Nazi-collaborateur Hajj Amin al-Hoesseini

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 19 januari 2011) (Laatste bewerking: 14 maart 2016)

Begin januari 2011 waren de ogen van de wereld opnieuw gericht op IsraŽl. Dit keer ging het om de sloop van het historische Shepherd Hotel in de wijk Sheikh Jarrah in het oostelijk deel van Jeruzalem. Dit hotel is in 1985 gekocht door de Joods-Amerikaanse zakenman Irving Moskowitz die vervolgens een vergunning kreeg om op deze plaats 20 nieuwe appartementen te bouwen. De IsraŽlische overheid heeft deze bouwplannen sinds die tijd tegengehouden maar gaf in de loop van 2010 uiteindelijk toch toestemming het gebouw te slopen om plaats te maken voor de geplande nieuwbouw. De sloopwerkzaamheden leverden weer een groot aantal afkeurende reacties op van allerlei anti-IsraŽl lobbyisten en andere figuren die acteren op het wereldtoneel.

De grote baas van de Verenigde Naties Ban Ki-Moon noemde de sloop illegaal omdat het hotel volgens hem op ĎPalestijnse grondgebiedí zou staan, en noemde het verder een inbreuk op de diverse resoluties van de VN. Maar dit soort uitspraken zijn volledig in strijd met onder meer de Vierde Conventie van GenŤve (van 12 augustus 1949) en het internationale recht. De toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton sprak van een ďverontrustende ontwikkelingĒ en zei dat het de ďvredesbesprekingen ondermijntĒ. Zoals bekent wil de Obama-administratie dat IsraŽl het oostelijke deel van de stad overdraagt aan de ďBende van RamallahĒ.

Sloop Shepherd hotel.

De Europese Unie vindt dat het tijd wordt om op te treden tegen de ,,illegale IsraŽlische bouwactiviteiten in het Palestijnse deel van Jeruzalem.Ē IsraŽl heeft het oostelijk deel van Jeruzalem weer in bezit gekregen tijdens de Zesdaagse oorlog van 1967, na 20 jaar bezetting door JordaniŽ. Op 30 juli 1980 nam de Knesset de Jeruzalemwet aan, waarmee Jeruzalem tot ondeelbare hoofdstad van IsraŽl werd uitgeroepen. Voor IsraŽls premier Benjamin Netanyahu is de opdeling van Jeruzalem niet meer aan de orde. Het kantoor van Netanyahu (PMO) gaf op 11 januari 2011 een verklaring af, die de internationale gemeenschap er aan herinnert dat IsraŽl een democratie is, en in een democratie zijn mensen vrij om te kopen en hun eigendom te ontwikkelen, ongeacht ras, religie of geloof. ,,Men moet niet verwachten dat de Staat IsraŽl Joden gaat verbieden particulier eigendom te kopen in Jeruzalem. Geen enkele democratische regering zou een dergelijk verbod opleggen aan Joden en IsraŽl zal het zeker niet doenĒ, aldus de verklaring. ,,Net zoals de Arabische inwoners van Jeruzalem woningen kunnen kopen of huren in overwegend Joodse wijken in Jeruzalem, kunnen Joden woningen kopen of huren in overwegend Arabische wijken in JeruzalemĒ, voegde het PMO toe.

Shepherd hotel bekend van nazi-collaborateur Hajj Amin al-Hoesseini

Het Shepherd hotel was in de dertiger jaren de residentie van Hajj Amin al-Hoesseini, de moefti van Jeruzalem, die vanwege zijn haat tegen het Joodse volk, steun zocht bij het nazi bewind van Adolf Hitler. Al in 1920 werd hij door het Britse militaire hof tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld, omdat hij verantwoordelijk was voor de pogroms die in de Joodse wijk van Jeruzalem waren uitgebroken. Zowel Jeruzalem als de Bijbelse gebieden Samaria en Judea vielen in die tijd onder het Britse mandaatgebied Palestina (officieel Eretz IsraŽl). De Britse Hoge commissaris van het mandaatgebied verleende hem echter een jaar later amnestie en benoemde hem zelfs tot moefti van Jeruzalem. Nauwelijks in functie voerde hij een krachtige oppositie tegen de terugkeer van het Joodse volk naar het aloude Heilige Land en speelde opnieuw een leidende rol in diverse moordpartijen op Joodse bewoners.

Hoesseini reisde het hele Midden-Oosten rond en verwierf politieke en financiŽle steun om oppositie te voeren tegen het Joods Nationaal Tehuis in het Heilige Land en wist de Arabische wereld ter verenigen in gemeenschappelijke haat tegen de Joden en de Britten die hem notabene tot moefti van Jeruzalem hadden benoemd. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, zag hij Hoesseini als een partner in zijn strijd tegen de Joden. Toen de Arabieren op 19 april 1936 in het Britse mandaatgebied in opstand kwamen, werden ze door het nazibewind zowel financieel als met wapenleveranties via Irak en Saoedi-ArabiŽ, ondersteund. Dat ging de Britten allemaal te ver en vaardigden daarop in juli 1937 een arrestatiebevel tegen de moefti uit. Hij dacht een veilig heenkomen te hebben gevonden in de Aksa- moskee op de Tempelberg in Jeruzalem, maar werd vervolgens gedwongen in oktober 1937 naar Libanon te vluchten. Omdat ook zijn relaties met SyriŽ en Frankrijk inmiddels danig waren vertroebeld, vluchtte hij in oktober 1939 naar Bagdad in Irak waar hij zijn hoofdkwartier vestigde om van daaruit nauwe banden met Duitsland en ItaliŽ te onderhouden. Nazi-Duitsland zond wapens en vliegtuigen naar Irak om de strijdkrachten van de moefti bij te staan maar de Britten slaagden er in om Irak te heroveren. Om het risico te vermijden door de Britten opgepakt te worden, vluchtte hij naar Teheran (Iran) waar hij op 9 mei 1941 de islamitische heilige oorlog uitriep tegen de Britten. Op 28 november 1941 bezocht hij Adolf Hitler en andere topfiguren van het nazibewind.

De Moefti op bezoek bij Adolf Hitler in Berlijn op 28 november 1941

De moslimleider kreeg een prachtige villa in Zehlendorf en werd op de loonlijst gezet van de SS.

De samenwerking van de moefti met Hitler

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bracht Hoesseini zijn tijd door in Berlijn aan de zijde van Adolf Hitler. Ze deelden niet alleen gemeenschappelijke waarden maar ook een gemeenschappelijke doelstelling de wereld te bevrijden van het Joodse volk. Er bestaan een aantal filmbeelden van Hoesseiniís bezoeken aan Duitsland en Hitler. Hoesseini werd rijkelijk door Hitler beloond voor het zaaien van haat tegen de Joden in het Heilige land en voor zijn hulp om Moslims aan te werven als Nazisoldaten. Hij bracht tijdens de oorlogsjaren Ďwerkbezoekení aan de vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau en Majdanek, om te zien hoe Hitler bezig was het Joodse vraagstuk op te lossen. Hij moedigde Hitler aan om de genocide ook toe te passen op de Joden in het Midden -Oosten. Volgens de onderzoekers Klaus-Michael Mallaman, directeur van het Nazi Onderzoekscentrum in Ludwigsburg en de historicus Martin Cueppers, hebben de naziís in 1942 een ĎEinsatsgruppeí geformeerd die de massavernietiging van de Joden in IsraŽl als taak kreeg. De moord moest op dezelfde manier plaatsvinden als in Europa. Deze groep stond in 1942 paraat om vanuit Athene naar IsraŽl af te reizen. De naziís waren van plan om Arabieren te rekruteren voor het vermoorden van hun Joodse buren.Duitsland slaagde er echter niet in het door Engeland bestuurde Heilige Landte bezetten waardoor de geplande genocide niet doorging.

De Moefti en de massamoorden in ServiŽ

Door middel van contacten met Bosnische moslims, ronselde Hoesseini tienduizenden SS soldaten onder de moslims op de Balkan. Hij riep via de door nazi-Duitsland verzorgde kortegolfzender moslims op de Balkan op om dienst te doen in speciale door hem opgerichte Bosnisch-islamitische Waffen-SS de zogeheten SS-Handschaar (of Handzar)-divisie, en speelde daarnaast een hoofdrol in het aanzetten tot genocide op de Europese Joden, ServiŽrs en Roma & Sinti (zigeuners). De zender kon ook in het Midden-Oosten goed ontvangen worden. Hoesseini riep in zijn uitzendingen de Arabieren op om in opstand te komen tegen de Britse kolonisator en tot het vermoorden van iedere Jood die men tegenkwam. De nazi's beloofden Hoesseini heerschappij over het Britse mandaatgebied ĎPalestinaí na het einde van de oorlog.

De moslimlegioenen van Hoesseini namen deel aan massamoorden op duizenden Servische verzetstrijders, Joden en zigeuners. Zelfs de Duitse officieren die de meest afschuwelijke moorden gewend waren, waren geschokt door de wreedheid van de moslim SSíers. Zij sneden de harten van hun tegenstanders uit het lichaam. In maart van 1944 riep de moefti in Berlijn via de radio: ďArabieren! Sta op als ťťn man en vecht voor jullie heilige rechten. Dood de Joden waar je ze ook maar vinden kunt. Dit behaagt Allah, de geschiedenis en de godsdienst.Ē

 

Op de afbeelding rechts groet Amin al Hoesseinizijn moslimsoldaten bij de Handschaar Waffen SS Divisie

Hoesseini na de oorlog

Hoesseini verbleef tot 1945 in Duitsland. In april van dat jaar ontving hij op het ministerie van Buitenlandse Zaken nog 50.000 Mark voor zijn campagne tegen het Joods Nationaal Tehuis. Na de ineenstorting van Hitlerís bewind vluchtte Hoesseini naar Zwitserland. De Zwitsers droegen hem over aan de Fransen die hem samen met chauffeur, twee bodyguards en secretaris, in de villa Les Roses in Louvecienne (de omgeving van Parijs) onder huisarrest plaatsten. Op 28 mei 1946 wist hij (al dan niet met hulp van de Franse regering) uit Frankrijk te ontsnappen en vluchtte vervolgens naar Egypte, waar koning Faroek hem in 1948 asiel verleende. Omdat hij voor zijn collaboratie met Hitler en de zijnen niet was gestraft, steeg zijn prestige enorm onder de Arabieren. Veel oorlogsmisdadigers vonden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog toevlucht in de Arabische landen. In CaÔro rekruteerde Hoesseini actief voormalige nazi-officieren als adviseurs voor de Arabische regeringen in het Midden-Oosten. Het was opvallend dat in de naoorlogse politiek in veel Duitse studies de samenwerking tussen Hitler en de Groot-Moefti van Jeruzalem of volkomen werd genegeerd of marginaal afgedaan, zelfs in vaktijdschriften. Dat gold trouwens niet alleen van het Duitse taalgebied.

Mohammad Amin Al-Hoesseini overleed op 5 juli 1974 in Beiroet (Libanon) zonder ooit voor zijn misdaden veroordeeld te zijn. De nazi-collaborateur was een bron van inspiratie voor zowel Saddam Hoessein, de voormalige dictator van Irak als aartsterrorist Jasser Arafat die hem zijn ďgrote heldĒ noemde. De plannen van Hitler en de moefti worden vandaag vertegenwoordigd door terreurleider Abu Mazen (Mahmoud Abbas) en zijn corrupte bende in Ramallah, Hamas en Hezbollah in Libanon en andere moslimextremisten in het Midden-Oosten. Hun doelstellingen zijn vandaag dezelfde als die van Hitler die de Joden in de hele wereld wilde vermoorden.

Op 23 november 2010 loofde Abu Mazen de prestaties van de Moefti: ,,We moeten ons herinneren aan het uitstekende leiderschap over het ĎPalestijnseí volk door de Grootmoefti van ĎPalestinaí Haj Mohammed Amin al- Hoesseini, die de strijd vanaf het begin heeft gesponsordĒ.

In een toespraak op 4 januari 2013 werd Al-Husseini opnieuw uitvoerig door Mazen geprezen, daarnaast werden door hem een hele serie andere terroristen door hem in het zonnetje gezet, waaronder figuren die de meest gruwelijke moordpartijen op onschuldige IsraŽlische burgers op hun geweten hebben.

Terug naar: Inhoud