Gods beloften aan IsraŽl.

Door: Franklin ter Horst. (Aangemaakt: april 1995) (Laatste bewerking: 31 januari 2016)

Hoewel praktisch de hele wereld het met de Palestijnse Autoriteit in Ramallah eens is dat zij de rechtmatige eigenaren van de oude Bijbelse gebieden Samaria en Judea zijn, bestaat daarvoor geen enkel historisch bewijs. Alle aanspraken zijn vals en gebaseerd op leugens. De Bijbel laat er geen enkele twijfel over bestaan wie de rechtmatige bezitters zijn van deze gebieden.

De geschiedenis begint met Abraham, de stamvader van de Arabieren en het volk van IsraŽl.Vanaf de Schepping tot de geboorte van Jezus, verstrekt de Bijbel een schier eindeloze lijst van afstammingen. Er liggen tien generaties tussen Adam en Noach en wederom tien tussen Sem- de stamvader van de Semieten- en Abraham. Volgens Edwin R.Thiele in ďThe Mysterious Numbers of the Hebrew KingsĒ moet Abraham (of Abram zoals hij eerst bekend was) in 2167 v.Chr. geboren zijn. Thiele komt tot deze conclusie op basis van bestudering van de geslachtsregisters in Genesis. Als uitgangspunt begint hij bij de verdeling van het koninkrijk IsraŽl bij de dood van Salomo dat plaats vond in 931 v.Chr. Gebruikmakend van de tijdsperioden gegeven in 1 Koningen 6:1 en Exodus 12:40 moet Jakob Egypte binnengekomen zijn in 1877 v.Chr. en daar hij op dat tijdstip 130 jaar oud was, (zie Genesis 57:9) moet hij geboren zijn in 2007 v.Chr. Daar Isašk zestig jaar oud was toen Jakob geboren werd (Genesis 25:26) en Abraham 100 jaar oud was toen Isašk geboren werd (Genesis 21:5) moet Abraham geboren zijn in 2167 v.Chr.

In het boekďVan Abraham tot DavidĒ van Drs.J.G.van der Land, is een totaal andere chronologie te vinden.Van de Land komt op basis van een uiterst gedegen onderzoek tot de conclusie dat Abraham in 1905 v.Chr., geboren moet zijn en dat hij in 1830 v.Chr op 75 jarige leeftijd in opdracht van God naar Kanašn is vertrokken. En de uittocht uit Egypte zou in het jaar 1400 hebben plaatsgevonden.

De Bijbel maakt duidelijk dat Abraham leefde in de stad Ur (Oer) der ChaldeeŽn. De vraag is echter of het hier gaat om de stad Oer in het zuiden van MesopotamiŽ, of Oerfa (ook Oer) vlakbij Haran, in het noorden van MesopotamiŽ.

Tot voor het midden van de 19e eeuw werd vrijwel algemeen aangenomen dat het noordelijk gelegen Oerfa de geboorteplaats van Abraham was. Op grond van de beschikbare gegevens uit de Bijbel kon men tot geen andere conclusie komen. Na het ontcijferen van een spijkerschrift werd echter ook een stad Oer in het zuiden van MesopotamiŽ gelokaliseerd. De aandacht van de geleerden verschoof daarop naar het zuidelijke Oer. Met name L.Woolley onder wiens leiding grootschalige opgravingen plaatsvonden in de ruÔnes van Oer van 1922 tot 1934, was ervan overtuigd dat dit Abrahams geboorteplaats was. Het grootste bezwaar tegen deze visie is echter dat het zuidelijke Oer op zoín grote afstand van Haran is gelegen. Daarom moet volgens een aantal deskundigen op dit terrein de stad Oera in het noorden de geboorteplaats van Abraham zijn. Deze stad wordt genoemd op een kleitablet dat gevonden werd in Oegarit. Later lag op die plaats Edessa, nu heet ze Oerfa. Daar bestaat een oude traditie dat Abraham er geboren is. Het zuidelijke Oer als woonplaats van Abraham is moeilijk inpasbaar in de gegevens uit de Bijbel over Abraham. Hij en zijn familie zijn moeilijk voor te stellen als inwoners van een wereldse stad. Hij leefde niet in een huis maar in tenten. Als een nomade trok hij met zijn kudden van weideplaats naar weideplaats.

Het uit de tweede eeuw n.Chr. stammende pseudepigrafisch geschrift de "Apocalyps van Abraham" leert dat Abrahams vader Terah een beeldengieter en een afgodendienaar was. Abrahams ouders hingen een sterrencultus aan, zoals die toen onder praktisch alle volkeren van de oudheid gangbaar was. Het verhaal bericht dat de jonge en opstandige Abraham zich niet kon verenigen met het ambacht van zijn vader. Hij zocht de echte God, iemand die je niet in hout of steen kon vermenigvuldigen. Een Apocrief geschrift genaamd "Het boek JubileeŽn"- een joodse tekst uit de tweede eeuw v.Chr.- verteld dat Abraham al op 14 jarige leeftijd de afgoderij van zijn vader verfoeide. Jarenlang drong hij er bij zijn familie op aan deze praktijken af te zweren. Toen hij de leeftijd van 60 jaar had bereikt was de maat vol en besloot hij de beelden van de huisgoden in brand te steken. Het boek der JubileeŽn laat zien dat God Abraham uitkoos omdat hij tegen de afgoderij ten strijde was getrokken.

Op weg naar Kanašn.

De Bijbel maakt duidelijk dat Terah en zijn familie wegtrokken uit Ur om te gaan naar het land Kanašn. Zij kwamen in Haran en bleven daar. Het was in deze plaats dat Abraham zijn roeping ontving.

Genesis 12:1-2-3-4 De Here nu zeide tot Abram; Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal. Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. Toen ging Abram, zoals de Here tot hem gesproken had, en Lot ging met hem en Abram was 75 jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

De tekst ( Ik zal zegenen wie u zegenen ) heeft niet alleen betrekking op Abraham maar ook op Isašk en Jakob en al hun nakomelingen tot in duizend geslachten. (Psalm 105:8) Het betreft dus ook het huidige IsraŽl. Dat betekent dat de Here ook zal zegenen wie IsraŽl zegenen en dat Hij zal vervloeken wie IsraŽl vervloeken. Genesis 12:3 maakt duidelijk dat de kinderen van IsraŽl, Gods oogappel zijn. Zij zijn Gods uitverkoren volk.

Abrahamís stamgenoten namen zijn geloof over en aanbaden een God wiens naam zij niet kenden maar die zij de God van Abraham noemden.

De landbelofte.

Na zijn vertrek uit Haran komt Abraham met zijn gevolg aan in Sichem, het hedendaagse Nablus.

Genesis 12:6-7 En Abram trok het land door tot de plek bij Sichem tot de terebint More. Toen verscheen de Here aan Abram en zeide, Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven.

De plaats Sichem is met talrijke gebeurtenissen uit de Bijbel verbonden. Hier in de vlakte tussen de bergen Ebal en Gerizim verscheen de Here aan Abraham en richtte hij het eerste altaar op ter ere van de ware God. Sichem is ťťn van de steden die IsraŽl aan het PLO-bewind in Ramallah heeft overgedragen zoals in de Oslo-akkoorden is overeengekomen. Sichem ligt in Samaria, ten westen van de rivier de Jordaan. Abrahamís kleinzoon Jakob sloeg eveneens tijdelijk zijn kamp op bij Sichem.De plaats speelde ook een bijzondere rol in de geschiedenis van IsraŽl bij de verovering van het land onder Jozua. Uit een brief van de koning van Jeruzalem aan de toenmalige farao van Egypte(gevonden in 1887 in het oude Egyptische archief van Tell el-Amarna) is bekend, dat Sichem zich zonder slag of stoot aan de ďKinderen van IsraŽlĒovergaf. Dat verklaart, hoe Jozua ongestoord en zonder dat er vijandelijkheden plaatsvonden de verovering van Mozes ten uitvoer kon brengen om een altaar en een gedenkteken op de berg Ebal neer te zetten.

 

Gedenkteken op de berg Ebal

 

Toen Jozua met de twaalf stammen voet aan de grond had gekregen in het westelijk deel van het Beloofde land, trok hij met hen naar Sichem, alwaar een grootse plechtigheid plaatsvond. Hier vervulde hij de opdracht die Mozes hem geven had, om de zegeningen af te kondigen van de top van de Gerizim en de vloeken van de top van de Ebal. Zes stammen stelden zich op tegen de hellingen van de Ebal ten noorden van Sichem en zes tegen de hellingen van de Gerizim ten zuiden van de stad.Toen richtte Jozua een altaar op bovenop de berg Ebal en schreef op een stenen gedenkteken de wet Gods. ďDaarna las hij al de woorden der wet voor, de zegen en de vloek, naar alles wat in het boek der wet geschreven stondĒ (Jozua 8:30-34) Ook nu nog is de berg Ebal kaal en rotsachtig, terwijl de berg Gerizim groen en vruchtbaar is. Het nageslacht waarover in Genesis 12 gesproken word heeft betrekking op Isašk en niet op IsmaŽl de zoon van Abraham en de slavin Hagar.

 

In Genesis 15 belooft God aan Abraham het hele gebied tussen de rivier de Nijl en de Eufraat.

 

Genesis 15:18 Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte (de Nijl) tot de grote rivier, de rivier de EufraatÖ

 

Dit is later eveneens bevestigd aan Isašk en Jakob. Dat de Eufraat inderdaad een onderdeel van de landgrens moest uitmaken en niet allegorisch bedoeld was, wordt in de tijd van Mozes maar liefst drie keer door God bevestigd. (Exodus 23:31; Deuteronomium1:7 en 11:24) en ook in de tijd van Jozua (Jozua 1:4). God heeft het land nog vůůr het verbond van de wet van Mozes aan het ďzaadĒ van Abraham, Isašk en Jakob- het volk IsraŽl dus- tot een eeuwig durende bezitting beloofd. En dat betekent dat de landbelofte onvoorwaardelijk is. Het volk van IsraŽl heeft dit grondgebied nooit volledig bezeten (zelfs niet onder koning Salomo). De vraag is dus welke generatie dit gebied uiteindelijk zal bezitten. Het is niet ondenkbaar dat dit pas zal gebeuren nadat de Here Jezus op aarde is teruggekeerd.

 

IsraŽls toekomstige grenzen

 

Het is belangrijk te weten dat Gods beloften aan Abraham in Isašk zouden worden vervult en niet in IsmaŽl. Isašk beŽrft en deelt in de vervulling van Gods eeuwige plan omdat hij werd geboren door Gods werkende kracht en Zijn Woord, terwijl IsmaŽls oorsprong lag in het vlees. Desondanks werd ook IsmaŽl gezegend en zou ook hij uitgroeien tot een groot volk.

Genesis 17:20. En wat IsmaŽl betreft, Ik heb u verhoord; zie, Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar doen zijn en uitermate talrijk maken; twaalf vorsten zal hij verwekken, en Ik zal hem tot een groot volk stellen. Maar mijn verbond zal Ik oprichten met Isašk, die Sara u op deze zelfde tijd in het volgend jaar baren zal.

Ondanks de zegen wordt IsmaŽl ,,een wilde ezel van een mensĒ genoemd. Met al zijn verwanten zal hij in onmin leven. Zo beschreef God het karakter van de IsmaŽlieten, waarmee onder meer IsraŽl vandaag te maken heeft. Hoewel IsmaŽls afstammelingen met de olie buitengewoon gezegend zijn, houden zij vast aan hun vijandig optreden tegenover het Joodse volk maar ook tegenover de rest van de wereld. Denk maar aan de wereldwijde dodelijke terreuraanslagen. Om zich tegen de islamitische terreur te beschermen, praten de wereldleiders de Arabieren naar de mond. Daarom waarschuwt God dat, wanneer Hij het lot van IsraŽl ten goede zal keren, Hij met de volken vanwege alles wat zij zijn eigen volk hebben aangedaan, in het gericht zal treden. IsmaŽl heeft van zijn zegen een vloek met ernstige gevolgen gemaakt voor hemzelf en voor de volken die zich aan hem onderwerpen, omdat zij omwille van IsraŽl vijanden van IsraŽl zijn geworden.

Als Abraham zijn tenten heeft opgeslagen bij Mamre in de buurt van het huidige Hebron, bevestigd God nogmaals dat het land voor altoos aan hem en zijn nageslacht gegeven is en dat wordt in Genesis 17 nog eens herhaald.

Genesis 17:7-8-19-20-21 Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht en hun geslachten, tot een eeuwig verbond. Ik zal aan u en uw nageslacht het land waarin gij als vreemdeling vertoeft het ganze land Kanaan tot een altoosdurende bezitting geven en Ik zal u tot een God zijn. Sara zal een zoon baren, en gij zult hem Isašk noemen en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten tot een eeuwig verbond voor zijn nageslacht.

IsmaŽl kreeg als woongebied de woestijn van Paran en Isašk het land Kanašn. De genoemde bijbelteksten maken duidelijk dat geen enkel ander volk dan de kinderen van IsraŽl aanspraak kunnen maken op het Beloofde Land of zelfs maar delen daarvan. De landbelofte aan IsraŽl wordt maar liefst 47 maal onder ede door de Here God in Zijn Woord herhaald. En deze landbelofte is er niet een voor bepaalde tijd maar voor eeuwig. De Psalmist legt hierop de nadruk in Psalm 105.

Psalm 105:8-9-10-11 Hij gedenkt voor eeuwig aan Zijn verbond, het woord, dat Hij gebood aan duizend geslachten. dat Hij met Abraham sloot, en aan Zijn eed aan Isašk;ook stelde Hij het voor aan Jacob tot een inzetting voor IsraŽl tot een eeuwig verbond. toen Hij zeide: U zal Ik het land Kanašn geven als het toegemeten erfdeel.

Het land IsraŽl is Gods land. De hele wereld is van God maar de Here noemt IsraŽl Zijn land en als God spreekt over mijn land, dan spreekt hij ook over mijn volk, de kinderen van IsraŽl. IsraŽl is het land waar God Zichzelf openbaarde en tot de mens sprak. Het is het land van de Bijbel. Geen ander land op aarde is ooit door God beloofd aan een volk in het bijzonder, dat is alleen met het volk van IsraŽl gebeurd. Het land en het volk van IsraŽl horen onlosmakelijk bij elkaar. Desondanks heeft een groot deel van de wereldbevolking daar een andere mening over. Wereldleiders, de Verenigde Naties, kerkelijke machthebbers en niet in de laatste plaats de islamitische wereld, bestrijden IsraŽl het recht op het land. Kerken hebben door de eeuwen heen beweerd dat de landbelofte aan IsraŽl slechts was beloofd tot de tijd dat Jezus in het vlees verscheen of tot de kruisiging. Dit soort beweringen doen afbreuk aan de onfeilbaarheid van Gods Woord. Het zijn misleidende verklaringen die eeuwenlang miljoenen gelovigen op een dwaalspoor hebben gezet. De wereld heeft IsraŽl gedwongen grote delen van Gods land af te staan aan een volk dat er geen enkel recht op heeft.

Zelfs de koran belooft het land IsraŽl aan de Joden en niet aan de moslims; nergens in de koran staat dat IsraŽl voor de moslims heilig is. In de Koran staan tenminste drie verzen die het erfrecht van de joden op het land IsraŽl bevestigen. De meeste geestelijke leiders van de islam gaan ervan uit dat de meerderheid van hun aanhangers de koran niet leest en daarom niets weet van deze verzen over de belofte aan de kinderen van IsraŽl. Bij een test in Jeruzalem bleek gťťn van de ondervraagden dit te weten. ,,Palestina behoort de moslims en niet de Joden, dat staat in de koran,Ē was het antwoord. Waar het in de koran staat, dat kon niemand zeggen; integendeel, allen spraken over het recht van de moslims op dit land, hoewel het nergens in de 124 soeraís voorkomt. Het land IsraŽl is volgens de koran niet aan de moslims nagelaten en is evenmin heilig voor hen. Nergens is de haat en intolerantie van de islam zo duidelijk te zien als in IsraŽl, in Jeruzalem op de tempelberg. Door een combinatie van misduiding en geschiedvervalsing is Jeruzalem tot heilige stad gemaakt van de islam.

Historische leugens.

IsraŽl werd een natie tweeduizend jaar voor de opkomst van de islam, en lang voordat er sprake was van enig Arabisch land. Kanašn was het Heilige Land, het nationale tehuis voor het joodse volk sinds bijbelse tijden. Sindsdien is het meer dan 15 keer bezet. Onder de bezetters waren Egyptenaren, BabyloniŽrs, Perzen, Grieken, Romeinen en Ottomaanse Turken. De hele wereld gelooft in de leugen dat IsraŽl Arabisch land bezet houdt. Maar er bestaat geen enkele link tussen de nakomelingen van Sem noch die van IsmaŽl en het Heilige Land. De Kanašnieten, Hethieten, Amorieten, Hevieten, Jebusieten en Filistijnen, die tijdens IsraŽls intocht in het Beloofde land woonden, waren geen van allen Semieten maar nakomelingen van Cham. De nakomelingen van IsmaŽl woonden in de woestijn van Paran en zwermden later uit over het Arabisch schiereiland w.o. Jemen en Saoedi-ArabiŽ. De voormalige terreurmiljardair Yasser Arafat beweerde met regelmaat ,,dat de Palestijnse wortels terug te vinden zijn in de Kanašnieten, Filistijnen Jebusieten etcĒ, maar deze bewering berust op geen enkel historisch feit. Bovendien zijn geen van deze drie volken, Arabieren.

Op 18 augustus 1994 beweerde Arafat tegenover een groep jongeren in een zomerkamp:,,Diegenen onder jullie die het vuur van de intifada ontstaken moeten nu optreden als verdedigers van onze jonge staat, waarvan Jeruzalem de hoofdstad is. Dat is "Bir Salem" ( de fontein van Salem). Salem was ťťn van de Kanašnitische koningen, ťťn van onze voorvaderen. Deze stad is de hoofdstad van onze kinderen en van de kinderen van onze kinderen."

De door Arafat genoemde koning is een nieuwkomer op het historische toneel. De geschiedenis kent geen Kanašnitische, Jebusitische of Filistijnse koning met die naam. Er heeft in de hele geschiedenis zelfs nooit een ĎPalestijns volkí bestaan. Er bestaat geen ĎPalestijnse taal, geen ĎíPalestijnse cultuur en er is nooit sprake geweest van een land dat bestuurd werd door ĎPalestijnení. Wie wat historisch onderzoek doet komt al snel tot de conclusie dat alle beweringen niets anders zijn dan historische leugens.

Historisch overzicht.

1905 v.Chr geboorte Abraham.*1830, Abraham vertrekt naar hetland Kanašn. * 1400, Uittocht uit Egypte. * 1360, Intocht Beloofde land. Filistijnen vestigen zich in Gaza. * 965-928, Heerschappij Koning Salomo. * 586 Verwoesting Jeruzalem, ballingschap BabyloniŽ. * 520-515, Joden keren terug uit ballingschap. * 332 IsraŽl verovert door Alexander de Grote. * 198, Seleuciden heersen over IsraŽl. * 37-4, Regeerperiode Herodus. * 66 nC, Begin opstand tegen Romeinse overheersing. * 70, Val van Jeruzalem. Joden worden opnieuw verdreven.*132-135 Opstand Bar-Kochba tegen Romeinse bezetting, IsraŽl wordt Palestina en Jeruzalem, Aelia Capitolina.* 324, IsraŽl onder Byzantijns gezag. * 614-618, Jeruzalem door de Perzen veroverd.* 691, IsraŽl wordt bezet door Kalief Abdel Malik. Op de Tempelberg verschijnen islamitische heiligdommen Rotskoepel en Aksa moskee. * 1099, Jeruzalem door Kruisvaarders veroverd. * 1187, Saladin verovert Jeruzalem. * 1250, Begin heerschappij van Mamelukken over IsraŽl. * 1260, Mongolen trekken IsraŽl binnen. * 1291-1516 Opnieuw Mamelukken. * 1516 Ė1916 Ottomaanse Turken heersen over IsraŽl. * 1917 Britten veroveren het Heilige Land, Balfour-declaratie. * 1945 Joden trekken uit alle delen van de wereld naar het oude Beloofde land. * 1948 Oprichting staat IsraŽl met uitzondering bijbelse gebieden Samaria en Judea dat ten onrechte aan de Arabieren wordt toegewezen.

Onafhankelijkheidsverklaring David Ben Goerion 14 mei 1948

De aanspraken van het PLO-bewind op het Heilige land zijn volkomen vals maar desondanks ondervinden ze steun uit de helewereld. Allen spreken met een leugentong en de meest scherpe bewoordingen over IsraŽl. CNN, de Arabische Liga, de leiders van EuroBabel, Amnesty International, de Verenigde Natieís, Staatshoofden, Regeringsleiders en andere Ďblindgangersí. Allen bemoeien zich met Gods volk en schrijven hun de wet voor. Maar alle naties die een afwijzende houding tegen IsraŽl hebben aangenomen zullen aan den lijve ondervinden, dat het Woord van de Almachtige meer kracht heeft dan de mening van politieke leiders of welke resolutie van de VN dan ook.

Gods plannen falen niet.

Toen Egypte, SyriŽ en JordaniŽ het volk van IsraŽl in 1967 de zee in wilde drijven, werden zij gezegend met Gods wonderen die hen niet alleen hielpen de vijanden te verslaan, maar ook de oude Bijbelse gebieden Samaria en Judea met het oude thuisland herenigden. Op 26 Mei 1967 zei de Egyptische president Nassar: "door een totale oorlog zullen wij IsraŽl vernietigen." Op 20 Mei 1967 zei de Syrische president Hafez al-Assad: "we beginnen aan een uitroeingsoorlog en op 18 Mei 1967 klonk via de Egyptische radio de kreet: "de uitroeiing van het Zionisme is op handen." In Mei 1967 vormden de legers van Egypte, JordaniŽ, Algerije, Irak, Koeweit, en andere Arabische landen een coalitie en wist IsraŽl zich omsingeld door 465.000 militairen, 2880 tanks en 810 vliegtuigen.De oorlog eindigde na 6 dagen op 10 juni 1967 met een glansrijke overwinning van IsraŽl.Duizenden keerden, gesterkt door het joodse geloof, terug naar de bevrijde steden en dorpen in Judea en Samaria, zodat, na 2000 jaar woestenij, weer het lied van de bevrijding op deze heuvels kon worden gehoord.

De Bijbel maakt duidelijk dat het land IsraŽl woest en ledig zou blijven zolang het volk in ballingschap verstrooid is. Voor niemand anders zal het vrucht geven. Geen enkele vreemde zal erin slagen de grond van IsraŽl tot leven te wekken. En precies zo is het gegaan. In 1857 meldde de Britse Consul General, James Finn: ,,Het land is voor een opmerkelijk groot deel zonder bewoners.Ē In 1867 schrijft de wereldberoemde schrijver Mark Twain: ,,We zagen op de hele route geen enkel plaatsje; 30 mijl iedere kant uitÖ Men kan 10 mijl ver rijden en nog geen 10 menselijke wezens ontmoetenÖ Nazareth is troosteloosÖ Jericho een vergane ruineÖ Bethlehem en Bethanie zijn in hun armoede een vernederingÖ onbewoond door ieder levend wezenÖ We bereikten veilig de berg Tabor en we zagen geen enkel mens op de hele route. Er was nergens een boom te zien, zelfs geen olijf of cactus. Zelfs deze vrienden van arme grond hadden het land bijna verlaten.Een troosteloos land, waarvan de bodem rijk genoeg zou zijn, maar volledig is overgegeven aan het onkruid. Een grote zwijgende, treurige vlakte. We zagen geen enkel menselijk wezen op de hele route. Bijna nergens stond een struik of een boom. Zelfs de olijfboom en de cactus, deze standvastige vrienden van een waardeloze bodem hebben het land bijna volledig verlaten.Ē

Arthur Penrhyn Stanley, de Britse cartograaf schreef in 1881 ďHet is geen overdrijving te zeggen dat er in Judea over een afstand van mijlen geen bewoning en geen levend wezen te zien is.Ē

Gedurende 2000 jaar van Joodse verstooing bleef het land woest, totdat God Zijn volk de vorige eeuw naar huis terugbracht. De zesdaagse oorlog bracht hen terug naar de heuvels van het oude Bijbelse land. Hoezeer God zich weer met Zijn volk bezig houdt bleek ook nog eens tijdens de Golfoorlog van 1991. IsraŽl had helemaal niets met deze oorlog te maken maar toch werden 39 Scud-raketten vanuit Irak op IsraŽl afgevuurd. In Dahran in Saoedi-ArabiŽ kwamen 27 Amerikaanse militairen om door 1 Scud, terwijl in IsraŽl door 39 Scuds op de dichtbevolkte centra van Tel Aviv slechts ťťn man gedood werd. Als iemand twijfelt aan het bestaan van God, moet hij eens op dit soort wonderen letten. De man die omkwam in Ramat Gan, diens vrouw smeekte hem naar de schuilkelder te gaan, maar hij wilde niet!

De weg die IsraŽl de hele geschiedenis door gegaan is, was een weg die met lijden gepaard is gegaan. Zij zijn het die het verwoeste land hebben opgebouwd, en de kale woestijn laten bloeien als een roos. Maar de wereld wil IsraŽl niet! Alle zogenaamde vredesakkoorden hebben een ontwikkeling op gang gebracht, die het Joodse volk elke veiligheid heeft ontnomen. De door de Wereldleiders aan IsraŽl opgedrongen Oslo-akkoorden zijn een verbond met de dood gebleken en een verdrag met het dodenrijk. Begrip en sympathie van de wereld is er niet bij voor de Joodse slachtoffers van de PLO-doodscultuur. Als IsraŽl probeert zichzelf te beschermen tegen moordenaars die zichzelf opblazen, krijgt men het advies zich terughoudend op te stellen. Het is de PLO-nazi-propagandamachine gelukt IsraŽl als bezetter en agressor te brandmerken en de volgelingen van het PLO-bewind als slachtoffer voor te stellen. Het is verbazingwekkend te zien hoe de PLO-leugenmachine gewillig wordt aangenomen, zelfs in christelijke kringen. Het volk van IsraŽl wordt opgejaagd in haar eigen land en de hele wereld doet er aan mee.

Journalisten en politici in het Westen zijn van mening, dat als IsraŽl zich terugtrekt binnen de grenzen van voor 1967, alles goed zal komen en IsraŽl in vrede met de PLO en de Arabische buren kan leven. Verteld wordt ,,dat de terreur een antwoord is op de bezetting van Palestijns land, en als die ophoudt, er over werkelijke vrede gepraat kan worden. Terrorisme zo zegt men ,,is niet te rechtvaardigen, maar is op zín minst begrijpelijk, om dat IsraŽl illegaal Palestijns gebied bezet houdt.Ē Dat is een gevaarlijke verdraaiing van wat er werkelijk aan de hand is. Men denkt dat het hier alleen om land gaat, maar waar het PLO-bewind, en de rest van de Arabische wereld op mikken, is IsraŽl van de kaart van het Midden-Oosten te verwijderen.

Deze afbeelding laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Men wil niet slechts een deel,maar heel IsraŽl.

Wanneer het alleen zou gaan om het verdelen van land tussen Joden en Arabieren, dan hadden de Arabieren het verdelingsplan van de VN in 1947 wel geaccepteerd. Zij weigerden, omdat zij ook het land wilden hebben wat aan IsraŽl was toegekend. Daarom is er al meer dan vijftig jaar sprake van strijd. Er is nooit enige neiging om een compromis te sluiten geweest. Toen in 1967 de toenmalige minister-president van IsraŽl, Levi Eshkol, de op JordaniŽ veroverde gebieden- het oude bijbelse land- aanbood in ruil voor een vredesakkoord werd dat door de gezamenlijke Arabische staten, in Khartoem bijeen, verworpen. Toen de PLO onder leiding van de Egyptenaar Arafat wienswerkelijke naam is, "Abd al Rachman abd al-Rauf Arafat al-Koed Al Hoesseini", ook nog eens een handvest aanvaarde waarin de vernietiging van de Joodse staat was opgenomen, was de kans op een compromis helemaal verkeken.

Het door de afstammelingen van IsmaŽl bewoonde gebied is 614 keer groter dan het kleine stukje wat de VN aan IsraŽl heeft toegewezen, maar desondanks gunt men IsraŽl dit stukje land niet. Tot het zuiden van Soedan en het noorden van SyriŽ, van de kust van de Atlantische Oceaan in het westen tot aan de grens van Iran in het oosten, is Arabisch land. Maar dat blijkt niet genoeg. Iedere vierkante meter grond in bezit van de Joden ziet men als een ondraaglijke belediging aan het adres van de god van de islam, Allah, want alles moet onder de hoede van de islam worden gebracht. Maar het land komt de Arabieren niet toe. Een ieder die vindt dat de Arabieren recht hebben op het Beloofde Land inclusief Jeruzalem, dwarsboomt Gods plan met Zijn volk IsraŽl. Het is Gods land, gegeven aan de nakomelingen van Abraham, Isašk en Jakob als een eeuwig durend erfdeel tot in duizend geslachten.

Uit diverse bijbelteksten blijkt dat de strijd rond IsraŽl tenslotte in een wereldwijd conflict zal ontaarden. Er zal verlossing zijn voor IsraŽl want de Here heeft Zijn volk bijzonder lief en heeft het bestemd tot een grote opdracht voor de hele wereld. En hoewel IsraŽl nu door de meeste volken wordt veracht is het door God uitverkoren om in het laatst der tijden een bron van zegen te worden voor alle volken. De wereld kan er zeker van zijn dat tenslotte God Zijn plannen met IsraŽl volvoeren zal, want Hij is getrouw en Zijn plannen falen niet.

Het volk van IsraŽl dient liefde te ontvangen inplaats van haat want door hen is de openbaring van God tot de wereld gekomen. Zij gaven de wereld de kennis van God en uit hen is de Here Jezus geboren. God heeft de kinderen van IsraŽl gebruikt om de hele wereld te zegenen en dit is vervuld, want door hun val is Gods heil tot de einden der aarde gekomen. Uit elke taal en natie zijn mensen verlost door het bloed van het Lam. In Galaten 3:29 staat dat ook zij die van Christus zijn zaad zijn van Abraham en naar de belofte erfgenaam. Een ieder die Jezus in zijn leven heeft aangenomen als Verlosser, behoort tot de familie van de oudere broeder IsraŽl.Niet iedereen probeert de ĎRotsí IsraŽl te vernietigen.Er zijn ook mensen die IsraŽl zegenen en steunen. Hun lot hangt samen met dat van IsraŽl voor wie zij de Ďvreemdelingí binnen de poorten zijn. Het zijn de eenlingen, de enkelingen uit de volkeren die liefde voelen voor Gods volk. IsraŽl noemt hen liefkozend: Ďde Rechtvaardigení. Het bestaan van het Joodse volk is hťt bewijs voor het bestaan van God.

Overige bronnen: Bijbel, Geschiedenis en Archeologie, Jaargang 7, nummer 3, september 2000. Encyclopedie van de Joodse geschiedenis, Uitgeversmaatschappij Kok, Kampen.Harryís Focus op IsraŽl. Nummer 47, 11 december 2003.Citaten uit toespraak Avi Lipkin afkomstig van MP3, Jur van Calkar en Roel ten Hove. Van Abraham tot David, door Drs J.G.van der Land, Uitgave: Bijbel, Geschiedenis en Archeologie, Kampen 2007.

Terug naar: Inhoud