Eeuwige stad Jeruzalem

Door: Franklin ter Horst. ( Aangemaakt: juli 1998) (Laatste bewerking: 2 juli 2017)

Jeruzalem is uniek onder de steden van de wereld. De stad bezit een uitstraling die door geen andere stad te evenaren valt. Voor het volk van IsraŽl is er nooit een alternatief geweest voor Jeruzalem en dat zal er ook nooit zijn want het is God Zelf die deze plek heeft uitgekozen. Jeruzalem is de stad van de kinderen van IsraŽl, Gods volk, het is de stad van hun geschiedenis en hun toekomst. Voor de christenen is Jeruzalem de stad waar Jezus Christus leefde en predikte, waar Hij stierf aan het kruis, werd begraven en verrees uit het graf. Jeruzalem is de stad waarheen Hij straks zal wederkeren om Zich te zetten aan de rechterhand van God de Vader. Voor de islamieten is Jeruzalem de derde plaats in volgorde van heiligheid.

Eerst komt Mekka, dan Medina en daarna Jeruzalem. Wereldwijd bidden Moslims, zelfs zij die op de Tempelberg zelf bidden, in de richting Mekka. De latere islamitische traditie koppelde de verwijzing in de Koran naar "al Masjid al-Aksa" (het verste heiligdom) weliswaar aan de Al-Aksa Moskee in Jeruzalem, maar ten tijde van de profeet Mohammed stond er geen gebouw van de islam op de Tempelberg. Desondanks concentreert de heiligheid zich op de berg Sion (Moria) en is gebaseerd op een tekst uit de koran waar in Soera 17:1 het volgende te lezen staat: ,,Lofprijzing aan hem, die zijn dienaar des nachts deed reizen van het gewijde Bedehuis naar het buitenste bedehuis, welks omtrek wij gezegend hebben, opdat wij hem voor onze tekenen zouden tonen. Hij is de horende, de ziende.Ē

Men moet wel een bijzonder rijke fantasie bezitten om uit deze tekst de conclusie te trekken dat het hier om Jeruzalem gaat. Noch in deze tekst, noch in andere teksten in de koran wordt Jeruzalem genoemd. Maar desondanks eisen de moslims de stad op als heilige plaats voor de islam.

Het deel van het Midden-Oosten waarin Jeruzalem ligt, behoort tot de oudste cultuurgebieden op aarde waarvan Jericho wel de bekendste is. De omgeving waarin Jeruzalem ligt werd al zo'n 5000 jaar geleden bewoond. Waarschijnlijk ging het hier om een groep Kanašnieten die zich vestigden bij de Gihon-bron, een plek waar het hele jaar door water aanwezig was.

De Gihon bron

Opgravingen ter plekke hebben uitgewezen dat deze Kanašnieten zich hier rond 3000 v.Chr., hebben gevestigd. Jeruzalem behoort derhalve tot de oudste steden ter wereld en is vanaf ca. 2000 v.Chr., continu bewoond geweest. Op sommige plaatsen binnen haar muren ligt de vaste rotsbodem meer dan vijfentwintig meter beneden de huidige oppervlakte. De steegjes en gebouwen van vandaag rusten op het puin van het verleden. Op elk niveau treft men zaken aan die kenmerkend zijn voor de verschillende perioden uit haar lange geschiedenis. Jeruzalem wordt in de Bijbel het eerst genoemd in Genesis 14, met de naam Salem, wat vrede betekent.

Genesis 14:18-19-20 En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn, hij nu was een priester van God, de Allerhoogste. En hij zegende hem en zeide: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, en geprezen zij God die uw vijanden in uw macht heeft overgeleverd.

De ontmoeting tussen Abraham en Melchizedek moet rond 1900 v.Chr., hebben plaatsgevonden. Velen hebben zich afgevraagd wie deze Melchizedek was, en waar Salem lag. Psalm 76:3 vereenzelvigt Salem met Jeruzalem en Psalm 110:4 legt een verband tussen de koningen van IsraŽl en de machtige koning Melchizedek. Volgens bepaalde Joodse overleveringen was hij Sem, de zoon van Noach. In het Nieuwe Testament wordt in de brief aan de HebreeŽn ook gezegd dat hij lijkt op de Zoon van God.

HebreeŽn 7:1-2-37:1 Want Melchizedek, koning van Salem, priester van de Allerhoogste God die Abraham bij zijn terugkeer na het verslaan van de koningen tegemoet kwam en hem zegende, aan wie Abraham ook een tiende van alles gegeven heeft, is vooreerst, volgens de uitlegging (van zijn naam) koning der gerechtigheid, vervolgens ook: koning van Salem, dat is koning des vredes, zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos.

Het verschil met de Joodse overlevering is dat Melchizedek volgens dit Bijbelverhaal, geen vader, geen moeder, noch een stamboom heeft. Zijn leven heeft als het ware geen begin noch een eind. Melchizedek, zo luidde de redenering stond op die wijze model voor het priesterschap van Jezus als Messias. Ook in de Dode-zeerollen fungeert Melchizedek als Verlosser of Rechter.

De oudste vermelding van Jeruzalem (Jeroesjalajim) komt voor in een Egyptische vervloekingstekst uit de negentiende en achttiende eeuw voor Christus. Deze teksten stonden op schalen en beeldjes die in een speciaal ritueel aan scherven werden gegooid om ongeluk af te roepen over de vermelde personen of steden. Op een schaalscherf zijn de namen van de heerser van Jeruzalem en diens vazallen aangetroffen. Hoewel sommige onderzoekers menen dat Jeruzalem haar naam heeft ontleend aan de god Sjalim (identiek beschouwd aan de Soemerische god Sjamasj) is het nog steeds niet helemaal duidelijk wat de echte oorsprong van de naam is.

De Soemerische god Sjamasj

In 1975 werd in Ebla, in het noorden van SyriŽ, een kleitablettenbibliotheek opgegraven. Op een van de tabletten in Soemerisch spijkerschrift, dook de naam Urusalim op. Deze naam vertoont veel overeenkomst met de naam op een kleitablet welke in 1887 in de ruÔneheuvel van Tell el-Amarna, ten zuiden van Memphis in Egypte is gevonden. In ťťn van deze zogeheten Amarna-brieven uit de veertiende eeuw voor Christus schreef ene Abdi-Chepas aan Amenhotep3 van Egypte, het verzoek om hulp tegen de aanvallen van de Habiri op zijn staat Uru-salimmu.

Egyptische hiŽrogliefen uit de tijd van deze farao vermelden een stad met de naam Ruschalimum. Of deze stad iets met Jeruzalem van doen heeft, is niet bekend. Gelet op hoe de stad wordt genoemd in bepaalde Bijbelgedeelten, zoals in Jozua 15:63 en Richteren 1|21, weten we dat Jeruzalem in de veertiende eeuw vůůr Christus een stad van de Kanašnitische Jebusieten was. Dit wordt ook bevestigd in de Tell-el-Amarna brieven. Jeruzalem was nog steeds een Jebusitische stad toen koning David haar in 1000 voor Christus veroverde.

Bij de dood van Saul (1012) werd David te Hebron door de JudeŽrs tot koning uitgeroepen. David was door God uitverkoren om IsraŽls tweede koning te worden. Soms roept God individuele mensen tot een speciale rol of daad. Verscheidene profeten uit het Oude Testament- Amos, EzechiŽl, Hosea, Jesaja, Jeremia en SamuŽl- zo ook David- zijn door God geroepen en geÔnstrueerd. God riep David vanuit de onbekendheid tot koning van IsraŽl. In 1 SamuŽl 16:18 staat over hem: ,,Ik heb een zoon van de Bethlehemiet IsaÔ gezien, die spelen kan; en hij is een dapper held, een krijgsman, wel ter tale, schoon van gestalte; en de Here is met hem.Ē In Galilea beantwoorden de apostelen Petrus, Andreas, Jakobus en Johannes de roep van Jezus hem te volgen en Zijn afgezanten te worden bij de verkondiging van Zijn leer.

Ruim 7 jaren strijd met de heersers uit het noorden en uitschakeling van Sauls erfgenaam Isboset en diens veldheer Abner brachten hem de erkenning als koning over geheel IsraŽl. Op het slagveld verwierf hij grote reputatie. Voorspoedig waren zijn oorlogen met de Filistijnen die tijdens twee grote veldslagen werden verpletterd met een geweld Ďzoals water doorbreektí, Moabieten, Ammonieten, SyriŽrs en Edomieten, allen kwamen onder zijn heerschappij. Zijn rijk breidde zich uit van Damaskusí-het grote centrum van handel en cultuur Ė en van de Rode zee tot aan de Eufraat, in het huidige Irak.

Reconstructie oude stad van David

Naast de naam Jeruzalem werd de stad ook de "Burcht Sion" genoemd. Later werd de naam Sion ook specifiek gebruikt om er de Tempelberg mee aan te duiden. De naam Sion stond voor de berg des Heeren, voor de geografische plaats op aarde die God zich had verkozen.

Nog voordat er aan de Babylonische ballingschap een einde kwam, voorzegden de profeten dat God op een dag uit het ĎHuis van Davidí een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. Het Nieuwe Testament wijst op het verband tussen Jezus en David. MattheŁs en Lucas geven aan dat Jezus niet alleen van koning David afstamde, maar ook dat veel gelovigen in hem de langverbeide Koning zagen.

Jeruzalem is de enige stad ter wereld die God "Mijn stad" heeft genoemd. De stad werd gekozen om een eeuwige en goddelijke waarheid te vertegenwoordigen en Gods licht aan deze wereld over te dragen. Psalm 132 onderstreept nog eens de unieke en belangrijke rol die de stad in het godsdienstige leven van de kinderen van IsraŽl vervulde.

Psalm132: 13-14 Want de Here heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is Mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd.

Zoals gezegd was het God Zelf die Jeruzalem op haar plaats verkoos. De stad werd niet gekozen tot hoofdstad van de natie vanwege haar geweldige ligging want de plaats waarop de stad gebouwd werd, had op de Gihon-bron na geen enkel natuurlijk voordeel. Ze lag niet op een belangrijk kruispunt, of zelfs aan een belangrijke handelsroute. De belangrijkste handelsroutes liepen in de oudheid ten oosten of ten westen van de stad. In het oosten verbond de "Koningsweg" ArabiŽ met Damascus, in het westen verbond de "Weg van de Zee" Egypte met Damascus, MesopotamiŽ en Klein-AziŽ. De genoemde Gihon-bron lag oorspronkelijk buiten de stadsmuren. Koning Hizkia zag dat dit een ernstige bedreiging was voor de veiligheid en het voortbestaan van Jeruzalem. Hij bedacht hiervoor een oplossing die ingenieurs sindsdien versteld heeft doen staan. Hij liet een 533 meter lange tunnel uithakken uit de harde rots die het water van de Gihon de stad in bracht, naar de vijver van Siloam.

Nee, Jeruzalem werd geen hoofdstad van de natie vanwege haar economische ligging, maar omdat God haar op die plaats verkoos. Daarom is Jeruzalem uniek onder de steden van de wereld, maar ook maakt het haar tot een voortdurend brandpunt van botsende volken en religieuze belangen. Achter alle strijd en verwoesting gaan geestelijke machten schuil die vastbesloten zijn Gods eeuwige bedoeling en roeping te vernietigen. De geschiedenis van Jeruzalem is daarom een geschiedenis van strijd. Haar verhaal is het verhaal van triomf en succes, van lijden en smart. Haar geschiedenis is treffend samengevat in een oud Joods gezegde.

Tien maten van lijden zijn door God naar de wereld gezonden, en negen van de tien vielen op Jeruzalem.

Psalm 137:5-6 Indien ik u vergete, o Jeruzalem, zo vergete mij mijn rechterhand; mijn tong kleve aan mijn verhemelte, als ik uwer gedenk, als ik Jeruzalem niet verhef boven mijn hoogste vreugde.

In dit Psalm klinkt de diepe emotie door van het Joodse volk in tijden dat ze gedwongen buiten de grenzen van IsraŽl en hun geliefde stad Jeruzalem moesten leven.

De lijst van naties en volken die om Jeruzalem hebben gestreden is bijna eindeloos. Tussen 587 voor Christus en heden werd de stad meer dan twintig keer veroverd en vele malen totaal verwoest, om daarna weer uit haar as te herrijzen. Jeruzalem werd veroverd door de legers van alle grote naties uit het verleden en dat gebeurde meestal wanneer het volk van IsraŽl hun geloof in God hadden verzaakt. De stad werd onder Joodse heerschappij voor het eerst volledig verwoest door Nebukadnezar. De Bijbel vertelt dat in het negende regeringsjaar van Sedekia, de koning van Juda, Nebukadnezar de koning van Babel met zijn gehele leger tegen Jeruzalem oprukte. Hij belegerde de stad en bouwde er een belegeringswal omheen. Jeruzalem werd achttien maanden lang, tot de zomer van 587, belegerd. De omstandigheden werden door het langdurige beleg zo nijpend dat sommige bewoners door de honger gedreven hun toevlucht namen tot kannibalisme. Toen de BabyloniŽrs de stad in handen kregen, probeerde koning Sedekia naar het gebied aan de overkant van de Jordaan te vluchten, maar hij werd bij Jericho gevangen genomen en naar Ribla gebracht.

Omdat hij zijn verdrag met Babylon had geschonden werd hij voor Nebukadnezar geleid. Hij moest toezien hoe zijn zoons werden geŽxecuteerd, waarna hemzelf de ogen werden uitgestoken en hij in ketenen werd weggevoerd naar BabyloniŽ waar hij stierf. Gedurende de maand daarop legden de BabyloniŽrs Jeruzalem en de Tempel volledig in de as. De stadsmuren werden geslecht en de bevolking gedeporteerd. Slechts enige families mochten achterblijven als wijngaardeniers en als landbouwers. Door deze deportatie en verwoesting werd het land een oord van puinhopen en woestenij en hield het koninkrijk Juda op te bestaan. Voor talrijke Joden was de ballingschap al tien jaar eerder begonnen toen koning Jojakin na Nebukadnezars eerste aanval op Jeruzalem had gecapituleerd. Die keer had de capitulatie nog tot gevolg dat Juda een totale verwoesting bespaard bleef, ook al werd er, zoals zowel de Bijbelse als de Babylonische kronieken getuigen, een enorme oorlogsbuit geroofd. Hoewel er over de aantallen gedeporteerden onduidelijkheid bestaat, staat vrijwel vast dat reeds bij de eerste deportatie het grootste deel van de heersende klasse naar Babylon verdween.

Als de Perzische koning Cyrus de opperheerschappij in Babel krijgt, mogen de ballingen terug. Het was de profeet HaggaÔ die in opdracht van de Here het teruggekeerde volk aanspoorde de tempel te herbouwen. Ze begonnen met het bouwen van het brandofferaltaar om de dagelijkse offers te brengen. Met de herbouw van de tempel werd begonnen in het jaar 536 v.Chr en begon Ezra en later Nehemia aan de mentale opbouw van het Joodse volk. Met kracht wezen zij op het feit dat het volk drager is van de belofte voor land en volk maar na verloop van zes jaar werden de bouwactiviteiten stil gelegd, bang voor de reacties van buurvolken en erger nog, uit gebrek van vertrouwen op God. Bovendien besteden ze meer tijd en aandacht aan hun eigen huizen dan aan de opbouw van de tempel. Dat was de reden dat de Here de profeet HaggaÔ inschakelde om het volk aan te sporen de herbouw van de tempel krachtig ter hand te nemen. (HaggaÔ 1:7-14). Daarop wijden zij hun leven opnieuw toe aan de Here en inde jaren die volgden werd met grote inzet aan de herbouw van de tempel gewerkt en werd de stad Jeruzalem in al zijn glorie hersteld. Jeruzalem werd nu het middelpunt van een kleine Joodse staat, die bestuurd werd door een hogepriester. Maar het werd allesbehalve rustig, want in 200 voor Christus verovert de Seleucide Antiochus 3 Jeruzalem. Diens opvolger, de beruchte Antiochus 4 Epiphanus trachtte de Joden de Hellenistische cultuur op te dringen. De Tempel in Jeruzalem werd aan Zeus gewijd en alle religieuze voorschriften vooral inzake de viering van de hoogtijdagen, sabbat en besnijdenis werden op straffe des doods verboden.

Ook het bezit van het Wetboek van Mozes was strafbaar, ook daarvoor kon men de doodstraf krijgen. Alle vindbare exemplaren werden vernietigd. Voorts werd de Joodse offercultus verboden. In de Tempel werden varkens geslacht en in de heilige zalen hadden de heidenen gemeenschap met vrouwen. De Joden die zich tegen deze terreur verzetten werden op gruwelijke wijze gemarteld. Bovendien maakte Epiphanus zich meester van de tempelschatten. De Joden spraken van "Een gruwel der verwoesting" over deze tijd. Er ontstond echter onverwacht hevig verzet van de kant van de Joodse bevolking. Deze besefte dat de Hellenistische leefwijze met zijn vele afgodische elementen niet in overeenstemming te brengen was met de trouw aan Gods geboden. Dit had de opstand der MakkabeeŽn tot gevolg. Deze Joodse vrijheidsbeweging maakte in 164 voor Christus een eind aan de terreur van Epiphanus. Een verslag van deze opstand en de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd is te vinden in de boeken van de MakkabeeŽn die bewaard zijn gebleven in de Griekse Septuaginta. De Tempel werd ontdaan van alle Hellenistische attributen en opnieuw ingewijd. Deze gebeurtenis wordt tot op de dag van vandaag gevierd tijdens het Chanoekah-feest.

Gedurende een periode van veertig jaar werd de Joodse geschiedenis beheerst door Herodes de Grote.

Langzamerhand groeide "Het Beloofde land "uit naar een status van een Romeinse provincie en werd het met strenge hand bestuurd. Voor de Romeinen waren de Joden onhandelbare onderdanen, met hun exclusieve geloof en nationale bewustzijn. De volkstelling van 6 na Christus bracht een zekere Judas ertoe om een opstand te beginnen. Hij zou een nieuwe godsdienstige sekte hebben gesticht die zestig jaar lang moeilijkheden bleef veroorzaken. Barabbas was zo, n vrijheidsstrijder, evenals de in het Bijbelboek Handelingen 21 genoemde Egyptenaar. Een groep stond bekend als de dolkdragers. Bij de grote opstand van 66 na Christus werden Joodse vrijheidsstrijders ,rovers, bandieten en Zeloten genoemd. Problemen veroorzaakt door met name corrupte Romeinse gouverneurs waren er de oorzaak van dat de zaak escaleerde. Gessius Floris kwam met een strijdmacht naar Jeruzalem, eiste gevangenname van de opstandige Joden en kondigde de staat van beleg af. Tijdens rellen erna werden 3000 Joden gedood.

Nu ontstond openlijk verzet. De Romeinse bezetting van Jeruzalem en Masada werd door de opstandelingen uitgeschakeld. Hierop rukte Cestius Gallus, gouverneur van SyriŽ, met het twaalfde legioen en hulptroepen op tegen Jeruzalem. Na een eerste succes trok hij zich terug maar liep in een hinderlaag waarbij 6000 van zijn soldaten het leven verloren. Nu was een oorlog onvermijdelijk geworden. Nero droeg de oorlogvoering op aan Flavius Vespasianus. Hij kreeg 60.000 man tot zijn beschikking maar vanwege ongeregeldheden in Rome, waarbij Nero zelfmoord pleegde, werd Vespasianus teruggehaald en tot keizer uitgeroepen. Vespasianus had voor zijn prestige een spectaculaire zege nodig en deze kon hij behalen door Jeruzalem in te nemen. Titus trok in de lente van het jaar 70 na Christus op om de stad te verwoesten. Hij omsingelde de stad en liet een muur bouwen zodat aanvoer van voedsel voor de stadbewoners en ontsnappen niet meer mogelijk waren.

Vluchtelingen die de Romeinen in handen vielen, werden binnen het zicht van de stad gekruisigd, soms wel 500 op een dag tot er geen hout meer was. Op zes augustus werd de Tempel bestormd en tegen het bevel van Titus in brand gestoken en volledig verwoest. Na de verwoesting hieven de Romeinen de juichkreet ďhep-hep hoorahĒ aan. Het bekende Ďhiep-hiepí is daar van afgeleid. HEP staat voor Hersalyma Est Perdita! (Jeruzalem is verwoest!). De kreet ďhep-hep Ē was in 1814 in Duitsland opnieuw te horen tijdens anti-semitische studentenrellen. Dat waren de zogenaamde 'hep-hep-rellen'.

De Tempel, het hart van de natie, het levenscentrum van Gods volk, het middelpunt van Gods Koninkrijk op aarde was in vlammen opgegaan. Spoedig was de hele stad ingenomen en verwoest. Joseph ben Mathitjahu (Flavius Josephus) beschrijft in zijn ďGeschiedenis van de Joodse oorlogĒ uitvoerig de verwoestingen die de Romeinse soldaten aanrichtten, toen zij van huis tot huis gingen, om de Joodse bewoners van de stad Jeruzalem te vermoorden. Flavius schrijft dat Caesar het bevel had gegeven slechts de bewapenden en weerspanningen te doden, maar dat de Romeinse soldaten ook de ouden en de zwakken neermaaiden die ze tegen kwamen. Er zijn schatting 1.100.000 mensen om het leven gebracht of van ellende gestorven. Vele gevangenen werden meegenomen om als gladiatoren in de arena,s van de Romeinen op te treden. Zevenhonderd Joden werden in triomf in Rome te kijk gezet, met de buit van de Tempel, waaronder de Menora. Zo gingen de woorden die Jezus gesproken had in vervulling. Jezus wist dat Jeruzalem een bijzondere stad was. Hij had Jeruzalem en haar inwoners lief. Toen Hij Jeruzalem eens benaderde, "weende Hij over haar"

Lucas 19:41 En toen Hij nog dichterbij gekomen was en de stad zag, weende Hij over haar, en zeide: Och, of gij ook op deze dag verstondt wat tot vrede dient; maar thans is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen komen, waarin uw vijanden een bolwerk tegen u zullen opwerpen en u omsingelen en u van alle zijden in het nauw brengen, en zij zullen u en uw kinderen in u vertreden en zij zullen in u geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd niet hebt opgemerkt, dat God naar u omzag.

Na de verwoesting van Jeruzalem werden de Joden uit de stad verdreven en was hun nationale en godsdienstige middelpunt verloren gegaan. De band tussen land en volk leek naar het scheen, voorgoed verbroken.Maar het duurde niet lang voor ze weer in straten van Jeruzalem terugkeerden net als in alle voorbije eeuwen, koppig en vasthoudend aan Gods beloften. De diaspora, de verstrooiing van het Joodse volk trad pas goed in toen in 135 na Christus Bar Kochba door de Romeinse keizer Hadrianus verslagen werd. Volgens historici verloren ruim 600.000 Joden bij deze strijd het leven. Talloze anderen werden gedeporteerd of in slavernij gevoerd en vele Joodse religieuze en politieke leiders, waaronder rabbi Akiva en zijn discipelen, geŽxecuteerd. Hadrianus probeerde elke verbinding tussen stad en volk te vernietigen. Jeruzalem werd geheel verwoest en in Romeinse stijl weer opgebouwd en ĎAelia Capitolinaígenoemd. Ook liet hij de naam Judea veranderen in ĎPalaestinaí (Land der Filistijnen). De na de verwoesting van 70 deels herstelde Tempel werd gewijd aan Zeus. Tenslotte vaardigde Hadrianus een edict uit waaronder Joden niet meer in Jeruzalem mochten wonen. Daarnaast liet hij het land, dat als gevolg van drie jaar oorlog ernstig ontvolkt was, koloniseren door Romeinse ex-legionairs. Ook de Romeinen betaalden een hoge prijs aan mensenlevens in de strijd tegen Bar Kochba, zo hoog zelfs, dat Hadrianus zonder de gebruikelijke rituelen thuis welkom werd geheten.

Pas in 362 na Christus stond de Romeinse keizer Julianus de Afvallige de Joden toe naar de stad terug te keren. Aan het einde van de vierde eeuw trokken ook voor het eerst op grote schaal christenen als pelgrims naar Jeruzalem. Deze Julianus had een hekel aan de christenen maar stond positief tegenover de Joden. Zo gaf hij de Joden toestemming de Tempel op staatskosten te herbouwen.Zijn vriend Alypsius kreeg de leiding over het project en Julianus beloofde zelfs om in de herbouwde tempel de Allerhoogste te zullen komen aanbidden. Nauwelijks met de herbouw begonnen, verwoesten zware aardbevingen en springvloeden de steden aan de kust van PhoeniciŽ en IsraŽl. Ook het heuvelland van IsraŽl werd getroffen. De bouwputten waren nauwelijks uitgegraven of zij lagen alweer in puin. Toen de ramp op haar hoogtepunt was, zochten de gravers hun toevlucht onder een zuilenrij; deze stortte in en verpletterde hen. Zo groot was de paniek, dat het werk werd opgegeven en men het niet meer durfde hervatten.

Over het algemeen wordt aangenomen dat het islamitisch bewind over Jeruzalem in 638 n.C. begon toen de stad veroverd werd door het moslimleger van kalief Omar. De komst van de Kruisvaarders (1099-1187) vormde opnieuw een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de stad Jeruzalem en het joodse volk. Zij vermoorden grote aantallen joodse en islamitische inwoners. Joden werden in synagogen opgesloten waarna deze in brand werden gestoken. De belangrijkste moskeeŽn werden omgebouwd tot kerken en de Rotskoepel en Al-Aksa-moskee vielen in handen van de Tempeliers. De Rotskoepel is mogelijk een replica van de tempel. Dat zegt de IsraŽlische archeoloog Asaf Avraham. De archeologische vondsten en historische bewijzen wijzen in die richting. Waarschijnlijk bevond zich op deze plaats ook het Heilige der Heilige van de Bijbelse tempel. Avraham: ĎOp islamitische tekeningen uit de 19e eeuw staan moslims afgebeeld die voor het Joodse rotsfundament knielen, en niet in de richting van Mekka bidden. We begrijpen uit islamitische overleveringen, dat de Joodse tempel het voorbeeld was voor de bouw van de moskee.í Mohammed droeg de moslims aanvankelijk op om in de richting van Jeruzalem te bidden. Bovendien was de Grote Verzoendag, Jom Kipoer, ooit de enige vastendag binnen de islam. Dit veranderde allemaal toen de Joden de nieuwe uitleg van de islam niet accepteerden. Toen draaiden ze bij het bidden in de richting Mekka.í

Uitgezonderd de Kruisvaarders verkoos niet ťťn veroveraar Jeruzalem als hoofdstad. Noch de Egyptisch-Mammalukse heersers (1260-1516), noch de Ottomaanse Turken (1516-1917) maakten Jeruzalem tot hun hoofdstad. Hoewel de Engelsen in 1922 het bestuurlijk centrum van het Palestijns mandaatgebied in Jeruzalem vestigden, berustte het uiteindelijke gezag in Londen. Na de verovering van de stad door JordaniŽ in 1948 deed de Jordaanse koning in feite hetzelfde als zijn voorgangers gedurende het dertien eeuwen lange islamitische bestuur over de stad. Niet ťťn Arabische heerser of veroveraar heeft Jeruzalem ooit tot zijn hoofdstad gemaakt. Op 27 juli 1953 riep koning Hoessein Oost-Jeruzalem uit tot Ďde alternatieveíhoofdstad van het Hasjemitisch koninkrijk. Maar Amman bleef het werkelijke centrum van het Jordaanse bestuur. Het Jodendom heeft zijn claim op Jeruzalem nooit opgegeven. Het was hun "Eeuwige stad ". Er woonden al 1600 jaar Joden in Jeruzalem voordat de moslims hun intrede in de geschiedenis deden. De stad Jeruzalem behoort aan het Joodse volk. God heeft hen deze stad gegeven. Niet voor bepaalde tijd maar voor eeuwig. En God liegt niet!

Numerie23:19 God is geen man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?

Met uitzondering van de periode 1948-1967 is Jeruzalem nooit een gedeelde stad geweest. Onder leiding van Glubb Pasha, een Engelsman die in werkelijkheid John Bagot heette, heeft het Jordaans Arabisch Legioen in 1948 Jeruzalem ingenomen. JordaniŽ annexeerde eenzijdig de Bijbelse gebieden Judea en Samaria en verdreven alle Joden uit deze gebieden en Oost-Jeruzalem richting IsraŽl. Joodse beztittingen in Oost-Jeruzalem en in Judea en Samaria, werden door de JordaniŽrs geconfisceerd zonder enige compensatie. Zij hielden deze gebieden inclusief de ommuurde Oude Stad van Jeruzalem, onder controle tot 1967. De wereld heeft hier nooit tegen geprotesteerd . Er kwam geen enkel protest van de Verenigde Naties toen de Joodse wijk werd verwoest en Joodse begraafplaatsen werden geschonden.

Joodse begraafplaats in Jeruzalem ontheiligd.

De wereld protesteerde ook niet toen 58 synagogen werden verwoest of ontheiligd door ze te gebruiken als stallen of kippenhokken en zelfs als toiletten. En de wereld protesteerde ook niet toen, in strijd met de wapenstilstandbepalingen, het Joden werd verboden de Oude Stad te betreden en bij de Klaagmuur te bidden. In 1967 veroverde IsraŽl de Oude Stad, annexeerde die. Op 30 juli 1980 nam de Knesset de Jeruzalemwet aan, waarmee Jeruzalem tot ondeelbare hoofdstad van IsraŽl werd uitgeroepen. Men noemde de IsraŽlische maatregel onwettig en eiste dat die zou worden teruggedraaid, de stemverhouding was 99 tegen 0.

De IsraŽlische annexatie werd door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties door middel van Resolutie 476 en Resolutie 478 verworpen. Prompt trokken pratisch alle landen haar ambassades terug uit Jeruzalem. Geen enkele land erkend Jeruzalem als de hoofdstad van IsraŽl, ook niet toen het tot juni 1967 enkel het westelijk deel van Jeruzalem bezat. Maar historisch gezien is het volkomen duidelijk van wie deze stad is. Een ieder die de Bijbel kent weet dat de verbondenheid van de Joden met Jeruzalem uniek is en onvergelijkbaar met welk ander volk dan ook. ,,Jeruzalem is de enige plaats die onze natie historisch en religieus verenigtĒ zei Uzi Arad, de voormalige chef van de Mossad. Het internationaliseren van de stad zoals Brussel en vele andere bemoeials willen, zal het PLO-bewind en Hamas alleen maar in de kaart spelen. Zij zullen het machtsvacuŁm onmiddellijk opvullen zodat wandelende zelfmoordbommen weer hun moorddadige werk kunnen doen.

Bijbelse periode (1004-586 v.Chr.)

1004 v.Chr. Koning David maakt Jeruzalem tot zijn hoofdstad.

954 v.Chr. Koning Salomo begint met de bouw van de EersteTempel.

586 v.Chr. De Babylonische koning Nebukadnezar neemt de stad in, verwoest de Tempel en voert de bewoners weg naar Babylon.

Perzische periode ( 539-332 v.Chr.)

538  v.Chr. De Perzische koning Cyrus laat de ballingen terugkeren.

Griekse periode ( 320-63 v.Chr.)

313  v.Chr. Ptolemaeus I , generaal onder Alexander de Grote, neemt Jeruzalem in.

164 v.Chr. Juda de MaccabeeŽr bevrijdt Jeruzalem.

Romeinse periode ( 63 v.Cht-324 n.Chr.)

20 v.Chr. Koning Herodus bouwt de Tweede Tempel.

33  n.Chr. Jezus wordt gekruisigd.

70 n.Chr. De Tweede Tempel wordt door Titus verwoest.

Byzantijnse periode ( 324-638)

333     Bouw van de Heilige Grafkerk en andere kerken door Constantijn en Helena.

Islamitische periode ( 638-1099)

638 Jeruzalem geeft zich over aan kalief Omar.

692 Abdel-Malik laat over de Offersteen van Abraham de Rotskoepel bouwen.

Kruisvaarderperiode (1099-1260)

1099 Inname van Jeruzalem door Godfried van Bouillon.

1187 Saladin verovert Jeruzalem en staat de joden toe terug te keren.

Mammalukse periode ( 1260-151

De uit Egypte afkomstige Mammalukken vallen Jeruzalem binnen en blijven 250 jaar aan de macht.

Ottomaanse periode ( 1516-1917)

1260 Soleiman de Prachtlievende herbouwt de muren van Jeruzalem.

Britse periode ( 1917-1948)

1917 generaal Allenby trekt Jeruzalem binnen.

1948

Oprichting van de staat IsraŽl door Ben Goerion.

1967   Zesdaagse oorlog. Jeruzalem wordt herenigd onder IsraŽlisch bestuur.

Volgens sjeik Raid Salah, de leider van een islamitische beweging in Noord-IsraŽl zal het IsraŽlische bewind over de Tempelberg eindigen en Jeruzalem de hoofdstad worden van een nieuw islamitisch kalafaat. Salah zegt dat dit sneller zal gebeuren dan menigeen verwacht. De sjeik hield op 15 september 2006 een toespraak in het voetbalstadion van de plaats Umm el-Fahm in Galilea. Maar volgens de profeet Zacharia zal iedereen die zich met Jeruzalem bemoeit en zich vergrijpt aan Jeruzalems bestemming, gewisselijk doorsneden zal worden. Er zullen door de wereldleiders en het Vaticaan nog vele pogingen ondernomen worden om van Jeruzalem een internationale stad te maken. Het maakt geen verschil of het de grootmachten zijn, de Verenigde Naties of de Kerkelijke machthebbers, ze zullen allen ten val komen en zichzelf beladen met Jeruzalem.

Zacharia 12:2 Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen, die alle natiŽn moeten heffen, allen die hem heffen zullen zich deerlijk verwonden.

Ondanks alle conflicten en vele verwoestingen, bestaat Jeruzalem nog steeds op de plaats waar het altijd gestaan heeft. Nineve, Ur en Babylon zijn gekomen en gegaan, net als de grote steden in Egypte, maar Jeruzalem is gebleven. Dit Jeruzalem trotseert de eeuwen, zo niet de eeuwigheid. Zelfs in de laatste grote veldslag van Armageddon, wanneer de stad zal worden ingenomen en de helft van haar bevolking in gevangenschap zal worden weggeleid, zal Jeruzalem blijven bestaan. ,,Jeruzalem was en zal altijd de hoofdstad van IsraŽl blijven, en is nooit de hoofdstad geweest van een andere staatĒ aldus president Simon Peres in mei 2009. ,,Jeruzalem is de hoofdstad van IsraŽl. Ze is dat altijd geweest, zal dat altijd blijven en zal nooit worden verdeeld. De band tussen het Joodse volk en Jeruzalem gaat duizenden jaren terug. Ze zal verenigd blijven onder onze soevereiniteit. Sinds de stad werd herenigd is de vrijheid van godsdienst voor allen nooit zo volledig verzekerdĒ aldus Benjamin Netanyahu op 21 mei 2009. ,,De realiteit is dat er helemaal geen Oost Jeruzalem bestaat. Er is maar ťťn Jeruzalem, en dat is de ongedeelde hoofdstad van IsraŽlĒ aldus Shlomo Z.Mostofsky, president van Young Israel op 15 maart 2010.

Zacharia 14:2-3-4 En de Heere zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. En Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg die voor Jeruzalem ligt.

Profeten voorzegden het verval en de verbanning, evenals de terugkeer van het volk en de herbouw van Jeruzalem- de Stad van God. Voor hen, wiens ogen zien en wiens oren horen, openbaart zich menigmaal Gods Plan en Zijn werk met de mens en zijn wereld. Jeruzalem zal de eerste stad ter wereld zijn die de Messias ontvangt, want God heeft bepaald dat Zijn gezegende en doorboorde voeten opnieuw binnen haar muren zullen staan. Jeruzalem heeft alles te maken met het voortbestaan van de wereld. Alle machten der duisternis zullen zich mobiliseren om de terugkeer van Jezus de Messias te belemmeren. Maar zij die in Gods Woord geloven weten dat Jeruzalem de stad is waar Hij zal terugkeren met heerlijkheid en grote macht. Dan zal de profetie van Jesaja worden vervuld.

Jesaja2:4 want uit Sion zal de wet uitgaan, en des Heeren woord uit Jeruzalem. En Hij zal rechten onder heidenen, en bestraffen vele volken, en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen Zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren.

Te dier tijd zullen zij Jeruzalem noemen "Des Heeren troon "(Jeremia 3:17) Dan zal de lange barensnood van Jeruzalem voorbij zijn en Gods bedoeling aangaande haar vervult. Alles wat de mens op deze aarde heeft opgebouwd is de bloem en de vrucht van de "Gevallen mens ". Ze vertegenwoordigen het bouwen zonder fundament. Maar straks zal alles onverwoestbaar en heilig zijn, delend in Gods gunst.

Terug naar: Inhoud