Diepe Jodenhaat in Nederlandse samenleving gedurende de oorlog

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 3 juli 2011) (Laatste bewerking: 6 oktober 2017)

Nederland speelt al jaren een meer dan schandalige rol ten aanzien van Israël en haar Joodse bewoners. Ook de passieve houding van Nederlandse regering en koningshuis in ballingschap tijdens de deportatie van de Nederlandse Joden gedurende de Tweede Wereldoorlog, is ronduit schokkend. Dr. Manfred Gerstenfeld licht in zijn boek  Judging the Netherlands” een tip van de sluier op over deze houding. Nederland had lang de reputatie van het beschermen van de Joden tegen de nazi’s, een beeld dat voornamelijk gevoed werd door het verhaal van Anne Frank. Dat beeld is door Gerstenfeld volledig doorgeprikt. 

In het boek 'Jodenjacht; De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog' van Ad van Liempt en Jan Kompagnie, staan gruwelijke zaken. Een citaat uit het strafdossier van de Amsterdamse rechercheur Harms laat zien hoe diep het antisemitisme geworteld was: “Al lagen alle Joden hier op een hoop bij elkaar en werden zij met benzine overgoten en in brand gestoken, dan zou ik er met plezier naar kijken.” Voor het boek zijn de dossiers bestudeerd van 230 'Jodenjagers'. Zij werkten bij speciale politiediensten die maar één doel hadden: zo veel mogelijk Joden arresteren, desnoods met grof geweld, en hen overdragen aan de Duitse Sicherheitsdienst. De premie per aangegeven Jood kon oplopen tot 40 gulden per arrestant en wie de kans kreeg, vulde ook nog zijn zakken met gestolen geld, sieraden en huisraad.

Ad van Liempt en Jan Kompagnie, 'Jodenjacht; De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog' ISBN 9789760033681.Aan te bevelen.

"In de gelederen van de NSB waren de meest smerige antisemieten, de beestachtige Jodenjagers te vinden." Bijna alle van de eerder genoemde 230 politiemannen (96 procent) waren lid van een nationaalsocialistische organisatie, waarvan de NSB (met 82 procent) het populairst was. De speciale afdelingen groeiden uit tot criminele organisaties binnen de politie. "Ze joegen met alle middelen op hun slachtoffers, ze overtraden daarbij alle denkbare rechtsregels, ze roofden waar ze konden, ze gebruikten geweld, ze pasten misleiding toe - en dat alles werd van hogerhand toegestaan, op een enkele uitzondering na, en vaak zelfs gestimuleerd", aldus Kompagnie en Van Liempt. In Nijmegen bijvoorbeeld zag commissaris Van Dijk er geen been in om zelf arrestanten te mishandelen en huizen van Joden leeg te roven. Na de oorlog moesten de weinige uit de concentratiekampen teruggekeerde Joden vaststellen dat hun huizen en andere bezittingen door niet-Joden waren gestolen. Ook de overheid, banken en verzekeringsmaatschappijen hebben zich aan de genocide op het Joodse volk verrijkt. Van de 140.000 Nederlandse Joden overleefde ongeveer 75% de oorlog niet.

Bij de politie Den Haag werkte Maarten Spaans. Hij zou 362 arrestaties op zijn naam hebben, van wie zo'n 260 mensen de oorlog niet hebben overleefd. Nabestaanden van Joodse oorlogsslachtoffers kunnen dankzij het onderzoek voor 'Jodenjacht' nakijken wie hun familie heeft gearresteerd en hoe dat in zijn werk is gegaan. Een van de gewelddadigste politieafdelingen was het Judenreferat in Den Haag onder leiding van Kees Kaptein. Hij stond erom bekend dat hij arrestanten mishandelde met een gloeiende pook en mannen in het kruis schopte 'om hen onvruchtbaar te maken'. Naar eigen zeggen heeft Kaptein tussen de 1750 en 2000 Joden aan de Duitsers overgeleverd. Hij werd na de oorlog ter dood veroordeeld als 'het ernstigste en afschuwelijkste geval van Jodenvervolging'.

Notarissen betrokken bij verkoop huizen Joden

Het merendeel van de notarissen in Nederland was in de Tweede Wereldoorlog betrokken bij de verkoop van huizen van Joden. Dat blijkt uit een groot onderzoek naar het notariaat tijdens de bezetting waarop rechtshistoricus Raymund Schütz is gepromoveert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Werden andere beroepsgroepen als de politie, burgemeesters en de advocatuur wel onderzocht, het notariaat bleef onderbelicht. Schütz schreef er het boek Kille Mist over. De historicus toont aan dat het hoofdbestuur van de Broederschap der Notarissen een spilfunctie had bij de doorverkoop van Joodse huizen. Volgens hem was er van een voorliefde voor het nationaalsocialisme nauwelijks sprake. Wel lichtte het hoofdbestuur de globale anti-Joodse maatregelen nader toe in het Correspondentieblad, het orgaan van het notariaat. Dit gebeurde mede onder druk van de leden die snelle en goede informatie verlangden over de uitvoering van de maatregelen van de bezetter.

Terug naar: Inhoud