Uit het nieuws 07-10-2019

Door: Franklin ter Horst

Directeur van Human Rights Watch vergelijkt IsraŽl met Iran en Irak

Human Rights Watch (HRW) is al jaren een spreekbuis van de internationle anti-IsraŽl kliek die de wereld in zijn greep heeft. Slechts af en toe vind er door deze club een veroordeling plaats van de Palestijnse Autoriteit zoals in mijn nieuwsbrief van 29-07-2019 inzake de martelpraktijken van het bewind in Ramallah. De huidige CEO en woordvoerder van Human Rights Watch Kenneth Roth meent de Joodse staat weer eens flink te moeten demoniseren door IsraŽl met landen als Irak en Iran te vergelijken die minderheden misbruiken. Hij is van mening dat niet-Joden in IsraŽl worden behandeld als tweederangs burgers. Zijn uitspraak staat echter volledig haaks op het feit dat vele Arabische burgers in IsraŽl prestigieuze posities bekleden aan universiteiten, in ziekenhuizen en andere locaties, evenals degenen die in het IsraŽlische leger dienen. Het zijn valse beschuldigingen want in IsraŽl hebben alle inwoners ĖJoden en Arabieren- gelijke rechten. IsraŽl kent volledige, politieke, religieuze en andere mensenrechten voor de hele bevolking. In IsraŽl heeft de Arabische bevolking wettelijk volledig gelijke rechten, en meer voorrechten dan de meeste etnische minderheden in de vrije wereld, van de aanwijzing van Arabisch als officiŽle taal tot de erkenning van niet-Joodse religieuze feestdagen.

Kenneth Roth vergelijkt IsraŽl met Irak en Iran.

Human Rights Watch (HRW) is een internationale niet-gouvernementele organisatie die zich richt op de aanpak van mensenrechtenschendingen. Het hoofdkwartier bevindt zich in New York; verder zijn er vestigingen in meerdere landen. HRW onderzoekt mensenrechtensituaties in landen over de hele wereld, rapporteert daarover en kaart bevindingen aan bij onder meer media, nationale regeringen en de Verenigde Naties. Maar HRW was al lang niet meer waarvoor het is opgericht. Het is van meet af aan bezig geweest de Joodse staat te demoniseren. De geloofwaardigheid van de organisatie staat al lange tijd ter dicussie waar het om IsraŽl gaat.

Zo was Amnesty reeds in 2001 betrokken bij het antisemitische Durban NGO Forum 2001,waarbij 160 landen vertegenwoordigd waren en waar de Boycott, Divestment and Sanctions (BDS-campagne) werd gelanceerd. In zijn openingstoespraak op dit Forum uitte de IsraŽl-hatende Kofi Annan de voormalige baas van de Verenigde Naties, zware kritiek op IsraŽl en maande hij de Joodse staat op te houden de ďholocaustĒ als excuus te gebruiken voor zijn daden: ,,We kunnen niet van de Palestijnen verwachten dat zij dit (de holocaust) accepteren als de reden dat hen zoveel onrecht wordt aangedaan: bezetting, blokkades en buitenrechtelijk doden", aldus Annan. Al tijdens de voorbereidingen klonk het antisemitisme en anti-IsraŽl geschreeuw luid uit de monden van Arabische en Islamitische elementen en werd vastgesteld dat zionisme een vorm van racisme is en dat Joden sowieso niet deugen. Durban ontaarde in een orgie van antisemitisme. Op boekentafels in het conferentiecentrum werden antisemitische werken verkocht, waaronder de "Protocollen van de Wijzen van Zion".

 

Onder de antisemitische folders die vrijelijk op de conferentie werden uitgedeeld was er een met een portret van Hitler en de tekst: ďWat was er gebeurd als ik had gewonnen? De goede dingen. Er zou geen IsraŽl zijn en geen Palestijns bloedvergieten.Ē Joodse en IsraŽlische sprekers werden het zwijgen opgelegd en gepest, en boycot- en demonisatiecampagnes werden gestart. In Durban onderschreven 1500 kerkelijke en mensenrechtenorganisaties, waaronder Amnesty International en Human Rights Watch, formeel het plan om IsraŽl als Ďapartheidsstaatí internationaal te isoleren, door Ďhet opleggen van bindende en alles omvattende sancties en embargoís, de volledige stopzetting van alle relaties (diplomatiek, economisch, sociaal, hulpverlening, militaire samenwerking en training tussen alle staten en IsraŽl í.

Duizenden militante moslims hielden demonstraties, waarin hakenkruizen, antisemitische prenten en leuzen werden meegedragen. Kritische opmerkingen in de richting van IsraŽl door de voormalige aartsterroristJasser Arafat en Kofi Annan, werden met lang en luid applaus door de plenaire vergadering ontvangen.

Tijdens ďOperatie Cast LeadĒ, eind december 2008, begin januari 2009 tegen de Palestijnse terreurbeweging Hamas, beschuldigde Human Rights Watch IsraŽl van wandaden en van het gebruik van witte fosfor in dicht bevolkte gebieden in Gaza. Zelfs het Rode kruis sprak deze beschuldiging tegen en verklaarde geen enkel bewijs te hebben gevonden dat IsraŽl witte fosfor gebruikt zou hebben. Ook beschuldigde Amnesty IsraŽl van een hele serie oorlogsmisdaden, waaronder ďWitte vlaggen moordenĒ. Het leger werd er onder meer van beschuldigd tijdens deze oorlog twaalf inwoners vermoord te hebben terwijl ze met witte vlaggen zouden hebben gezwaaid.Een bewezen regelrechte leugen!

Volgens de op 27 mei 2019 overleden en oprichter van Human Rights Watch Robert Bernstein, die van 1978 tot 1998 fungeerde als voorzitter, is de organisatie volledig de weg kwijt door het voortdurend bekritiseren van IsraŽl. Bernstein verwerpt de kritiek waarin IsraŽl ťťnzijdig beschuldigd wordt van het overtreden van de mensenrechten tijdens Operatie Cast Lead. Bernstein, zegt dat Human Rights Watch 'diegenen helpt, die IsraŽl als een paria staat willen afschilderen.' Volgens Bernstein negeert deze club in toenemende mate het belangrijke onderscheid tussen open en gesloten samenlevingen. 'Nergens is dit duidelijker dan in het Midden Oosten,' schrijft hij. 'De regio zit vol met autoritaire regimes waar de mensenrechten met voeten worden getreden. Toch heeft HRW de laatste jaren veel vaker IsraŽl veroordeeld dan enig ander land in de regio.' Bernstein wijst op het feit dat er in IsraŽl minstens 80 mensenrechtenorganisaties actief zijn, dat er een levendige vrije pers is en een democratisch gekozen regering, een rechterlijke macht die regelmatig uitspraken tegen de regering doet en dat er politiek actieve academici en verschillende politieke partijen zijn, en meer journalisten per hoofd van de bevolking dan in enig ander land ter wereld. Aan de andere kant zijn zowel het ayatollah Iraanse bewind als de meeste Arabische landen 'wreed, gesloten en autocratisch, en laten ze intern niet of nauwelijks andere meningen toe.'

Volgens Bernstein zou HRW van grote waarde kunnen zijn voor de inwoners van die landen, maar wordt de aldaar heersende slechte mensenrechtensituatie stelselmatig door HRW genegeerd, terwijl er wťl de ene na de andere klacht tegen IsraŽl wordt ingediend. 'HRW heeft het kritische perspectief verloren op een conflict, waarbij IsraŽl herhaaldelijk wordt aangevallen door Hamas en Hezbollah, organisaties die de burgers van IsraŽl als doelwit hebben en hun eigen burgers gebruiken als menselijke schildenĒaldus Bernstein.

 

Bernstein benadrukt dat de terreurgroepen Hamas en Hezbollah worden gesteund door Iran, dat al talloze malen heeft opgeroepen om IsraŽl en de Joden weg te vagen. Volgens hem is een dergelijke opruiing tot genocide een schending van de internationale Conventie ter Voorkoming en Bestraffing van de Misdaad van Genocide.'De huidige leiders van Human Rights Watch weten dat Hamas en Hezbollah ervoor kiezen oorlog te voeren vanuit dichtbevolkte gebieden, waarbij ze doelbewust wijken gebruiken als slagveld,' aldus Bernstein. 'Ze weten ook dat er steeds meer en betere wapens naar Gaza en Libanon worden gestuurd, en dat een nieuwe aanval in de lucht zit. En ze weten tevens dat deze oorlogszucht de Palestijnen blijft beroven van ieder vooruitzicht op een verdiend vreedzaam en productief leven.

 

Robert Bernstein (Afbeelding Times of Israel)

 

Bernstein merkt verder in zijn opiniestuk op dat er een verschil zit tussen fouten die worden gemaakt bij zelfverdediging en fouten die doelbewust worden begaan. 'In Gaza en verder overal waar er geen toegang is tot het slagveld of tot de militaire en politieke leiders die de strategische beslissingen maken, is het extreem moeilijk om een definitief oordeel te vellen over oorlogsmisdaden. De berichten zijn vaak afkomstig van ooggetuigen, wier verhalen niet geverifieerd kunnen worden en die mogelijk alleen getuigen voor politiek gewin of omdat ze bang zijn voor vergeldingsmaatregelen van hun eigen leiders.Alleen als teruggekeerd wordt tot de oprichtingsdoelen en tot de geest van nederigheid waarmee het ooit bezield was, kan Human Rights Watch weer opstaan als een morele kracht in het Midden Oosten en in de hele wereld. Zo niet, dan wordt haar geloofwaardigheid ernstig ondermijnd, en wordt daarmee aanzienlijk afbreuk gedaan aan haar belangrijke rol in de wereld.'

Terwijl Human Right Watch bij de media nog steeds een bepaalde status geniet, is deze spreekbuis van anti-IsraŽlische activisten haar ďmorele kompasĒ al lang geleden verloren. Ondanks allerlei absurde claims dat IsraŽl bewust burgerdoelen zou bombarderen, bombardeerd de Joodse staat juist een aantal strategische doelen niet vanwege de kans op burgerdoden. Maar deze feiten weerhouden de IsraŽlhaters van Human Rights Watch er niet van leugens tegenover feiten te plaatsen. Het is altijd pijnlijk om te ontdekken als een organisatie, die vrijheidslievende en liberale waarden verkondigt, niet datgene is wat zij pretendeert te zijn. Jarenlang werden er nauwelijks vragen gesteld over de van deze organisatie naar voren gebrachte beweringen Ė er vond ook geen systematische analyse van de activiteiten en effecten van HRW plaats. De afgelopen tijd werd er een serie gedetailleerde studies gepubliceerd, die het verschil tussen de beweringen van HRW aan het publiek en de werkelijkheid heel duidelijk aan het licht brengt.

De systematische analyse van de activiteiten van HRW in het Midden-Oosten door de organisatie NGO Monitor laat een voortdurende verschil in geloofwaardigheid zien tussen de algemeen geldende morele doelen  van HRW en haar daadwerkelijke politieke agenda betreffende het Midden-Oosten, waartoe een obsessieve focus op IsraŽl en de verwerpelijke samenwerking met brutale dictaturen behoren. Ondanks talrijke herhalingen van dreiging met genocide door het Iraanse regime voelt HRW zich niet geroepen om deze en andere vormen van haat zaaien te veroordelen.

Een onderzoek van de gastcommentaren, persconferenties en andere activiteiten van HRW laat omvangrijke campagnes zien, waarin IsraŽlische reacties op de terreur als oorlogsmisdaden worden uitgelegd terwijl de Palestijnse terreuraanvallen bij hoge uitzondereing werden veroordeeld. Het eerste rapport over zelfmoordaanslagen publiceerde HRW in november 2002, bijna anderhalf jaar na de gruweldaden van discotheek ďDolphinariumĒ in Tel Aviv. Op 1 juni 2001 blies een zelfmoordterrorist zich op buiten de Dolphin discotheek in Tel Aviv. Daarbij kwamen 21 teenagers om het leven en raakten er 132 gewond. Zeventien vonden onmiddellijk de dood en vier stierven later aan hun verwondingen. De wandelende zelfmoordbom mengde zich tussen een grote groep teenagers die in de rij stonden te wachten om in de discotheek binnengelaten te worden. Terwijl hij zich in de rij wachtenden bevond, blief hij zichzelf op. De bom bevatte een grote hoeveelheid metalen objecten- inclusief metalen balletjes en schroeven- gemaakt om er zoveel mogelijk slachtoffers mee te maken. Het merendeel van de teenagers waren jongeren uit de voormalige Sovjet Unie.

Zelfmoordaanslag op Dolphin discotheekin Tel Aviv op 1 juni 2001

Als reactie op deze aanslag bedacht de leider van HRW, Ken Roth, de uitvlucht, dat de universele standaards van de mensenrechten alleen voor landen en niet voor terreurorganisaties zou gelden zodat Jasser Arafat en zijn moordende bendes volledig buiten schot bleven.

In plaats daarvan kwam HRW opnieuw tot campagnes met aanvallen en beschuldigingen tegen IsraŽl, waaronder beschuldigingen van ďoorlogsmisdadenĒ tijdens de operatie van het IsraŽlische leger tegen het centrum van zelfmoordactivisten in Jenin.

De valse beweringen aan het adres van IsraŽl zijn een regelmatig terugkerend bestanddeel van Human Rights Watch.Zo berustte het Jenin-conflict, het conflict van IsraŽl met Hezbollah in het jaar 2006 (Kana-incident) en de Gazaoorlog van 2008/2009, op valse beweringen. Deze oorlog vond zijn weerslag in het intussen gediscrediteerde Goldstone-rapport. Op 30 januari 2012 werd hoogste gerechtshof van IsraŽl in een gepubliceerde verklaring door HRW beschuldigt de mensenrechten te ondermijnen. Deze droevige balans duurt voort tot op de dag van vandaag.

Reeds vanaf 1996 was de voormalige vice-directeur van de afdeling Midden-Oosten en Noord-Afrika, Joe Stork een uitgesproken vijand van IsraŽl en dus uitermate geschikt om een hoge functie in HRW te vervullen.

 

Joe Stork

 

Hij stond jaren voor zijn aanstelling zelfs achter de Palestijnse moordparij op de IsraŽlische deelnemers aan de Olympische Spelen in MŁnchen in 1972. Al in de jaren í70 publiceerde deze figuur artikelen waarin hij steeds opnieuw het bestaansrecht van IsraŽl aanviel. Hij wees onder andere ook onderhandelingen van de ĎPalestijnení met IsraŽl af, want Ėzo redeneerde hij Ėdat zou een erkenning van het bestaan van IsraŽl betekenen. In 1976 nam hij aan een conferentie in Irak deel waar Saddam Hoessein hem voor had uitgenodigd. De ontmoeting vond plaats naar aanleiding van de eerste verjaardag van de VN-resolutie die het zionisme tot racisme verklaard had. Stork trad op deze conferentie naar voren als een van de grootste voorstanders van de terreur van Jasser Arafat en zijn genocidale bende.

 

Er is sprake van een totale teloorgang van HRW als een morele en belangrijke organisatie voor de bevordering van de mensenrechten en andere algemeen geldende principes.

Franklin ter Horst