Uit het nieuws 10-09-2018

 

Door: Franklin ter Horst

Met dank aan het Bijbelstudieteam Jur van Calkar en Simonida Dijkhuis-Nijhof voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 43)

 

Openbaring 16 (deel 1)

 

De zeven plagen

 

Openbaring 16:1En ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tot de zeven engelen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de gramschap Gods uit op de aarde.”

 

Jesaja 66:6 Er klinkt gedruis uit de stad! Het klinkt uit de tempel! De stem van de Here, die vergelding brengt over zijn vijanden!

 

Johannes hoort een stem die opdracht geeft aan zeven engelen om hun schalen gevuld met de toorn van God met een allesovertreffende catastrofe over de aarde uit te gieten. Werd tijdens de bazuinoordelen de aarde voor een derde deel getroffen, bij de schaaloordelen zal de aarde in zijn geheel getroffen worden. Het lijkt er op dat deze schaaloordelen elkaar in een snel tempo zullen opvolgen. Dit is de laatste en verschrikkelijkste fase tijdens de Grote Verdrukking. Er wordt niet precies bijgezegd hoe lang deze oordelen duren, maar het moet een verschrikkelijke periode zijn. Het zal in ieder geval zwaar en lang genoeg zijn om alle onbekeerlijke mensen op aarde te straffen. Het is de uitgieting van Gods toorn zonder dat er nog weerhoudende mogelijkheden zijn. De tempel is ontoegankelijk zolang de schaalgerichten duren en de volle maat van Gods toorn is uitgestort. Alles waarop de aardbewoners hun vertrouwen stelden, zullen zij kwijtraken. God heeft er alles aan gedaan om hen te redden maar de verstokte goddelozen weigerden Gods Koningschap en die van het Lam te erkennen en Zijn rechtmatig eigendom in bezit te nemen. Zij gaven er de voorkeur aan het beest en de valse profeet te behagen en hebben zich laten mobiliseren om Jezus/Yeshua te verhinderen op aarde terug te keren.

 

De schalen roepen herinneringen op aan het werk van de priesters bij het brandofferaltaar.

 

Priesters bij het brandoffer altaar (Jan Luyken 1705)

 

Daar goten de priesters het bloed uit de schaal tegen de vier hoeken van het altaar. In tabernakel en tempel was dit uitgieten om verzoening te krijgen. In Openbaring 16 is het doel: straf en oordeel. De engelen ‘smijten’ als het ware het oordeel naar beneden!

De engel met de eerste schaal:

Openbaring 16:2 “En de eerste ging heen en goot zijn schaal uit op de aarde, en er kwam een boos en kwaadaardig gezwel aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden.”

 

Exodus 9:10 “Toen namen zij roet uit een smeltoven, gingen voor Farao staan en Mozes strooide het in de lucht en er kwamen bij mens en dier zweren, die als puisten uitbraken…”

 

Nadat de eerste schaal uitgegoten is komt er een boos en kwaadaardig gezwel onder de mensen die het merkteken van het beest dragen en zijn beeld aanbidden. God heeft hen gewaarschuwd, maar zij wilden niet luisteren. Het is het merkteken van de toorn van God. De haat van de volken tegen God is door de invloed van de antichrist en de valse profeet tot een uiterste opgejaagd en in plaats dat de mensen zich bekeren, verharden zij zich onder de pijnen en kwellingen van de toornschalen nog meer. De gezwellen roepen herinnering op aan de zesde plaag in Egypte ten tijde van Mozes waarbij zweren en puisten uitbraken:

Exodus 9:8-9-10  En de Here zeide tot Mozes en Aäron: Neemt uw handen vol roet uit een smeltoven, en laat Mozes dit in de lucht strooien ten aanschouwen van Farao. Dan zal het tot stof over het gehele land Egypte worden, het zal bij mens en dier in het gehele land Egypte tot zweren worden, die als puisten uitbreken. Toen namen zij roet uit een smeltoven, gingen voor Farao staan en Mozes strooide het in de lucht en er kwamen bij mens en dier zweren, die als puisten uitbraken.”

Bij deze plaag werden alleen de Egyptenaren getroffen. Tijdens de schaaloordelen worden alleen zij die het teken van het beest hebben en zich neergebogen hebben voor het gruwelijke beeld getroffen. Daarom moeten zij aan de lijve ondervinden wat de gevolgen zijn van de macht van het kwaad. In Deuteronomium worden de Israëlieten met dezelfde plaag bedreigd als zij niet gehoorzaam aan God worden:

Deuteronomium 28:35De Here zal u slaan met boze zweren aan de knieën en aan de dijen, waarvan gij niet kunt genezen – van uw voetzool af tot uw schedel toe.”

De engel met de tweede schaal.

Openbaring 16:3 “En de tweede goot zijn schaal uit in de zee, en zij werd bloed als van een dode, en alle levende wezens, die in de zee waren, stierven.”

Deze goot zijn schaal uit in de zee wat tot gevolg heeft dat het water van de zee bloed wordt, als het bloed van een dode waardoor alles wat in de zee leeft sterft. Vissen en andere waterdieren kunnen niet leven in bloed waardoor er een massale sterfte zal plaatsvinden van vissen en andere dieren in het water. Dit wordt een enorme slachting met als gevolg dat hele continenten getroffen zullen worden met de stank van de rottende kadavers. Het wordt een milieuramp van enorme omvang.

Psalm 78:44  Hij veranderde hun Nijlwater in bloed en hun stromen, zodat zij niet konden drinken.

De engel met de derde schaal:

Openbaring 16:4-5-6-7En de derde goot zijn schaal uit in de rivieren en in de waterbronnen, en (het water) werd bloed. En ik hoorde de engel der wateren zeggen: Rechtvaardig zijt Gij, die zijt en die waart, Gij Heilige, dat Gij dit oordeel hebt geveld. Omdat zij het bloed der heiligen en der profeten vergoten hebben, hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; zij hebben het verdiend! En ik hoorde het altaar zeggen: Ja, Here God, Almachtige, uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.”

God vergeldt het vergoten bloed van alle gelovigen vanaf Abel:

 

Matthéüs 23:35 “…opdat over u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op de aarde, van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar.”

 

In vers 5 bevestigen de engelen, zoals bij iedere schaal, dat God rechtvaardig is om zijn oordeel uit te voeren.

 

Deuteronomium 32:4 “Hij is de rots, wiens werk volkomen is, omdat al zijn wegen recht zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij.

 

Terwijl bij de tweede schaal het oordeel kwam over het zoute water, komt het nu over het zoete water. Bij deze schaal gaat het oordeel zich ook op het vaste land afspelen want de betrokken engel goot zijn schaal uit in de rivieren en in de waterbronnen, waardoor het water bloed werd. De rivieren en waterbronnen hebben bijgedragen tot het welzijn van de mensen, maar al het drinkwater zal worden verpest.

Dat zal een verschrikking worden, de eerste levensbehoefte, water, wordt de mensheid ontnomen. De heiligen en de profeten waren voor de mensen als waterbronnen maar ze hebben hun bloed vergoten. De goddelozen hebben dat wat hun tot zegen was uit de weg geruimd, waardoor hen nog slechts een morele dood wacht. In Openbaring 8 was te zien dat de rivieren en waterbronnen een beeld zijn van dingen die op de mensen een weldadige invloed uitoefenen. Zij verkwikken de mens maar hier veranderen ze in bloed. Het water wordt volledig ondrinkbaar. De mensen zullen geheel aan zichzelf overgelaten worden onder invloed van een plaag die onvoorstelbaar wreed en meedogenloos is. Deze plaag herinnert aan de eerste plaag in Egypte toen Mozes in opdracht van God het water van de Nijl in bloed veranderde: 

Exodus 7: 19 t/m 21  “Toen zeide de Here tot Mozes: Zeg tot Aäron: neem uw staf en strek uw hand uit over de wateren der Egyptenaren, over hun stromen, hun kanalen, hun poelen en al hun verzamelplaatsen van water, opdat zij bloed worden, en er zal bloed zijn in het gehele land Egypte, zelfs in het houten en stenen vaatwerk. En Mozes en Aäron deden, zoals de Here geboden had; hij hief de staf op en sloeg het water in de Nijl voor de ogen van Farao en zijn dienaren, en al het water in de Nijl werd in bloed veranderd; de vis in de Nijl stierf, zodat de Nijl stonk en de Egyptenaren het water uit de Nijl niet konden drinken; en er was bloed in het gehele land Egypte.

Bij de derde schaal gebeurt dit wereldwijd. Het genoemde altaar in 16:7 is een verwijzing naar het offer van Jezus/Yeshua en van de verlossing van alle gelovigen, dat echter tegelijk het oordeel over de ongelovigen inhoudt. Voor de eerste maal in Openbaring horen we het altaar zelf spreken over dit oordeel dat allen treft die verkozen hebben dat wat een zegen voor hen had kunnen zijn te vernietigen. De aardbewoners zullen weten waarom God specifiek dit oordeel over hen voltrekt. De engel noemt ook de reden van deze merkwaardige bloedoordelen. De schuld ligt bij de mens zelf, die duizenden jaren van bloedvergieten op zijn geweten heeft, die het bloed van heiligen en profeten vergoten heeft. De walgelijke ervaring van bloed te moeten drinken moet de mens zijn opgehoopte zonden doen inzien:

Jesaja 49:26En Ik zal uw verdrukkers hun eigen vlees doen eten, en van hun eigen bloed zullen zij dronken worden als van jonge wijn; en al het levende zal weten, dat Ik, de Here, uw Redder ben, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs.

De onderdrukking komt terug op het hoofd van de onderdrukker, zoals we bijvoorbeeld heel duidelijk zien bij Mordechai in het boek Esther. De paal die door Haman bestemd was voor Mordechai werd de veroordeling voor Haman zelf en zijn tien zonen. Op 16 oktober 1946 werden tien van de hoogste nazi-officieren in Duitsland ter dood gebracht door ophanging, een straf die niet gebruikelijk was in de uitvoering van de doodstraf.

 

Psalm 9:16De volken zijn verzonken in de kuil die zij dolven; in het net dat zij verborgen, raakte hun voet verward.

De volgelingen van de antichrist hebben vele malen de gelegenheid gekregen om aan het oordeel te ontkomen, maar hebben er geen gehoor aan gegeven. Daarom komt nu de verklaring “zij hebben het verdiend”! Het is dus dit oordeel: “bloed voor bloed”, en krachtens deze uitspraak kan er geen twijfel bestaan aan de letterlijkheid van het gericht. Het altaar, waarop vroeger het bloed vloeide tot vergeving van de zonden der mensen, wordt nu de aanklager der mensen en schaart zich bij de verklaring van de engel dat de oordelen van God waarachtig en rechtvaardig zijn. Geen fantasie kan beschrijven wat dit bloedoordeel psychisch en lichamelijk zal aanrichten.

Het is al opgevallen dat de schaalgerichten anders dan bij de andere oordelen, ingeleid worden met de nadruk op de heiligheid en rechtvaardigheid van God, dat Hij Zich juist bij uitstek in deze laatste eindgerichten de rechtvaardige en Heilige betoond, door tenslotte alles wat de komst van Zijn Koninkrijk en de aanvaarding van Zijn Koningschap over de wereld in de weg blijft staan als er geen tijd meer is, weg te zuiveren. Het effect van de plagen over Egypte was verharding en zo blijkt het ook te zijn met de schaalgerichten.

De engel met de vierde schaal:

Openbaring 16:8-9En de vierde goot zijn schaal uit over de zon en haar werd gegeven de mensen te verzengen met vuur. En de mensen werden verzengd door de grote hitte en zij lasterden de naam van God, die de macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven.”

Psalm 83:18Laten zij voor immer beschaamd en verschrikt worden, schaamrood worden en te gronde gaan…”

 

De vierde engel giet zijn schaal uit over de zon wat een enorme uitstraling van hitte ten gevolge heeft, een hitte die alles verzengen doet. Al het drinkwater vergiftigt en bovendien brandt de zon als nooit tevoren, het zal een verschrikking worden! Deze hitte zal zó erg zijn, dat de mensen op aarde er door zullen verbranden. De mensen zullen waarschijnlijk op de een of andere manier weten dat deze hitte een straf van God is maar in plaats van God, die hen zou kunnen redden, aan te roepen, lasteren zij zijn naam. De mensen weten dus van wie de oordelen komen maar toch bekeren zij zich niet. Zoals de farao van Egypte moest weten dat de plagen in zijn land straffen van God waren en hij toch niet tot inkeer kwam, zo zullen de mensen tijdens dit oordeel in de tijd van de Grote Verdrukking niet tot inkeer komen. Zij verootmoedigen zich niet en zij belijden ook hun zonden niet. Zij blijven het beest trouw dat zich tot hun “god”gemaakt heeft. Ze zullen op een gruwelijke manier gaan ervaren wat het is wanneer men tirannen verkozen heeft en zich onder hun gezag gesteld heeft. Ze zullen door een verschrikkelijke hitte verschroeid worden.

 

In Maleachi staat:

 

Maleachi 4:1-2-3-4 “Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken – zegt de Here der heerscharen – welke hun wortel noch tak zal overlaten.”

 

Het volk Israël zal in die tijd het instrument van Gods toorn zijn:

 

Obadja 1:18  Het huis van Jakob zal het vuur zijn, het huis van Jozef de vlam, en het huis van Esau de stoppels: zij zullen hen in brand steken en verteren, en van het huis van Esau zal niemand ontkomen; want de Here heeft het gesproken.”

Franklin ter Horst