Het mysterieuze oude Egypte

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 13 maart 1992) (Laatste bewerking: 7 juni 2017)

Een eerste kennismaking met de overblijfselen van de Egyptische cultuur is hoogst verwarrend. De ware geschiedenis van Egypte is nog steeds een raadsel. Enerzijds geven piramiden, tempels en mummies de indruk dat de oude Egyptenaren geobsedeerd waren door de dood en het hiernamaals en anderzijds getuigen wandreliëfs, schilderingen en kunstnijverheid juist van een grote levensvreugde en liefde voor de natuur. Al ver voor de 19e eeuw bestudeerden archeologen de geheimzinnige oude Egyptische beschaving met haar reusachtige bouwwerken en merkwaardige dodencultus. Men begreep er aanvankelijk niets van omdat men geen idee had wat de Egyptische tekens voorstelden. Dat veranderde na de veldtocht naar Egypte van Napoleon. Zijn bezoek in het jaar 1798 bracht bijna 200 wetenschappers naar het machtige schouwspel van de piramiden en de sfinx. Geleerden wedijverden met elkaar om als eerste het geheimschrift van de Farao’s te onthullen.

Een van de officieren van Napoleon ontfermde zich over de zogenaamde “Steen van Rosette”. Deze werd later door de Engelsen buitgemaakt en mee naar Engeland genomen waar het vandaag nog steeds te zien is in het British Museum. De steen is ongeveer zo groot als een tafelblad en is verdeeld in drie afdelingen. Het onderste gedeelte is in het Grieks gesteld. Het bovenste gedeelte is het hiërogliefenschrift waarin figuren van dieren, vogels en menselijke wezens afgewisseld worden door zinnebeeldige voorstellingen. De middelste afdeling bestaat uit een soort schrift dat als demotisch bekend staat, een vereenvoudigde vorm van het hiërogliefenschrift, dat de oude Egyptenaren voor dagelijks gebruik bestemden. Deze tekst werd de sleutel tot de ontcijfering van de hiërogliefen in 1822 door de Franse filoloog Jean François Champollion. Dit wonderkind sprak reeds op 11 jarige leeftijd, Latijn, Grieks en Hebreeuws en kort daarna breidde hij zijn talenkennis nog verder uit met Arabisch, Syrisch, Chaldeeuws en het Koptisch. Champollion zette de eerste schreden op weg naar de vertaling van de taal der oude Egyptenaren en verwezenlijkte zijn ideaal twintig jaar nadat hij er aan begonnen was. Inmiddels bestaat er een Egyptisch hiërogliefen woordenboek.

Steen van Rosette

Tijdens de drie jaar durende expeditie van Richard lepsius van 1843-1845 werd het eerste archeologisch onderzoek van Egypte tot stand gebracht. Lepsius ontdekte de overblijfselen van 30 tot dan toe onbekende piramiden. Hij reisde het hele land door om tekeningen afgietsels te maken op gebouwen en standbeelden. Door ze te vertalen, hun bronnen te vergelijken en onderling met elkaar in verband te brengen, bouwde Lepsius een overzicht op van de Egyptische geschiedenis. Hij onderzocht niet minder dan 130 mastaba’s, de vreemde rechthoekige bouwwerken met schuin aflopende zijden die de oude Egyptenaren over de graftomben van belangrijke personen hadden gebouwd. Op de grote kale vlakte waar eens Tell el-Amarna had gestaan, de stad van de ketter koning en godsdiensthervormer Achnaton, vond hij overblijfselen die inzicht verschaften in het karakter en de gedachtegang van die bijzondere Farao. Lepsius nam in 1845 een rijkdom aan gegevens mee naar Duitsland en tevens een schat aan antiquiteiten, die in het Egyptisch Museum in Berlijn een plaats vonden. Bovendien legde hij de grondslagen voor de studie van het oude Egypte dat uit twaalf delen bestaat, die tussen 1849-1859 werden geschreven.

In 1850 kwam een jonge Fransman Auguste Mariette in Egypte aan. Zijn opdracht was manuscripten in Koptische kloosters te catalogiseren en voor Het Louvre in Parijs oude Egyptische documenten aan te schaffen. Deze documenten werden papyri genoemd. Op een dag liep hij tussen de ruïnes van Sakkara, een stad zo’n 25 km van Caïro gelegen, toen hij dicht bij de grote trappenpiramide van Djoser een sfinx opmerkte, die gedeeltelijk onder het zand bedolven was. Daarop las hij een inscriptie die betrekking had op Apis, de heilige stier van de stad Memphis. De stier was oorspronkelijk een incarnatie van de god Ptah en als zodanig vereerd. Hij werd afgebeeld met een zonneschijf tussen de horens. Vanaf het moment dat de stier als Apis was aangewezen, verbleef hij in de tempel. Na zijn dood werd hij Osiris-Apis en vervolgens na te zijn gebalsemd, bijgezet in een speciaal graf te Memphis waarboven een tempel, het Serapeion werd opgericht. Deze tempel werd in 1851 door Mariëtte ontdekt. Mariëtte herinnerde zich na de ontdekking van de Sfinx een passage van de beroemde Griekse aardrijkskundige Strabo die leefde van 66 v.Chr. tot 19 n.Chr. Deze Strabo beschreef de begraafplaats van de heilige stieren van Memphis. In zijn tijd was er een laan van sfinxen geweest, die toen al grotendeels onder het zand bedolven waren. Mariëtte legde een laan van 200 meter lengte bloot geflankeerd door 140 sfinxen en met de overblijfselen van een tempel aan beide uiteinden. In de tempels en in verschillende graftomben vond hij een overvloed aan kunstvoorwerpen, die in verband stonden met de stieren cultus. In een van de tempels ontdekte hij een steile schacht die leidde naar grafkamers, waar de elkaar opvolgende heilige stieren eeuwenlang plechtig begraven waren.

Stier Apis

Iedere graftombe was bedekt geweest met een zware stenen plaats. Slechts twee van de sarcofagen waren ongeopend en daarin vond Mariëtte de oorspronkelijke begrafenistekenen van de heilige stieren. Het Serapeum, zoals deze plek naar de god Serapis is genoemd was in die tijd de sensationeelste vondst in de geschiedenis van de Egyptische archeologie.

Eveneens in Sakkara werd in 1898 een voorwerp gevonden dat men het etiket vogel opplakte en in het Egyptisch Museum in Cairo onder dit trefwoord in een catalogus bijzette. Daar stond het voorwerp 50 jaar lang te midden van een schare andere Oudegyptische vogels te kijk. Pas in 1969 werd deze zogenaamde vogel weer eens aandachtig bekeken en stelde men vast dat hij naast vleugels ook een staartvin droeg zoals men dat bij vliegtuigen ziet. Tegenwoordig staat onbetwistbaar vast dat het om een vliegtuigmodel moet gaan. De voorkant van de neus, zowel als de einden van de vleugels en de romp zijn aerodynamisch gemodelleerd. Naast een schriftteken met de tekst “Pa-Diemen” wat geschenk van Amon betekend bezit het model nog een symbolisch oog en twee korte lijntjes onder de vleugels. Aeronautici hebben het getest en geconcludeerd dat het geschikt is om te vliegen, terwijl het in zijn proporties als ideaal is gekwalificeerd. Na deze sensationele ontdekking namen een groep technische onderzoekers ook de andere ‘vogels’ onder de loep en kwamen tot de vaststelling dat het ook hier om vliegtuigmodellen moest gaan. Vanaf 1972 zijn deze modellen te bezichtigen in het Egyptisch Oudheidkundig Museum.

Oudegyptische vliegtuigmodellen.

En zo zijn er meer verbazingwekkende vondsten zoals een hiëroglyf uit een tempel in de Egyptische plaats Abydos van minstens 3.000 jaar oud. Op deze hiëroglyf staan voorwerpen die verdacht veel lijken op vliegende voorwerpen waaronder die van een helikopter.

 

 

 


xxx

Een groot aantal oude volken bezitten overleveringen waarin sprake is dat de mens van voor de zondvloed, de beschikking had over voertuigen waarmee zij zich door de lucht konden verplaatsen. Ook de oude Egyptische teksten maken gewag van machtige wezens die met barken langs het firmament vlogen. Van de Egyptische god Ptah is bekend dat hij in een glanzende barnstenen hemelwagen verscheen. Een tekst gewijd aan de zonnegod Ra verteld ,, Gij mengt u tussen sterren en maan. Gij trekt het schip van Aton de hemel binnen en reist onvermoeibaar langs hun baan lopende sterren. Een andere tekst vermeldt: ,, Van hoog uit de hemel kon Heru-Behutet de vijanden van zijn vader zien en hij achtervolgde ze in een grote gevleugelde schijf.

Volgens de meeste archeologen zijn de Egyptische piramiden gebruikt als graftomben voor de Farao,s. De grote piramide van Cheops schijnt echter nooit voor dit doel te zijn gebouwd. Tegenwoordig zouden 500.000 vrachtautoladingen van elk vijftien ton nodig zijn voor het vervoer van de 2.300.000 blokken steen. Deze werden uit een groeve gezaagd, geslepen, vervoerd en op de bouwplaats tot op de millimeter nauwkeurig samengevoegd. Ze zijn uitgegraven op kilometers afstand van de bouwplaats en naar men beweert, op vlotten aangevoerd en via houten rollers en hefbomen en andere primitieve constructies op hun plaats gebracht. Het kan zijn dat de piramides van veel latere datum op deze manier zijn ontstaan, maar dat geldt beslist niet voor de piramide van Cheops. Er zijn vele mankementen aan de moderne theorie. Zo wordt er verteld dat er in totaal zo,n zeshonderd jaar, door honderdduizenden slaven aan de bouw van de grote piramide is gewerkt. Dit gegeven alleen al werpt enorme logistieke problemen op want er zou een zeer gecompliceerde organisatie voor nodig zijn om al deze mensen dagelijks te voeden en in al hun behoeften te voorzien.

Volgens een Koptische overlevering zou de piramide van Cheops (Gizeh) driehonderd jaar voor de zondvloed in opdracht van koning Saurid door een ras van reuzen zijn gebouwd. Hij gaf het bevel aan de priesters er de totaliteit van al hun wijsheid in op te bergen.

Koning Saurid, zoon van Salahoc, regeerde 300 jaar voor de zondvloed over Egypte. Hij droomde op een nacht dat de aarde beefde; alle huizen storten in en de sterren botsten zo aan de hemel, dat hun stukken de zon bedekten. De koning werd met grote angst wakker, haastte zich naar de zonnetempel en consulteerde daar de priesters en de waarzeggers. Akliman, de wijste van allen, zei dat hij ook zo,n droom had gehad en daarom liet de koning een grote piramide bouwen op de hoekige wijze die geschikt was om zelfs de slagen van de sterren te kunnen doorstaan.

Er gaan verhalen dat er grote geheime kamers onder de piramide van Cheops verborgen liggen en dat daarin alle geschriften en kennis van voor de zondvloed opgeslagen ligt. De bouwers kenden de macht van het opheffen van de zwaartekracht. Het laten zweven van voorwerpen was voor hen slechts een simpele handeling. Ook in Arabische geschriften kan men lezen dat de bouwers geheimen bezaten om zonder problemen enorme tempels en piramiden te bouwen. Dat de piramide van Cheops gebouwd zou zijn door een Egyptische farao, kan als absolute nonsens worden afgedaan. Er staat geen naam in van een farao zoals dat wel bij andere piramides het geval is. Niemand weet wie deze piramide heeft gebouwd. Wel zijn een groot aantal archeologen van mening dat de piramide stamt van vóór de zondvloed. Zij geloven dat de piramide informatie bevat voor de mensheid in de toekomst.

Interessant te melden is nog dat in de oude steengroeven in Aswan een onvoltooide obelisk is aangetroffen. Archeologen menen dat farao Hatsjepsoet opdracht gaf om de obelisk te bouwen. Als hij afgemaakt zou zijn zou hij een lengte hebben gehad van 42 meter. De obelisk is bijna eenderde langer dan andere bekende obelisken.

 

Verloren stad Heracleion gevonden in de Middellandse Zee

Archeologen hebben de mythische stad Heracleion ontdekt die 1200 jaar geleden werd verzwolgen door de Middellandse Zee. Eeuwenlang werd Heracleion gezien als een mythe. De ruïnes zijn voor de kust van Egypte in de baai van Aboukir in de buurt van Alexandrië op 10 meter onder het wateroppervlak gevonden. De opgedoken resten van de stad blijken in opmerkelijk goede staat te verkeren. Hoewel de oude Grieken de polis kenden als Heracleion, noemden de oude Egyptenaren de stad Thonis. Heracleion werd herontdekt door de Franse onderwaterarcheoloog dr. Franck Goddio en een team van het Europese Instituut voor Onderwaterarcheologie (IEASM). Er is ook een documentaire verschenen over de belangrijkste ontdekkingen in Thonis-Heracleion. De stad was niet alleen een belangrijk internationaal handelscentrum, maar mogelijk ook een belangrijk oord voor gelovigen. Er zijn intussen meer dan 64 oude scheepswrakken, ruim 700 ankers, vele gouden munten en enorme tabletten met teksten in het Oudgrieks en het Oud-Egyptisch gevonden.

Daarnaast zijn 5 meter grote uit rood graniet gehouwen beelden en sarcofagen aangetroffen. Klik hier voor de video.

Terug naar: Inhoud