Diepe Jodenhaat in Nederlandse samenleving gedurende de oorlog

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 3 juli 2011) (Laatste bewerking: 17 december 2015)

Nederland speelt al jaren een meer dan schandalige rol ten aanzien van Israël en haar Joodse bewoners. Ook de passieve houding van Nederlandse regering en koningshuis in ballingschap tijdens de deportatie van de Nederlandse Joden gedurende de Tweede Wereldoorlog, is ronduit schokkend. Dr. Manfred Gerstenfeld licht in zijn boek  Judging the Netherlands” een tip van de sluier op over deze houding. Nederland had lang de reputatie van het beschermen van de Joden tegen de nazi’s, een beeld dat voornamelijk gevoed werd door het verhaal van Anne Frank. Dat beeld is door Gerstenfeld volledig doorgeprikt. 

In het boek 'Jodenjacht; De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog' van Ad van Liempt en Jan Kompagnie, staan gruwelijke zaken. Een citaat uit het strafdossier van de Amsterdamse rechercheur Harms laat zien hoe diep het antisemitisme geworteld was: “Al lagen alle Joden hier op een hoop bij elkaar en werden zij met benzine overgoten en in brand gestoken, dan zou ik er met plezier naar kijken.” Voor het boek zijn de dossiers bestudeerd van 230 'Jodenjagers'. Zij werkten bij speciale politiediensten die maar één doel hadden: zo veel mogelijk Joden arresteren, desnoods met grof geweld, en hen overdragen aan de Duitse Sicherheitsdienst. De premie per aangegeven Jood kon oplopen tot 40 gulden per arrestant en wie de kans kreeg, vulde ook nog zijn zakken met gestolen geld, sieraden en huisraad.

Ad van Liempt en Jan Kompagnie, 'Jodenjacht; De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog' ISBN 9789760033681.Aan te bevelen.

"In de gelederen van de NSB waren de meest smerige antisemieten, de beestachtige Jodenjagers te vinden." Bijna alle van de eerder genoemde 230 politiemannen (96 procent) waren lid van een nationaalsocialistische organisatie, waarvan de NSB (met 82 procent) het populairst was. De speciale afdelingen groeiden uit tot criminele organisaties binnen de politie. "Ze joegen met alle middelen op hun slachtoffers, ze overtraden daarbij alle denkbare rechtsregels, ze roofden waar ze konden, ze gebruikten geweld, ze pasten misleiding toe - en dat alles werd van hogerhand toegestaan, op een enkele uitzondering na, en vaak zelfs gestimuleerd", aldus Kompagnie en Van Liempt. In Nijmegen bijvoorbeeld zag commissaris Van Dijk er geen been in om zelf arrestanten te mishandelen en huizen van Joden leeg te roven. Na de oorlog moesten de weinige uit de concentratiekampen teruggekeerde Joden vaststellen dat hun huizen en andere bezittingen door niet-Joden waren gestolen. Ook de overheid, banken en verzekeringsmaatschappijen hebben zich aan de genocide op het Joodse volk verrijkt. Van de 140.000 Nederlandse Joden overleefde ongeveer 75% de oorlog niet.

Bij de politie Den Haag werkte Maarten Spaans. Hij zou 362 arrestaties op zijn naam hebben, van wie zo'n 260 mensen de oorlog niet hebben overleefd. Nabestaanden van Joodse oorlogsslachtoffers kunnen dankzij het onderzoek voor 'Jodenjacht' nakijken wie hun familie heeft gearresteerd en hoe dat in zijn werk is gegaan. Een van de gewelddadigste politieafdelingen was het Judenreferat in Den Haag onder leiding van Kees Kaptein. Hij stond erom bekend dat hij arrestanten mishandelde met een gloeiende pook en mannen in het kruis schopte 'om hen onvruchtbaar te maken'. Naar eigen zeggen heeft Kaptein tussen de 1750 en 2000 Joden aan de Duitsers overgeleverd. Hij werd na de oorlog ter dood veroordeeld als 'het ernstigste en afschuwelijkste geval van Jodenvervolging'.

Jodenjagers

Toen de oorlog afgelopen was keerden de overlevenden van de Holocaust terug naar huis en haard. Dit voorrecht was echter voor de meeste overgebleven Nederlandse Joden niet weggelegd. Hun gezinnen en families waren uitgeroeid en gemeenschappen waarvan zij deel hadden uitgemaakt waren in de meeste gevallen volledig verdwenen. De enkeling die bevrijd werd stond bijna naakt voor de wereld, gehuld in een gevangenenuniform en schoenen met houten zolen. Ze bezaten niets, zelfs geen ondergoed, sokken of een zakdoek. Ze waren mager als skeletten, vel over been. Zij die na al de jaren van verschrikking huiswaarts keerden ontdekten dat ze van hun bezittingen waren beroofd. Velen van hen werden niet eens meer binnengelaten in hun eigen huizen. De nieuwe ‘bezitters’ (dikwijls hun eigen buren) deden alsof ze hen niet kenden. Hun eigen schilderijen hingen nog aan de muur en hun meubilair stond nog in de kamer. Men had niet meer op hun terugkeer gerekend en alles wat te roven viel, geroofd.

Na de oorlog probeerden: “De Jodenjagers” aan de bijzondere rechtspleging te ontkomen door zich te beroepen op een 'ambtelijk bevel' en onwetendheid over het lot van de Joden die ze gearresteerd hadden. De bijzondere gerechtshoven negeerden echter het verweer van dit geboefte. Tegen 34 agenten werd de doodstraf uitgesproken, van wie er uiteindelijk elf daadwerkelijk zijn opgehangen. Vierentwintig agenten kregen een levenslange gevangenisstraf. De meesten bleken geen spijt van hun daden te hebben. Uit de strafdossiers van de 'Jodenjagers' zijn 9.000 namen van slachtoffers gedestilleerd die vervolgens zijn gekoppeld aan de database Digitaal Monument Joodse Gemeenschap.  

Praktisch alle landen in Europa hebben toegegeven met de nazi’s te hebben gecollaboreerd gedurende de Tweede Wereldoorlog en hebben daarvoor hun verontschuldigingen aangeboden. Nederland is het enige land wat dat niet heeft gedaan. De Nederlandse regering weigert daar gehoor aan te geven. Nederland was in West-Europa het land met het hoogste percentage Joodse inwoners die gedurende de Holocaust zijn vermoord. Toen de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen leefden er 140.000 Joden. Daarvan zijn er 102.000 tijdens de oorlog vermoord. De meeste Joodse families leefden vaak al eeuwen in Nederland. De Nederlandse regering heeft tot de dag van vandaag verzuimd hun verontschuldigingen aan de Joodse gemeenschap aan te bieden. Wat hiervan de reden is laat zich raden want ze willen hun collaboratie met de Duitsers niet toegeven.

Vastgesteld is dat de Nederlandse autoriteiten in Londen niet of nauwelijks hebben opgeroepen tot verzet tegen de Jodenvervolging. Ook Radio Oranje werd niet gebruikt om de bij anti-Joodse activiteiten betrokken Nederlanders te dreigen. Ook de koningin zweeg in alle talen. Men wist wel degelijk dat de Joden niet ‘aan het werk’ gingen in onbekende bestemmingen, men wist wel degelijk dat ze zouden worden omgebracht. Al voor de oorlog wist de Joodse pers in Nederland zeer uitvoerig te berichten over Hitlers koers ten aanzien van de Joden. Zelfs niet één keer heeft Wilhelmina opgeroepen tot hulp aan de Joden of tegenwerking bij de vervolging. Voor de oorlog maakte ze zelfs bezwaar tegen de vestiging van een opvangkamp voor Duitse Joden op de Veluwe, omdat dat te dicht in de buurt van Het Loo zou zijn. Ook na de oorlog sprak ze met geen woord over het lot van de Joden.

Ook blijken Nederlandse notarissen in de Tweede Wereldoorlog op grote schaal te hebben meegewerkt aan het juridisch onteigenen van Joods vastgoed. Alleen al in de regio Rotterdam, waar vijftig notarissen werkzaam waren, was er slechts één notaris die hier niet aan meewerkte. Dat blijkt uit onderzoek van historicus Raymund Schütz in het kader van een promotie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een deel van zijn onderzoek publiceerde hij in 2010 in het artikel ‘Achter gesloten deuren. Tijdens de oorlog zijn naar schatting 20.000 Joodse panden geroofd. De naoorlogse zuivering van het notariaat vond achter gesloten deuren plaats, stelt Schütz. In ruil voor het staken van rechtsvervolging van notarissen, trof het ministerie van Justitie een regeling met de beroepsgroep: 60 procent van het geld dat met overdrachtsakten was verdiend, moest worden teruggeven.

De Israëlische Channel 2 en de Jerusalem Post melden dat Nederland het pensioen van een 90 jarige Holocaustoverlevende met 35 procent heeft verlaagd. Het gaat om een Nederlandse staatsburger die vanwege het toenemende antisemitisme in Europa, naar Israël emigreerde en in Samaria is gaan wonen. Zij ontving een brief uit Nederland met de volgende boodschap: ´Geachte mevrouw, omdat u op de ‘West Bank’ (lees Samaria) bent gaan wonen en wij geen akkoord hebben met deze periferie (dit gebied), zijn wij genoodzaakt om een groot deel van uw pensioen in te trekken.’ Het blijkt om een regeling te gaan die door de Nederlandse regering is goedgekeurd. Nederland blijkt deze maatregel inmiddels te hebben teruggedraaid maar zegt dat het slechts tijdelijk is en dat de uitkering van alle Nederlandse Joden die in Samaria, Judea, het oostelijk deel van Jeruzalem en op de Golan hoogvlakte wonen, met 50% gekort zullen worden.

“Holocaust ontkennen moet kunnen”

Holocaust ontkennen moet kunnen. Dit zijn de woorden van de VVD-leider (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie) Mark Rutte. Enkel als de ontkenning van de Holocaust tot geweld zou leiden, zou het bestraft moeten worden. Indien iemand de Holocaust ontkent, kan je met deze persoon een discussie aangaan en hem van zijn ongelijk overtuigen, aldus Rutte. Ronny Naftaniel de voormalige directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël zei  niet te begrijpen wat Rutte bezielde en reageerde op diens uitspraken: ,,Als je de doelbewuste ontkenning van de Holocaust met woorden denkt te kunnen bestrijden, waarom doe je dat dan ook niet met lichte geweldplegingen, of met diefstal. Dit zou pas echt tolerant zijn. En hou dan ook op met dreigen Islamitische geestelijken het land uit te zetten, als ze onze democratie aanvallen. Het voortdurend gekwetst worden, is bovendien een pijnlijke ervaring voor de slachtoffers. Het is de vraag of deze geestelijke pijn minder ernstig is, dan bijvoorbeeld het krijgen van slaag of de gevolgen van diefstal. Voor holocaustslachtoffers en hun familie is het in ieder geval afschuwelijk te horen dat de moord op hun familie een leugen is. Of dat het een verzinsel is met het doel  geld te krijgen. In zijn, op zichzelf begrijpelijke, streven godsdienstkritiek ongelimiteerd mogelijk te maken, is Mark Rutte veel te ver doorgeschoten. Als hij op de televisie zegt dat vanwege de vrijheid van meningsuiting het roepen van ‘Hamas, Hamas Joden aan het gas’ bij demonstraties mogelijk moet zijn, staat hij een samenleving voor, die in ieder geval voor heel wat Nederlandse Joden onleefbaar wordt” aldus Naftaniel.Tot nog toe werden Holocaustontkenners in Nederland vervolgt op grond van het haatzaaiende karakter van hun activiteiten.

Terug naar: Inhoud