Tweede intifada door Arafat georkestreerd

 

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 10 oktober 2000) (Laatste bewerking: 27 november 2016)

De mislukte onderhandelingen in Camp David

Tijdens de bijeenkomst in juli 2000 in Camp David onder leiding van de voormalige Amerikaanse president (slick Willy) Bill Clinton, bood de IsraŽlische regering van Ehud Barak PLO-terrorist Jasser Arafat een eigen staat aan in Gaza en op 95% van IsraŽls aloude thuisland, de Bijbelse gebieden Samaria en Judea. Daarnaast was IsraŽl bereid zowel het oostelijk deel van Jeruzalem als ook de Tempelberg op te geven. Het leger zou uit dit gebied vertrekken, met uitzondering van een klein aantal strategisch gelegen dorpen w.o. AriŽl en Maíale Adomien. Ehud Barak kwam Arafat verder tegemoet dan al zijn voorgangers bij elkaar-inclusief Rabin en Peres. Bill Clinton was volledig op de hoogte van Arafats plannen IsraŽl te willen vernietigen, zijn jarenlange betrokkenheid bij moordpartijen op onschuldige IsraŽlische burgers en andere terroristische aanslagen, desondanks dwong hij IsraŽl naar de onderhandelingstafel.

Camp David: Barak-Clinton-Arafat

Juist onder Clintons regeerperiode kreeg Arafat alle vrijheid de Oslo-akkoorden met voeten te treden, maar om het nep Oslo-proces niet te frustreren werd alles door de vingers gezien. In het boek "The High Cost of Peace" schrijft de auteur Yossef Bodansky dat Clintons activiteiten hebben geleid tot de dramatische terroristische aanslagen die de wereld ooit gezien heeft. Hij heeft ervoor gezorgd dat de Arabische wereld zich vijandiger is gaan opstellen t.o.v. het westen. Hij dwong IsraŽl de terrorist Mohammed Atta -die een gevangenisstraf uitzat vanwege een bloedige aanslag op een bus in 1986- vrij te laten. Deze Atta was ťťn van de terroristen die op 11-9-2001 betrokken was bij de aanslagen op de Twin Towers in New York.

Gedurende het Camp David overleg aanvaarde IsraŽl alle door Bill Clinton opgedrongen voorstellen en was de IsraŽlische regering bereid een PLO-staat te erkennen. Daarmee werd de belangrijkste eis van Arafat ingewilligd. Prins Bandar, namens Saoedi-ArabiŽ- aanwezig bij de onderhandelingen-sprak van een geweldig aanbod van de kant van IsraŽl. Hij waarschuwde Arafat: ďAls je dit weigert, is het geen tragedie, dat is een misdaad.Ē Maar Arafat zei nee, ondanks de verregaande concessies van IsraŽl omdat hij weigerde van het zogenaamde recht op terugkeer van de Arabische vluchtelingen naar het huidige IsraŽl af te zien. Barak wilde een beperkt aantal van 70.000 Arabieren toelaten, maar dat vond Arafat niet genoeg. Zijn plan was er 3 miljoen naar IsraŽl te sluizen en zodoende langs demografische weg het einde van de staat IsraŽl naderbij te brengen. De onderhandelingen werden zonder enig resultaat op 25 juli 2000 afgesloten waarbij Arafat door Clinton als schuldige werd aangewezen.

Arafat liet de top mislukken want hij was niet naar Camp David gekomen om een overeenkomst te bereiken. Het is nooit zijn bedoeling geweest om tot een akkoord met IsraŽl te komen. De dag na de top riep hij alweer dat het bezit van Jeruzalem desnoods met geweld bereikt diende te worden en op 27 juli 2000 zei hij in een interview in de Engelstalige Saoedische krant "Saudi Gazette": ,,Vrede, stabiliteit en veiligheid kunnen in het Midden Oosten niet worden hersteld zonder de terugkeer van Jeruzalem onder volledig PLO-bestuur en als de hoofdstad van de ĎPalestijnse staatí. Dat is wat wij duidelijk hebben verklaard en waar wij op staan. Wij zullen geen enkele andere rol of status accepteren dan volledige soevereiniteit over Jeruzalem. Grote veldslagen liggen voor ons, laten wij ons daarom voor Allah en het gehele ĎPalestijnseí volk verplichten dat wij onze belofte nakomen. Een eed is een eed en een belofte is een belofte. De hele wereld staat aan onze kant, en IsraŽl staat hopeloos alleen.Ē Inderdaad kon Arafat zich verheugen op een grote schare supporters wereldwijd, waaronder kerkelijke machthebbers en wereldleiders.

Hij heeft nooit de kansen gepakt die hem van IsraŽlische zijde zijn aangeboden op een eigen PLO-staat. IsraŽls toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Shlomo Ben-Ami, verklaarde later ook dat Arafat van meet af aan niet van plan is geweest echte vrede met IsraŽl te sluiten. Arafat had bindend verklaard terroristen strafrechtelijk te vervolgen en te arresteren. Nauwelijks terug van Camp David liet hij de grootste boeven uit de gevangenissen vertrekken of na hun veroordeling onmiddellijk weer op vrije voeten stellen. Vlak voor het begin van de 2e Intifada werden nagenoeg alle al veroordeelde terroristen die direct aan de planning en uitvoering van terreuraanslagen tegen de IsraŽlische bevolking deelgenomen hebben, vrijgelaten. Oorlogsmagazijnen waren al ruim van tevoren ingericht met wapens en munitie, met voedsel, water en olie en generatoren.

De bevolking werd in de media en in moskeeŽn opgehitst tot het aangaan van een gewelddadige confrontatie met IsraŽl waardoor de zaak volledig escaleerde. Als start voor de opstand liet Arafats goed geoliede propagandamachine via pamfletten de leugen verspreiden dat IsraŽls premier Ariel Sjaron op 28 september 2000 de eerste steen had gelegd voor de bouw van een Joodse Tempel op de Tempelberg.

Ariel Sjaron bezoekt de Tempelberg

"Revolutie tot de overwinning" klonk de alom gehoorde kreet en oorlog aan de zionistische bezetter. Ook de rest van de wereld raakte in rep en roer en haastte zich Sjarons bezoek te veroordelen als een ernstige provocatie. Het bezoek van Sjaron aan de Tempelberg was echter van tevoren met Arafat en trawanten overlegd. Bovendien waren Arafats volgelingen al een week voor Sjarons bezoek aan hun nieuwe reeks gewelddadigheden begonnen.

En geheel volgens planning stuurde Arafat zijn hellehonden de straat op om IsraŽliís te vermoorden. Hanai al-Hassan, een hoge adviseur van Arafat verklaarde al in de zomer van 2000 dat er een nieuwe intifada op stapel stond en dat deze niet alleen met stenen zou worden uitgevochten, maar dat er een heel scala aan nieuwe wapens ingezet zou worden. Ook de IsraŽlische veiligheidsdiensten en de media berichtten al een paar maanden voor het begin van de opstand dat het bewind een nieuwe intifada aan het voorbereiden was. Dat IsraŽls berichtgeving niet slechts berustte op verzinsels werd uit onverwachte hoek bevestigd. Ook de christenen moesten het ontgelden. Christelijke begraafplaatsen werden verwoest, telefoonverbindingen naar kerken doorgesneden christenen uit hun huizen verdreven, vermoord, verkracht, stelselmatig vervolgd, gemolesteerd en geÔntimideerd. Met name de Fatah-Tanziem terreurbeweging onder leiding van Marwan Barghouti zaaide tussen 2000-2002 doodsangst onder de christelijke bevolking van onder meer Bethlehem en Beit Jala, een dorp nabij Bethlehem. Op 15 april 2002 werd Barghouti opgepakt door een speciale eenheid van het IDF in het al-Bireh district van Ramallah. Op 20 mei 2004 begon het proces voor een IsraŽlische rechtbank en op 6 juni 2004 werd hij veroordeeld tot vijf maal levenslange gevangenisstraf voor de moord op 66 IsraŽlis plus 40 jaar gevangenisstraf voor poging tot moord.

Op 2 maart 2001 zei Imad Faluji, PLO-minister van communicatie op een PLO bijeenkomst in het Ein Hilwe Ďvluchtelingenkampí in Zuid Libanon, dat deze intifada niets van doen had met Sjarons bezoek aan de Tempelberg, maar dat de voorbereidingen voor de nieuwe opstand tegen IsraŽl al in juli 2000 waren begonnen, na het mislukken van de top in Camp David tussen Clinton, Barak en Arafat. Falouji noemde het een vergissing te denken dat de opstand was uitgelokt door het bezoek van Sjaron aan de Tempelberg, zoals de PLO-nazi-propagandamachine en de wereldse media de wereldburgers steeds hebben voorgehouden. De eerder genoemde Marwan Barghouti vertelde de Jeruzalem Times in juni 2001, dat de start van de Intifada niets te maken had met Sjarons bezoek aan het Tempelplein. De vroegere PLO-minister Nabil Amer stelde Arafat verantwoordelijk voor het bloedvergieten en de chaos in de door hem bestuurde gebieden. Hij beschuldigde Arafat ervan het Camp David overleg te hebben laten ploffen en zijn volk van catastrofe naar catastrofe te hebben geleid. In 2002 verscheen in het Arabische dagblad Al-Sharq Al-Awsat, dat in Londen verschijnt, een serie artikelen van een Arabische diplomaat onder de naam Abu Ahmad Mustafa. Hij schrijft dat de intifada uiteindelijk een misdaad tegen de eigen bevolking opleverde.

Fatah-terreurleider Marwan Barghouti

Op 26 december 2012 vertelde Suha Arafat op Dubai-tv dat haar man de 2e intifada beraamde kort na het mislopen van het Camp David overleg in juli 2000. Tijdens een interview met de Turkse krant Sabah onthulde zij dat het leven met haar man een ďHelĒ voor haar was. Zij vergeleek zijn woede uitbarstingen als een gang door een mijnenveld voor haar. Op zijn verzoek was zij na haar huwelijk van het christendom overgegaan naar de islam. Zij zegt meer dan honderdmaal een verzoek te hebben gedaan van hem te scheiden, maar dat werd steeds door hem geweigerd.

Tijdens het begin van de intifada gaf Arafat de terreurbeweging Hamas de opdracht tot het uitvoeren van een serie Ďmilitaire operatiesí in het hart van de Joodse staat. Dit is op 28 september 2010 bekend gemaakt door Hamasleider Mahmoud Zahar. Het ging om zelfmoordaanslagen op IsraŽlische burgers. Dit was de eerste keer dat een leider van Hamas onthulde dat diverse door Hamas gepleegde zelfmoordaanslagen gedurende de 2e intifada waren uitgevoerd in opdracht van Arafat. Alleen al tussen september 2000 en juli 2002 zijn er 13.494 terroristische aanslagen gepleegd. Daarbij zijn 385 burgers en 176 militairen om het leven gekomen waarvan er 15 zijn gelyncht. November 2000 was de meest gewelddadige maand met 1134 aanslagen. De meest bloedige maand was maart van dat jaar met 136 doden.

De ďMoloch cultusĒ waarbij in oude tijden kinderen werden geofferd, werd door Arafat weer nieuw leven ingeblazen. Arafat noemde zijn kleine martelaren de " Generaals van de stenen ". De wereldleiders lieten geen enkel protest horen tegen de afschuwelijke moordpartijen door wandelende zelfmoordbommen op onschuldige IsraŽlische burgers. Integendeel, ze bleven het verachtelijke moorddadige en corrupte geboefte in Ramallah gewoon met honderden miljoenen steunen. En nog steeds vloeien er miljoenen in de zakken van deze misdadigers. Wat waren ze dol op de massamoordenaar Jasser Arafat wiens handen dropen van het bloed van zijn onschuldige slachtoffers. Wat een kransen op zijn graf. Wat een haat, wat een woedende gezichten richting IsraŽl en wat een smerige leugenachtige rapporten. De media maakte aan de lopende band berichtten wereldkundig die rechtstreeks afkomstig waren uit de leugenachtige PLO-propagandamachine. Arme wereldleiders die meehelpen het volk van IsraŽl te vervloeken. De gevolgen zullen verschrikkelijk zijn. Wegkruipen in holen zal straks niet meer helpen!

In een uitzending van de PLO-tv op 26 januari 2002, riep Arafat op Jeruzalem te bevrijden: ďJa, broeders, met onze ziel en ons bloed zullen wij u bevrijden, O Palestina. Dit is de wens van de bevolking die uitmunt in kracht. Dit is onze geheime afspraak. Wij zijn klaar om deze taak te volbrengen. Allah is groot. Glory aan Allah en zijn profeet. Jihad, jihad, jihad, jihad, jihad, totdat Jeruzalem van de Joden is bevrijd.Ē Terwijl de moordpartijen op onschuldige IsraŽlische burgers volop aan de gang waren riep de terreurbaas plotseling in een ingezonden brief in de New York Times op, de vredesonderhandelingen te hervatten en schreef hij dat de daders van de terreuraanslagen op burgers in IsraŽl zijn volk niet vertegenwoordigden: ďhet zijn terroristische organisaties en ik ben vastbesloten hun activiteiten te beŽindigen.Ē Maar deze uitspraak was niets anders dan een waardeloze publiciteitsstunt.

Ehud Barak noemde op 3 juli 2002, in zijn eerste officiŽle interview na zijn ambtsperiode als premier van IsraŽl, Arafat een serieleugenaar en de Amerikaanse bemiddelaar Anthoni Zinni omschreef Arafat als de meest onbetrouwbare persoon die hij in zijn leven had ontmoet. De voormalige New Yorkse burgemeester Rudy Giuliani noemde hem een moordenaar en een terrorist. Giuliani gaf daarbij als voorbeeld de schandalige moordpartij op de gehandicapte Leon Klinghoffer de Amerikaan die werd vermoord tijdens de kaping van de Achille Lauro.

Leon Klinghoffer vermoord tijdens kaping van de Achille Lauro

De 69-jaar oude Klinghoffer zat in zijn rolstoel aan boord van het schip toen het op 7 oktober 1985 werd gekaapt door vier PLO-terroristen. Hij werd door hen doodgeschoten en zijn lichaam werd overboord gegooid voor de ogen van zijn vrouw. Klinghoffer en zijn vrouw hadden de cruise geboekt om hun trouwdag te vieren.

Leugens als integraal onderdeel van hun terreur tegen IsraŽl

Sinds de tijd dat Dr.Joseph Paul Goebels, hoofd van de Nazi propagandamachine was, is er zelden zoveel gelogen als door Arafat en zijn bende. Zo maar een paar voorbeelden in een tijdsbestek van vijf dagen tussen 27 maart en 3 april 2003.

Voorbeeld 1: Op 27 maart beschuldigde Arafat voor Al-Jazeera IsraŽl ervan massavernietigingswapens te gebruiken die door de internationale gemeenschap als verboden wapens worden aangemerkt. IsraŽl heeft echter nooit van dit soort wapens tegen Arafats onderdanen ingezet.

Voorbeeld 2: Op 29 maart beschuldigde Arafat in een interview voor een tv-zender van het oliestaatje Abu Dhabi, IsraŽl ervan een afschuwelijke misdaad in Hebron te hebben begaan. Hij vertelde dat het IsraŽlische leger (IDF) daar drie medewerkers van het Temporary International Force (TIPH) van de Verenigde Naties zou hebben vermoord, twee Turken en een Zwitserse zuster. Uit onderzoek bleek dat ze door Arafats eigen Ďpolitieí zijn vermoord. De slachtoffers reden in een duidelijk herkenbare auto met TIPH-tekens toen ze werden beschoten.

Voorbeeld 3: Op 31 maart meldde het PLO-bewind dat het IDF een massamoord zou hebben gepleegd in het ziekenhuis in Ramallah. In werkelijkheid is er helemaal niets gebeurd. Een woordvoerder van het IDF ontkende de beschuldiging maar het valse bericht was al door de internationale media verspreidt.

Voorbeeld 4: De internetsite van ďPalestinian Press AgencyĒmeldde op 2 april dat het IDF de nieuwe moskee in Tulkarem had plat gebombardeerd. Een dergelijk bombardement heeft nooit plaatsgevonden. Dit soort propaganda was slechts bedoeld om de mythe te verspreiden dat IsraŽl haar activiteiten had uitgebreid met het verwoesten van kerken en moskeeŽn.

Voorbeeld 5: Op 3 april zei Arafat in een interview op Al-Jazeera: ,,ze hebben (het IDF) de moskee bij de Geboortekerk in Bethlehem in brand gestoken en andere moskeeŽn en ook kerken in ruÔnes veranderd.Ē Er staat geen moskee naast de Geboortekerk en al evenmin zijn er kerken en andere moskeeŽn in ruÔnes veranderd.

Voorbeeld 6: Op 2 april meldde de PLO-tv dat een priester genaamd Jack Amateis door het IDF was vermoord en dat er een groot aantal monniken gewond waren geraakt tijdens de gebeurtenissen rond de Geboortekerk in Bethlehem. Het Vaticaan en de Italiaanse regering protesteerden onmiddellijk en spraken van een barbaars optreden. CNN verslaggever Jerrold Kessel strooide nog wat extra zout in de wonde door een uitspraak van Arafat te citeren waarin deze het IDF ervan beschuldigde met deze moord alle grenzen te hebben overschreden. In werkelijkheid mankeerde de priester niets want hij stond een dag later springlevend een aantal journalisten te woord. Toen hij hoorde welk verhaal er over hem de ronde deed, belde hij de ambassade van het Vaticaan in IsraŽl dat noch hem noch anderen ook maar iets was overkomen. Op 4 april bood de ambassadeur van het Vaticaan Cardinaal Pietro Samari, zijn verontschuldigingen aan het IDF aan voor het valse bericht. De hele internationale media heeft de Ďdoodí van de priester groots uitgemeten en de leugen nooit gerectiviseerd.

De op 24 februari 2011 overleden anti-IsraŽl activist Jerrald Kessel

Het vermoorden van onschuldige IsraŽlische burgers loonde want vanaf het begin van de 2e intifada betaalde de Iraakse dictator Saddam Hoessein 10.000 dollar voor iedere volgeling van Arafat die bereid was als martelaar te sterven in de terreur tegen IsraŽl. Medewerkers van het Arabisch Bevrijdingsfront leverden het geld dan drie dagen na de dood van de martelaar af bij zijn familie. Ook Arafat reikte cheques uit van 1000 dollar voor een dode en 300 dollar voor een gewonde martelaar, maar dat bleken achteraf valse cheques te zijn. Op 11 maart 2002 maakte Tariq Aziz, de Iraakse minister president bekend dat Irak de beloningen voor de martelaren zou verhogen naar 25.000 dollar. Daarnaast kreeg iedere martelaar die gewond raakte in de strijd tegen het IDF, 1000 dollar en gezinnen waarvan het huis was verwoest, 5000 dollar.

Het was Arafat die het pad van geweld had gekozen en niet IsraŽl zoals zovelen graag willen geloven. Hij was verantwoordelijk voor de moreel verachtelijke daden van terreur. De internationale media verlustigde zich aan het ziekmakende aanblik van PLO-bendes die speelden met ledematen van gedode IsraŽlische militairen en de bloederige beelden van verminkte IsraŽlische lichamen, de slachtoffers van busexplosies. Arafat verheugde zich in de aanblik van de dood van zijn eigen mensen die de rol van slachtoffer prefereerden.

De voorstellen van Barak in Camp David waren overigens volledig in strijd met wat de Bijbel te melden heeft. Hierin waarschuwt de Here het Joodse volk de grenzen van het aloude land niet op te geven.

Spreuken 22:28 Verleg de aloude grenzen niet, die uw vaderen vaststelden.

Hosea 5:10 De vorsten' van Juda zijn als zij die de grenzen verleggen. Op hen zal Ik mijn verbolgenheid uitgieten als water.

Terug naar: Inhoud