Palestijnen beschuldigen IsraŽl van massamoord in Jenin

Door: Franklin ter Horst. (Aangemaakt: mei 2002) (Laatste bewerking: 25 november 2015)

In april 2002 ging een golf van verontwaardiging door de wereld nadat de PLO-nazipropagandamachine het gerucht had verspreidt dat het IsraŽlische leger tijdens ďOperation Defensive ShieldĒ een massaslachting had aangericht in Jenin.PLO-woordvoerders waaronder Saeb Erekat en Jasser Abed Rabbo vertelden dat er 1500 doden lagen onder het puin van het zogenaamde vluchtelingenkamp in Jenin.

Ook sprak men van openbare executies om zo de haat tegen IsraŽl verder aan te wakkeren. De directeur van het ziekenhuis in Jenin, Dr.Abu Raili sprak van massamoord op onschuldige ĎPalestijnseí burgers. De internationale media nam de informatie over en meldde zonder over enige betrouwbare informatie te beschikken van een door IsraŽlische militairen aangerichte massamoord. De Britse krant The Guardian schreef: ,, De IsraŽlische acties in Jenin zijn net zo weerzinwekkend, als de aanslagen van Osama bin Laden op 11 september in Amerika." De London Evening Standaard schreef: ,, er is sprake van een massamoord, van genocide, die men probeert in de doofpot te stoppen." De Times of London schreef: ,, in meer dan tien jaren oorlog in BosniŽ, TjetsjeniŽ, Sierra Leone en Kosovo, hebben wij niet meer zoín totale verwoesting gezien en minachting voor het menselijk leven." De Daily Telegraph schreef: ,, honderden slachtoffers zijn begraven door bulldozers in massagraven."

Niet alleen in Engeland waren deze leugenachtige teksten te lezen maar de media in de hele wereld deed mee aan deze anti-IsraŽl hetze. Een invloedrijk Europees magazine citeerde onder titel ,,de overlevenden vertellen hun geschiedenis" de uitspraken van een Arabier genaamd Abu Ali. Deze vertelde dat zijn 9 kinderen onder de ruÔnes van het kamp lagen en dat hij de lucht van hun dood geroken had. De reporter en zijn redacteur publiceerden het verhaal zonder onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid ervan. Abu Ali bleek het verhaal volledig verzonnen te hebben want zijn kinderen werden niet onder de doden aangetroffen. Het magazine nam niet eens de moeite het gruwelverhaal te rectificeren. CNN liet vele dagen achtereen steeds dezelfde doden zien. Een dode vrouw die herhaaldelijk werd getoond, bleek te zijn overleden aan een hartaanval. Ook toonde men beelden die de indruk wekten alsof er in heel Jenin geen steen meer op de andere was gebleven. De waarheid is dat 10% van het kamp is verwoest en dat dit voornamelijk is veroorzaakt ten gevolge van door terroristen geplaatste explosieven.

Mede door ĎPalestijnseí terroristen aangerichte verwoestingen.

Er waren op alle mogelijke plaatsen explosieven aangebracht, zelfs gebonden aan lijken op straat en aan een invalidewagen die met een man erin in een open ruimte was neergezet om zo de aandacht van de IsraŽlische militairen te trekken. Honest Reporting, die de internationale media wereldwijd controleert op anti-IsraŽl publicaties, riep eind 2002 een winnaar uit van de meest "leugenachtige media rapportage" van het jaar 2002. De Ďonderscheidingí viel ten deel aan de Britse media vanwege het publiceren van regelrechte leugens over de gebeurtenissen in Jenin.

Het valt op dat de media zich op ťťnzelfde lijn hebben opgesteld m.b.t. de journalistieke bijdragen over het Midden Oosten. Sinds het begin van de 2e intifada eind september 2000, heeft IsraŽl niet alleen terroristen te bestrijden, maar ook de media. De berichtgeving is tendentieus en lijkt er bewust op gericht het imago van de staat IsraŽl en het Joodse volk te beschadigen, De informatie kenmerkt zich door misleidende definities, onevenwichtige verslaggeving, als nieuws vermomde persoonlijke meningen, gebrekkige achtergrondinformatie, selectieve nieuwsgaring en verkeerde gevolgtrekkingen. Hoezeer de ďBende van RamallahĒ en de terreurbeweging Hamas in Gaza, verguld zijn met deze vorm van berichtgeving bleek uit een uitspraak van Fayad Abu Shamala op een bijeenkomst van Hamas op 6 mei 2001 waarin hij zei: ,, journalisten en media voeren schouder aan schouder campagne met het ĎPalestijnseí volk." Eenzijdigheid en of vooringenomenheid in de berichtgeving over het conflict tussen IsraŽl en de terreurbewegingen brengen het publiek als ook de politici ertoe een misvormd beeld over de realiteit te kweken. Deze invloed veroorzaakt een anti-IsraŽl stemming en op basis daarvan worden zelfs politieke beslissingen genomen.

De toenmalige VN-gezant voor het Midden-Oosten Terje Roed Larsen, die zich persoonlijk op de hoogte kwam stellen van de situatie in Jenin, sprak eveneens van massamoord zonder de werkelijke feiten te kennen.

Terje Roed Larsen, hier bij zijn grote vriend in Ramallah.

Hij zei de lucht van rottend vlees te hebben geroken en speelde daarmee in op de internationale massahysterie rond de gebeurtenissen in het kamp. Hij vertelde dat hij en zijn medewerkers gruwelen hadden gezien die het voorstellingsvermogen te boven ging. Het was hem voorgekomen als de verwoesting na een aardbeving. Larsen beschuldigde IsraŽl ervan het reddingswerk te hebben verhindert door reddingsteams de doorgang te beletten. Ook Larsen bleek zonder enige reserve de leugens van de PLO-nazipropagandamachine te hebben overgenomen. Hij gaf er met zijn uitspraken blijk van geen enkele behoefte te hebben de waarheid boven tafel te brengen over wat er zich werkelijk in het kamp heeft afgespeeld. Alles was erop gericht IsraŽls imago in de wereld verder te bezoedelen. De PLO-propaganda heeft op een perverse manier misbruik gemaakt van de gebeurtenissen in Jenin. En zo haalde PLO-terreurbaas Arafat en zijn bendeleden de sympathie van de wereld binnen.

Amnestie International, wat zich nooit bekommert om de slachtoffers aan IsraŽlische zijde, kwam eveneens met kritiek zonder de feiten eerst te onderzoeken. Een woordvoerder zei te vrezen dat de mensenrechten waren geschonden. Een van de weinigen die het opnam voor IsraŽl was de voormalige Amerikaanse minister van BZ Colin Powell die verklaarde dat er geen enkele sprake was van massamoord in Jenin. IsraŽlische bronnen melden aanvankelijk dat ertussen de 50 en 80 doden aan Arabische kant waren gevallen. Medewerkers van het ziekenhuis in Jenin vertelden op 25 april 2002, 50 lichamen te hebben geborgen, praktisch allemaal van gewapende PLO-terroristen. Ook de VN kwamen na lang aarzelen in augustus 2002 met een rapport dat niets er op wees dat er een massamoord had plaatsgevonden. Er vond echter geen enkele verontschuldiging plaats voor de eerder gedane uitspraken van hun medewerker Terje Roed Larsen. Hanoch Marmari, chef-redacteur van de IsraŽlische krant Haíaretz, zei tijdens een toespraak in Brugge (BelgiŽ) op 27 mei dat de juiste cijfers uitwezen dat er in Jenin in totaal 56 doden zijn gevallen waaronder 3 kinderen en 4 vrouwen, de rest waren terroristen.

Zelfs een lid van de Islamitische Jihad, Tabaat Mardawi, vertelde later aan CNN dat er geen sprake was van door de IsraŽliís gepleegde massamoord. Wel sprak hij van hevige gevechten. Over de verwoestingen in Jenin zei hij dat deze voor een belangrijk deel door de Arabierenzelf waren veroorzaakt. Hij vertelde dat er tussen de 1000 en 2000 bommen en boobytraps verspreid over het Ďkampí waren aangebracht.

Zakaria Zubeidi, met portret van Arafat, een van de terreurleiders in Jenin.

Een groot deel van alle PLO-zelfmoordterroristen is getraind of was afkomstig uit Jenin. Van de 60 plegers van zelfmoordaanslagen die in 2002 IsraŽliŽrs aanvielen, kwamen er 23 uit Jenin. Deze stad is van oudsher al bekend als broedplaats van moorddadig gespuis. Vůůr 1948 tegen de Britten en nu tegen IsraŽl. Dat was de reden waarom IsraŽl tegen deze plaats ten strijde trok. Er ontwikkelde zich een felle en verbeten strijd tegen een tegenstander die niet schroomde om burgers als menselijk schild te gebruiken. Dit was geen picknick maar regelrechte oorlog, aldus IsraŽlische woordvoerders. IsraŽl verwijt de wereld terecht dat het volledig voorbij gaat aan de achtergrond van de militaire acties, de bloedige zelfmoordaanslagen op onschuldige Joodse burgers.

IsraŽl koos niet de weg van zware bombardementen zoals de Amerikanen in Afghanistan en Irak. IsraŽl koos de weg om zoveel mogelijk burgers te sparen maar betaalde daarvoor met het leven van 23 van hun reserve- soldaten. Eerst waren alle burgers opgeroepen om naar buiten te komen en te vertrekken. Wat achter bleef waren terroristen. Een IsraŽlische militair die uit Jenin terugkeerde zei: ,, wij hadden in Jenin te vechten tegen twee vijanden, ĎPalestijnení en de media". Een andere militair vertelde de volgende schokkende gebeurtenis: ,, terwijl wij in het kamp in Jenin op zoek waren naar terroristen kwam een jongetje van naar schatting 10 jaar oud op ons toegelopen met om zijn middel een explosievengordel, die zich opblies. De klap van de explosie was zo hevig dat een nabij gelegen gebouw- dat volledig ondermijnd bleek met explosieven- in elkaar stortte. Hierbij vonden naast een aantal Arabieren ook IsraŽlische militairen de dood.

Volgens IsraŽlische woordvoerders zijn een groot aantal gebouwen in het kamp door PLO-terroristen zelf opgeblazen om de IsraŽlische troepen de weg te versperren. Ejal Shlein, de IsraŽlische commandant van de "Jenin" operatie, vertelde dat het IsraŽlische leger een aantal zelfmoordenaars had opgepakt die hun video-opnamen waarin ze hun gruwelijke act beschreven, al hadden gemaakt. Shlein vertelde ook dat de terroristen inwoners hadden gedwongen hun huizen van boobytraps te voorzien. De verwoestingen in Jenin zijn hiervan het gevolg en niet van IsraŽliís geweld. Onder een groep terroristen die zich overgaven bevonden zich ook twee zelfmoordenaars. De groep werd gesommeerd op veilige afstand te blijven. Dit redde de IsraŽliís het leven want de twee bliezen zich op zonder verdere slachtoffers te maken.

Ook de bewering dat medische hulp en ambulances van het Rode Kruis met regelmaat door het IsraŽlische leger zouden zijn tegengehouden is maar ten dele waar. Er zijn namelijk gevallen bekend dat het juist de PLO-terroristen waren die de ambulances tegenhielden. Ze wilden de doden en gewonden op het strijdtonaal laten liggen voor publicitaire doeleinden. In een gepubliceerd onderzoeksrapport van de Libanese Hezbollah vertellen Arabische kinderen dat zij actief hebben deelgenomen aan de strijd. Kinderen vertelden de journalist dat zij inplaats van stenen, handgranaten naar de militairen hadden gegooid en zakken met explosieven hadden geplaatst.De gebeurtenissen in Jenin zijn geheel te wijten aan het PLO-terreurbewind onder wiens ogen de terroristen ongestoord hun gang konden gaan met het produceren van bommen en het voorbereiden van aanslagen in IsraŽl. Daarmee heeft men tevens de levens van haar eigen burgers in gevaar gebracht.

Op 2 mei 2002 waren er op de IsraŽlische televisie beelden te zien van een begrafenis in Jenin op 28 april. De beelden waren gemaakt door een onbemand verkenningsvliegtuigje van het IsraŽlische leger. Te zien was een Ďbaarí met daarop een Ďdodeí toegedekt met een laken, die ten grave gedragen werd.

voorbeeld

De baar werd begeleid door een grote Ďopgetrommeldeí menigte. Door het gedrang van de menigte viel de dode voor de eerste maal van de baar en te zien was hoe hij er weer snel werd opgelegd. Blijkbaar wist de groep mensen die het lijk naar zijn laatste rustplaats begeleiden, niet beter dan dat ze werkelijk met een lijk van doen hadden. Even verderop viel de dode opnieuw van de baar. Nu stond het lijk zelf op en rende weg omdat hij kennelijk het gesol met hem zat was. Ook de menigte stoof uit angst uiteen omdat ze dachten dat de man uit de dood was opgestaan. Alleen de dragers van het lijk Ėdeze wisten natuurlijk dat er hier niet het wonder van de opstanding der doden had plaatsgevonden - stonden nog rond de baar. Tot vermaak van velen in IsraŽl werden de beelden herhaaldelijk uitgezonden. Het is al langer bekend dat het PLO-bewindbegrafenissen in scŤne zet en op videobanden vastlegt teneinde IsraŽl van een niet gepleegde moord te kunnen beschuldigen. De valse opnames worden niet alleen door Arabische zenders uitgezonden maar ook dikwijls door internationale zenders als CNN overgenomen.

Bronnen binnen het IsraŽlische leger meldden verder dat ze terroristen hebben betrapt die op een begraafplaats in Jenin, bezig waren met het opgraven van lijken, om deze vervolgens te herbegraven in een massagraf in het kamp in Jenin. Dit massagraf moest dienen als bewijs voor de beschuldiging dat de IsraŽliís daadwerkelijk een Ďbloedbadí hadden aangericht. ,,Het aantal werkelijke slachtoffers stond immers in schril contrast met de honderden doden die dooraartsleugenaar Erekat waren genoemd dus moest het aantal slachtoffers in het "massagraf" wat worden opgevoerd." Een woordvoerder van een reddingsteam uit Engeland, wat bestond uit artsen en ander reddingspersoneel, dat in een VN-bus Jenin bezocht, vertelde dat ťťn van de lichamen van het bloedbad die zei onderzocht hadden, van een man was die al meer dan twee jaar dood was. Woordvoerders van het IsraŽlische leger vertelden voor een IsraŽlisch tv-station ook dat ze ook kadavers van dieren onder de puinhopen van het kamp hadden verstopt om zo de stank van rottend vlees te creŽren en op deze manier de internationale waarnemers te misleiden. Velen trapten inderdaad in de stank val w.o. Terje Roed Larsen van de VN.

Ondanks alle bewijzen dat er gťťn door IsraŽl gepleegde massamoord in Jenin heeft plaatsgevonden, noch dat het IsraŽlische leger aansprakelijk gesteld kan worden voor de verwoesting van het kamp, kwam er eind 2002 een film in roulatie waarin alle leugens weer opnieuw werden opgedist. De producent van de film Mohammed Bakri toont de kijker een aaneenschakeling van anti-IsraŽlische propaganda en leugens. Dr. Abu Raili, directeur van het ziekenhuis in Jenin beweert in de film dat de westelijke vleugel van het ziekenhuis gebombardeerd en vernietigd werd: ,, deze vleugel heeft echter nooit bestaan" Er is geen enkel deel van het ziekenhuis opgeblazen noch gebombardeerd. Het IsraŽlische leger is zelfs bewust het ziekenhuis niet binnengegaan ondanks dat men wist dat het diende als schuilplaats voor terroristen. Ook vertelt iemand in de film dat het leger een baby vermoord zou hebben door het een kogel in de borst te schieten. De kogel zou een enorm gat hebben veroorzaakt in borst en rug. Volgens de zegsman stierf de baby, nadat IDF-militairen zijn evacuatie naar het ziekenhuis hadden verhinderd. :,, deze baby is nooit gevonden". Dezelfde Ďgetuigeí verteld ook dat tanks vele keren over levende mensen heen waren gereden, totdat ze totaal verpletterd waren: ,,ook dit is nooit gebeurd" IsraŽl heeft er juist alles aan gedaan om de levens van burgers zo min mogelijk in gevaar te brengen. Ook vertelt men in de film dat IsraŽlische vliegtuigen de stad gebombardeerd hebben: ,, er waren geen vliegtuigen". Om te voorkomen dat er burgerslachtoffers zouden vallen werd alleen gericht vanuit helikopters geschoten.

De film gebruikt systematisch en herhaaldelijk manipulatieve beelden van tanks, genomen op andere locaties en plaatst deze beelden kunstmatig naast beelden van Arabische kinderen. De film is niets anders dan misselijk makende anti-IsraŽlische propaganda en een aaneenschakeling van leugens. Toegevoegd moet nog worden dat van de filmmaker Bakri enkele familieleden, opgepakt zijn als terroristen, die verantwoordelijk waren voor de verschrikkelijke busaanslag bij Meron. Hij heeft notabene de brutaliteit gehad om daarover zijn kritiek te uiten over de IsraŽlische geheime dienst. Zijn leugenachtige film hoeft dan ook voor niemand een verbazing te zijn. Bij een interview dat door de tv werd uitgezonden, werd hen gevraagd: ,, hoe kunt u zo een film maken, terwijl u weet dat de werkelijke feiten een heel ander verhaal vertellen?". Zijn antwoord was: ,, het is een film en geen documentaire. In een film moet alles altijd aangedikt worden opdat het interessant blijft om naar te kijken." Het is natuurlijk duidelijk dat een dergelijke film als waarheidsgetrouw wordt opgevat door de kijkers en dat geen enkele toeschouwer (zeker niet in het buitenland) zich realiseren zal dat de doelstelling van deze bedrieglijke man het demoniseren van IsraŽl is!

De Franse filmer Pierre Rehov heeft een video gemaakt ď The Road to JeninĒwaarin hij het ware verhaal vertelt over de gebeurtenissen in Jenin.Deze video laat nog eens zien hoe smerig de beschuldigingen aan het adres van IsraŽl zijn geweest. De film begint in Netanya waar bij een bloedige terreuraanslag 20 IsraŽliís zijn vermoord. Te zien is een vrouw wiens man is gedood, haar dochter en haar schoonzoon. Deze moord was voor IsraŽl de aanleiding het terreurbolwerk Jenin binnen te vallen. Aan het eind van de film reist Rehov naar Jenin om Arabieren te interviewen om hun kant van het verhaal te horen, maar het bleek dat het merendeel nog steeds in hun eigen leugens geloofden.

De terroristenjagers

 

Het is eind februari, de zon schijnt fel. IsraŽlische soldaten, verkleed als Arabieren, rijden op klaarlichte dag door de bochtige smalle straatjes van de terreurstad Jenin. Ze zijn op zoek naar de terroristenleider Mahmud Abu Dsjachim, het brein achter een verijdelde zelfmoordaanslag op de IsraŽlische kustplaats Bat Yam, een paar uur eerder. De spanning in Jenin is om te snijden. Ook Abu Dsjachim is uiterst waakzaam en wantrouwend. Hij verdenkt bijna iedereen en blijft nergens langer dan nodig is, zijn pistool in de aanslag. Na een, voor de IsraŽlische soldaten levensgevaarlijke, zoektocht wordt hij toch gevonden. Het is nog vroeg.Abu Dsjachim heeft zijn geheime nachtkwartier verlaten en stapt in de auto. Hij is nog maar 13 minuten op weg als hij in de val van de IsraŽlische soldaten loopt. Middels onbemande vliegtuigjes worden opnamen gemaakt die majoor Uzi Levy (48) in staat stellen de operatie te volgen. Levy houdt radiocontact met zijn mannen. ďHij rijdt op dezelfde weg als jullie, alleen de andere kant uitĒ Bliksemsnel keren de vermomde soldaten zich om en vervolgen dan hun weg.

 

Een manoeuvre die de argwaan van Abu Dsjachim opwekt. Hij haast zich naar het Yehije Ajash plein- genoemd naar een beruchte bommenfabrikant- en stopt naast een politiepost. De soldaten zijn hem nu op enkele meters afstand genaderd. Plotseling schuift Abu Dsjachim een machinegeweer door het autoraampje van zijn auto heen en schiet tweemaal in de lucht. ďHij rook onraadĒ vertelde M., de IsraŽlische commandant, aan het IsraŽlische dagblad Yediot Acharonot. ďOpeens richtte hij zijn geweer op ons drieŽn!Ē We waren een paar meter bij hem vandaan, maar bleven rustig in de auto zitten. We mochten niet in paniek raken. We zwaaiden naar Abu Dsjachim en groetten hem alsof er niets aan de hand was. Hij groette terug en borg zijn wapen weer op, hij was opgelucht en lachte zelfs een beetje. Een ogenblik later reden we naast de auto van Abu Dsjachim en doodden we de lang gezochte terrorist.

 

Hoewel terreur door deze operaties niet geheel uitgeschakeld kan worden raken de Palestijnse terroristen er wel door verlamd en wint IsraŽl tijd en informatie.Vooral de laatste jaren werkt de IsraŽlische veiligheidsdienst er doelgericht en intensief aan om Palestijnse terroristen te stoppen nog voordat ze Łberhaupt de mogelijkheid hebben voet op IsraŽlische bodem te zetten.

 

Overige bronnen: http://www.israeltoday.co.il/NewsItem/tabid/178/nid/25523/Default.aspx

http://therightscoop.com/video-proof-that-amnesty-international-is-lying-about-israeli-war-crimes-in-2014-gaza-war/

http://www.aish.com/jw/me/Amnesty-Internationals-Jewish-Problem.html

http://unitedwithisrael.org/watch-amnesty-international-framed-israel/

http://elderofziyon.blogspot.nl/2015/07/amnesty-international-and-forensic.html#.VkoIeF4dRac

http://www.ngo-monitor.org/article/operation_defensive_shield_and_the_myth_of_the_jenin_massacre

http://archive.adl.org/israel/jenin/ Nai Newsletter Jeruzalem,4-23-24 april-2002 en 3-5-2002. Arutz-7 IsraelNationalNews, 4-11-19 en 23 april 2002. Internationale Christelijke Ambassade Jeruzalem(ICEJ), Jeruzalem, 26 maart en 10-11-19 en 23 april 2002.Jeruzalem Post, april 2002. WorldNetDaily, 14 april 2002..Honest Reporting ,7-8-2002.

Terug naar: Inhoud