Mensonwaardige behandeling overlevenden Holocaust (Shoah)

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: maart 1994) (Laatste bewerking: 23 november 2019)

Toen de oorlog afgelopen was keerden tien miljoen vluchtelingen terug naar huis en haard. Dit voorrecht was voor de meeste overgebleven joden niet weggelegd. Hun gezinnen en families waren uitgeroeid en gemeenschappen waarvan zij deel hadden uitgemaakt waren in de meeste gevallen volledig verdwenen. De enkeling die bevrijd werd stond bijna naakt voor de wereld, gehuld in een gevangenenuniform met schoenen met houten zolen eraan. Ze bezaten niets, zelfs geen ondergoed, sokken of een zakdoek. Ze waren mager als skeletten, vel over been. Zij die na al de jaren van verschrikking huiswaarts keerden ontdekten dat ze van hun bezittingen waren beroofd. Velen van hen werden niet eens meer binnengelaten in hun eigen huizen. Ze kregen de rekening alsnog gepresenteerd: of ze alsnog de achterstallige belastingen en premies wilden betalen met bijkomende kosten.

De nieuwe Ďbezittersí (dikwijls hun eigen buren) deden alsof ze hen niet kenden. Hun eigen schilderijen hingen nog aan de muur en hun meubilair stond nog in de kamer. En zo ging het in heel gelovig Europa! Men had niet meer op hun terugkeer gerekend en alles wat te roven viel, geroofd. Voor de meeste ontheemden was er nog maar een oplossing en dat was vertrekken naar het oude land van hun vaderen.

Joodse organisaties in Europa en de Verenigde Staten stichtten als reactie op deze onmenselijke situatie de ondergrondse organisatie ĎEscapeí, op die duizenden Joden uit vluchtelingenkampen naar de Mediterrane havens brachten vanwaar zij per schip vertrokken richting IsraŽl. Maar terwijl in heel de wereld de kreet van afgrijzen nog naklonk over de massamoord door Hitlers beulen, ontzag de Engelse regering zich niet, de terugkerende Joodse ballingen door haar ambtenaren te laten opjagen en naar kampen op Cyprus te transporteren of zelfs naar Duitsland terug te brengen. Inplaats van het besluit van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties te respecteren, waartoe zij als lid verplicht was, ging zij het zoveel mogelijk saboteren en gemene zaak met de Arabieren maken.

Om de schepen met Joodse immigranten tegen te houden, zonden de Britten een vloot van achttien schepen, twintig gevechtsvliegtuigen en negen fregatten naar het Heilige land. Bovendien plaatsten ze landmijnen voor de kust om te voorkomen dat schepen met Joden zouden aanmeren. Meer dan 10.000 Joden werden na de Holocaust op deze wijze weerhouden om daadwerkelijk aan land te gaan. Dat overkwam ook het schip de Exodus. Het schip werd gekocht door de Hagana(de militaire verdedigingsmacht van IsraŽl vůůr het ontstaan van de staat IsraŽl), en uitgerust met slaapzakken, kookgelegenheden en toiletten. De Joodse gemeenschap in de VS had hiervoor achtduizend dollar gedoneerd. Een team van de Hagana uit IsraŽl voegde zich bij het Amerikaanse team dat bestond uit jonge Amerikaanse vrijwilligers.

Inmiddels hadden de Engelsen hun troepen die in Europa overbodig waren geworden, naar het mandaatgebied ĎPalestinaí gedirigeerd om daar de overlevenden tegen te houden en zelfs terug te sturen naar Duitsland. Zo vertrok ook het schip de Exodus (met het Hebreeuwse opschrift ĎJetsiíat Europa 1947) op 11 juli 1947 met aan boort 4515 Joodse mannen, vrouwen en (wees) kinderen die de Holocaust hadden overleefd, vanuit de haven van Marseille naar Haifa.

Schip de Exodus.

Zodra het de haven van Marseille uitvoer, volgden acht Britse oorlogsschepen en gevechtsvliegtuigen de Exodus. Op 18 juli toen het schip het strand van Haifa naderde, gingen Britse militairen aan boord, die met grof geweld de vluchtelingen aanviel. Er ontstonden hevige gevechten toen mensen probeerden aan land te gaan. Daarbij werden vier passagiers gedood en zoín honderd passagiers raakten gewond onder wie vrouwen en kinderen. Een van de mensen die niet overleefden, was officier Bill Bernstein, een Amerikaanse vrijwilliger van de San Francisco Brigade. De Britten hielden er geen enkele rekening mee dat ze hier met verzwakte en uitgemergelde overlevenden van de Holocaust te maken hadden die meestal hun hele familie hadden verloren en geen vaderland of thuis meer hadden. Ze konden niet begrijpen wat er met hen gebeurde.

Na de aanslag werd de beschadigde Exodus naar de haven van Haifa gesleept, waar de passagiers werden ondergebracht in Britse interneringskampen totdat zij teruggestuurd zouden worden naar vluchtelingenkampen in Europa. Er werd hen verteld dat ze naar Cyprus gebracht zouden worden maar het werkelijke doel was Frankrijk. Omdat de Exodus was vertrokken uit Frankrijk, werden de passagiers met drie deportatieschepen hier naartoe gestuurd. Maar de Franse autoriteiten weigerden hen op te nemen. Vervolgens werden ze door de Britten gewoonweg teruggestuurd naar een van hun steunpunten in Hamburg, naar het land dat enkele jaren daarvoor, nog systematisch zes miljoen van hen had vermoord. De Exodus mocht uiteindelijk aanmeren in een Duitse haven, waar de Holocaust overlevenden zouden worden ondergebracht in een Duits militair kamp. Maar alle 4500 passagiers weigerden van boord te gaan. Zij gingen in hongerstaking. Deze situatie duurde drie weken maar uiteindelijk namen de Britten het schip over.

De Exodus nadat de Britten het hadden overgenomen

Maar uiteindelijk werden ze met goederentreinen naar twee kampen in het Displaced-Persons-kamp PŲppendorf bij LŁbeck overgebracht. De plaatselijke bevolking ontving de Joden met gezichten vol haat, alsof er nog niets veranderd was. In cafťs en restaurants weigerde men Joden te bedienen. In Bad Reichenhall zei een Duitse hotelhouder: ,,Jammer dat we niet meer Joden gedood hebben.Ē Het terugsturen van de Joodse vluchtelingen, waarover uitgebreid werd geschreven in de Amerikaanse media, zorgde voor enorme verontwaardiging en weerstand onder Amerikaanse Joden. Zij leverden felle kritiek op de Britse strijdkrachten en beschuldigden hen van voortzetting van het nazi-fascisme.

Nadat een Engels-Amerikaanse onderzoekscommissie zich over deze netelige situatie had gebogen, kwam het besluit dat de ontheemden met onmiddellijke ingang in het aloude moederland toegelaten moesten worden. De sterke toename van het aantal Joodse immigranten leidde ertoe dat de Arabieren het verzet tegen hun aanwezigheid steeds verder opvoerden. De Haganah sloeg hard terug waarbij de Engelsen ook niet werden ontzien. In mei 1946 verleende de Britse regering onafhankelijkheid aan Transjordanie (het door de Volkerenbond aan IsraŽl toegezegde land) waar de Arabieren het recht op zelfbeschikking konden verwezenlijken. Op 29 november 1947 stelde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in resolutie 181 een deling voor van het gebied ten westen van de rivier de Jordaan, het gebied dat door de Volkerenbond al in zín geheel aan Israel was toegewezen en zelfs door de VN in Artikel 49 bekrachtigd. Vervolgens gaven de Britten de mandaat opdracht terug aan de internationale gemeenschap.

Toen de wereld ging inzien dat de vluchtelingen van de Exodus, net als honderdduizenden andere Joden zich nergens anders zouden kunnen vestigen dan in het beloofde land, veranderde de politieke houding. Toen op 14 mei 1948 de Joodse staat IsraŽl werd opgericht, werd het diepgewortelde, onveranderlijke verlangen van de Joden, die zich nog in de kampen in Duitsland bevonden, mogelijk om aliya te maken naar het aloude thuisland van hun voorvaderen. In 1958 schreef de Joodse auteur Leon Uris het boek ĎExodusí dat grotendeels berust op de geschiedenis van dit schip. In 1960 werd de verfilming van het boek, door regisseur Otto Preminger met Paul Newman in de hoofdrol, een hit.

Leon Uris

De IsraŽlische Minister voor Informatie en Diaspora Yuli Edelstein hield dinsdag 24 januari 2012 een opmerkelijke toespraak op de International Holocaust Remembrance Day in het Europees Parlement en zei dat IsraŽl ervoor zal zorgen dat er nooit meer een nieuwe Holocaust zal plaatsvinden. Edelstein herinnerde zijn gehoor er aan dat tijdens de Wannsee Conferentie van 24 januari, 1942, 15 nazi-ambtenaren het lot van miljoenen Europese Joden verzegelden en er andere conferenties plaatsvonden die er alleen op gericht waren om manieren te bedenken om de Joden te elimineren. Zo was er "de Conferentie van EvianĒ waar 31 Westerse landen debatteerden over het lot van de Joodse vluchtelingen van Duitsland en Oostenrijk.

Ondanks de pleidooien van Joodse organisaties en de aanwezigheid van de internationale pers, bereikte de conferentie niets. De grote westerse democratieŽn maakten symbolische gebaren. De meesten zeiden dat ze al meer dan genoeg Joden hadden. Ook refereerde hij aan de St. James Conference in Londen. In mei 1939 keurde Groot-BrittanniŽ het Witboek goed, beknotte de Joodse immigratie naar het Heilige Land en sloot de deur naar de laatste echte optie op redding. Volgens Edelstein is vandaag "het doel van de antisemieten hetzelfde - om de gemeenschappelijke menselijkheid van de Jood te ontkennen, om hem uit te sluiten, hem tot zondebok te maken. 70 jaar geleden werkte dit perfect."

Terug naar: Inhoud