Holocaust overlevenden schandalig behandeld door Groot-BrittanniŽ

 

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 9 september 2011) (Laatste bewerking: 23 juli 2018)

De BritsehistoricusKeith Jeffery verteld in zijn boek ďThe Secret History of M16Ē schokkende feiten over geheime aanvallen door de Britse geheime dienst (M16) op schepen met die op weg waren vanuit Europa naar IsraŽl. De Britse Labour regering onder leiding van Clement Attlee,vroeg eind 1946 deMI6voorstellen te doen op welke manier er tegen de Ďillegale Joodse immigratieí naar ĎPalestinaí (officieel Eretz IsraŽl) zou kunnen worden opgetreden. De M16 stelde onder meer voor ď explosieven op schepen te plaatsen en voedsel en vers water te saboterenĒ. Dat zou zo moeten gebeuren dat de verdenking zou worden toegeschreven aan Arabische terreurgroepen. Na een vergadering op 14 februari 1947 tussen vertegenwoordigers van MI6 en de Britse overheid, ging een speciaal team van voormalige agenten op pad onder de codenaam Operation Embarrass onder het mom dat ze uit zeilen zouden gaan. In werkelijkheid werden ze naar Frankrijk en ItaliŽ gestuurd met mijnen die eruit zagen als Ďzeeslakkení die met tijdklokken tot ontploffing konden worden gebracht.

In de zomer van 1947 en voorjaar van 1948 pleegden de agenten vijf aanslagen op schepen in Italiaanse havens waarbij een schip totaal werd verwoest en twee anderen beschadigd. Twee Ďzeeslakmijnení werden ontdekt voordat ze tot ontploffing konden worden gebracht maar de Italiaanse regering had geen idee wie er achter zat. Ook heeft men overwogen het stoomschip ďPresident Warfield ďop te blazen dat in een haven in Frankrijk lag afgemeerd. Dit schip werd later bekend als de ďExodusĒ. De informatie in het boek van Jeffery is tot stand gekomen in samenwerking met de Britse geheime dienst.

Het schip de Exodus

Toen de oorlog afgelopen was keerden tien miljoen vluchtelingen terug naar huis en haard. Dit voorrecht was voor de meeste overgebleven Joden niet weggelegd. Hun gezinnen en families waren uitgeroeid en gemeenschappen waarvan zij deel hadden uitgemaakt waren in de meeste gevallen volledig verdwenen. De enkeling die bevrijd werd stond bijna naakt voor de wereld, gehuld in een gevangenenuniform en schoenen met houten zolen. Ze bezaten niets, zelfs geen ondergoed, sokken of een zakdoek. Ze waren mager als skeletten, vel over been. Zij die na al de jaren van verschrikking huiswaarts keerden ontdekten dat ze van hun bezittingen waren beroofd. Velen van hen werden niet eens meer binnengelaten in hun eigen huizen. De nieuwe Ďbezittersí (dikwijls hun eigen buren) deden alsof ze hen niet kenden. Hun eigen schilderijen hingen nog aan de muur en hun meubilair stond nog in de kamer. En zo ging het in heel gelovig Europa! Men had niet meer op hun terugkeer gerekend en alles wat te roven viel, geroofd. Voor de meeste ontheemden was er nog maar een oplossing, weg uit het vijandige Europa, hopende een veilige thuishaven te vinden in het aloude Heilige Land. Maar de Britse overheid keerde zich op barbaarse manier tegen de meelijwekkende restanten van de grootse misdaad in de menselijke geschiedenis.

Terwijl in heel de wereld de kreet van afgrijzen nog naklonk over de massamoord door Hitlers beulen, besloot de Britse regering schepen met Joodse ballingen te saboteren. De Britse troepen die in Europa overbodig waren geworden, werden naar ĎPalestinaí gestuurd om daar de overlevenden van de concentratiekampen tegen te houden of onder te brengen in interneringskampen. Ook werden de overlevenden door Britse ambtenaren op Cyprus geÔnterneerd of zelfs naar Duitsland teruggestuurd.

Op 11 juli 1947 begon het schip de President Warfield (Exodus) met 4525 passagiers waaronder 1500 kinderen, de overtocht vanuit de Franse Middellandse Zeehaven Sťte richting IsraŽl. Het schip werdgevolgd door de Britse geheime dienst en twee oorlogsschepen en op 18 juli door de Britse marine in internationale wateren voor Haifa opgebracht. Bij de vier uur durende gevechten aan boord met de Britten kwamen drie bemanningsleden om het leven en werden velen gewond onder wie vrouwen en kinderen. In Haifa werden de passagiers op drie gevangenisschepen overgezet en teruggestuurd naar Frankrijk. De Britten hielden er geen enkele rekening mee dat ze met overlevenden van de Holocaust te maken hadden die meestal hun hele familie hadden verloren en geen vaderland of thuis meer hadden. Op 30 augustus werden ze vanuit Frankrijk naar Duitsland teruggestuurd en onder het oog van de internationale pers met geweld van boord gehaald en vervolgens met goederentreinen naar twee kampen in het Displaced-Persons-kamp PŲppendorf bij LŁbeck overgebracht. De plaatselijke bevolking ontving de Joden met gezichten vol haat, alsof er nog niets veranderd was. In cafťs en restaurants weigerde men ze te bedienen. In Bad Reichenhall zei een Duitse hotelhouder: ĎJammer dat we niet meer Joden gedood hebbení. De Joden die zich nog in de kampen in Duitsland bevonden, maakten meteen na het uitroepen van de staat IsraŽl op 14 mei 1948 aliya. Groot-BrittanniŽ heeft nooit haar verontschuldigingen aangeboden voor al deze misdaden en ook niet voor de 52.000 mensen die op Cyprus maanden en jaren in kampen werden vastgehouden. Het is ťťn van de vele schandvlekken uit de Britse geschiedenis ten aanzien van het Joodse volk.

Na afloop van de IsraŽlische actie tegen de Ďvredesactivisten' op het vlaggenschip de Mavi Marmara van de ďFree Gaza MovementĒ op 31 mei 2010, noemde de Britse overheid de IsraŽlische actie ďcompleet onacceptabelĒ. De linkse Britse krant de Manchester Guardian omschreef IsraŽl als beoefenaar van onrecht. Deze invloedrijke krant staat al jaren bekend als een vod dat het regelmatig op IsraŽl heeft voorzien. Zo noemde deze krant op 25 augustus 2011 de Tempelberg in Jeruzalem als heilig voor de islam. Dat is op zich ook geen verrrassing want deze krant is ook voorstander van een boycot tegen IsraŽl. Dit soort teksten laten nog maar weer eens zien dat er een heilige alliantie bestaat tussen de linkse anti-Semitische kliek in het westen en de anti-Semitische islamitische wereld.

Britse Sunday Times publiceerde op 28 januari 2013 een cartoon waaruit blijkt dat premier Benjamin Netanyahu een muur bouwt met behulp van Palestijns bloed en organen. ,,Voor het volk van IsraŽl is dit een cartoon die aan de donkere sinistere journalistiek herinnert van een van de donkerste periodes van de mensheidĒ, schreef Knesset Spreker Reuven Rivlin in een brief aan zijn Britse collega John Bercow. De cartoon veroorzaakt extra weerstand en onrust omdat deze verscheen op de Internationale Holocaust Remembrance Day. ďMet de publicatie van deze cartoon worden de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschredenĒ, schreef Rivlin verder. ďAls een cartoon zou worden gepubliceerd in IsraŽl met Groot-BrittanniŽ in een dergelijk monsterlijk licht en het kwetsend voor de gevoelens van het Britse volk op zo'n gemene en vervelende manier, zou je niet aarzelen om bij mij te klagen, en terecht, over het overschrijden van de legitieme grenzen van de vrijheid van meningsuitingĒ, zei hij in een rechtstreeks beroep op Bercow.

Er zijn inmiddels nog veel meer bewijzen bekend geworden over de uitermate beschamende rol van Groot-BrittanniŽ en de antisemitische daden van Britse functionarissen tijdens de periode waarin zij heersten over het mandaatgebied dat destijds ten onrechte Palestina werd genoemd. Op 11 mei 2018 werd in de plaats Atlit nabij Haifa een speciale ceremonie gehouden, waar vertegenwoordigers van het Verenigd Koninkrijk een ĎVerklaring van Treurnisí deelden met schokkende feiten over de manier waarop hun land Joden behandelde in de jaren die voorafgingen aan de wedergeboorte van de Joodse natie in 1948. Een gedeelte uit de Verklaring van Treurnis was: ĎWe betreuren het dat (het Britse beleid) geleid heeft tot de dood van honderdduizenden Joden die aan Hitlers ĎEndlŲsungí hadden kunnen ontsnappen als de poorten van hun oude vaderland volledig open waren geweest.í

In Atlit, een voormalig detentiekamp werden Joodse vluchtelingen die de Holocaust hadden overleeft vastgehouden als onderdeel van het Britse beleid om de immigratie naar de regio te beperken, waardoor nog meer trauma ontstond voor een volk dat al vreselijk onder de naziís had geleden. Groot-BrittanniŽ had het mandaat van de Volkenbond gekregen om een veilig vaderland voor Joden voor te bereiden. In plaats daarvan plaatste men de Joden achter prikkeldraad, compleet met wachttorens.

 

Onder degenen die hun schrijnende verhalen uit die tijd vertelden, bevond zich Hannah Avrutsky. Als overlevende van het beruchte getto van Warschau werd ze in een klooster verborgen voordat ze in 1947 naar het schip Exodus werd gesmokkeld. Eenmaal aangekomen bij IsraŽl stuitte men op een blokkade van de Britse marine en werd het schip teruggestuurd naar een kamp voor ontheemden in Duitsland, waar zoveel Joden waren vermoord! Ben Zion Drutin sprak erover dat hij opgenomen werd in het ziekenhuis nadat hij aan boord van de Exodus gewond was geraakt door de Britten en vervolgens zes maanden in Atlit werd vastgehouden.

 

Arie Itamar, die als achtjarige op de Exodus was, vergeleek IsraŽl met een Ďverraden minnaarí tijdens het Mandaat. Pinchas Kahane vertelde over de vlucht van zijn ouders uit Auschwitz, over zijn geboorte in een detentiekamp op Cyprus en over het feit dat Groot-BrittanniŽ hen tot februari 1949, lang na de oprichting van de staat IsraŽl, heeft belet de kampen te verlaten. Dr. Miri Nehari, wiens vader een leider was bij het mobiliseren van de ontsnapping van Joden uit Europa na de Holocaust, las een Brits telegram voor aan de Poolse regering in ballingschap met het verzoek de grenzen te sluiten voor ontsnappende Joden. Zehavit Blumenfeld, van wie de 70e geboortedag samenvalt met die van IsraŽl, zei: ĎIk vergeet het niet, maar ik vergeef het.í Ze werd geboren in de Cyprische detentiekampen waar 53.000 Joodse vluchtelingen uit de Holocaust door de Britten werden geÔnterneerd. Zij en anderen waren ontroerd door de warmte en het medeleven van de christenen die gekomen waren om hun verdriet te uiten, en zij hopen dat het bezoek van prins William een belangrijke stap in de richting van verzoening zal zijn.

De getuigenissen werden afgesloten met verhalen over Britse heimelijke samenwerking met de Arabische terreur tijdens het Mandaat. Noam Arnon, vertegenwoordiger van de Hebreeuws-Joodse gemeenschap, sprak namens de overlevenden van het bloedbad van 1929 over de Britse medeplichtigheid. Zehava Fuchs was als meisje getuige van het bloedbad in het Hadassah-konvooi in 1948, toen de Britten bewust niet hadden ingegrepen om Joodse passagiers te redden bij de ontruiming van het Hadassah-ziekenhuis, dat in een enclave bij Jeruzalem lag. 78 mensen, voornamelijk artsen en verpleegkundigen, werden gedood bij de aanslag door Arabische terroristen. Zehava is nog steeds niet in staat een barbecue bij te wonen, omdat het haar doet denken aan de geur van brandend vlees. Rachel Rust, dochter van een voormalig Britse officier die in ĎPalestinaí diende, belijdt haar diepe verdriet over de wrede behandeling door het Britse leger.

Positief is dat Rita Offenbach vertelde hoe haar moeder onder de 180 Joodse strijders zat die gered werden na belegerd te zijn door Arabieren die hun konvooi aanvielen. Een ander bracht hulde aan de Britse officier Orde Wingate, die in IsraŽl nog steeds zeer geliefd is omdat hij de basis heeft gelegd voor de IsraŽlische strijdkrachten (IDF) door speciale nachtploegen te creŽren. Filmmaker Hugh Kitson uitte zijn verdriet niet alleen over de mislukkingen van het Mandaat, maar ook over het feit dat de Britse regering vandaag de IsraŽlische soevereiniteit over haar eigen hoofdstad niet erkent. Veel IsraŽli's wachten nog steeds op een verontschuldiging van Groot-BrittanniŽ voor het feit dat het IsraŽl heeft verraden door een gelofte om een veilig toevluchtsoord voor het Joodse volk voor te bereiden, te verbreken. IsraŽl is uiteindelijk tot stand gekomen zonder Britse hulp, maar niet voordat door de vertraging veel mensen onnodig het leven verloren. Er is nog veel berouw en verzoening nodig.