Uit het nieuws 06-08-2018

 

Door: Franklin ter Horst

Met dank aan het Bijbelstudieteam Simonida Dijkhuis-Nijhof en Jur van Calkar voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

 

De openbaring van Johannes (deel 38)

Openbaring 14 (deel 2)

De 144.000 zijn volgelingen van het Lam, en aan het voortvloeisel daarvan: kuisheid en reinheid

 

Dit zijn degenen van wie gezegd wordt dat zij zich niet met vrouwen hebben afgegeven maar maagdelijk zijn gebleven. De maagdelijkheid van de 144.000 houdt in dat zij- in tegenstelling tot de volgelingen van het beest niet met afgoden gehoereerd hebben. Het woord “maagden” lijkt hier te duiden op ongereptheid en geestelijke reinheid, in tegenstelling tot de religieuze hoererij van de wereld onder het Beest en de “grote hoer” van Babel. Zij hebben zich niet met Babylon bevlekt. Het is een teken Gods tegenover de geestelijke vuilheid, als merkteken van de draak, de beesten en hun volgelingen. Ook wordt er nog Evangelie gepredikt, is er nog genadetijd:

 

Openbaring 14:6 En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie

 

Zij zijn maagdelijk, wat in geestelijke zin rein betekent en niet de sekse aanduidt, daar in geestelijke zin zowel mannen als vrouwen maagdelijk kunnen zijn. Zij behoren duidelijk niet tot de aanbidders van het beest. De regering van het beest is een regering van ontucht en hoererij; geestelijk als afgoderij en ook letterlijk als wetteloosheid. De antichrist is de wetteloze, die Gods Woord vertrapt. De 144.000 hebben daar in geen enkel opzicht deel aan.

 

2 Thessalonicenzen 2: 8-9-10-11-12 “Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here [Jezus] doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt. Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.

 

De 144.000 hebben zich niet bevlekt, zomin met lichamelijke als met geestelijke hoererij. Zij hebben hun liefde aan geen ander dan het Lam gegund. Ze zijn uit de mensheid vrijgekocht om als de eerste opbrengst (eerstelingen) te worden aangeboden aan God en aan het Lam. Volharding is hun kenmerk tijdens de Grote Verdrukking. Nadat ze het Lam gevolgd zijn in hetzelfde lijden, zullen ze Hem ook volgen in de heerlijkheid van het koninkrijk. De gelovigen uit Israël en de volkeren, die allemaal uit de grote verdrukking komen, zullen in het duizendjarig rijk een heel aparte plaats innemen. Van het ongehoorzame Israël wordt gezegd:

Jeremia 2:20 “Want van ouds hebt gij uw juk verbroken, uw banden verscheurd, en gezegd: Ik wil niet dienstbaar zijn. Want op elke hoge heuvel en onder elke groene boom legt gij u in ontucht neder.”

Dit is beeldspraak en verwijst naar de afgoderij van het volk. De afgoden worden hier voorgesteld als overspelige vrouwen. Hier tegenover staat:

2 Corinthiërs 11:2 “Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen.”

De verzegelden zijn onberispelijk en er komt geen leugen over hun lippen. Er valt niets op hen aan te merken. Dat is een heel zware weg, want het is echt niet gemakkelijk om Jezus/Yeshua te volgen, nu al niet - laat staan in de tijd van de Grote Verdrukking!!! Maar het is een weg die uitkomt bij God, in heerlijke veiligheid. De 144.000 verzegelden dragen Zijn naam en die van Zijn Vader op hun voorhoofden. Zo wordt duidelijk dat ze bij Hem horen, want zij zijn uitverkoren kinderen van God en waardige vertegenwoordigers van Zijn volk Israël, dat door Hem veilig gesteld en bevrijd is!

Het is een afgezonderde groep. In alles zijn de verzegelden uit Israël een tegenstelling van het grote Babylon, waarvan de ondergang duidelijk geprofeteerd wordt. Een stad die zo verdorven is dat “heiligen”, apostelen en profeten” van vreugde jubelen wanneer God er een eind aan maakt en haar uiteindelijk berecht:

 

Openbaring18:20 “Wees vrolijk over haar, gij hemel en gij heiligen, en gij apostelen en profeten, want God heeft uw rechtszaak tegen haar berecht.”

 

Tegenover het verloren gaan van de aanbidders van het beest, staan de 144.000 als degenen die het Lam volgen, waarheen het gaat. Alles wat uit de monden van de beesten en hun gevolg komt, is leugen en bedrog, maar in de monden van de 144.000 is geen bedrog gevonden. Dit herinnert aan de woorden van de profeet Sefanja:

Sefanja 3:13 “Het overblijfsel van Israël zal geen onrecht doen noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedrieglijke tong gevonden worden, want zij zullen weiden en nederliggen, zonder dat iemand hen verschrikt.”

Zoals de offerdieren in de tempel zonder gebrek moesten zijn, dus onberispelijk, zo zijn deze Joodse gelovigen ook onberispelijk. Dat wil niet zeggen dat zij zonder zonde zijn, maar net als Abraham en vele anderen uit de Bijbel: zich strikt houdend aan de geboden van God. Zo zijn deze 144.000 volkomen aan God toegewijd. In alles zijn deze verzegelden uit Israël een tegenstelling van het grote Babylon, waarvan de ondergang in dit hoofdstuk reeds vooruit geprofeteerd wordt.

Het gaat bij deze 144.000 niet alleen om mannen. Vrouwen worden hier beslist niet als onreine wezens gezien! Dat zou immers in strijd zijn met de Bijbelse boodschap. In de Bijbel wordt het huwelijk juist geprezen. Tegenover 'het Lam' staan hier 'onreine vrouwen'. Wie worden met de onreine vrouwen bedoeld? Kuisheid of maagdelijkheid betekent niet dat men de ongehuwde staat hieronder moet verstaan. Het is op zichzelf niets anders dan onbezweken trouw aan God. Het zou namelijk best mogelijk kunnen zijn dat men daarbij meer moet denken aan de richtlijnen met betrekking tot seksuele onthouding die God heeft opgesteld in verband met de priesterdienst. Dat is echter geen celibaat, maar een onthouding van tijdelijke aard. De priesters mochten, als zij dienst in de tempel deden, geen omgang met vrouwen hebben omdat men na een zaadlozing immers onrein is tot de avond en een priester in zijn onreinheid het heiligdom niet mocht naderen, laat staan binnen gaan.

Het is dus zonder meer denkbaar dat de 144.000 uitverkorenen door hun zegel op het voorhoofd zich om deze reden zich niet met vrouwen hebben bevlekt. De 144.000 verzegelden bevinden zich in staat van oorlog met het leger van de antichrist en daarom is het ook zonder meer denkbaar dat voor hen ook de richtlijnen met betrekking tot seksuele onthouding die God heeft opgesteld voor de oorlogsvoering van toepassing zijn.

Ook koning David en zijn manschappen hielden zich volgens Samuël aan deze voorschriften dat de mannen die oorlog voerden geacht werden, geen omgang met vrouwen te hebben zolang ze in actieve dienst waren:

1 Samuël 21:4-6 Daarop antwoordde de priester David: Ik heb geen gewoon brood voorhanden, maar er is wel heilig brood; als de manschappen zich maar van de vrouwen onthouden hebben.”

 

David antwoordde de priester en zei:

 

“Zeker, de omgang met vrouwen is ons, evenals vroeger, ontzegd, wanneer ik uittrek, de wapens der manschappen zijn heilig, en al is dit een ongewijde tocht, niettemin is hij heden heilig door de wapens. Toen gaf de priester hem het heilige brood, omdat er geen ander was dan het toonbrood dat men gewoon is voor het aangezicht des Heren weg te nemen, om op de dag dat men het wegneemt, vers brood neer te leggen.

De seksuele onthouding is slechts van tijdelijke aard, want een volledig celibaat zoals in de rooms-katholieke Kerk kent het Jodendom niet, want deze onthouding betekent dus op geen enkele wijze een miskenning van de seksualiteit, maar wel een grondbesef dat het heilige en het seksuele uit elkaar gehouden moeten worden. Deze onthouding is daarom niet moreel, maar ritueel van aard.

De aankondiging van het oordeel

Openbaring 14: 6 t/m 8 “En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie: en hij zeide met luider stem: Vreest God en geeft Hem eer, want de ure van zijn oordeel is gekomen, en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft.”

 

Na het intermezzo van de 144.000 verzegelden met het Lam op de berg Sion wordt de beschrijving der gerichten- die nu hun hoogtepunt naderen met de grote oogst, de slag bij Armageddon, de val van Babylon en de “grote hoer”- nog niet voortgezet. Wel worden nieuwe oordelen aangekondigd, en dat in een tijd waarin de twee beesten de volle maat van hun ongerechtigheid naderen. Een opmerkelijke bijzonderheid is dat dit aanzeggen van de laatste oordelen gepaard gaat met een laatste waarschuwing tot bekering.

De eerste engel

Zeer opmerkelijk is dat een engel het genoemde evangelie, deze goede tijding verkondigen moet. God is rechtvaardig en gaat tijdens deze periode, waarin het evangelie van het komende koninkrijk nauwelijks meer verkondigd kan worden, zelfs drie engelen gebruiken om de wereld nogmaals te waarschuwen. In het allerlaatste dieptepunt van de gerichten en de ongerechtigheid gaat de hemel spreken, door de dienst van engelen. Hij kondigt het oordeel over alle volken aan. Tevens roept hij de volken op aarde op om God te aanbidden. De eerste engel vliegt als eerste in een reeks van zes machtige engelen, hoog aan de hemel zodat hij mogelijk voor iedereen zichtbaar zal zijn vergelijkbaar met de arend in Openbaring 8:13. Deze eerste engel kondigt geen oordelen aan, zoals de arend, maar goed nieuws. Hij heeft een eeuwig evangelie dat zo belangrijk is, dat alle mensen die nog op aarde zijn overgebleven die niet God, maar het beest de eer geven het moeten horen. Tegen alle leugens en het gebral van de beesten schalt hier Gods-stem over de aarde en wordt de waarheid nog eenmaal uitgeroepen. Toch gebeurt deze aankondiging niet zonder meer, want eerst komt de uitnodiging; “Vreest God en geeft hem heerlijkheid, want het uur van Zijn oordeel is gekomen; en aanbidt Hem, die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen gemaakt heeft”. Maar uit het vervolg blijkt, dat deze uitnodiging niet aanvaard wordt, waarna van toepassing wordt, wat God eens tot Zijn eigen volk zei:

 

Jesaja 63:10Maar zij waren wederspannig en bedroefden zijn heilige Geest; daarom veranderde Hij voor hen in een vijand.”

 

In een tijd waarin van God nauwelijks sprake meer is en waarin zijn woord niet meer verkondigd wordt, herinnerd dit eeuwig evangelie eraan dat er in de hemel een Schepper en Heer van alle dingen bestaat. Het gaat hier niet om een evangelie, dat ieder die in de Jezus/Yeshua gelooft voor eeuwig behouden is. Het is de boodschap van het einde; van redding en rust voor de ene mens, de gelovige en oordeel en straf voor de andere mens, voor de ongelovige. Dit evangelie houdt zelfs de val en het oordeel van Babylon in!

 

2 Corinthiërs 2:15-16 “Want wij zijn voor God een geur van Christus, onder hen die gered worden, en onder hen, die verloren gaan; voor dezen een doodslucht, ten dode,voor genen eersten een levensgeur ten leven. En wie is tot zulk een taak bekwaam?”

 

Het is in feite een laatste oproep aan de mensheid om tot inkeer te komen, omdat nu spoedig Gods oordeel zal komen en er geen redding meer mogelijk is. Buig voor de oordelende God en wendt u af van de Babylonische afgodendienst van de twee beesten. Het gaat hier dus duidelijk niet over een evangelie der genade maar een gerichtsevangelie: de aankondiging van het eindoordeel. Dit evangelie is gericht tot een mensheid die reeds talrijke vreselijke gerichten achter de rug heeft maar desondanks in hun satanische haat God uitdaagt. Nu onder het zevende zegel, in de tijd van de antichrist, is het oordeel gaande. Op de door de antichrist en zijn valse profeet beheerste aarde kan het evangelie de ontaarde mensen niet meer bereiken.

 

De wereld kan dan ook nooit stellen dat zij onvoorbereid haar ondergang tegemoet is gegaan. Hier wordt het woord evangelie aangeduid om een naderend onheil aan te kondigen. Er is geen sprake meer van liefdevolle aandrang maar hier wordt een laatste appèl gedaan op de volken God te vrezen, omdat Zijn oordeel is gekomen.

 

De tweede engel

 

Openbaring 14:8 “En een andere, een tweede engel, volgde zeggende: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de hartstocht zijner hoererij al de volkeren heeft doen drinken.”

 

De gebeurtenis die hier behandeld wordt, speelt zich pas later af. De tweede engel kijkt al vooruit in de toekomst en ziet wat nog gebeuren moet. Hij proclameert de val van Babylon de stad van al het kwaad.

 

De val van Babylon

 

Babylon heeft de volkeren namelijk tot afgoderij verleid, wat hier als hoererij wordt voorgesteld. De tweede engel drukt als het ware zijn vreugde uit over de val van Babylon in het dubbele “Gevallen, gevallen”. Ook Jesaja noemt dezelfde woorden:

 

Jesaja 21:9 “…zie, daar komt een troep mannen, een stoet ruiters, twee aan twee. Toen hief hij aan en zeide: Gevallen, gevallen is Babel, en alle gesneden beelden van zijn goden heeft Hij ter aarde verbrijzeld.”

 

Chronologisch gezien zal de kwestie Babylon pas in Openbaring 17 en 18 behandeld worden en het oordeel over hen die het beest aanbeden hebben, zal pas in Openbaring 19  plaatsvinden. Babylon staat tegenover Jeruzalem en na alle “successen”van de beestmensen is nu het uur van het oordeel aangebroken en wordt in het tweede deel van hoofdstuk 14 globaal de uitvoering van dat oordeel beschreven. Hoewel de Zoon des mensen nog niet persoonlijk op aarde is gekomen voor de beslissende eindslag, is Zijn aanwezigheid voor ieder, ook voor de goddelozen, geen twijfelpunt meer. Het verzet tegen Zijn aanwezigheid en Zijn komst is openlijk. De strijd gaat nu om Jeruzalem.

 

Zacharia 12:3 Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. En alle volkeren der aarde zullen zich daarheen verzamelen.”

 

Het grote Babylon is met een waas van geheimzinnigheid omgeven. Zelfs haar naam is een geheimenis. Het oude Babylon, was het type van een goddeloze macht, die het volk Gods verdrukte en daarom verdelgd werd:

 

Jeremia 51:7-8-9 “Babel was in de hand des Heren een gouden beker die de gehele aarde dronken maakte; van zijn wijn dronken de volken, daardoor werden zij verdwaasd. Plotseling is Babel gevallen en gebroken, jammert om hem! Haalt balsem voor zijn pijn, misschien is het te genezen. Wij hebben Babel trachten te genezen, maar het is niet te genezen; verlaat het en laten wij gaan, een ieder naar zijn land; want tot de hemel reikt zijn oordeel en het verheft zich tot de wolken.

Babel is de stad van de wetteloosheid, hetgeen zich uit in zwarte en witte magie, toverij, astrologie. Babel is de bron van afgoderij en hoererij. De val van Babylon moet op dit moment nog komen. Zijn val wordt echter reeds als een voldongen feit genoemd. Dit maakt duidelijk, dat deze val zeker zal komen. Dit Babylon houdt zich bezig met het dronken voeren van “al de volkeren”met de wijn van de hartstocht van haar hoererij. Dit Babylon heeft alle naties van de wijn van haar hoererij te drinken gegeven, en wie ervan gedronken heeft, zal ook drinken van de ongemengde wijn in de drinkbeker van Gods toorn. Daarover in Openbaring 14:10 meer.

Ook blijkt nu dat ook het beest en zijn aanbidders zullen worden geoordeeld. De naties die eerst de wijn van Babylons hoererij gedronken hebben, drinken nu de wijn van Gods grimmigheid. De uitdrukking “de wijn der gramschap van haar hoererij”omvat twee gegevens. In de eerste plaats dat Babylon alle volken is voorgegaan in de hoererij en de ontucht, waarbij “hoererij”letterlijk en figuurlijk als afgoderij moet worden opgevat. In de tweede plaats verzinnebeeldt de wijn hier het bedwelmende genot als een satanische tegenhanger van de wijn waarmee het kostbare bloed van Jezus/Yeshua wordt uitgebeeld. De gelovigen wordt met klem op het hart gedrukt te volharden tot de dood, want zalig de doden die in de Here sterven. Dit geldt in het bijzonder de gelovigen van het laatste uur.

Uit het voorgaande is al gebleken wat deze hoererij in Bijbelse zin inhoudt: overspelig afwijken van God.

 

1 Samuel 15: 23Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij en ongezeggelijkheid is afgoderij en dienen van terafim. Omdat gij het woord des Heren verworpen hebt, heeft Hij u verworpen, zodat gij geen koning meer zult zijn.

 

Dat zal straks in wereldformaat gebeuren en het grote Babylon is daar het meest schuldig aan. Gelukkig wordt hier bij voorbaat aangekondigd, dat dit grote Babylon snel aan haar einde zal komen. De tweede engel ziet dit gebeuren profetisch al als voltooid. Elke afgodendienaar ‘zal gepijnigd worden met vuur en zwavel’, dat wil zeggen met de eeuwige pijnigingen van de poel van vuur, ten aanschouwen van de heilige engelen en het Lam. En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid. Dat is het eeuwige lot van de beest-aanbidders, en zij hebben dag en nacht geen rust.

 

 

Franklin ter Horst