Resolutie 242 van de Verenigde Naties

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 4 november 2011) (Laatste bewerking: 16 maart 2016)

Resolutie 242 is op 22 november 1967 met algemene stemmen door de VN-veiligheidsraad aangenomen. De resolutie bevat onderhandelingen die moeten leiden tot Ďeen rechtvaardige en duurzame vrede in het Midden-Oostení tussen Arabieren en IsraŽliís. Het legde de basis voor het vredesverdrag tussen IsraŽl en Egypte op 26 maart 1979, en het latere vredesverdrag met JordaniŽ in 1994. Dat jaar werd als gevolg van de Oslo-akkoorden het PLO-bewind opgericht met vliegtuigkaper en aartsterrorist Yasser Arafat als leider. Na de dood van Arafat op 11 november 2004 werd hij opgevolgd door Abu Mazen (Mahmoud Abbas).

Broeders in het kwaad: Jasser Arafat en Abu Mazen (Mahmoud Abbas)

De praktijk leert dat praktisch niemand de moeite neemt de werkelijke betekenis van deze resolutie te onderzoeken. Zo is deze resolutie totaal niet van toepassing op Jeruzalem.Resolutie 242 wordt door de VN, de wereldleiders, de PLO-propagandamachine en de internationale media, continu verkeerd uitgelegd. Deze resolutie wordt ten onrechte gezien als een opdracht aan IsraŽl om unilateraal maatregelen te treffen en alle in 1967 heroverde gebieden op te geven. Volgens de resolutie is onvoorwaardelijke terugtrekking naar de grenzen van voor 4 juni 1967, pas van toepassing zodra er sprake is vanďveilige grenzenĒ voor IsraŽl, maar die heeft de Joodse Staat tot op de dag van vandaag, nog nooit gekregen. Het gaat in deze resolutie om een rechtvaardige en duurzame vrede. Om stopzetting van alle oorlogsbetuigingen of oorlogstoestanden, alsmede respect voor en erkenning van de soevereiniteit, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van iedere Staat in het gebied, en hun recht op leven in vrede binnen veilige en erkende grenzen, gevrijwaard van dreigementen of gewelddadigheden. Dat is niet wat IsraŽl heeft gekregen. Haar eigen doelstelling Ėde ontwikkeling van vriendschappelijke relaties tussen naties- bijvoorbeeld tussen IsraŽl en de Arabische landen, is door de VN op geen enkele wijze nagekomen.

Zolang deze punten niet zijn gerealiseerd, heeft resolutie 242 geen enkele waarde. De terreur van de Arabische landen is onverminderd doorgegaan. Tijdens Yom Kippoer 1973 ondernamen een combinatie van Arabische landen nog een poging om IsraŽl van de kaart te vegen, wat trouwens op een enorme mislukking is uitgelopen. De Arabische landen en het moslimterreurbewind in Ramallah houden zich niet aan dit deel van de resolutie. Uit alles blijkt dat er bij de Arabieren geen enkele wil bestaat om tot vrede te komen met IsraŽl. Jeruzalem wordt in 242 niet genoemd en van een aparte Palestijnse nationale groep is evenmin sprake. In juridisch opzicht is resolutie 242 in de onderhandelingen tussen IsraŽl en het PLO-bewind niet van toepassing, terwijl zo ongeveer iedereen roept dat dit wel zo is. Het PLO-bewind wordt nergens in Resolutie 242 genoemd. Er staat geen enkele bepaling in die eist dat aan de ĎPalestijnení politieke rechten of grondgebied wordt gegeven.

Men neemt geen enkele moeite de echte feiten te onderzoeken. In praktisch alle officiŽle documenten die in het conflict tussen IsraŽl en het PLO-bewind circuleren, wordt resolutie 242 genoemd en op basis daarvan eist men de volledige ontruiming van wat zij ĎPalestinaí noemen, inclusief Jeruzalem. Er bestaat geen internationaal geaccepteerde grens. Dat is ťťn van de vele fabels die de ronde doen. Toen in 1967 de toenmalige minister-president van IsraŽl, Levi Eshkol, de op JordaniŽ veroverde gebieden- het oude Bijbelse land Samaria en Judea- aanbood in ruil voor een vredesakkoord werd dat door de gezamenlijke Arabische staten, in Khartoem bijeen, verworpen. De vermaarde drie ďneeísĒ van deze conferentieďGeen vrede, geen erkenning en geen onderhandelingĒ spreken wat dat betreft duidelijke taal. Noch de Arabische dictaturen, noch het PLO-bewind streven in werkelijkheid naar beŽindiging van de vijandelijkheden. Hun strategie is IsraŽl in fasen te liquideren. De terreur en de tijd zullen hun werk doen. Dat is hun fasentheorie.

Levi Eshkol

Resolutie 242 stelt heel nadrukkelijk dat IsraŽl recht heeft op erkende en veilige grenzen. De wereldgemeenschap beschuldigd IsraŽl ervan de resolutie niet na te leven, maar het zijn juist de Arabieren die deze resolutie met voeten treden. Daarentegen heeft IsraŽl poging na poging gedaan om tot vrede te komen. Het heeft de SinaÔ opgegeven, het heeft in 2005 Gaza verlaten en grote delen van het aloude Bijbelse land Samaria en Judea aan het bewind in Ram-allah overgedragen.

Terug naar: Inhoud