De zesde bazuin

 

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 10 maart 2017)

Met dank aan het Bijbelstudieteam Simonida Dijkhuis-Nijhof en Jur van Calkar voor hun medewerking aan deze Bijbel studie.

 

Openbaring 9:13-14-15-16 “En de zesde engel blies de bazuin, en ik hoorde een stem uit de vier horens van het gouden altaar, dat voor God staat, zeggende tot de zesde engel, die de bazuin had: Laat de vier engelen los, die bij de grote rivier, de Eufraat, gebonden zijn. En de vier engelen, die tegen het uur en de dag en de maand en het jaar waren gereed gehouden, werden losgelaten om het derde deel van de mensen te doden.

 

Het jaar en de datum staan vast als onder de zesde bazuin vier gebonden engelen losgelaten worden. Het gebonden-zijn lijkt te slaan op louter een ‘verbintenis’ om niet op te treden vóór de vastgestelde tijd. Het oordeel van de zesde bazuin slaat op een oorlog waarbij één derde van alle mensen zal gedood worden. God zal sterke legers doen optrekken. Dit oordeel komt in antwoord op de smeekbede van de heiligen die gevraagd hebben om wraak en verlossing. De stem van het altaar zegt tot de zesde engel met de zesde bazuin: ontbind de vier engelen die gebonden zijn bij de grote rivier de Eufraat. In Johannes’ tijd vormde de Eufraat de grens tussen het toenmalige Romeinse rijk en de Oosterse machten, vooral de Parthen. De Romeinen vreesden altijd een mogelijke inval van de geduchte Parthen van over de Eufraat. In de jaren 58 tot 62 n.Chr. had zo’n bloedige Parthische ruiterinvasie plaats.

 

De Eufraat is in het Oude testament de grens van het oude Israël: Genesis 15:18 “Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat. Jozua 1:4 “Van de woestijn en de Libanon ginds tot aan de grote rivier de rivier de Eufraat, het gehele land der Hethieten, en tot aan de Grote Zee in het westen zal uw gebied zijn.” De Eufraat is de rivier waar vanouds boze geesten huizen. De Eufraat ligt voor een deel in het oude Mesopotamië en was vanouds de bakermat van allerlei occulte machten.

De Eufraat

Ook hier zien we weer net als bij de vijfde bazuin occulte en demonische machten in actie komen. Ook deze machten zijn gebonden. God weerhoudt hen tot een bestemde tijd. Zoals de helse wezens bij de vijfde bazuin uit de afgrond worden vrijgelaten, zo worden op de door God bestemde tijd ook de verderfengelen bij de Eufraat ontbonden. Ook hier is net als bij de beschrijving van de paarden, en de beschrijving van de sprinhanen-schorpioenen wezens, opnieuw sprake van satanische wezens die tot op dat moment onbekend zijn op aarde. Vier “engelen” worden losgelaten, maar omdat zij gebonden zijn kunnen het geen engelen Gods zijn maar engelen van satan. Ze zijn gebonden bij de grote rivier de Eufraat en staan dus aan de grens van het gebied dat vroeger onder koning Salomo tot Israël behoorde en ook door God voor de toekomst aan haar is toegezegd.

Deze rivier heeft steeds de grens gevormd tussen Israël en de Oosterse machten. Daar ligt Babel, het begin van het goddeloze rijk van Nimrod, een voorloper van de komende antichrist.

Het was Nimrod, een nakomeling van Noachs zoon Cham de eerste despoot, die ‘een gewelddadig gezag en heerschappij’ vestigde, en zich daarbij tegenover de Here opstelde. Genesis 10:10 “En het begin van zijn koninkrijk was Babel, Erech, Akkad en Kalne, in het land Sinear. Uit dat land trok hij naar Assur en hij bouwde Ninevé, Rehoboth-Ir, Kalah en Resen tussen Ninevé en Kalah; dat is de grote stad.” Nimrod had Moloch (Satan) tot god verheven. Hij en zijn vrouw Semiramis  aanbaden de sterren, zon en maan. Nimrod deed de mensen rebelleren tegen God. Hij was de uitvoerende macht van satans plannen. Hier lag de oorsprong van de astrologie, het spiritisme en tal van afgoderijen.

Hij liet de toren bouwen die reikte tot aan de ‘hemel’. De toren was bedoeld om als reddingsplaats te dienen voor het geval God opnieuw mocht besluiten een watervloed over de aarde te brengen. Nimrod dacht op deze manier af te kunnen rekenen met Gods Macht. Babel wilde voor zichzelf een wereldnaam maken door de God van de Bijbel aan te vallen. Dat daar geen zegen op ruste mag duidelijk zijn. Nimrod was de meest onbeschamende goddeloze figuur die de wereld ooit heeft gekend; iemand die er niet voor terugdeinsde om God in het aangezicht te slaan. Van hem stamt een hele dynastie van priesterkoningen af - ieder steeds het hoofd van de Babylonische mysteriegodsdienst.

 

De Toren van Babel, Pieter Bruegel 1563

 

De vier genoemde “engelen” komen juist uit dit gebied en blijken een zeer bijzonder en merkwaardig groot leger bij zich te hebben. Openbaring 9:16 En het getal der legerscharen van de ruiterij was tweemaal tienduizend tienduizendtallen’ ik hoorde hun aantal. Dat is samen 200.000.000! Tweehonderd miljoen! Hun optreden heeft opnieuw verschrikkelijke gevolgen. Opnieuw komen vele miljoenen mensen om het leven: het derde deel van de dan nog levenden. Het aantal wordt uitdrukkelijk genoemd en is letterlijk bedoeld. Het is echter moeilijk te aanvaarden dat het bij deze aantallen gaat om menselijke legers. Hun aantal is zo enorm dat hun bevoorrading alleen al als praktisch onmogelijk moet worden beschouwd.

 

Zij krijgen opdracht om een derde deel van de mensen te doden. Dat gaat dus om ruim 2 miljard doden. De Eufraat is de poort naar het Oosten, vanwaar de legers komen. Het gaat hier over een vreselijke helse legermacht, niet te verwarren met het leger van de “koningen van de opgang van de zon” uit Openbaring 16:12. Dat gaat immers over het einde van de Grote Verdrukking, wanneer China vergezeld door andere oostelijke bondgenoten zullen optrekken naar Jeruzalem.

 

Het zesde bazuinoordeel wordt opgeroepen door één stem uit de vier hoornen van het gouden altaar. Dat komt uit de onmiddellijke tegenwoordigheid van God. Er moeten grote misdaden tegen het altaar zijn gepleegd of tegen wat met het altaar verbonden is.

 

Openbaring 9: 17-18-19-20-21 “En aldus zag ik in dit gezicht de paarden en hen, die erop gezeten waren: zij hadden rossige en blauwe en zwavelkleurige harnassen, en de koppen der paarden waren als leeuwenkoppen, en uit hun bek kwam vuur rook en zwavel. Door deze drie plagen werd het derde deel van de mensen gedood: door het vuur en de rook en de zwavel, die uit hun bek kwamen. Want de macht der paarden ligt in hun bek en in hun staarten. Want hun staarten zijn als slangen, met koppen, en daarmee brengen zij schade toe. En wie van de mensen overgebleven waren, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich niet van de werken hunner handen, om de boze geesten niet (meer) te aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, noch horen of gaan, en zij bekeerden zich niet van hun moorden, noch van hun toverijen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen.”

 

Ook hier is er weer sprake van een totale morele ontaarding, zoals de wereld nooit tevoren gekend heeft. Johannes ziet de paarden maar vindt het bijzonder moeilijk om ze te omschrijven. Het zijn afgrijselijke vreeswekkende demonische monsters, die in deze vorm niet op aarde voorkomen. Uiterlijk lijken zij op paarden met donkerrode en zwavelkleurige geharnaste ruiters er op, maar de paarden hebben koppen die op leeuwen lijken, uit hun bek komt vuur, rook en zwavel en hun staarten lijken op slangen met koppen, die ook schadelijk werken. De zwavelkleurige harnassen doen aan de hel denken, de poel van vuur en zwavel. Bij de aanvalswapens zijn er de koppen van de paarden: die waren als leeuwenkoppen. Dan zijn er nog de staarten als slangen met koppen. Treffend is dat hun macht ook in hun staarten ligt. Deze staarten lijken op slangen, en evenals bij de schorpioen-wezens beschadigen zij de mensen. Terwijl de leeuwenkop dient om te verslinden, duidt de slangenstaart op list en verraad.

 

De mond duidt op verslinden, terwijl de staart wijst op list en verraad. Merkwaardig is dat het oordeel hier geheel van de paarden uitgaat; de ruiters spelen eigenlijk geen rol. Niet alle mensen zullen dus ter dood worden gebracht. ‘De overigen van de mensen, die niet gedood waren door deze plagen’, bekeerden zich echter niet van de werken van hun handen. In Openbaring 22:11 zegt een engel van God: “Wie onrecht doet, hij doet nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd” Het hart van de mensen zal op dat ogenblik zo boos zijn dat zij zullen weigeren zich te bekeren, ondanks de verschrikkelijke oordelen die God op aarde uitstort, juist bedoeld om hen nog een kans tot bekering te geven. Zij blijken echter liever onder de macht van deze demonen te blijven dan zich te bekeren. Hier zien we een totale morele ontaarding, zoals de wereld nooit eerder gezien heeft.

 

De mensen worden schaars op aarde. Men zou verwachten dat de overgeblevenen zich nu van satan zouden gaan afkeren, maar dat doen ze niet. Ze bekeren zich niet! Net zoals bij de Farao van Egypte, verwekten de plagen geen bekering. Zij blijven zich halsstarrig bezighouden met de demonen die achter hun afgoden schuil gaan. De mens heeft een sterke drang naar demonische filosofieën en aspiraties. Ook hier weer de vaststelling dat de mensen zich, ondanks de dood van een derde van het overblijfsel, niet bekeren. Pure ellende is het gevolg van hun eigen werken. Uit de omschrijving blijkt dat de zonden op ongekende schaal om zich heen blijft grijpen. De mensheid verhardt zich gaandeweg, naarmate de plagen vorderen en naarmate ze zich beginnen te beseffen dat deze plagen van God komen. De stem die spreekt uit de vier horens van het altaar betekend de dood van zeer veel mensen. Zij hadden het leven kunnen vinden door te vluchten naar het altaar van God maar hebben de weg van satan gekozen.

 

Terug naar: Inhoud