Uit het nieuws 13-08-2018

 

Door: Franklin ter Horst

Met dank aan het Bijbelstudieteam Simonida Dijkhuis-Nijhof en Jur van Calkar voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 39)

 

Openbaring 14 (deel 3)

 

De derde engel

 

Openbaring 14:9-10-11 “En een andere engel, een derde, volgde hen, zeggende met luider stem: Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, die zal ook drinken van de wijn van Gods gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam. En de rook van hun pijniging stijgt op in alle eeuwigheden, en zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt.”

 

Gelukkig heeft niet iedereen gebogen voor het beeld en het merkteken geweigerd. Maar men moet het met de dood bekopen. Maar God herstelt hen en laat hen als koningen regeren.

Deze derde engel komt met een zeer ernstige en indrukwekkende waarschuwing. Over het algemeen houden de mensen er niet van om gewaarschuwd te worden. Maar God waarschuwt ook in dit geval van te voren. De waarschuwing van de derde engel heeft betrekking op de individuele mensen namelijk op al degenen die het beest en zijn beeld aanbidden en het merkteken aanvaarden op hun voorhoofd of hand. Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of zijn hand krijgt, zal hij de wijn van Gods woede moeten drinken, die onverdund in de beker van zijn toorn is geschonken. Het resultaat van deze uiterst onbezonnen daad zal volgens het woord van deze engel voor de betreffende personen grote gevolgen hebben tot “in alle eeuwigheden”.

Daarmee worden allen bedoeld die eer bewijzen aan de opperste politieke macht in het antichristelijk rijk, zoals vroeger goddelijke hulde werd bewezen aan Nebukadnezar en later aan de Romeinse keizers. Zowel Babylon en later ook Rome vormden een politieke macht die het gelovige volk van God vervolgden.

Niet alleen de volken als zodanig, zullen de toorn van God ervaren, maar ook iedere individuele aanbidder van het beest. Letterlijk wordt er gezegd dat de wijn van Gods gramschap onvermengd is in de beker van Zijn toorn. Dat de wijn niet met water vermengd is, duidt op de verschrikkelijkheid van de toorn Gods in het eindoordeel.

Jeremia had dit ook al gezegd:

Jeremia 25:15 “Want aldus heeft de Here, de God van Israël, tot mij gezegd: Neem deze beker met de wijn der gramschap uit mijn hand en geef die te drinken aan alle volken, tot welke Ik u zend dat zij drinken en waggelen en dol worden ten gevolge van het zwaard, dat Ik onder hen zend. En ik heb de beker uit de hand des Heren genomen en die aan alle volken, tot welke de Here mij zond, te drinken gegeven.”

 

Niet alleen Jeremia, maar ook Job had al dat profetisch inzicht: Job 21:20  Laten zijn ogen zijn ondergang zien, en laat hij drinken van de grimmigheid van de Almachtige!

Dit beeld maakt duidelijk dat de toorn van God geen verzachtende maatregelen zal kennen. Het oordeel doet denken aan het oordeel over Sodom en Gomorra:

Genesis 19:24 “Toen liet de Here zwavel en vuur op Sodom en Gomorra regenen, van de Here, uit de hemel.”

Psalm 11:6 “Hij regent op de goddelozen vurige kolen en zwavel, schroeiende wind is het deel van hun beker.

 

2 Petrus 2:6 “…en de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand, tot omkering gedoemd en ten voorbeeld gesteld heeft voor hen, die goddeloos zouden leven…”

Zij die onder Gods oordeel vallen zullen geen rust hebben. Het oordeel van God zal de vijanden van God en van Israël zeer zwaar treffen. Deze vijanden zullen voor de ogen van de engelen en voor de ogen van het Lam gestraft worden. Deze mensen zullen het Lam zien en dan van Hem verwijderd worden naar het eeuwige oordeel. Dat zal het allerergste zijn: zij zullen de Redder zien, die dan niet meer hun Redder zal zijn. Zij zullen geen rust hebben om even bij te komen van de pijniging, de smart en het verdriet. De straf gaat dag en nacht door:

Matthéüs 25:40-41 “En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan één van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan. Dan zal Hij ook tot hen, die aan zijn linkerhand zijn, zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is.”

Matthéüs 7:23 “En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.”

De door Babylon verleide volken zullen gefolterd worden in vuur en zwavel:

Openbaring 19:20 “En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet, die de tekenen voor zijn ogen gedaan had, waardoor hij hen verleidde, die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbaden; levend werden zij beiden geworpen in de poel des vuurs, die van zwavel brandt.”

 

De foltering geschiedt voor het aangezicht van het Lam en de heilige engelen. Dit laatste gegeven is wellicht de meest ontzettende in de hele gerichtsprofetie van de Bijbel. De toorn van het Lam is dan immers niet meer te weerhouden, en des te vreselijker, omdat het Lam, de zachtmoedige bij uitstek, dan niet meer pleit voor zondaren, maar de straf aanziet zonder in te grijpen. Hier zal dan ook blijken wie de juiste keus heeft gemaakt.

 

Openbaring 14:12-13 “Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren. En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf, zalig de doden, die in de Here sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, dat zij rusten van hun moeiten, want hun werken volgen hen na.

 

De heiligen zijn zij die ‘de geboden van God en het geloof in Jezus/Yeshua bewaren.’Door de prediking van het evangelie van het koninkrijk hebben ze leren geloven in Jezus/Yeshua als de komende Messias en ze gehoorzamen Gods geboden in afwachting van Zijn komst om hen te bevrijden. Het vers is een aansporing tot deze getrouwen om te volharden in de strijd tegen het beest, opdat zij niet met de dienaren van het beest geoordeeld worden.

 

Er is geen tussenweg, geen vlucht uit de vreselijke nood mogelijk. Geen enkel excuus kan worden aangevoerd als men het beest en zijn beeld aanbidt of zijn merkteken aanneemt. Het gaat hier over de heiligen, over gelovigen van het laatste uur. “Schrijf”, is wat Johannes te horen krijgt en dat is wat Johannes steeds moet doen, maar nu wordt het er weer extra bij vermeld. Schrijf, dicteert de Here aan Johannes: Zalig de doden die in de Here sterven, van nu af.

In de eerste plaats worden de gelovigen bemoedigd en aangespoord om tijdens hun leven op aarde te blijven volharden. Hier komt het aan op de standvastigheid in Jezus/Yeshua te blijven geloven. Zij moeten de belijdenis dat Hij hun Heiland en Heer is niet loslaten.

Hebreeën 4:14 “Daar wij nu een grote hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden.”

In de tweede plaats worden de gelovigen bemoedigd omdat zij na hun aardse leven in de hemel de rust van God zullen ervaren. De doden die 'in de Here gestorven zijn' zullen 'rusten' van hun moeiten en zorgen, hun leed en verdriet. Zij zijn gestorven in verbondenheid met Hem. Zij zijn 'in Jezus/Yeshua ontslapen'. Zij dragen het mooiste getuigenis dat van hun leven verteld kan worden. Alleen dat Jezus/Yeshua in hun leven was, is dan nog belangrijk. Zij hebben in verbondenheid met Hem geleefd en zijn in verbondenheid met Hem gestorven. Nu mogen zij de hele eeuwigheid in verbondenheid met Hem doorbrengen.

Er is meer dan dat alleen hun ziel gered is. Hun aardse werken die in Yeshua verricht zijn,  gaan als het ware met hen mee naar de hemel. Niet wat we voor de Heer gedaan hebben is van waarde, maar wat Hij in ons heeft uitgewerkt.

 

1 Corinthiërs 3: 12 t/m 15 “Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.

 

Na de oordeelsaanzegging en het laatste appél tot bekering volgt de aankondiging van de oogst.

 

De Oogst

Openbaring 14:14-15-16 En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk iemand gezeten als een mensen zoon met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand. “En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luider stem tot Hem, die op de wolk gezeten was: Zend uw sikkel uit en maai, want de ure om te maaien is gekomen, want de oogst der aarde is geheel rijp geworden. En Hij, die op de wolk gezeten was, zond zijn sikkel uit op de aarde, en de aarde werd gemaaid.”

Matthéüs 13:39 “…het onkruid zijn de kinderen van de boze; de vijand, die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding der wereld; de maaiers zijn de engelen.”

 

De ‘andere engel’ is de vierde in de rij van zes. Hij komt uit de tempel om de wraak van de Zoon des mensen af te roepen. De oogst moet opgroeien, zowel het onkruid als het koren. Als de oogst rijp is, wordt er onmiddellijk de sikkel, de zeis, in geslagen:

 

Matthéüs 13:24 t/m 30Nog een gelijkenis hield Hij hun voor en Hij zeide: Het Koninkrijk der hemelen komt overeen met iemand, die goed zaad gezaaid had in zijn akker. Doch terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand en zaaide er onkruid overheen, midden tussen het koren, en ging weg. Toen het graan opkwam en vrucht zette, toen kwam ook het onkruid te voorschijn. Daarna kwamen de slaven van de eigenaar en zeiden tot hem: Heer, hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid? Hoe komt hij dan aan onkruid? Hij zeide tot hen: Dat heeft een vijandig mens gedaan. De slaven zeiden tot hem: Wilt gij dan, dat wij het bijeenhalen? Hij zeide: Neen, want bij het bijeenhalen van het onkruid zoudt gij tevens het koren kunnen uittrekken. Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur.”

 

Aan Jezus/Yeshua wordt in feite gevraagd om handelend op te treden. Het is de openlijke strijd tussen God en de duivel met al zijn vele volgelingen. Alleen in deze context kan iets verstaan worden van de verdere gebeurtenissen. Dit verklaart ook de roep van de engel uit de tempel: “Zend Uw sikkel en maai, want het uur om te maaien is gekomen, omdat de oogst van de aarde rijp is geworden.

Johannes ziet ‘een witte wolk, en op de wolk zat iemand als een Zoon des mensen gelijk met een gouden kroon (een teken van Koninklijke waardigheid) op zijn hoofd. De uitdrukking “Mensenzoon” en dat Hij als het ware troont op een witte wolk sluit alle twijfel uit dat het hier gaat om Jezus/Yeshua. Hij verschijnt hier als de ware Koning die alle koninkrijken op aarde zal neerwerpen om het 1000 jarige vrederijk te grondvesten. De uitdrukking “maaien van de aarde”wordt als een echte oordeelsuitdrukking gezien. Natuurlijk wordt in normale gevallen een oogst als iets positiefs gezien, maar het “maaien” en het “persen” van de afgehouwen druiven bevat de vervulling van talrijke oordeelsprofetieën over de Dag des Heren. De aarde wordt gemaaid. De betrokken engel roept met luide stem: 'Laat uw sikkel komen om te oogsten. Want de tijd om te oogsten is gekomen; de aarde is meer dan rijp voor de oogst.' De maat van de zonde is vol. Er is vanaf nu geen uitstel meer.

Dit is het beeld van de eindafrekening, de definitieve scheiding tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Dus: tussen de volgelingen van het Lam en de volgelingen van het beest, de antichrist. Hier wordt een globale beschrijving van de totaliteit der eindgerichten gegeven. De oogst is in de Bijbel het beeld van de eindafrekening, van het oordeel. De aarde zal wordt gemaaid. Een kort, ontzaglijk woord en juist daarom van zo’n onvoorstelbare lading. God heeft het Lam macht gegeven oordeel te vellen over hen die Hem hebben verworpen. De profetie van Daniël houdt de absolute overwinning van de Mensenzoon in:

Daniel 7:13-18 “Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; en hem werd heerschappij gegeven en eer en Koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is één, dat onverderfelijk is. De geest van mij, Daniël, was ontroerd in mijn binnenste, en de gezichten die mij voor ogen waren gekomen, ontstelden mij. Ik naderde een van hen die daar stonden, en vroeg hem de ware zin van dit alles, en hij sprak tot mij en gaf mij de uitlegging daarvan te kennen: die grote dieren, die vier, zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen; daarna zullen de heiligen des Allerhoogsten het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap bezitten tot in eeuwigheid, ja, tot in eeuwigheid der eeuwigheden.

 

De profetieën over de vier wereldmachten: Babylon (Nebukadnezar het gouden hoofd), Meden en Perzen, Griekenland en het Romeinse Rijk, zijn in de geschiedenis met enorme nauwkeurigheid in vervulling gegaan. Het laatste rijk mondt uit in het antichristelijk rijk:

 

Daniël 8:19 t/m 24 “…en hij zeide Zie, ik maak u bekend wat geschieden zal in het laatst van de gramschap; want het doelt op het tijdstip van het einde. De ram die gij gezien hebt, met de twee horens, doelt op de koningen der Meden en Perzen, en de harige geitebok op de koning van Griekenland, en de grote horen die tussen zijn ogen stond, dat is de eerste koning. En dat die afbrak en er vier in zijn plaats kwamen te staan: vier koninkrijken zullen uit het volk ontstaan, doch zonder zijn kracht. En in het laatst van hun koningschap, als de boosdoeners de maat hebben volgemaakt, zal er een koning opstaan, hard van aangezicht en bedreven in listen. En zijn kracht zal sterk zijn – maar niet door eigen kracht – en op ontstellende wijze zal hij verderf brengen, en wat hij onderneemt zal hem gelukken; machtigen zal hij verderven, ook het volk der heiligen.”

Zie ook:

Matthéüs 24:30-31 “En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.

Jezus/Yeshua heeft een scherpe sikkel in zijn hand voor de oogst van de aarde, om de goede vruchten in te zamelen en alleen de slechte te vernietigen. Het ogenblik is gekomen om scheiding te maken tussen de gelovigen en de goddelozen, door middel van de sikkel, het werktuig dat bij de oogst gebruikt wordt. En Hij die op de wolk zat, sloeg zijn sikkel op de aarde en de aarde werd gemaaid. 

 

De mensheid is nu genoeg gewaarschuwd. Praten helpt niet; dus, zullen er daden worden gesteld. De oogst is de voleinding der wereld en de maaiers zijn de engelen. De oogst der aarde is dus rijp geworden en de aarde zal moeten worden gemaaid. Jezus/Yeshua maakt duidelijk dat in het eindgericht de “valse tarwe” tegelijk met de tarwe op moet groeien tot de oogsttijd.

 

Zoals nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleinding der wereld. De rijpheid van het kwaad is nu hoofdthema. De Zoon des mensen zal Zijn engelen uitzenden en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonden verleidt en hen, die de ongerechtigheid bedrijven en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en tandengeknars. Zijn maaiers zullen alles wat de inbezitneming van de aarde in de weg staat, wegvagen en verbranden. Het maaien gaat vooraf aan het dorsen. God bepaalt het tijdstip waarop de maaiers hun werk moeten aanvangen. Gelijk het onkruid met vuur verbrandt wordt, zo zal het ook zijn in de voleinding der wereld. Dan is eindelijk de tijd aangebroken dat het “onkruid” (de ongerechtigheid) uitgetrokken wordt.

 

Het onkruid (het zaad van de slang) kan echter niet uitgetrokken worden voor de oogst rijp is. Valse tarwe lijkt op echte tarwe en halverwege de groei zijn ze nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Bovendien moet de tarwe (de kinderen Gods) volgroeid zijn voordat er sprake van een oogst kan zijn en dan tekent de valse tarwe zich pas goed af tegen de echte tarwe.

 

Aan Jezus/Yeshua wordt in feite gevraagd om handelend op te treden. Dat gebeurt door “een andere engel”die uit de tempel komt.

Openbaring 14:17-18 “En een andere engel kwam uit de tempel, die in de hemel is, ook hij met een scherpe sikkel. En een andere engel kwam uit het altaar; deze had macht over het vuur en hij riep met luider stem tot hem, die de scherpe sikkel had, zeggende: Zend uw scherpe sikkel uit en oogst de trossen van de wijngaard der aarde, want zijn druiven zijn rijp.”

Het dan over de wereld komende oordeel wordt hier beschreven onder de beelden van de graanoogst en de wijnoogst. De wijnoogst is het grote gericht over de volken. Het gaat om een oogst in puur negatieve betekenis. De druivenoogst spreekt van een oordeel waarbij geen enkel onderscheid gemaakt wordt. Matthéüs spreekt van een tijd van dorsing en een verzamelen van het koren in de “schuur”van de Here, waarbij het kaf van de korrel wordt gescheiden en het kaf wordt verbrand:

 

Matthéüs 3:12 “De wan is in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer geheel zuiveren en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.”

 

Openbaring 3:21 “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.”

 

 

Franklin ter Horst