Palestijnen zijn geen Filistijnen

Door: Franklin ter Horst.(Aangemaakt: december 2002 (Laatste bewerking: 26 oktober 2016)

Terwijl de aloude Filistijnen al meer dan 2500 jaar volledig van de aardbodem verdwenen zijn, komen ze toch weer voor in de verschillende profetieŽn over de eindtijd. De profeet Zacharia maakt duidelijk dat we hier te maken hebben met een Ďbastaardvolkí (Zacharia 9:5-6-7). De Filistijnen van de oudheid waren geen bastaards. Het is nooit van de Filistijnen uit het verleden gezegd. Het gaat om Arabieren die zich pas sinds 1964 Palestijnen noemen. Tijdens de oprichting van de Palestinian Liberation Organisation (PLO) namen de Arabieren volledig ten onrechte de naam ĎPalestijnení aan en suggereerd men sindsdien, dat ze al duizenden jaren als volk bestaan in dat gebied. Maar de geschiedenis verteld helemaal niets over een Palestijns volk. Het huidige Gaza is het oude Filistijnse gebied en de Arabieren die daar nu wonen koesteren dezelfde haat tegen de Joden, als de Filistijnen vroeger deden.

De Filistijnen zijn nadrukkelijk aanwezig in het Oude Testament en wel voornamelijk als de grootste vijanden van het volk van IsraŽl. De Bijbel noemt hen vijanden van Gods volk met een dodelijke en onverzoenlijke agressie. God zal hen laten oogsten wat zijzelf gezaaid hebben. Volgens Genesis 10:13-14 zijn de Filistijnen nakomelingen van MisraÔm, de zoon van Cham. In Amos 9:7 wordt de uittocht van IsraŽl uit Egypte vergeleken met die van de Filistijnen uit Kafthor. In Zefanja 2:5 en EzechiŽl 25:16 worden ze het volk der Keretieten genoemd. Kafthor is de Hebreeuwse naam voor Kreta, en in de Bijbelse traditie worden de Filistijnen dan ook nauw geassocieerd met de Keretieten of Kretenzen en derhalve geen Semieten. Er is geen wetenschappelijk, historisch, cultureel of volkenkundig verband tussen de polytheÔstische Filistijnen van weleer en dat wat men vandaag ĎPalestijnenínoemt.Dat wat men thans Palestijnen noemt zijn etnisch gezien grotendeels gewoon Arabieren en voor een kleiner deelgearabiseerde Grieken, Turken, ArmeniŽrs, Egyptenaren en vele andere volkeren die zich in de loop der eeuwen in de streek gevestigd hebben.

Afbeelding van Peleset (Filistijnen) in Medinet Habu.

Op Kreta verenigden zich de culturen van Mycene en Minos. Of er een relatie bestaat tussen deze hoogstaande culturen en de Filistijnen is echter niet helemaal duidelijk.Sommige onderzoekers menen dat ze wel verwant zijnde Myceense beschaving. Daarnaast worden ook Cyprus en AnatoliŽ genoemd en spreekt de Septuagint in oude vertalingen over Cappadocie. Cyprus als land van herkomst wordt vooral in de recente literatuur genoemd maar de vele namen die aan het eiland worden gegeven in de verschillende culturen uit die tijd vertonen echter geen enkele overeenkomst met de naam Kafthor.Hun aardewerk, architectuur, militaire macht en bepaalde overeenkomsten met de Griekse helden van Homerus wijzen op Myceens Griekenland als land van herkomst. Opvallend is o.m. de wapenuitrusting van de reus Goliath die typisch Grieks-Myceens blijkt te zijn. Er worden steeds meer verbanden gelegd tussen de Griekse helden die na de val van Troje dwaalden door het oostelijke deel van de Middellandse zee en de Filistijnen. De Griekse helden belandden op Kreta, op Cyprus, in LibiŽ en Egypte. Er is in 1996 in de oude Filistijnse stad Ekron een inscriptie gevonden die misschien aantoont dat Achis- een Filistijnse koning ten tijde van David- vernoemd is naar Anchises, de vader van Aeneas uit de Illias. Dit geschrift is een Grieks episch gedicht in 24 zangen, toegeschreven aan Homerus. Het onderwerp is een episode uit de Trojaanse Oorlog die negen jaar duurde.

Al in de oudste literatuur over de Filistijnen wordt echter Kreta aangewezen als land van oorsprong. Een onderbouwing hiervan wordt geleverd door de oude naam van de Filistijnse stad Gaza (Minoa) een naam die aan diverse handelsposten werd gegeven die vanuit Kreta zijn gesticht. Er zou een relatie bestaan met de MinoÔsche beschaving maar daar zijn geen echte bewijzen voor gevonden. De Filistijnen maakten deel uit van de Zeevolken die een aanval deden op de kust van Egypte nadat zij door natuurrampen genoodzaakt waren hun woongebieden te verlaten. Een Egyptische reliŽf in Medinet Habu vermeldt dat de "Peleset" (Filistijnen) betrokken waren bij de tweede inval op Egypte, die plaatsvond in het achtste jaar van Ramses III (ca 1176 v. Chr.) met een afbeelding van de strijd tussen de Egyptenaren en de Zeevolken.Zij werden door farao Ramses III verdreven.

Aankomst in Kanašn

Na de nederlaag in Egypte trokken de Filistijnen naar op de kust van Kanašn waar zij een aantal steden op de Kanašnieten veroverden en de Filistijnse Pentapolis stichten- een verband van vijf steden: Askelon, Asdod, Gat, Gaza en Ekron- die elk werden geleid door een Ďseraniemí een vorst. Zij werden door IsraŽl de Ďonbesnedenení genoemd (Richteren 14:3, 15:18, enz). Hoewel de schrifttekens op hun kleitabletten en op hun aardewerk wel een mogelijke beÔnvloeding verraden door de twee grote beschavingen die eens bloeiden op Kreta en op het Griekse vaste land, hebben opgravingen in Asdod, Askelon en Ekron dit niet met zekerheid kunnen bevestigen. De Bijbel maakt duidelijk dat het krijgslieden waren. Dank zij hun militaire overmacht en ook omdat zij als eersten ijzeren wapens gebruikten kregen zij in het conflict met IsraŽl steeds meer de overhand en drongen zij uiteindelijk steeds dieper het gebied van de stammen van IsraŽl binnen.

Vooral in de 11e eeuw v.Chr., werd de strijd met de Filistijnen een bedreiging voor de stam Juda met name in de tijd van de richters Simson en SamuŽl. Maar naar verloop van tijd kregen de IsraŽlieten steeds meer de overhand. Na de nederlagen tegen David vermindert hun machtspositie aanzienlijk en werd aan hun expansie een definitief einde gemaakt. Koning David had later zelfs een lijfwacht van 600 Filistijnen. De Assyrische annalen maken rond 800 v.Chr., nog wel melding van de ďPilisti of PalastuĒ maar hun rol was toen al praktisch uitgespeeld. Aan hun volksbestaan is een einde gekomen onder Nebukadnessar, die in 604 v.Chr., een aanval deed op Askelon en later de koningen van Gaza en Asdod en de vorsten van Askelon deporteerde waarna ze vervolgens uit de geschiedenis verdwenen.  

Toen de Filistijnen als voorname politieke factor verdwenen waren, bleef het gebied waar ze hadden gewoond hun naam dragen. De Grieken, die vanaf 700 v.Chr., regelmatig de zuidelijke kust van IsraŽl bezochten, hoorden de naam in het Hebreeuws ĎPelisjtimí en noemden het hele land daarom íPalestiní. De Griekse reiziger en historicus Herodotus noemde het gebied ĎSyria hť palaistinťí het Filistijnse SyriŽ, om het te onderscheiden van het Fenicische SyriŽ dat noordelijker lag. Herodotus noemde dus het hele land Kanašn ten onrechte naar de Filistijnen. De Perzen noemden dit gebied van hun grote rijk ĎJehoudí (Juda) en deze benaming werd overgenomen door alle heersers die daarna dit gebied veroverden. Als officiŽle naam werd Palestina ingevoerd door de Romeinse keizer Hadrianus ( 117-138) n.Chr., die op deze wijze doelbewust de Joodse aanspraken op het land probeerde te vernietigen.Van 1072 tot 1917 duidde men het gebied aan met "Het Heilige land". In 1917 noemden de Britten het weer Palestina.

Eindtijd profetieŽn maken opnieuw melding van Filistijnen.

Zoals God in het verleden Zijn oordeel over de Filistijnen heeft laten gaan, zo zullen de Arabieren die zich ten onrechte Palestijnen noemen, opnieuw in het oordeel van God terechtkomen.Terwijl de wereld aan de kant van deze Arabieren staat, staat God lijnrecht tegenover hen. In Obadja staat in vers 19, dat het huis van Jakob (IsraŽl) in de eindtijd o.a. de laagte, het land der Filistijnen in bezit zullen nemen. De profeet Zefanja is er heel duidelijk over hoe het met de bastaard Filistijnen aflopen zal (Zefanja 2:4-5-6-7). God heeft er geen enkele twijfel over laten bestaan van wie het land Kanašn zou zijn. De kust zal ten deel vallen aan het overblijfsel van het huis van Juda. De hele geschiedenis door blijkt er niets veranderd in de aard en in de identiteit van IsraŽls vijanden en daarom zullen ook in de eindtijd de volken die in opstand komen tegen IsraŽl geoordeeld worden.

EzechiŽl 25:15-16 Zo zegt de Here Here: Omdat de Filistijnen wraakzuchtig gehandeld hebben door met bitter leedvermaak wraak te nemen en in eeuwigdurende vijandschap te verdelgen, daarom, zo zegt de Here Here: zie, Ik strek mijn hand uit tegen de Filistijnen, Ik zal die Kretenzen uitroeien en zelfs het overblijfsel aan het strand der zee te gronde richten; Ik zal geduchte wraak aan hen oefenen met grimmige straffen. En zij zullen weten, dat Ik de Here ben, wanneer Ik mijn wraak over hen breng.

De apostel Paulus zegt: ĎKretenzers zijn onverbeterlijke leugenaars, gemene beestení (Titus 1:12) Alles draait bij de bastaard Filistijnen van deze tijd om leugens zodat niemand meer weet wat waar is of niet. Paulus waarschuwt de Thessalonicenzen dat God degenen die de liefde voor de waarheid verlaten, met verblinding zal treffen (II Thessalonicenzen 2). De IsraŽl hatende lobbygroepen en de verschillende terreurgroepen waaronder ook Hezbollah wedijveren met elkaar wie de meest hatelijke leugens over IsraŽl verspreiden. En omdat de wereld deze leugens gelooft, zal God ook de wereld met verblinding treffen.

Bitter leedvermaak

Het is duidelijk dat deze profetie van EzechiŽl nog niet is vervuld. EzechiŽl spreekt over wraakzuchtig handelen en bitter leedvermaak. Het is een ingewortelde haat. Hun vijandschap komt uit hun hart. Dat is precies wat de Arabieren die zich Palestijnen noemen vandaag laten zien.Wie herinnert zich niet de dansende meute op de daken van hun huizen toen Irak zijn Scudís op IsraŽl afvuurde. Wie herinnert zich niet de beestachtige lynchpartij op de twee IsraŽlische militairen in Ramallah. De man met de bebloede handen die ťťn van de slachtoffers uit het raam naar buiten smeet. De toeschouwers die stonden te juichen van plezier.

Wie herinnert zich niet de gruwelijke slachting in de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem en de jubelende menigten in Gaza die dansten en sprongen met hun babyís op hun schouders en zich gillend van plezier op de borst sloegen. Wat een eindeloos plezier om de vreselijke dood van de slachtoffers.

De intenties van de bastaard Filistijnen zijn door de jaren genoegzaam bekend geworden als men zich tenminste geen rad voor ogen heeft laten draaien. Het uit 1964 stammende PLO handvest, dat de vernietiging van IsraŽl voorstaat is niet herroepen. Zij willen een eigen staat op het grondgebied dat al meer dan 3000 jaar van IsraŽl is met Jeruzalem als hun hoofdstad. Maar er zal een oordeel komen over dit volk omdat God het land Kanašn niet voor de Arabieren bestemd heeft. Religieuze Joden noemen de tegenwoordige Arabieren die zich Palestijnen noemen, naar de Oud-Testamentische ĎFilistijnení en zien het IsraŽlisch-Arabische conflict als de voortzetting van de strijd om het land in de tijd van de rechters en de koningen. Zij worden door God als afgodendienaren gekenschetst die jegens IsraŽl een eeuwige onverzoenlijke haat koesteren. Diverse bijbelteksten maken duidelijk dat het niet goed met hen zal aflopen. De profeet Amos maakt duidelijk dat de Here vuur zal werpen binnen de muur van Gaza zodat het zijn burchten verteerd en de profeet JoŽl spreekt van vergelding op de hoofden van de inwoners van de landstreken van Filistea waarmee Gaza met haar Arabische inwoners bedoeld wordt.

Steeds opnieuw blijkt dat Satan erop uit is IsraŽl en al Gods kinderen te vernietigen en daar gebruikt hij individuen en volkeren voor, die God niet willen toebehoren. Dat is sinds de schepping al zo geweest en dat is nog steeds zo. Toch belooft de Here IsraŽl uiteindelijk de overwinning. Voor de wereld lijkt het alsof IsraŽl de boosdoener is in het conflict met de PLO-Arabieren. De hele islamitische wereld en een zeer groot deel van de rest staat IsraŽl naar het leven en tart de God van IsraŽl. Het is een strijd in de geestelijke gewesten. Een strijd tussen de God van IsraŽl, de God van Liefde, Gerechtigheid en Leven en de god van de tegenstander, de god van haat, wraak en moord, die dat "heilige oorlog" (Jihad) noemt. De Bijbel maakt duidelijk dat er een oordeel zal komen over de eindtijd Filistijnen omdat zij zich op een barbaarse manier aan Gods oogappel hebben vergrepen.

Terug naar: Inhoud