Uit het nieuws 10-02-2020

Door: Franklin ter Horst

Mark Rutte en zijn slappe excuses tijdens de Shoah herdenking

Na jaren van weigering heeft Mark Rutte namens de Nederlandse regering tijdens de Nationale Shoah herdenking in Amsterdam op 26 januari, excuses aangeboden voor het falen van de Nederlandse autoriteiten met betrekking tot het Joodse volk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als Rutte werkelijk een punt had willen maken dan had hij op zijn minst enige aandacht kunnen besteden aan de schandalige rol van de Nederlandse overheid ten aanzien van haar Joodse bewoners tijdens deze oorlog. Opvallend trouwens dat hij nu pas zijn excuses maakt want hij is immers al sinds 14 oktober 2010 minister-president van Nederland. Zou dat misschien met de verkiezingen van 2021 te maken kunnen hebben? Hij kan de stemmen van de Joodse kiezers immers goed gebruiken! Een ernstig verwijt is op zijn plaats aan al die voorgaande premiers die op hun beurt geen reden vonden om de waarheid over het wijdverbreide Nederlandse verraad in oorlogstijd ten aanzien van de Joodse inwoners, aan de orde te stellen.

Het is al lang geen geheim meer hoe de Nederlandse regering heeft gehandeld tijdens de Duitse bezetting. Het Nederlandse koningshuis vertrok in mei 1940 naar Londen en verbleef daar gedurende het verdere verloop van de oorlog samen met de Nederlandse regering in ballingschap. Zie ook deze video. Racistische misdaden werden niet aan de kaak gesteld in radiotoespraken en er werd vrijwel niets ondernomen tegen de vervolging van de Joodse Nederlanders.

In West-Europa was Nederland het land met het hoogste percentage Joodse slachtoffers tijdens de Shoah. Toen de Duitsers in 1940 Nederland veroverden, woonden er naar schatting 140.000 Joden waarvan er gedurende de oorlog 101.800 door de bezetters werden vermoord.

Nederland had volledig ten onrechte de reputatie van het beschermen van de Joden tegen de nazi’s, want dat blijkt niets anders dan een fabel. In het boek 'Jodenjacht; De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog' van Ad van Liempt en Jan Kompagnie, staan gruwelijke zaken. Gezegd moet worden dat het niet de Nederlandse politie als geheel betreft. Er waren mensen die in de oorlog principieel uit de politie stapten. Anderen bleven juist tijdens de hele bezetting actief. Die twee groepen hebben heel lang op gespannen voet met elkaar gestaan. Tijdens de oorlog liet men de jongste politiechefs vaak het vuile werk opknappen: het ophalen van Joden. Eind jaren 60 kregen sommige van hen zelfs leidinggevende posities. Hoewel de politie het meest zichtbaar was, waren diverse andere instanties en organisaties, zoals de ambulances van de GG en GD, ook betrokken bij de Jodenvervolging.

Een citaat uit het strafdossier van de Amsterdamse rechercheur Harms laat zien hoe diep het antisemitisme geworteld was: “Al lagen alle Joden hier op een hoop bij elkaar en werden zij met benzine overgoten en in brand gestoken, dan zou ik er met plezier naar kijken.” Voor het boek zijn de dossiers bestudeerd van 230 'Jodenjagers'. Zij werkten bij speciale politiediensten die maar één doel hadden: zo veel mogelijk Joden arresteren, desnoods met grof geweld, en hen overdragen aan de Duitse Sicherheitsdienst. De premie per aangegeven Jood kon oplopen tot 40 gulden per arrestant en wie de kans kreeg, vulde ook nog zijn zakken met gestolen geld, sieraden en huisraad.

Afbeeldingsresultaat voor Jodenjacht Ad van Liempt en Jan Kompagnie"Ad van Liempt en Jan Kompagnie, 'Jodenjacht; De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog' ISBN 9789760033681.

"In de gelederen van de NSB waren de meest smerige antisemieten, de beestachtige Jodenjagers te vinden." Bijna alle van de eerder genoemde 230 politiemannen (96 procent) waren lid van een nationaalsocialistische organisatie, waarvan de NSB (met 82 procent) het populairst was. De speciale afdelingen groeiden uit tot criminele organisaties binnen de politie. "Ze joegen met alle middelen op hun slachtoffers, ze overtraden daarbij alle denkbare rechtsregels, ze roofden waar ze konden, ze gebruikten geweld, ze pasten misleiding toe - en dat alles werd van hogerhand toegestaan, op een enkele uitzondering na, en vaak zelfs gestimuleerd", aldus Kompagnie en Van Liempt. In Nijmegen bijvoorbeeld zag commissaris Van Dijk er geen been in om zelf arrestanten te mishandelen en huizen van Joden leeg te roven. In vuistdikke rapporten wordt onder meer uit de doeken gedaan dat “Moffenmeiden” voor zeven gulden de schuilplaats van de Joden verraden aan de Duitsers.

Ambtenaren van de gemeente Amsterdam gaven Joodse adressen aan de Duitsers. Zeshonderdduizend Nederlanders heulden met de bezetters. Na de oorlog moesten de weinige uit de concentratiekampen teruggekeerde Joden vaststellen dat hun huizen en andere bezittingen door niet-Joden waren gestolen. Diverse Joodse families wachten nog steeds op de teruggave van hun geroofde bezittingen. Krankzinnig! 42 Nederlandse musea herbergen mogelijk nog 170 kunstvoorwerpen van Joodse families die door de nazi’s zijn buitgemaakt. Joodse erfgenamen hebben waterdicht juridisch bewijs van eigendom nodig maar dat is er niet meer want zelfs verzekeringsbewijzen van de geroofde kunstvoorwerpen zijn door de Duitsers in beslag genomen. Ook de overheid, banken en verzekeringsmaatschappijen hebben zich aan de genocide op het Joodse volk verrijkt. Er is nog steeds geen enkele sprake van voldoende gerechtigheid voor de Joodse gemeenschap.

Bij de politie Den Haag werkte Maarten Spaans. Hij zou 362 arrestaties op zijn naam hebben, van wie zo'n 260 mensen de oorlog niet hebben overleefd. Nabestaanden van Joodse oorlogsslachtoffers kunnen dankzij het onderzoek voor 'Jodenjacht' nakijken wie hun familie heeft gearresteerd en hoe dat in zijn werk is gegaan.

Een van de gewelddadigste politieafdelingen was het Judenreferat in Den Haag onder leiding van Kees Kaptein. Hij stond erom bekend dat hij arrestanten mishandelde met een gloeiende pook en mannen in het kruis schopte 'om hen onvruchtbaar te maken'. Naar eigen zeggen heeft Kaptein tussen de 1750 en 2000 Joden aan de Duitsers overgeleverd. Hij werd na de oorlog ter dood veroordeeld als 'het ernstigste en afschuwelijkste geval van Jodenvervolging'.

Notarissen betrokken bij verkoop huizen Joden

Een onderzoek van historicus Raymund Schütz naar de rol van het notariaat tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog toont een ontluisterend beeld. Werden andere beroepsgroepen als de politie, burgemeesters en de advocatuur wel onderzocht, het notariaat bleef onderbelicht. Voor zijn onderzoek vroeg Schütz zich af hoe het Nederlandse notariaat zich tijdens en na de bezetting gedroeg, vooral als het gaat om de vervreemding van Joods onroerend goed. En hoe dit gedrag zich verhield met de eigen beroepsopvatting en het eigen ethisch kader. Hiervoor doorzocht hij archieven (van de Broederschap, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en het ministerie van Veiligheid en Justitie). Hij onderzocht gedigitaliseerde dagbladen, las naoorlogse jurisprudentie en doorzocht administraties van verschillende notarissen. In Kille mist beschrijft hij gedetailleerd hoe het bestuur van de Broederschap der Notarissen en de meeste notarissen gedienstig met de Duitse bezetter meewerkten. De historicus toont aan dat het hoofdbestuur van de Broederschap der Notarissen een spilfunctie had bij de doorverkoop van Joodse huizen. Het hoofdbestuur en de overgrote meerderheid van de notarissen zetten hun beroepsethiek in de ijskast, werkten actief mee met de bezetter en verschuilden zich na de oorlog achter hun lijdelijkheid.

Ook onderzocht hij de registraties van de Duitse beheerder van Joods oorlogsvastgoed Niederländische Grundstücksverwaltung (NGV) en het door NSB’ers geleide Algemeen Nederlands Beheer van Onroerende Goederen (ANBO). Hij stuitte niet alleen op incomplete en gehavende archieven uit de oorlog, ook trof hij wanorde aan achter de opgeruimde façade van archieven. Schütz: ‘Dankzij mijn praktijkervaring kon ik mijn weg hierin vinden en zag ik ook samenhang. Als je echt wilt weten wat er is gebeurd, dan moet je er veel tijd insteken en je niet laten afschrikken door institutionele muren of chaos.’

Al in de crisisjaren deed het hoofdbestuur frauduleus handelende notarissen af als incidenten en wees het invoeren van praktische regels voor de beroepsethiek van de hand. Vanaf het begin van de bezetting nam het hoofdbestuur een afwachtende houding aan, later aasde het op continuïteit van bestuur en versterking van de positie van het notariaat. Dit deed de Broederschap door de uitvoering van de nieuwe naziregelgeving te faciliteren. Toen de Jodenvervolging vanaf 1941 zeer gewelddadig werd, riep het hoofdbestuur haar leden per circulaire op om hun persoonlijke geweten bij de ambtsuitoefening niet te laten meewegen en de maatregelen loyaal uit te voeren. Ook gaf het geen krimp toen Joodse (kandidaat-)notarissen uit hun ambt werden ontzet.

De Duitse bezetter was erop uit Joden te ontrechten. Door dit juridische en administratieve proces verloren personen of groepen eerst hun rechten en daarna hun eigendommen. Omdat de Broederschap haar leden helder uitlegde hoe er met de verordeningen ten aanzien van Joods vermogen en onroerend goed moest worden omgesprongen, werden Joden snel en efficiënt ontrecht. De betrokken notarissen lieten zich hiervoor per akte betalen. Schütz vond geen aanwijzingen dat het hoofdbestuur ideologisch achter de anti-Joodse maatregelen stond, wel faciliteerde het die stelselmatig om de bestuurlijke positie van de Broederschap te versterken. De bezetter had dan ook geen reden tegen de organisatie op te treden. ‘Het notariaat had 850 leden en via het Correspondentieblad kon het bestuur van bovenaf sturen wat er in het land moest gebeuren. Wat dat betreft was er een eenheid van beleid en opvattingen.

De Nederlandse spoorwegen gaan slachtoffers van Shoah compenseren

De Nederlandse Spoorwegen hebben na 75 jaar, in juni 2019 besloten eindelijk de slachtoffers van de Shoah te compenseren Joden, Roma en Sinti die tijdens de Tweede Wereldoorlog op bevel van de Duitse bezetter door de Nederlandse Spoorwegen (NS) per spoor naar Westerbork, Vught of Amersfoort of naar andere locaties in Nederland zijn vervoerd, met het oogmerk om naar concentratie- of vernietigingskampen te worden vervoerd – met het doel hen als bevolkingsgroep uit te roeien – komen in aanmerking voor een individuele, financiële tegemoetkoming. Bij hun overlijden geldt dit ook voor direct nabestaanden. Daarmee neemt NS het advies van de Commissie Individuele Tegemoetkoming Slachtoffers WO II Transporten NS over. Naar schatting komen enkele duizenden personen voor de tegemoetkoming in aanmerking, waaronder naar schatting 500 overlevenden. NS reserveert hiervoor de komende jaren enkele tientallen miljoenen euro’s.

Op 21 juni 1940 tekenden de Nederlandse Spoorwegen een loyaliteitsverklaring, dat hield simpelweg in dat ze alles zouden doen wat de Duitsers vroegen. Als ‘tegenprestatie’ mocht de NS blijven doen wat ze deden en kon het voltallige bestuur aanblijven. Treinen naar Auschwitz vertrokken meestal in de nacht, het was ook een gruwel die het daglicht niet kon verdragen. Toch vroegen de bestuurders zich nimmer af wat er met al die mensen gebeurde, later ontkenden zij zelfs er ook maar ooit iets van te hebben geweten.

De Nederlandse Spoorwegen verdienden zelfs veel geld aan de transporten. Er werden duizenden wagons ingezet waar mensen als vee in werden geduwd, de NS heeft hier nooit tegen geprotesteerd. In twee jaar tijd vervoerden de NS 110.000 Joden naar het oosten van het land, de meesten naar kamp Westerbork, het doorvoerkamp van waaruit geïnterneerden naar Duitse concentratiekampen werden gebracht. Slechts een handjevol van hen kwam terug. Eind 1942 was het al lang bekend dat er zich vreselijke dingen afspeelden in de kampen.

Afbeeldingsresultaat voor Joden op transport in Westerbork"Op 3 september 1944 vertrok het laatste transport vanuit Westerbork naar Auschwitz

De NS lag er niet wakker van, sterker nog, zij legden een vertakking aan van het reguliere spoor naar het doorvoerkamp, want met Westerbork was er daarvoor nimmer een treinverbinding. Omdat de Duitsers betaalden per passagier was het voor de NS lucratief om op eigen kosten (!) een extra lijntje aan te leggen. Bijna honderd treinen zette de NS in en stuurden de Duitsers na iedere rit een factuur. Die werd netjes betaald. Het geld kwam echter niet van de Duitsers, maar van de Joden zelf, zij moesten voor hun eigen enkele treinreis naar de dood betalen.

Mark Rutte ‘Holocaust ontkennen moet kunnen

 

Joods actueel publiceerde juni 2009 een artikel waarin Rutte vond dat het ontkennen van de Shoah moet kunnen. ‘Enkel als de ontkenning van de Shoah tot geweld zou leiden, zou het bestraft moeten worden. Indien iemand de Shoah ontkend, kan je met deze persoon een discussie aangaan en hem van zijn ongelijk overtuigen, aldus Rutte.’ De voormalige leider van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) Ronny Naftaniel zei niet te begrijpen wat Rutte bezielde en reageerde op diens uitspraken: ,,Als je de doelbewuste ontkenning van de Shoah met woorden denkt te kunnen bestrijden, waarom doe je dat dan ook niet met lichte geweldplegingen, of met diefstal. Dit zou pas echt tolerant zijn. En hou dan ook op met dreigen Islamitische geestelijken het land uit te zetten, als ze onze democratie aanvallen. Het voortdurend gekwetst worden, is bovendien een pijnlijke ervaring voor de slachtoffers.

 

Het is de vraag of deze geestelijke pijn minder ernstig is, dan bijvoorbeeld het krijgen van slaag of de gevolgen van diefstal. Voor Shoah-slachtoffers en hun familie is het in ieder geval afschuwelijk te horen dat de moord op hun familie een leugen is. Of dat het een verzinsel is met het doel geld te krijgen. In zijn, op zichzelf begrijpelijke, streven godsdienstkritiek ongelimiteerd mogelijk te maken, is Mark Rutte veel te ver doorgeschoten. Als hij op de televisie zegt dat vanwege de vrijheid van meningsuiting het roepen van ‘Hamas, Hamas Joden aan het gas’ bij demonstraties mogelijk moet zijn, staat hij een samenleving voor, die in ieder geval voor heel wat Nederlandse Joden onleefbaar wordt” aldus Naftaniel. Tot nog toe werden Shoah ontkenners in Nederland vervolgd op grond van het haatzaaiende karakter van hun activiteiten.

Boekhouders van de Holocaust

Op 8 april 2020 verschijnt er een nieuw boek ‘Boekhouders-van-de-Holocaust’ over Nederlandse ambtenaren en collaboratie. Hierin schrijft Rob Bakker dat van meet af aan Nederlandse ambtenaren niet alleen gesprekspartner van de Duitsers, waren maar ook betrokken waren bij planning en uitvoering van de Jodenvervolging. Vrijwel alle van de 200.000 ambtenaren vulden tijdens de bezetting een ariërverklaring in, mede in navolging van ’s lands hoogste rechtscollege de Hoge Raad. Ambtenaren van de bevolkingsregisters in 1050 gemeenten registreerden 160.000 burgers van Joodse afkomst. Zoals een Nederlandse topambtenaar schreef aan de Duitsers tijdens de bezetting: ‘Bevolkingsboekhouding is dienen.’De Joodse burgers werden ontrecht door overheid en juristen, beroofd met medewerking van het bedrijfsleven, notarissen, makelaars en bemiddelaars. Nederlandse politieagenten haalden Joodse burgers uit hun huis. De Nederlandse Spoorwegen en gemeentelijke tramdiensten vervoerden de gedeporteerden. Nederlandse marechaussee en politie bewaakten de kampen. Na de oorlog moesten de Joodse overlevenden zich uit een ‘juridisch getto’ vechten om hun afgenomen bezittingen terug te krijgen.

Franklin ter Horst