’ van de pijn.

Deze situatie doet denken aan de woorden van de profeet Jesaja:

Jesaja 8:19-22 “En wanneer men tot u zegt: Vraagt de geesten van doden en de waarzeggende geesten, die daar piepen en mompelen – zal een volk niet zijn God vragen? Zal men voor de levenden de doden (vragen)? Tot de wet en tot de getuigenis! Voor wie niet spreekt naar dit woord, is er geen dageraad. Dan trekt men rond, gedrukt en hongerig, en wanneer men hongert, zal men in woede uitbarsten, en zijn koning en zijn God vervloeken, en men zal de blik omhoog richten en men zal naar de aarde schouwen, en zie, benauwdheid en duisternis, beangstigende donkerheid, en in duisternis is men verstoten.

Spreuken 19:3Des mensen eigen dwaasheid verderft zijn weg, en dan is zijn hart gramstorig op de Here.”

Spreuken 4:19  De weg der goddelozen is als duisternis; zij weten niet, waarover zij kunnen struikelen.”

Nu blijft alleen maar de pijn over, en de gezwellen die al bij de eerste schaal waren ontstaan worden alleen maar erger; bij gebrek aan goed drinkwater bijten zij zich op hun tong van ellende, de tong waarmee zij niet ophouden God te lasteren. In plaats dat zij tot God roepen om verlossing, vervloeken zij hem. Zij blijken wel bijzonder in de strikken van satan verward te zijn geraakt en daardoor in een onophoudelijke stroom van onheil. Daarbij moet worden opgemerkt dat ook de zweren van de eerste plaag intussen nog voortduren en dat de verschrikkingen in tijdsorde elkaar als het ware overlappen en bijna alle tegelijk moeten worden ondergaan. De aarde is nu als een hel voor de goddelozen geworden en zijn zich er inmiddels terdege van bewust wie verantwoordelijk is voor al deze verschrikkingen, maar des te feller wordt hun haat.

Joël 2:32  En het zal geschieden, dat ieder die de naam des Heren aanroept, behouden zal worden, want op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de Here gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de Here zal roepen.

De engel met de zesde schaal

Openbaring 16:12 t/m 16En de zesde goot zijn schaal uit op de grote rivier, de Eufraat, en zijn water droogde op, zodat de weg bereid werd voor de koningen, die van de opgang der zon komen. En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen; want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God. Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele en zijn schaamte niet gezien worde. En hij verzamelde hen op de plaats, die in het Hebreeuws genoemd wordt Harmágedon.”

De eindtijd wordt gekenmerkt door de demonen die de machthebbers gaan beheersen. Dat heeft een verlammende werking op het hele wereldgebeuren waardoor men overgeleverd is aan de krachten die dan spelen.

Jeremia 51:57  En Ik maak zijn vorsten en zijn wijzen, zijn landvoogden, zijn stadhouders en zijn helden dronken, zodat zij inslapen tot een eeuwige slaap en niet ontwaken, luidt het woord van de Koning, wiens naam is Here der heerscharen.

 

Lukas 21:36  Waakt te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen.”

Deze zesde engel giet zijn schaal uit over de Eufraat, waardoor de rivier opdroogt en de weg gebaand wordt voor “de koningen van de opgang van de zon." ‘Het opgaan der zon’ was in oude tijden de aanduiding voor de oosterse volkeren en naties. Er bevinden zich ten Oosten van de Eufraat omvangrijke volkeren waaronder China, Pakistan en India.

Zoals het er nu uitziet zal China in de eindfase van het huidige wereldbestel een groot en indrukwekkend volk vormen en opkomen als een formidabele eindtijdmacht. Henry Kissinger zei in april 2008 dat hij voorziet dat Rood-China een grote macht in het Verre-Oosten zal worden. Dat begint inmiddels op velerlei gebied zichtbaar te worden. Er doen zich profetische ontwikkelingen voor in het huidige China. China bouwt haar militaire macht sneller op dan de militaire analisten van de Amerikaanse inlichtingendiensten ooit voor mogelijk hebben gehouden. Afgevaardigden van defensie spreken van een onrustbarende ontwikkeling.

De Eufraat

De koningen van de opgang van de zon kunnen talloze miljoenen soldaten op de been brengen. God zal niet alleen de plagen uitstorten op de troon van de antichrist, maar ook toelaten dat machtige volken zijn rijk zullen binnendringen. De Eufraat heeft door de eeuwen heen in de militaire geschiedenis een belangrijke rol gespeeld en is altijd een geduchte barrière geweest voor de uit het oosten oprukkende legers. Sinds onheugelijke tijden is de Eufraat met zijn vertakkingen een moeilijk te overschrijden grens geweest tussen de volken die aan weerszijden van dit water woonden en wonen. De rivier is maar liefst 2700 kilometer lang en is bijna nergens doorwaadbaar. Zijn breedte bedraagt drie- tot twaalfhonderd meter en is drie tot negen meter diep; het grootste deel van de tijd is hij zelfs nog breder en dieper. De Eufraat heeft voor Israël altijd een natuurlijke grens gevormd tegen de volkeren uit het noorden en het oosten. Maar tijdens de invasie van de koningen van de opgang van de zon zal God er Zelf voor zorgen dat de rivier zal opdrogen, waardoor hij een val opstelt om de laatste grote oorlog uit de geschiedenis van de mensheid te doen ontbranden.  God zal ervoor zorgen dat deze legermachten in Israël hun ondergang tegemoet gaan.

De Eufraat is één van de rivieren die genoemd worden in verband met het Hof van Eden (Genesis 2:14) en later zelfs wordt aangegeven als één van de door God gestelde grenzen van het beloofde Land. Gods legermachten staan klaar om de afschrikwekkende vijand die deze grenzen wil overschrijden, uiteindelijk te vernietigen.

Genesis 15:18 “Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat.”

De Eufraat

Toen God voor Israël een weg baande door de Schelfzee en het water door een harde oostenwind opgestuwd werd tot er een droge doorgang kwam voor de Israëlieten, was dit ingrijpen van God om ze te redden uit de hand van de Farao en een gericht over de macht van Egypte. Ook toen Israël 40 jaar later het beloofde land binnentrok werd er van Godswege een pad door de Jordaan gemaakt:

Jozua 3:13 “Zodra dan de voetzolen der priesters, die de ark van de Here, de Here der ganse aarde, dragen, in het water van de Jordaan rusten, zal het water van de Jordaan afgesneden worden; het water, dat van boven afkomt, zal als een dam blijven staan.”

Exodus 15:8 “Door de adem van uw neus werden de wateren opgestuwd als een dam stonden de stromen; de watervloeden stolden in het hart der zee.”

Zoals in Egypte de tovenaars door demonen gedreven dezelfde krachten konden ontwikkelen als God had tentoongesteld aan de Schelfzee zal ook nu de satan de wonderen van God imiteren en zich machtig voelen, zeker van de overwinning. Maar dan zal God zich de Almachtige betonen, zoals Hij dat deed door aan Zijn volk vrije doorgang te verlenen, terwijl de vijand jammerlijk ten onder gaat.

De zesde toornschaal doet niet alleen de Eufraat opdrogen, maar Johannes ziet ook drie onreine geesten- als kikvorsen- te voorschijn komen uit de bek van de draak, uit de bek van de antichrist en uit de mond van de valse profeet. Het gaat om demonische geesten die kennelijk overtuigingskracht nodig hebben want ze verrichten ‘tekenen’ om alle koningen op aarde op te zwepen en te verzamelen voor de oorlog tegen God en het Lam. In deze strijd is Israël en vooral Jeruzalem het brandpunt van de aarde. Het merkwaardige is nu, dat de duivel denkt dat hij de grote initiatiefnemer tot deze grote strijd is en dat hij in staat is om met hulp van de mens zijn grote tegenstanders te verslaan maar het is “de grote dag van de almachtige God”.

De drie onreine geesten worden beschreven zoals dit in de tijd van de Bijbel vaker gebeurde: als kikvorsen. Deze kikvorsen zijn dus geen gewone dieren, maar demonische wezens. Tijdens de kikvorsplaag in Egypte wemelde het van de kikvorsen:

Exodus 8:1-2-3Daarna zeide de Here tot Mozes: Ga tot Farao en zeg tot hem: zó zegt de Here: laat mijn volk gaan, om Mij te dienen; indien gij weigert het te laten gaan, zal Ik uw gehele gebied met kikvorsen teisteren. De Nijl zal wemelen van kikvorsen, zij zullen komen opzetten en in uw huis en slaapkamer binnendringen, ja, op uw bed, en in de huizen van uw dienaren en onder uw volk, ja, in uw bakovens en baktroggen. Tegen u, uw volk en al uw dienaren zullen de kikvorsen opkomen.

Zo zal de invloed van de satanische drie-eenheid de wereld geheel en al vervullen. De demonische hersenspoeling zal de leiders murw maken. Zij zullen ernstig verward zijn. Hun geest is bezeten door demonen en door en door verontreinigd. Zij zullen in opperste verblinding het eindgericht op Israëls grondgebied tegemoet gaan.

Onmiddellijk na de vrijlating van de drie onreine geesten duikt een ongelooflijk leger op. Niets schijnt hen nog in de weg te staan voor een alles verwoestende aanval op Israël. Men rekent wellicht op een grote overwinning want tegen zo’n formidabele legermacht zullen God en Zijn Gezalfde beslist niet opgewassen zijn. Ze marcheren op denkende dat ze tot alles in staat zijn, maar ze lopen rechtsreeks in de wijnpersbak van Gods toorn. De hele wereld is dan in de grootste geestdrift om de komende Jezus/Yeshua de pas af te snijden, om Hem met een geweldige krachtsinspanning te beletten Zijn voeten op aarde te zetten. Het centrale gebied van de oorlog is Harmágedon, het gebied van de laatste grote slachting. Dit is de laatste ‘oorlog’ voordat het Vrederijk begint. De zesde toornschaal eindigt abrupt met de vermelding van een geweldige concentratie van legers. Over een slag of gevechten wordt niet gesproken, wat later duidelijk wordt, wanneer de legermachten zelfs niet aan een oorlog toegekomen zijn bij de terugkeer van Jezus/Yeshua. Altijd was het zo dat als de ene beschaving ten onder ging, deze door een andere werd vervangen. Maar hier is dat niet meer het geval.

Wat er precies met Harmágedon wordt bedoeld is niet helemaal duidelijk. Door de eeuwen heen hebben velen zich afgevraagd wat de exacte plaatsbepaling van Harmágedon is. Deze naam komt in de Bijbel slechts één keer voor, en wel in Openbaring 16:16. Wel is duidelijk dat deze plaats zich in Israël moet bevinden. De meest gehoorde uitleg is dat het moet duiden op de oude vestingstad Megiddo. “Har” betekent: “Berg” Harmágedon zou daarom “Hoogte van Megiddo” betekenen.

Naast de oude vestingstad Megiddo ligt een uitgestrekte vlakte die in Israël de natuurlijke grens vormt tussen Samaria en Galilea. Dit is dezelfde plaats als de “vlakte van Jizreël”. In de loop van de geschiedenis hebben in deze vlakte diverse oorlogen gewoed. Zo vond daar de strijd plaats tussen Barak en Sisera (Richteren 4), tussen Gideon en de Midianieten (Richteren 7) tussen Saul en de Filistijnen (1 Samuël 31) en tussen Josia en farao Necho ( 2 kronieken 35). De naam Harmágedon lijkt alleen de verzamelplaats voor de koningen uit het oosten te zijn. Vandaar uit trekken zij op in de richting van Jeruzalem, terwijl uiteindelijk volgens de beschrijving van Openbaring 14:20 het strijdtoneel zich over een zeer groot gebied zal uitstrekken:

“En de persbak werd getreden buiten de stad, en er kwam bloed uit de persbak tot aan de tomen der paarden, zestienhonderd stadiën ver.”

1600 stadiën is circa 300 kilometer.

Jeremia 25:33  “…en zij die door de Here geveld zijn, zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot het andere, zij zullen niet beklaagd, noch bijeengezameld, noch begraven worden; tot mest op de akker zullen zij wezen.”

Franklin ter Horst