Uit het nieuws 13-05-2019

 

Door: Franklin ter Horst.

Met dank aan het Bijbelstudieteam Jur van Calkar en Simonida Dijkhuis-Nijhof voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 77)

 

Openbaring 22 (deel 1)

 

Openbaring 22:1-2-3-4-5 “En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren. En niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en zijn dienstknechten zullen Hem vereren, en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn. En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here God zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen tot in alle eeuwigheden.”

 

Wat hier in Openbaring wordt beschreven is al door de hele Bijbel heen geprofeteerd:

 

Ezechiël 47:12 “Langs de beek zullen op haar oevers aan weerszijden allerlei vruchtbomen opschieten, waarvan het loof niet verwelkt en de vrucht niet opraakt; elke maand zullen zij vrucht dragen, omdat hun water uit het heiligdom komt; hun vruchten zullen tot spijze zijn en hun loof tot geneesmiddel.”

 

De genoemde stroom van water duidt op beweging. Het gaat om een levende stroom met geboomte en vruchtbaarheid. In de Hof van Eden groeide ook veel geboomte. Het paradijs werd immers bevloeid door vier rivieren. In al dat geboomte waren twee bijzondere bomen: de Boom des levens en de Boom van kennis van goed en kwaad. Van alle bomen mochten de mensen eten, maar van één boom niet. Een van de grote verschillen tussen de Hof van Eden en het hemels Jeruzalem is, dat er na de gerichten geen satan meer is. Al het geboomte dat aan de levensrivier in het hemels Jeruzalem groeit, is goed en alle verzoeking is met het oordeel over de satan voor eeuwig verdwenen. Voor de bewoners van het nieuwe Jeruzalem is alle gevaar dat de mens nog zou vervallen in het kwaad onmogelijk geworden. Hij is de nieuwe mens, die geheel van zijn zonden is verlost en hij kan niet meer worden verleid. Naast het levenswater dus het levensgeboomte. De ene Levensboom uit de Hof van Eden is vermenigvuldigd zoals bij nader inzien alles in het Nieuwe Jeruzalem het Paradijs overtreft. Ook het gegeven dat de bomen iedere maand vruchten dragen, dat wil zeggen een onophoudelijke vruchtbaarheid die het eeuwige leven der zaligen voedt.

 

Dat betekent dat dan ook de bewoners van het nieuwe Jeruzalem nog vruchten zullen eten. Ook Jezus/Yeshua nam na Zijn opstanding nog voedsel tot zich:

 

Lucas 24:36 t/m 43 “En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen. Doch Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart? Ziet mijn handen en mijn voeten, dat Ik het zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet, dat Ik heb. En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten. En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets te eten? Zij reikten Hem een stuk van een gebakken vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen.

 

Het water des levens wordt in volle maat gegeven; de bladeren van de levensboom zijn voortdurend genezend in de zin van gezond houdend, het eeuwige leven behoudend. De weg die voor Adam en Eva werd afgesneden is door het verlossingswerk van Jezus/Yeshua, wijd geopend:

 

Johannes 7:37-38 “En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.”

 

Dit riep Jezus/Yeshua uit op de laatste dag van het Loofhuttenfeest in Jeruzalem toen, zoals altijd op deze dag gebeurde, twee gouden kruiken met water uit de vijver Siloam in processie naar de tempel werden gedragen. Hier geen kruiken, maar een rivier van water des levens, dat rechtsreeks uit de troon van God en van het Lam komt. Het genezend voedsel uit het Nieuwe Jeruzalem, de bladeren van het levensgeboomte in het Nieuwe Jeruzalem, houden de volken gezond, ver van alle vroegere afgoderij en verschrikking. Niemand zal meer zeggen: “Ik ben ziek”.

 

Johannes 4:14  “…maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven.”

 

Als de nieuwe hemel en aarde een feit zijn, na het duizendjarig rijk, zullen harmonie, welzijn, leven en heerlijkheid, nooit meer aangetast worden in het nieuwe paradijs. De tegenstander is verslagen en voor altijd onschadelijk gemaakt. De volken zullen immuun zijn voor alle vormen van kwaad. Nooit zullen ze meer in zonde vervallen. Als de mens voor altijd verlost zal zijn, dan zal ook alles wat verkeerd, verwoest of vervloekt was door de schuld van de mens, voor altijd verlost zijn. Het gebed van Jezus/Yeshua “Uw wil geschiedde, zowel in de hemel als op de aarde” was tevens een alomvattende profetie van heil en welzijn.

 

Slot

 

Openbaring 22:6-7-8-9-10 “En Hij zeide tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Here, de God van de geesten der profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn knechten te tonen hetgeen weldra geschieden moet. En zie, Ik kom spoedig. Zalig hij, die de woorden der profetie van dit boek bewaart! En ik, Johannes, ben het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik ze gehoord en gezien had, wierp ik mij neder voor de voeten van de engel, die ze mij toonde, om te aanbidden. Maar hij zeide tot mij: Doe dat niet! Ik ben een mededienstknecht van u en van uw broederen, de profeten, en van hen, die de woorden van dit boek bewaren; aanbid God!”

 

Het eerste wat in deze tekst opvalt, zijn de woorden “getrouw en waarachtig”. Hij, die getrouw en waarachtig is, spreekt ook woorden die getrouw en waarachtig zijn. Het zijn woorden met een enorme betekenis. Hier wordt met enkele woorden een terugblik gegeven op alles wat ons in het voorafgaande geopenbaard is. In het begin van het boek Openbaring wordt gezegd dat Jezus/Yeshua Zijn boodschapper tot Johannes gezonden heeft om hem deze dingen bekend te maken. Aan het einde van het boek voegt Jezus/Yeshua daar een persoonlijk getuigenis aan toe als Hij zegt: Ik, Jezus, heb Mijn boodschapper gezonden om voor u van deze dingen te getuigen. Openbaring is één machtig en waarachtig getuigenis van de komst van Jezus/Yeshua om de wereld, Zijn Koninkrijk in bezit te nemen, mede met het doel de vijanden te elimineren en vooral om een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te kunnen scheppen, waar gerechtigheid heerst.

 

De Openbaring is voor velen een onbegrepen, door anderen verguisd boek. Het is Jezus/Yeshua die ons uit dit boek toespreekt. Openbaring is dus niet een onnaspeurlijk en ondoorgrondelijk boek waar niets van te begrijpen valt. Een ongeestelijk mens kan het ook niet begrijpen.

 

Daniël 12:10 “Velen zullen zich laten reinigen en zuiveren en louteren, maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen der goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan.”

 

Het gaat duidelijk om een boek met een diep ernstige waarschuwing aan een wereld die Gods Woord tot een fabel hebben gemaakt.

 

Het woord ‘spoedig’ speelt in Openbaring een belangrijke rol, daar Jezus/Yeshua tot vier maal toe zegt: ‘Ik kom spoedig’. Aan Filadélfia belooft Hij dat Hij spoedig zal komen en Hij eindigt met dezelfde belofte: Zie, Ik kom spoedig’. Voor de gemeenten die in Openbaring 2 en 3 genoemd worden, evenals voor de gelovigen vandaag, geldt dat Jezus/Yeshua elk ogenblik kan komen. Geen enkele generatie heeft zoveel reden gehad als de onze om de woorden die Jezus/Yeshua hier driemaal uitspreekt, ernstig te nemen: ‘Ik kom spoedig’.

 

Allen die met het boek Openbaring de spot drijven, die deze machtige profetie relativeren of de betrouwbaarheid ervan in twijfel trekken, zullen daar eens verantwoording voor moeten afleggen. God heeft met dit boek Zijn eigen gezag bezegeld. Het boek maakt van het begin tot het einde duidelijk dat er veel strijd zal zijn om in te gaan. Er wordt nadrukkelijk gewaarschuwd om de profetieën niet te verachten en voor wetteloosheid, het verwerpen van de Thora. Het gevolg hiervan is dat men de beide beesten gaat volgen:

 

2 Timotheüs 3:13  “Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid.”

 

Het boek maakt van het begin tot het einde duidelijk dat er veel van het goede dat te winnen valt maar er wordt ook nadrukkelijk gewaarschuwd voor de gevaren die de mensheid bedreigen waaronder de wetteloosheid en het volgen van de beide beesten. Aan de bewaring van dit boek is een uitdrukkelijke zaligspreking van Jezus/Yeshua Zelf verbonden! Er bestaat een opvallend verschil in de afsluiting van de profetie van Daniël en die van Johannes. Daniël ontvangt het bevel:

 

Daniël 12:4 “Maar gij, Daniël, houd de woorden verborgen, en verzegel het boek tot de eindtijd; velen zullen onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen.

 

In de tijd van Daniël lag de ontsluiting van de tijd nog in de verre toekomst. De “openbaring”door Daniël moet worden verzegeld tot de eindtijd. Het is echter geen verzegeling voor altijd. De verzegeling geldt tot de eindtijd en deze eindtijd is met de vervulling van de profetieën van Johannes gekomen, met de “openbaring van Jezus Christus” die de Waarheid is. In Openbaring is de tijd nabij. Dat is ook een belangrijke aanwijzing voor de ware gelovigen. De Openbaring is niet bestemd voor slechts een kleine groep van ingewijden, maar voor alle ware gelovigen. Er is bij God geen uitstel, geen afstel. De oogst rijpt! Wie een vriend van de wereld wil zijn, wordt tot een vijand van God. Meer dan ooit is het de tijd om de inhoud van dit boek als Waarheid aan te nemen. Johannes betuigt nog eens uitdrukkelijk, dat hij dit alles met eigen oren en ogen gehoord en gezien heeft. Als een gewoon mens heeft hij dingen aanschouwd waar hij diep van onder de indruk is geraakt.

 

Franklin ter Horst