Turkse genocide op Armeense en Griekse christenen

 

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 26 mei 2008) Laatste bewerking: 3 januari 2016)

Hoewel diverse geleerden en historici de genocide van de Turken op de Armeense en Griekse christenen erkennen en diverse landen deze mening delen, ontkent Turkije de genocide formeel en verzet zich tegen internationale erkenning ervan. De Armeense genocide is het tweede meest bestudeerde geval van genocide na de Holocaust. De gegevens over de vervolging en vernietiging van de Armeniërs waren in West-Europa en de Verenigde Staten omstreeks 1920 algemeen bekend. Vanaf de latere 19e eeuw bestond er in het Westen een aanzienlijke publieke belangstelling voor het lot van de in grote meerderheid christelijke Armeniërs. Tijdens en kort na de 1ste Wereldoorlog waren in vele Westerse landen ook stuurcomités opgericht die geld inzamelden voor Armeense vluchtelingen en de voornaamste massamedia van die tijd, schreven uitvoerig over wat toen het "Armeense vraagstuk" heette. Maar in de jaren '20 luwde de belangstelling. Met de vestiging van de nieuwe Turkse republiek in 1922-1923, werd er een politiek van systematische ontkenning ingezet. Maar de historische feiten vertellen een gruwelijk verhaal.

Armeense slachtoffers Turkse genocide.

De slachting op de Armeense christenen- door Armeniërs traditioneel aangeduid met Medz Yeghern- vond plaats ten tijde van het regiem van de Jonge Turken  in 1915 tot 1918. De startdatum is 24 april 1915, de dag dat de Ottomaanse autoriteiten ongeveer 250 Armeense intellectuelen en leiders van de gemeenschap in Konstantinopel hebben opgepakt en gearresteerd. De genocide werd tijdens en na de 1ste Wereldoorlog in twee fases uitgevoerd: het grootschalig doden van de weerbare mannelijke bevolking door middel van massamoord en onderwerping van het leger van dienstplichtigen tot dwangarbeid, gevolgd door de deportatie van vrouwen, kinderen, ouderen en zieken die op dodenmarsen werden gedwongen richting Syrische woestijn. De gedeporteerden werden verstoken van voedsel en water en kregen te maken met verkrachting en moord. Ook andere inheemse en christelijke etnische groepen werden op dezelfde wijze gericht uitgeroeid door de Ottomaanse regering. Zo spreekt men ook van de Assyrische genocide en de Griekse genocide.

Volgens een in januari 2009 gepubliceerd officieel document van het voormalige ministerie van Binnenlandse Zaken van het Ottomaanse Rijk, de voorloper van het huidige Turkije, blijken er maar liefst 972.000 Armeniërs 'verdwenen' te zijn uit de bevolkingsregisters. Vooral in de jaren 1909, 1915 en 1920 zijn talloze Armeniërs door de Turken in naam van hun god Allah vermoord. Het sparen van levens van deze ‘ongelovige Armeense afgodendienaars’ zoals ze werden genoemd, werd gezien als in strijd met de regels van de jihad en daarom werden ze gewetensvol op barbaarse wijze omgebracht. In de grote Turkse steden vielen meer dan 150.000 Armeense slachtoffers. Overigens had de Armeense minderheid in het Ottomaanse Rijk ook al voor die jaren te kampen gehad met grootschalig moorddadig geweld. Tussen 1894 en 1896 waren bij een reeks pogroms in het gehele rijk honderd- tot honderdvijftig-duizend Armeniërs vermoord; bij een massaslachting in 1909 in en nabij de stad Adana in het zuidoosten van Turkije naar schatting tien- tot twintigduizend. Al met al zijn tussen 1894 en 1922 waarschijnlijk anderhalf miljoen Armeniërs door de Turken vermoord. Gerekend tegen een totale Armeense bevolking van een kleine tweeënhalf miljoen mensen betekent dat er destijds zo'n 60% van alle Armeniërs door de Turken zijn omgebracht.

Grote aantallen kinderen werden door Turken tegen muren doodgeslagen, kleine meisjes verkracht en in tweeën gehakt. Kinderen werden bij de haren opgetild en met één zwaardslag doormidden geslagen. Zuigelingen werden in de lucht gegooid en op een banjonet opgevangen en zwangere vrouwen werden met zwaarden van buik tot keel opengereten. Daarnaast vond er een enorm aantal openbare verkrachtingen plaats op vaak piepjonge meisjes, al of niet door moord gevolgd. De Armeense gemeenschappen bestaan al een paar duizend jaar en sinds koning Tiridates II (261-317) het christendom als staatsgodsdienst heeft ingevoerd, is het christendom door de eeuwen steeds meer verweven geraakt met het Armeense volksbestaan. Armenië maakte sinds 1454 deel uit van het Ottomaanse rijk. Turkije ontkent deze genocidale schandvlek formeel en doet er alles aan om de erkenning ervan tegen te houden.

 

Deportatie Armeniërs

 

Het vragen naar wat er destijds met de Ottomaanse Armeniërs is gebeurd, doet het publiek in Turkije onmiddellijk in woede ontsteken. Zelfs na de publicatie van het boek 'De overgebleven documenten van Talat Pasha' in januari 2009 door de Turkse auteur Murat Bardakci, blijft het onderwerp taboe, zwijgen kranten en wordt de genocide op de Turkse TV totaal genegeerd. Volgens sommige analisten is de stilte een teken hoe groot het taboe rondom het onderwerp in Turkije nog steeds is, schreef Murat Belge, een Turkse academicus, in een column in de liberale krant Taraf. Turkije heeft, a la de Sovjet Unie, dit soort schaamtevolle episodes uit haar geschiedenis zorgvuldig gecensureerd, en weggehouden uit bijvoorbeeld schoolboeken. Als de genocide tóch ter sprake komt, wordt deze op een agressieve manier ontkend.

 

Het boek van Bardakci bevat een verzameling documenten en verslagen die ooit in het bezit waren van Mehmed Talat, beter bekent als Talat Pasha, de hoofdarchitect van de Armeense deportaties. De documenten werden door de weduwe van Talat, Hayriye, aan Bardakci gegeven, voordat ze stierf in 1983. Uit deze documenten blijkt dat er vóór 1915, 1.256.000 Armeniërs in het Ottomaanse Rijk leefden. Twee jaar later waren dit er nog maar 284.157. Turkije heeft de cijfers over het aantal doden of gedeporteerden nooit erkend. Volgens Hilmar Kaiser, een historicus en expert op het gebied van de Armeense genocide, vormen de gepubliceerde documenten een sluitend bewijs dat de toenmalige Ottomaanse regering doelbewust de uitroeiing van de Armeniërs nastreefde. Klik hier voor een video waarin enkele overlevende van de genocide aan het woord gelaten worden.

Herald Standard Toen Barack Hussein Obama nog presidentskandidaat was, herhaalde hij met regelmaat de Armeense genocide te zullen erkennen. In een geschreven commentaar noemde hij deze genocide een van de grootste monsterachtige moordpartijen uit de 20ste eeuw. Eenmaal in het Witte Huis was het echter gedaan met zijn belofte vanwege felle protesten van Navo lid Turkije.

De Griekse genocide

De geschiedenis maakt duidelijk dat de Turken ook nog andere massaslachtingen op christenen op hun geweten hebben. In 1922 vermoorden ze onder leiding van Mustafa Kemal Ataturk in Smyrna, het huidige Izmir, 300.000 christenen in nauwelijks een paar weken tijd. De Griekse genocide waarvan een deel ook Pontische genocide wordt genoemd was een etnische zuivering gepleegd op (onder andere) de christelijke Pontische Grieken in het Ottomaanse Rijk tijdens en na de 1ste Wereldoorlog tussen 1914 en 1922 onder leiding van de beweging van de Jonge Turken. Hierbij kwamen volgens verschillende bronnen tussen de 750.000 en 900.000 Grieken om bij gedwongen deportaties en massamoorden.

 

Mustafa Kemal Ataturk, bijgenaamd Vader der Turken, was als bevelhebber verantwoordelijk voor de massaslachting onder Griekse christenen in Smyrna.

 

In het boek “The Sword of the Prophet” schrijft Serge Trifkovic: ,,Tijdens de lange strijd voor onafhankelijkheid hebben de Grieken een zeer hoge prijs betaald met bloed en tranen.” Over de geschiedenis van Turkse overheersing van de Grieks Orthodoxe christenen schrijft Trifkovic: ,,Het verbranden van de Griekse stad Smyrna en de massaslachting van 300.000 christelijke bewoners is één van de meest beestachtige slachtpartijen van moslims jegens christelijke bevolkingsgroepen. Het is één van de bloedigste misdaden in de hele geschiedenis. Het markeerde het eind van de Griekse gemeenschap in Klein Azië.”

 

Wat Mohammeds volgelingen in zijn naam in deze plaats hebben aangericht is onvoorstelbaar. Terwijl de Westerse vloot in de haven toekeek, werden 300.000 christenen vermoord. De officieren hadden de grootste moeite om met hun sloepen bij de schepen te komen, vanwege de enorme aantallen lijken in het water. De schroeven raakten vast door de lijken die in het water dreven en wanhopige drenkelingen die via de ankerkettingen aan boord van de schepen probeerden te komen, werden in het water teruggeduwd. De Westerse regeringen waren volledig op de hoogte van deze slachting. Klik hier voor een compleet verslag. Uit dit stuk blijkt de systematische poging door het Westen om de schandvlek Smyrna, uit het collectieve geheugen te houden. Er blijkt ook uit hoe schandalig de Encyclopedia Brittannica over deze kwestie heen huppelt en hoe Turkije tegenwoordig een actieve rolt speelt om ook deze geschiedenis te verdoezelen en te vervalsen.

 

Smyrna brand 14 september 1922

Tegenwoordig moeten de Koerden, een van de oudste volken ter wereld, het ontgelden. Tijdens de afgelopen decennia hebben Turkse troepen naar schatting 40.000 leden Koerden om het leven gebracht en meer dan drieduizend dorpen van de kaart geveegd. Wat er onder leiding van de moslimextremist Recep Tayyip Erdogan in het zuidoosten van Turkije tegen de Koerdische bevolking gebeurt, is niets anders dan massamoord. Erdogan heeft gezworen ‘Koerdische rebellen die een eigen staat Koerdistan willen, te zullen verdrinken in hun eigen bloed’.De wereldleiders besteden geen enkele aandacht aan de massamoord op de Koerden.

Tijdens zijn bezoek aan het hoofdkwartier van EuroBabel op 5 oktober 2015, vroeg Erdogan schaamteloos toestemming van de EU om oorlog tegen de Koerden te voeren en hen te vernietigen.  Zoals bekend worden de Koerden met NAVO-instemming door de Turkse luchtmacht gebombardeerd. Erdogans NAVO-partners doen er het zwijgen toe en bedekken zijn oorlog tegen de Koerden met de ‘mantel der liefde’. Kritiek op Erdogan wordt zowel in Turkije zelf als in NAVO kringen niet getolereerd. Erdogan eist dat Europa volmondig achter zijn oorlog tegen de Koerden gaat staan. Hij zei het ‘treurig’ te vinden dat sommige landen de Koerdische afscheidingsbeweging PKK niet als een terreurorganisatie beschouwen. De Turkse moslimdictator Erdogan ziet de Koerden vanwege hun strijd tegen ISIS als een grote bedreiging voor zijn neo-Ottomaanse imperialistische veroveringsplannen met Syrië en daarna het hele Midden Oosten. Maar zijn hoop op herstel van het Ottomaanse rijk zal niet meer dan een een utopie blijken te zijn.

Terug naar: Inhoud