Mensonwaardige behandeling overlevenden Holocaust

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: maart 1994) (Laatste bewerking: 25 april 2016)

Toen de oorlog afgelopen was keerden tien miljoen vluchtelingen terug naar huis en haard. Dit voorrecht was voor de meeste overgebleven joden niet weggelegd. Hun gezinnen en families waren uitgeroeid en gemeenschappen waarvan zij deel hadden uitgemaakt waren in de meeste gevallen volledig verdwenen. De enkeling die bevrijd werd stond bijna naakt voor de wereld, gehuld in een gevangenenuniform met schoenen met houten zolen eraan. Ze bezaten niets, zelfs geen ondergoed, sokken of een zakdoek. Ze waren mager als skeletten, vel over been. Zij die na al de jaren van verschrikking huiswaarts keerden ontdekten dat ze van hun bezittingen waren beroofd. Velen van hen werden niet eens meer binnengelaten in hun eigen huizen.

 De nieuwe ‘bezitters’ (dikwijls hun eigen buren) deden alsof ze hen niet kenden. Hun eigen schilderijen hingen nog aan de muur en hun meubilair stond nog in de kamer. En zo ging het in heel gelovig Europa! Men had niet meer op hun terugkeer gerekend en alles wat te roven viel, geroofd.Voor de meeste ontheemden was er nog maar een oplossing en dat was vertrekken naar het oude land van hun vaderen. Terwijl in heel de wereld de kreet van afgrijzen nog naklonk over de massamoord door Hitlers beulen, ontzag de Engelse regering zich niet, de terugkerende Joodse ballingen door haar ambtenaren te laten opjagen en naar kampen op Cyprus te transporteren of zelfs naar Duitsland terug te voeren.Inplaats van het besluit van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties te respecteren, waartoe zij als lid verplicht was, ging zij het zoveel mogelijk saboteren en gemene zaak met de Arabieren maken.

Zo vertrok ook het schip de Exodus met het Hebreeuwse opschrift ‘Jetsi’at Europa 1947 (uittocht uit Europa 1947) in 1946 met 4500 Joden aan boort, waaronder 1500 kinderen, naar Haifa, begeleid door acht Britse oorlogsschepen. Inmiddels hadden de Engelsen hun troepen die in Europa overbodig waren geworden, naar ‘Palestina’ gedirigeerd om daar de overlevenden tegen te houden of onder te brengen in interneringskampen. Drie deportatieschepen lagen klaar om de Joden naar Cyprus te brengen-althans, dat werd hen verteld, maar het werkelijke doek was Frankrijk. Soms werden ze door de Britten gewoonweg teruggestuurd naar een van hun steunpunten in Hamburg, naar het land dat enkele jaren daarvoor, nog systematisch zes miljoen had vermoord. Zo werd ook het schip de Exodus op 18 juli 1947 bij Haifa tegengehouden en teruggestuurd naar Hamburg. Er ontstonden hevige gevechten toen mensen probeerden aan land te gaan. Drie mensen aan boord van het vluchtelingenschip stierven en velen raakten gewond, onder wie vrouwen en kinderen.

De Britten hielden er geen enkele rekening mee dat ze hier met verzwakte en uitgemergelde overlevenden van de Holocaust te maken hadden die meestal hun hele familie hadden verloren en geen vaderland of thuis meer hadden. Ze konden niet begrijpen wat er met hen gebeurde. Ze werden met goederentreinen naar twee kampen in het Displaced-Persons-kamp Pöppendorf bij Lübeck overgebracht. De plaatselijke bevolking ontving de Joden met gezichten vol haat, alsof er nog niets veranderd was. In cafés en restaurants weigerde men Joden te bedienen. In Bad Reichenhall zei een Duitse hotelhouder: ,,Jammer dat we niet meer Joden gedood hebben.” De Joden die zich nog in de kampen in Duitsland bevonden, maakten meteen na het uitroepen van de staat Israël op 14 mei 1948 aliya.

Schip de Exodus.

Nadat een Engels-Amerikaanse onderzoekscommisie zich over deze netelige situatie had gebogen, kwam het besluit dat de ontheemden met onmiddellijke ingang in het aloude moederland toegelaten moesten worden. De sterke toename van het aantal Joodse immigranten leidde ertoe dat de Arabieren het verzet tegen hun aanwezigheid steeds verder opvoerden. De Haganah sloeg hard terug waarbij de Engelsen ook niet werden ontzien. In mei 1946 verleende de Britse regering onafhankelijkheid aan Transjordanie (het door de Volkerenbond aan Israël toegezegde land) waar de Arabieren het recht op zelfbeschikking konden verwezelijken. Op 29 november 1947 stelde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in resolutie 181 een deling voor van het gebied ten westen van de rivier de Jordaan, het gebied dat door de Volkerenbond al in z’n geheel aan Israel was toegewezen en zelfs door de VN in Artikel 49 bekrachtigd. Vervolgens gaven de Britten de mandaat opdracht terug aan de internationale gemeenschap.

De Israëlische Minister voor Informatie en Diaspora Yuli Edelstein hield dinsdag 24 januari 2012 een opmerkelijke toespraak op de International Holocaust Remembrance Day in het Europees Parlement en zei dat Israël ervoor zal zorgen dat er nooit meer een nieuwe Holocaust zal plaatsvinden. Edelstein herinnerde zijn gehoor er aan dat tijdens de Wannsee Conferentie van 24 januari, 1942, 15 nazi-ambtenaren het lot van miljoenen Europese Joden verzegelden en er andere conferenties plaatsvonden die er alleen op gericht waren om manieren te bedenken om de Joden te elimineren. Zo was er "de Conferentie van Evian” waar 31 Westerse landen debatteerden over het lot van de Joodse vluchtelingen van Duitsland en Oostenrijk. Ondanks de pleidooien van Joodse organisaties en de aanwezigheid van de internationale pers, bereikte de conferentie niets. De grote westerse democratieën maakten symbolische gebaren. De meesten zeiden dat ze al meer dan genoeg Joden hadden.Ook refereerde hij aan de St. James Conference in Londen. In mei 1939 keurde Groot-Brittannië het Witboek goed, beknotte de Joodse immigratie naar het Heilige Land en sloot de deur naar de laatste echte optie op redding. Volgens Edelstein is vandaag "het doel van de antisemieten hetzelfde  - om de gemeenschappelijke menselijkheid van de Jood te ontkennen, om hem uit te sluiten, hem tot zondebok te maken. 70 jaar geleden werkte dit perfect."

Terug naar: Inhoud