Jozef in Sichem begraven

 

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: oktober 2000) (Laatste bewerking: 19 april 2016)

 

Een groep Egyptische archeologen en onderzoekers hebben een sensationele ontdekking gedaan die het bestaan van de Bijbelse Jozef bevestigt. De geschiedenis van Jozef in Egypte wordt door veel critici als ongeloofwaardig afgedaan maar de Egyptische krant Al-Ahram meldt dat archeologen bij verrassing een aantal munten hebben ontdekt uit de tijd van de Egyptische faraoís. Sommige munten zijn uit de tijd dat Jozef in Egypte leefde en dragen zijn naam en afbeelding.

 

Afbeelding Jozef

De onderzoekers ontdekten de munten toen ze duizenden kleine archeologische vondsten nakeken die in het Egyptisch museum liggen opgeslagen. Wat de meeste archeologen voor een soort sieraden hebben gehouden, blijken in werkelijkheid munten te zijn.Net als de munten in onze tijd, staat aan de ene kant een tekst en andere kant een afbeelding.Een van de munten heeft een afbeelding van een koe symboliserend Faraoís droom over de zeven vette koeien en de zeven magere koeien, en de zeven jaren van graanovervloed en de zeven jaren van droogte. Met de vondst van de munten is tevens de bewering van sommige historici weerlegt dat er in de klassieke Egyptische oudheid geen munten bestonden maar dat de handel slechtsbestond uit ruilhandel.

Genesis 37 meldt dat Jozef met zijn broers, de zonen van Bilha en Zilpa, de schapen van zijn vader hoede. Jakob (IsraŽl) had Jozef lief boven al zijn zonen. Toen zijn broers dat zagen, begonnen ze hem te haten. De haat werd nog erger toen Jozef een paar dromen aan zijn broers had verteld en uitgelegd. Daarop besloten zijn broers hem aan de IsmaŽlieten te verkopen voor twintig zilverstukken. De IsmaŽlieten namen hem vervolgens mee naar Egypte waar hij als slaaf werd verkocht aan een Egyptische hoveling. Ook uit andere bronnen blijkt dat in die tijd een behoorlijke slaaf in het gehele Midden-Oosten 20 zilverstukken koste.

 

Jozef verkocht aan de IsmaŽlieten(1855 schilderij van Konstantin Flavitsky )

In Genesis 41 wordt de ontmoeting van Jozef met de farao beschreven. Jozef werd door God gezegend en dat viel de Egyptenaren op (Gen.39:3). De farao had een droom en de wijzen waren niet in staat deze uit te leggen. De schenker herinnerde zich Jozef die zijn droom had uitgelegd. Jozef verscheen vervolgens voor farao en legt hem de droom uit. De droom hield in dat er zeven jaren van voorspoed en daarna zeven jaren van hongersnood zouden komen. Jozefs voorstel was om iemand aan te stellen die erop toe zou zien dat het voedseloverschot in de zeven jaren van voorspoed zou worden verzameld en opgeslagen. Farao erkende dat God dit allemaal aan Jozef had bekendgemaakt en erkende eveneens de wijsheid die God aan Jozef had gegeven. Daarom kreeg Jozef de taak om het paleis te besturen. Alleen Farao stond nog boven hem. Als tekenen van deze bevoegdheid en hoge positie kreeg Jozef een zegelring om zijn vinger, een gouden keten om zijn hals, linnen kleding, en een prachtige wagen. Bij Jozefs benoeming tot eerste minister gaf de farao hem de Egyptische naam Safenat-Paneach.Als echtgenote kreeg hij Asnat, de dochter van Potifera, de priester van On.De uitreiking van de gouden keten was destijds een beloning voor een bewezen dienst.

Volgens Joodse bronnen stierf Jozef rond 1450 voor Chr in Egypte. Het was in die tijd de gewoonte dat een overledene werd Ďvergaderd bij zijn voorgeslachtí, door te worden bijgezet in een familiegraf. Ook Jakob wilde het zo (Gen.50:2-3) Van Jozef staat echter vermeld dat hij in een kist werd gelegd in Egypte, wel met het oogmerk om later met zijn volk naar Kanašn te worden meegenomen. En zo gebeurde het! Mozes nam het gebeente van Jozef mee uit Egypte en Jozua begroef zijn overblijfselen na aankomst in het Beloofde Land, in Sichem.

Jozua: 24-42 Het gebeente van Jozef, dat de IsraŽlieten uit Egypte meegevoerd hadden, heeft men te Sichem begraven, in het stuk land, dat Jakob voor honderd stukken geld van de zonen van Hemor, de vader van Sichem, gekocht had en dat de Jozefieten verkregen tot een erfelijke bezitting.

Het graf van Jozef ligt in Sichem waar Abraham zijn tenten opsloeg na aankomst in het land Kanašn en waar de Here aan hem verscheen, bij de terebint van Morť. Abrahamís kleinzoon Jakob sloeg eveneens tijdelijk zijn kamp op bij Sichem.De plaats speelde ook een bijzondere rol in de geschiedenis van IsraŽl bij de verovering van het land onder Jozua. Toen Jozua met de twaalf stammen voet aan de grond had gekregen in het westelijk deel van het Beloofde land, trok hij met hen naar Sichem, alwaar een grootse plechtigheid plaatsvond. Hier vervulde hij de opdracht die Mozes hem geven had, om de zegeningen af te kondigen van de top van de Gerizim en de vloeken van de top van de Ebal. Zes stammen stelden zich op tegen de hellingen van de Ebal ten noorden van Sichem en zes tegen de hellingen van de Gerizim ten zuiden van de stad.Toen richtte Jozua een altaar op bovenop de berg Ebal en schreef op een stenen gedenkteken de wet Gods. ,, Daarna las hij al de woorden der wet voor, de zegen en de vloek, naar alles wat in het boek der wet geschreven stondĒ (Jozua 8:30-34) Ook nu nog is de berg Ebal kaal en rotsachtig, terwijl de berg Gerizim groen en vruchtbaar is.Begin 2006 is na 3249 jaar het graf opengesteld van Joshua bin Nun en Kaleb bin Yusoef in de buurt van de plaats AriŽl in Samaria. Joshua was van de stam Ephraim en stierf op de leeftijd van 110 jaar.

 

Joshua is begraven in Heres, in Samaria, een dorp dat dateert uit Bijbelse tijden en dat nu in een door het PLO- bewind gecontroleerde stad ligt. Joshuaís graf ligt naast dat van Nun zijn vader, en Kaleb.

Uit een brief van de koning van Jeruzalem aan de toenmalige farao van Egypte (gevonden in 1887 in het oude Egyptische archief van Tell el-Amarna) is bekend, dat Sichem zich zonder slag of stoot aan de ďKinderen van IsraŽlĒovergaf. Dat verklaart, hoe Jozua ongestoord en zonder dat er vijandelijkheden plaatsvonden de verovering van Mozes ten uitvoer kon brengen om een altaar en een gedenkteken op de berg Ebal neer te zetten.

Jozefs graf in Sichem is een getuigenis van Gods belofte aan IsraŽl aangaande hun rechten op het land. Sichem is ťťn van de steden die IsraŽl aan het PLO-bewind heeft overgedragen zoals in de gesloten Oslo-akkoorden in 1993 is overeengekomen. Sichem wordt door de Arabieren Nablus genoemd. Als onderdeel van de Oslo-akkoorden akkoorden was afgesproken dat het graf van Jozef door IsraŽlische militairen bewaakt zou worden en het Joden en Christenen toegestaan was, het te bezoeken. In september 1996 werden zes IsraŽlische militairen gedood en vielen er een groot aantal gewonden toen terroristen van Arafats Fatah beweging een mislukte poging ondernamen de bewaking van het graf over te nemen. Na de door Jasser Arafat afkondigde 2e intifada op 29 september 2000, namen de aanvallen op IsraŽlische doelen in alle hevigheid toe en werd het graf van Jozef, plaats van dagelijkse ongeregeldheden.

Volgelingen van Arafat lieten hier de gewonde IsraŽlische soldaat Madhat Yusuf doodbloeden door ambulancepersoneel de toegang te beletten.In een poging de gemoederen te kalmeren besloot de toenmalige IsraŽlische premier Ehud Barak daarop het leger bij de tombe terug te trekken. Honderden uitzinnige barbaren, waaronder politieagenten, trokken vervolgens naar het graf, beukten met mokers de muren kapot en staken de bijbehorende synagoge in brand. Tweeduizend heilige boeken werden verbrand en meer dan drieduizend jaar Joodse geschiedenis totaal verwoest. Wat niet onder de slopershamer viel werd gestolen: computers, aanrechten, en zelfs toiletpotten. Rabbijn Hillil Lieberman die een kijkje kwam nemen omdat hij niet kon geloven wat er gebeurt was, werd op gruwelijke wijze vermoord.

PLO-Arabieren verwoesten graf van Jozefin het Bijbelse Sichem in september 2000.

 

Jasser Arafat haastte zich voor de tv-cameraís te verontschuldigen en verklaarde dat de boel weer snel zou worden opgeknapt. Maar in plaats van het beheer weer aan IsraŽl over te dragen, liet hij het gebouw groen schilderen en omdopen tot moskee. Volgens PLO-woordvoerder Abu Talal Nasar ,,is het graf ten onrechte door de Jodenaangemerkt als het graf van Jozef. Hij zou nooit in Palestina zijn geweest en dus ook niet begraven. Hij woonde in Egypte en is daar ook begraven.Ē Het bewind in Ramallah beweert echter dat het lichaam van Jozef begraven ligt bij dat van de patriarchen in Hebron. In het graf in Sichem liggen opeens de beenderen van een moslim genaamd Sjeik Yusuf Dukat, die rond 1850 zou hebben geleeft. Merkwaardig dan dat Arafats volgelingen het graf van deze sjeik hebben vernield!

 

Op 19 februari 2003 ontdekte Rabbi Yisrael Weiss dat de twee meter grote steen die het graf van Jozef bedekt, praktisch geheel was vernield. De omgeving van het graf lag vol met vuilnis en auto onderdelen. Op 11 februari 2008deden een groep Arabische vandalen opnieuw een poging het graf te verwoesten. Op 16 september 2010 heeft het graf van Jozef een nieuw dak gekregen. Honderden mensen waren in de gemeenschap van Mitzpe Yosef aanwezig om de verwoesting van tien jaar geleden te herdenken.

Op 23 januari 2013 Jozefs graf opnieuw ernstig ontwijd. De groep van ongeveer 2500 Joodse pelgrims vertelden aan de IsraŽlische krant Ma'ariv dat de Joodse heilige boeken waren verbrand, meubels vernield, het stonk er naar urine en er was duidelijk geprobeerd het gebouw in brand te steken. ,,Alleen barbaren zouden zulke verschrikkelijke dingen doen bij een dergelijke heilige plaatsĒí vertelde de plaatselijke Joodse leider Gershon Mesika aan de krant. ,,IsraŽl kan niet langer toelaten dat zijn heilige plaatsen ongehinderd worden ontheiligd.Ē De internationale gemeenschap zwijgt in alle talen over deze voortdurende misdaad vol haat en het ontbreken van godsdienstvrijheid voor Joden die bij dit Bijbelse gedenkteken willen bidden.

Terug naar: Inhoud