De twee getuigen

Door: Franklin ter Horst. (Aangemaakt: april 2002) (laatste bewerking: 23 maart 2018)

Met dank aan het Bijbelstudieteam Simonida Dijkhuis-Nijhof en Jur van Calkar voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie over de twee getuigen.

Inleiding

 

De Bijbelse profeten tonen de wereld wat er allemaal tijdens de komende Grote verdrukking te gebeuren staat en hoe dat zal eindigen. Naast de oordeelsaankondigingen zijn er ook bemoedigingen vanuit de hemel gegeven. De toekomst ziet er angstaanjagend uit, maar uiteindelijk zal het zich allemaal ten goede keren. Zo laat Jezus/Yeshua onder meer in het boek Openbaring de uitwerking van Gods oordelen zien. De tegenstanders van de Bijbelse God zullen komen in een laatste poging het volk van Israël van het wereldtoneel te verwijderen, de stad Jeruzalem te "vertreden" en het huis van God te ontwijden. Het is de tijd waarin demonen op aarde rondgaan en het voor het zeggen hebben. Eerst lijkt het alsof Israël zijn ondergang tegemoet gaat, maar dan blijkt God Zijn volk en de stad Jeruzalem voor de definitieve ondergang te behoeden. Onder de laatste bazuin vindt de grote scheiding plaats tussen het Rijk van God en het rijk van satan.

 

Openbaring 11 begint met de tempelmeting. Openbaring 11:1-2 “En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen, die daarin aanbidden. Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang.”

 

In deze tekst komt de tempel in Jeruzalem aan de orde. Johannes krijgt hier de opdracht om de tempel te meten. Dit meten is een afbakening van een bepaald gebied, dat God Zich persoonlijk toe-eigent. Duidelijk wordt gesproken over “de heilige stad die door de heidenen tweeënveertig maanden lang vertreden zal worden”. Jeruzalem is de enige stad in de Bijbel die als heilige stad omschreven wordt. Bovendien is er geen andere stad op aarde die deze benaming toekomt. Het gaat om de tempel waar straks de antichrist zal zetelen en waar hij zich als god zal tonen.

 

Vanaf dat moment gaat God deze wereld oordelen, en Zijn oordeel BEGINT bij “het huis van God”: 1 Petr. 4:17 “Want het is nu tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods?” Efeziërs 4:13 “… totdat wij allen de eenheid des geloof en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus.” Oordelen betekent ook meten van de geestelijke gesteldheid.

 

De voorhof van deze tempel is aan de heidenen gegeven. Duidelijk is dat het meten van de tempel en het uitsluiten van de voorhof der heidenen, ook verstaan moet worden als het afzonderen van de valse kerk. Het is volkomen duidelijk dat dit een verwijzing is naar de leugenachtige valse kerk, het naamchristendom wat wel ‘christelijk’ heet maar waar geen echte bekering en wedergeboorte heeft plaatsgevonden.

Veel van wat onder christelijke vlag vaart, is hopeloos verstrengeld met de macht van Gods tegenstander. Met nadruk moet gewezen worden op het feit dat een deel van de kerken volkomen ten onrechte beweren de plaats van Israël te hebben ingenomen terwijl de Bijbel overduidelijk iets anders leert. Ze hebben er geen rekening mee gehouden dat de stad Jeruzalem ooit opnieuw de hoofdstad van het Joodse volk zou worden. De Hoofdstad van Gods Koninkrijk op aarde.

Diverse kerken verkondigen de theorie dat het huidige Israël niet kan bestaan omdat de kerk haar plaats heeft ingenomen. Maar nu worden alle mensen op aarde geconfronteerd met een Jeruzalem wat in gereedheid wordt gebracht als de woonplaats van God die opnieuw bij de mensen wil wonen. Hij maakt Zijn beloften voor het gelovige overblijfsel van het Joodse volk waar, zoals het profetisch is voorzegd. De taal is geheel Hebreeuws. Er wordt immers gesproken van een “heilige stad”, die gegeven is aan de heidenen om voor een bepaalde tijd vertreden te worden. In de Bijbel is de “heilige stad” altijd Jeruzalem.

Gouden poort

Het terrein rondom de tempel wordt aan de naties gegeven, en zij zullen de heilige stad tweeënveertig maanden lang vertreden. Toen Johannes dit opschreef was de tempel in Jeruzalem al ruim daarvoor door de Romeinen verwoest. Dit moet een volkomen onbegrijpelijk beeld voor hem geweest zijn want hij ziet een tempel die er in zijn tijd niet meer was. Hij ziet de tempel in Jeruzalem waarvan de voorbereidingen thans al in een ver gevorderd stadium zijn. De herbouw van de Tempel is nog slechts een kwestie van tijd. Deze tempel zal echter door de antichrist in bezit worden genomen. 2 Thessalonicenzen 2:4 “Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de Tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij god is.” De antichrist zal zich hier als een god laten aanbidden.

Het gaat om een verschrikkelijke periode die 3½ jaar zal duren waarin de antichrist en zijn duivelse helper hun macht zullen uitoefenen. Hierover in Openbaring 13 meer. Maar te midden van de overgebleven wereldbevolking zal God tijdens de Grote Verdrukking, een krachtige getuigenis opwekken door twee bijzondere getuigen die als Zijn boodschappers in Israël actief zullen zijn. Zij zullen tegelijkertijd optreden met de antichrist en zijn helper de valse profeet. Hieruit blijkt dat de antichrist en de valse profeet niet ongestoord hun gang kunnen gaan. Hoewel hun macht ongekend groot lijkt, is het God die het heft in handen houdt. De Grote Verdrukking onder de twee beestmensen krijgt voor de gelovigen het karakter van een beproeving die onder toelating van God staat en voor de ongelovigen het kenmerk dat zij deze keer te doen hebben met de toorn van God. Niet minder dan 3½ jaar stellen de twee getuigen zich straffeloos en ongenaakbaar op tegenover de absolute wereldlijke en religieuze macht van de twee beesten. De gedachte dringt zich op dat met de “sterke engel”Jezus/Yeshua Zelf wordt bedoeld, want zegt hij niet: Mijn getuigen”? Zij getuigen dus van Hem, die verworpen was maar straks vanuit Jeruzalem de aarde zal besturen.

De twee afgevaardigden van satan kunnen zich groot maken en hun macht ontlenen aan die van satan maar de twee getuigen bewijzen met hun optreden dat de absolute macht bij God ligt. De twee getuigen zijn boetepredikers, maar tevens verdelgen zij hun vijanden en is het hun gegeven de natuur te beheersen. Openbaring 11:3 “En Ik zal mijn twee getuigen lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderd zestig dagen lang.” Dat omgorden met zakken is een teken van oordeel en rouw en van boete, zoals de vorst van de door God gedoemde stad Ninevé zich met zakken omgorde na de aanzegging door de profeet Jona van het Godsoordeel over deze door en door verdorven stad en zoals hij alle bewoners van die stad opdracht gaf hetzelfde te doen. Dat was om berouw te tonen en de vernietiging van Ninevé af te wenden. De zakken waarin de twee getuigen gehuld zijn, zijn een stilzwijgend getuigenis tegenover het verdorven Babylon van de eindtijd.

 

Johannes de Doper was net als de twee getuigen ook een boeteprediker: Matthéüs 3:1-2-3-4 “In die dagen trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judéa, en zeide: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Hij toch is het, van wie door de profeet Jesaja gesproken werd, toen hij zeide: De stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden. Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen, en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing.”


In Daniël wordt de duur van de regeerperiode van de antichrist omschreven als een tijd en tijden en een halve tijd (7:25-26). Het gaat om een periode van 3½ jaar of 1260 dagen en 42 maanden. Daniël spreekt over een periode van in totaal zeven jaar waarvan de laatste 3½ jaar de tijd van de Grote Verdrukking genoemd wordt de tijd waarin satans afgezand als ‘koning’ zal regeren.

 

Wie zijn deze twee getuigen?

 

Dat de twee getuigen met zakken zijn bekleed, heeft eveneens tot betekenis om het volk Israël duidelijk te maken, dat er een periode van rouw moet komen omdat dan de tijd van Zacharia 12 zal zijn aangebroken, de tijd van Jeruzalems benauwdheid. Vandaar dat zij bekleed zullen zijn met zakken. Het is een duidelijke wenk zich te bekeren, zonder dat er nog één woord is gesproken. Hoewel de profetieën in “Openbaring”duidelijk een wereldomvattende betekenis hebben, ligt het uitgangspunt, het centrale gegeven, in het openbaringsvolk en het land van de openbaring: Israël.

 

Deze twee getuigen hebben al eeuwenlang tot de verbeelding van de mensen gesproken. Men heeft allerlei pogingen gedaan om hen te verklaren of om bepaalde personen in hen te herkennen. Openbaring geeft daar geen enkel uitsluitsel over maar toch zijn er wel degelijk aanwijzingen. Op grond van het verhaal over de verheerlijking van Jezus op de berg Tabor in Matthéüs 17:1-8 en Lucas 9:28-36 zou de conclusie getrokken kunnen worden dat de twee getuigen Mozes en Elia moeten zijn, omdat zij als vertegenwoordigers van de wet en de profeten daar samen in heerlijkheid verschenen en met Jezus/Yeshua spraken. Mozes, de leider van de eerste exodus en Elia, de voorbode van de Messiaanse exodus, spraken op de berg der verheerlijking met  Jezus/Yeshua over Zijn eigen exodus, die Hij in Jeruzalem zou volbrengen!

 

Dat Elia genoemd wordt is natuurlijk niet zo vreemd als men de overeenkomsten tussen de rol van de getuigen en het karakter van Elia’s bediening bekijkt. Hij was priester in een tijd van grote verwarring en heeft een bijzondere plaats ingenomen in het verlossingswerk aangaande Israël en dat zal eveneens het geval zijn bij de twee getuigen. De profeet Maleachi profeteert over Elia’s terugkomst tijdens de jaren van de Grote Verdrukking en zegt over zijn komst het volgende: Maleachi 4:5-6 “Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt. Hij zal het hart der vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.”

Elia was afkomstig uit de plaats Tisbé in Gilead, een landstreek wat tegenwoordig behoort tot Jordanië maar oorspronkelijk is toegewezen aan één van de stammen van Israël. Zijn naam, die zoveel betekent als "mijn God is Jahwé", wijst reeds op zijn onvoorwaardelijke trouw aan zijn God. In het boek "Jezus van Sirach" uit de apocriefen, wordt aan Elia de verzoenende taak gegeven ‘om het hart van de vader naar de zoon te keren’, maar ook om de stammen van Jakob te herenigen. In de Bijbel spelen de legendarische verhalen over Elia zich af gedurende het bewind van de Omridische dynastie van Israël. Volgens de Bijbel werd als gevolg van het huwelijk tussen Achab en Izébel de cultus van Baäl, de Fenicische god, in Israël geïntroduceerd. Dit was er oorzaak van, samen met de slachting die Izébel onder de Israëlische profeten aanrichtte, dat God, Israël strafte met een ernstige droogte.

De Bijbel maakt duidelijk dat er een krachtmeting plaatsvond op de berg Karmel in aanwezigheid van vele Israëlieten die kwamen zien of de God van Elia dan wel Baäl de machtigste god was. Na vele vruchteloze pogingen van de Baälpriesters hun god tot daden aan te sporen riep Elia zijn God aan. Voor de ogen van alle aanwezigen toonde God Zijn superioriteit door met vuur uit de hemel alles te verteren. Op het laatst van zijn aanwezigheid op aarde ontving Elia bij de berg Horeb een boodschap van God dat zijn missie op aarde spoedig zou zijn afgelopen.

 De Bijbeltekst in 2 Koningen vertelt dat Elia zonder te sterven door God van de aarde is weggenomen.2 Koningen 2:11 “En, terwijl zij voortgingen, al wandelende en sprekende, zie, een vurige wagen en vurige paarden, en die maakten scheiding tussen ons beiden. Alzo voer Elia in een storm ten hemel.”

Velen geloven dat zoals Johannes de Doper in de Geest van Elia de weg had bereid voor de eerste komst van Jezus/Yeshua, zo zal Elia in hoogst eigen persoon op aarde komen en de weg bereiden voor de tweede komst van Jezus/Yeshua.

Sinds mensenheugenis is het lezen van de profetie over Elia een belangrijk element in de viering van Pesach en daarom kijken de Joden elk jaar op de Seideravond uit naar zijn komst en wordt de deur voor hem geopend om hem binnen te laten en wordt er in vrijwel elk Joods gezin waar ter wereld een plaats voor hem aan tafel gereserveerd en wordt er voor hem de traditionele beker wijn op tafel gezet. De beker van Elia is van oudsher een grote kelk. Volgens de traditie zal Elia uit deze beker drinken. Op zoek wie de beide “getuigen” zouden kunnen zijn, lijkt Elia het meest voor de hand liggend. Elia’s komst gaat gepaard met oordelen, maar zal uiteindelijk leiden tot zegen voor het “overblijfsel” van Israël.

Over wie de andere getuige zou kunnen zijn, bestaat minder zekerheid. Hierbij gaat het voornamelijk om twee personen: Mozes en Henoch. Henoch heeft met Elia gemeen dat hij niet gestorven is. Genesis 5:24 En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen. Toch denken velen aan Mozes die met Elia op de berg der verheerlijking was en machtige tekenen in Egypte deed. Daarnaast had ook Mozes macht over de wateren om die in bloed te veranderen, en de aarde te treffen met allerlei plagen, zo vaak hij dat wilde. Maar wat Mozes betreft doet zich echter een probleem voor want beide getuigen worden na hun opdracht gedood. Wanneer Mozes één van de twee getuigen zou zijn, dan zou hij dus 2 maal sterven. Maar dat is tegenspraak met de tekst uit Hebreeën 9:27-28 waar staat dat “het de mensen beschikt is, eenmaal te sterven” en daarna het oordeel. Nu is dat natuurlijk een wetmatigheid wat door God is ingesteld, maar dat Hij evengoed ongedaan kan maken. God staat boven de wetmatigheden. Zie onder meer de voorbeelden van Lazerus, dochterje van Jaïrus, de jongeling van Naïn etc.

 

Maar goed: normaal gesproken zou het Mozes niet kunnen zijn omdat hij al eens gestorven en begraven is zoals in Deuteronomium geschreven staat: Deuteronomium 34:5-6-7 “Toen stierf Mozes, de knecht des Heren, aldaar in het land Moab, volgens des Heren woord. En hij begroef hem in een dal in het land Moab, tegenover Beth-Peor, en niemand heeft zijn graf geweten tot op de huidige dag. Mozes was honderd twintig jaar oud, toen hij stierf…..”

Bijzonderheid is wel dat ondanks zijn hoge leeftijd van 120 jaar zijn oog niet was verduisterd en zijn kracht niet was geweken. Sommige onderzoekers geloven daarom dat Mozes niet op een normale manier gestorven is en daarom één van de getuigen zou kunnen zijn. Hoewel sommige rabbijnse bronnen vermelden dat Mozes niet is gestorven maar op een wolk naar de hemel is gevaren, vertelt de Bijbel toch iets anders. In ieder geval zullen de beide getuigen in de geest en in de kracht van Mozes en Elia komen en te midden van het Joodse volk getuigen van de Messias en het goede nieuws over Hem bekend maken.

Is Henoch één van de twee getuigen?

Eén van de eersten die suggereerde dat Henoch en Elia de twee getuigen zijn was de Latijns-christelijke schrijver Tertullianus (155-220 n.Chr). Hij schreef dat Henoch en Elia naar de aarde zullen terugkeren om een belangrijke rol te vervullen in de eindtijd. De oude kerkvader was van mening dat Henoch werd opgenomen en bewaard tot het lijden des doods, om door hun bloed de antichrist te verderven. Henoch was bovendien een gerichtsprofeet van vóór de zondvloed. De vraag die velen zich hebben gesteld is, waarom men bij de samenstelling van de Canon, het "Boek van Henoch" niet heeft opgenomen terwijl alle schrijvers van het Nieuwe Testament er mee vertrouwd waren. Men citeerde vrijelijk uit dit boek waaruit blijkt dat de gegevens hierin als volkomen geïnspireerd werden beschouwd. Zo schreef bijvoorbeeld Judas, een van de dienstknechten van de Here Jezus over een profetie die door Henoch is uitgesproken.

Judas 1:14-15 “Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd zeggende zie, de Here is gekomen met Zijn heilige tienduizenden om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die zij goddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.” (Zie bijlage)

De opname van Henoch vertoont een opmerkelijke overeenkomst met die van Elia: Hoofdstuk 1:36 “….. en op de zevende dag steeg Henoch in een wervelwind met vurige paarden en wagens ten hemel.”

In het apocriefe geschrift "De Openbaring van Petrus" staat dat toen Jezus/Yeshua met Zijn discipelen op de Olijfberg was gezeten, Hem werd gevraagd naar de tekenen van Zijn komst en van de voleinding der wereld. Jezus, gaf hierop als antwoord: "Hebt gij niet begrepen dat de vijgenboom het huis van Israël is?"Waarlijk Ik zeg u, wanneer zijn twijgen aan het einde uitspruiten, dan zullen valse christussen komen en de verwachting wekken met de woorden: "Ik ben de Christus, die eens op aarde is gekomen." Maar deze leugenaar is niet de Christus. En als zij hem verwerpen zal hij hen doden met het zwaard en er zullen vele martelaren zijn. Dan zullen de twijgen van de vijgenboom (Israël) uitspruiten maar velen zullen door zijn hand tot martelaar worden. Henoch en Elia zullen worden gezonden om hen te onderrichten, dat dit de verleider is.”

Elia zal met tekenen en wonderen de wederkomst van Jezus/Yeshua proclameren. Zo is Johannes de Doper de voorloper van de 1ste komst van Jezus/Yeshua en Elia de grote getuige van Zijn wederkomst. Als de antichrist en zijn duivelse metgezel denkt alle macht in handen te hebben, krijgt hij dus te maken met twee onverwachte tegenstanders. De laatste strijd is hiermee ingezet. De twee volgelingen van satan uit de afgrond zien zich geplaatst tegenover twee afgezanten uit de hemel. De profetie over de twee getuigen staat in hetzelfde kader als dat van het afzonderen van de tempel en het overgeven van de heilige stad aan de heidenen. Hieruit kan worden afgeleid dat in de periode van de heerschappij van het satanisch bewind van de antichrist  en de valse profeet, Jezus/Yeshua daar zijn twee getuigen tegenoverstelt. Het zijn de getuigen van het grote eindgericht en hebben de opdracht in de periode van uiterste ongerechtigheid Gods vijanden te doden.

 

Zij zijn getuigen van de komende Rechter en Koning, die wraak doet over Zijn vijanden. Zij zijn gezonden om de verschrikkelijke godslasteringen van de antichrist en valse profeet te weerstaan. Zij doen in alles denken aan de oudtestamentische oordeelsprofeten, als Mozes in Egypte en Elia tegen de Baäldienaren. De na alle vorige oordelen overgebleven mensheid is echter nog steeds zo door en door verdorven, dat ze weigeren zich van de antichrist af te keren. Zoals Israël na het vuurgericht op de Karmel uitriep: “De Heer, Hij is God, de Heer, Hij is God en daarna het volk op bevel van Elia de Baalpriesters afslachtte, zo zullen ook de beide getuigen met vuur hun vijanden verslinden. En dat is volkomen legaal want zij zijn de getuigen van de ten gericht komende Yeshua haMassiach. Het zal overigens nog veel zwaarder zijn dan in de dagen van Elia, want zo groot is de macht van de antichrist, dat alle verharde goddelozen, ook de naamchristenen, hem als een goddelijke wereldleider zien.

De twee olijfbomen en de twee kandelaren.

De twee getuigen worden ook aangeduid als “de twee olijfbomen en de twee kandelaren die voor het aangezicht van de Here der aarde staan”. Openbaring 11:4-5 “Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde staan. En indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zó de dood vinden. “

Deze begrippen zijn ook in Zacharia 4:1-14 terug te vinden waar zij worden gezien als “de twee gezalfden die vóór de Here der ganse aarde staan. Zacharia werd door een engel uit de slaap gewekt met de vraag wat hij gezien had. Zacharia 4:2-3 Hij zeide tot mij: Wat ziet gij? Daarop antwoordde ik: Ik zie daar een kandelaar, geheel van goud, met een oliehouder aan zijn top; hij heeft zeven lampen, en telkens zeven toevoerbuizen voor de lampen er bovenop; en twee olijfbomen steken boven hem uit, de ene rechts en de andere links van de oliehouder."

Daarna vroeg de profeet verder Zacharia 4:11-14Ik nam het woord en vroeg hem: Wat betekenen deze twee olijfbomen rechts en links van de kandelaar? Andermaal nam ik het woord en vroeg hem: Wat betekenen de twee olijftakken, die door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien? En hij zeide tot mij: Weet gij niet, wat zij betekenen? Ik antwoordde: Neen, mijn heer. Toen zeide Hij: het zijn de twee gezalfden die vóór de Heer van de ganse aarde staan.".

 

Deze twee gezalfden zijn de twee getuigen. Hier is te zien hoe God in het midden van het volk een getuigenis opricht met betrekking tot de Hogepriesterlijke en Koninklijke waardigheid van Jezus/Yeshua als Messias. Zacharia 6:12-13 verklaart dit nader, want dat vers leert dat de Messias als koning én als Hogepriester op zijn troon zal zitten. In de heilzame samenwerking tussen Hogepriester en Koning zien we het beeld van Jezus/Yeshua die beide functies ineen heeft. Tijdens het duizendjarig rijk zal Hij dus als de ware Melchizedek, de priester-koning van Salem, zowel Koning als Priester zijn. Tijdens de afwezigheid van Jezus/Yeshua richt God te midden van de grootste afval en de felste verdrukking een getuigenis op voor Diens Koninklijke en Priesterlijke waardigheid. De twee ‘olijfbomen’ zijn gezagsdragers die spreken in de kracht van de Heilige Geest. Het zijn twee kandelaars, die Goddelijk licht op aarde verspreiden.

 

Zij zijn als olijfbomen, staande in de storm. Zoals de olijfboom het beeld is van het volk Israël, zo blijven zij staande als teken dat Gods volk zal standhouden en zal overwinnen. Ze staan voor een immense taak waar nauwelijks een voorstelling van te geven is.

Het is opvallend dat God vaak van tweetallen van personen gebruik maakt. Denk aan Jozua en Kaleb en aan Mozes en Aäron die tegenover de Farao staan. Dat leidde tot de bevrijding van Israël en een oordeel over de Farao. In 1 Koningen 18 staat over een groot gericht aangaande Israël onder Koning Achab met Izébel, waar God door zijn twee gezanten Elia en Elisa gerichten oefent over koning en het volk. Jesaja en Jeremia, Erza en Nehemia, Petrus en Paulus en de twee mannen in witte kleren bij het graf en bij de hemelvaart van Jezus/Yeshua.

De opdracht van de twee getuigen.

Bijna 80% van alle Bijbelse profetieën hebben betrekking op de eindtijd, maar niet één van de profeten heeft deze eindtijdprofetieën ooit in vervulling zien gaan. Zelfs Daniël, Jesaja, Jeremia en Ezechiël maakten de vervulling van hun eigen profetieën niet mee, "want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot in de eindtijd!” zo staat in Daniël 12:9. Zij hadden tot taak de boodschap van God uit te spreken.

Belangrijk is om te letten op wat de beide door God gezonden getuigen zullen doen en wat daarvan het resultaat zal zijn. Het werk van de beide getuigen zal in de eerste plaats bestaan uit profeteren vanuit Jeruzalem. Zij zullen 3½ jaar lang met woord en daad tonen wie Jezus/Yeshua is en het volk van Israël oproepen om tot berouw en bekering te komen. Zij zullen vertellen dat Hij de verworpen Messias is en dat Hij nu aanvaard moet worden. Zij gaan het volk aankondigen, dat de tijd van Zacharia 12 is aangebroken. Het is de tijd van Jacobs benauwdheid, die moet uitlopen op het geestelijk herstel van Israël. Zij zullen spreken van het komende koninkrijk onder leiding van de hemelse Koning Yeshua haMassiach.

Net zoals Jozef eerst door zijn broers verstoten werd en later de redder van zijn broers werd zal ook het Joodse volk eens de verworpen Messias aanvaarden. Het Joodse volk zal over Hem weeklagen zoals men over een eniggeboren zoon weeklaagt. Jezus/Yeshua is ook de enige waarachtige Zoon van Israël die het Joodse volk heeft voortgebracht. Dat het bij hun bediening over Israël gaat blijkt ook uit Openbaring 12:6 en 14, waar gesproken wordt over “de vrouw” en “de overigen van haar zaad”. De vrouw in de Bijbel is Israël. Hierover in Openbaring 12 meer.

De beide getuigen zullen duidelijk maken dat de al plaatsgevonden oordelen door de toorn van God zijn veroorzaakt en dat er nog vreselijke oordelen zullen volgen. Zij zullen “het beest en zijn handlanger” die op dat moment de macht op aarde uitoefenen, tarten. Zij oefenen een “oordeelsbediening” uit tijdens de antichristelijke periode en hebben de macht om ongekend hard op te treden als ze tegenstand te verduren krijgen. Hun hele optreden is in oudtestamentische stijl, richtend, oordelend en wrekend.

Openbaring 11:6 “Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun profeteren (3½) jaar) en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen.”

Indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt de vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen moet hij zó de dood vinden. (Openbaring 11:5)

God heeft iets dergelijks ook eens tegen Jeremia gezegd Jeremia 5:14 Daarom, zo zegt de HERE, de God der heerscharen, omdat gij dit woord spreekt: zie, Ik maak mijn woorden in uw mond tot vuur en dit volk tot hout en het zal hen verteren.

 

Zo zullen de twee getuigen hun tegenstanders pijnigen te midden van het barbaarse optreden van de antichrist en de valse profeet. Zij zullen wonderen doen, net zoals de Jezus/Yeshua deed, net zoals Elia deed. Ook hij liet vuur van de hemel neerdalen op de goddelozen. Het zal een tijd zijn van gericht. Elia had bovendien tegenover een afvallig volk Israël de macht ontvangen om de hemel te sluiten zodat het niet meer regende. (1 Koningen. 17:1- Jacobus 5:17). De twee getuigen bezitten dus dezelfde kenmerken als deze twee machtige profeten uit het Oude Testament.

 

Zij zullen heel bijzondere getuigen zijn. God laat hen herkenbare wonderen verrichten en geeft hen macht over de wateren en om de aarde te slaan met plagen, zo vaak ze maar willen. Opvallend is dat de mensen toch doorgaan met hun ongerechtigheid en de antichrist blijven volgen. Soms lees je nog wel eens dat het optreden van de twee getuigen slechts symbolisch gezien moet worden. Maar dat is een misvatting, want het ondermijnt niet alleen de waarheid van Gods Woord, maar het maakt tevens het hele boek Openbaring tot een twijfelachtig document. God zal hen toerusten met grote getuigenissen te midden van een ‘naam christendom’ dat zich groot acht zoals in Laodicea het geval was. Wat een indrukwekkende aanblik zullen deze twee trouwe getuigen geven. Men kan hun geen schade toebrengen. Hoe verschrikkelijk hun gerichten ook zijn onder de ogen van de satanische tirannen, hun aanwezigheid getuigt nog van genade, een kans voor de verstokte aardbewoners om zich toch nog te bekeren.

Op het moment dat de Antichrist zijn machtsbasis in Israël zal hebben en volgens 2 Thessalonicenzen 2:4 in de herbouwde Tempel gaat zitten, dan bevinden de twee getuigen zich in Jeruzalem letterlijk onder handbereik van de antichrist en de valse profeet. Voor de wereld is deze periode van de antichrist het donkerste uur van de geschiedenis. De beide afgezanten van satan hebben maar één ding duidelijk voor ogen en dat is de totale vernietiging van de mensheid en de hele schepping Gods. Jezus sprak: Matthéüs 24:22En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort.” Er is dus bij God een “totdat” gesteld. De twee getuigen zullen waken over de handelingen van hun beide tegenstanders en zullen net als Mozes en Aäron de straffen uitvoeren onder toelating van God, zodat een totale vernietiging van de wereld uitgesloten is.

De twee getuigen zullen optreden, evenals Mozes en Aäron bij de uittocht uit Egypte totdat de bevrijding van Israël aanbrak. De plagen die God door middel van Mozes en Aäron over Egypte liet komen, waren echter kinderspel in vergelijking met datgene wat Hij door de beide getuigen zal doen! Nog nooit in de geschiedenis van de mensheid heeft God zoveel macht gegeven aan Zijn profeten dan aan de twee getuigen tijdens de Grote Verdrukking, en dan ook nog op zo’n wereldomvattende schaal. God zal hen onvoorstelbare rampen laten veroorzaken en zal hen macht geven om wereldwijd de wateren te vervuilen en de aarde met allerlei plagen te slaan! De antichrist heeft geen kans om deze twee getuigen aan te pakken, voordat ze helemaal klaar zijn met hun bediening van 3½ jaar. Maar toch is deze periode lang genoeg om dat te doen wat God hen heeft opgedragen.

Openbaring: 11-7-8-9 “En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt, hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden. En hun lijk zal liggen op de straat der grote stad (Jeruzalem), die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Heer gekruisigd werd. En uit de volken en stammen en talen en natiën zijn er, die hun lijk zien, drie en een halve dag, en zij laten niet toe, dat hun lijken in een graf worden bijgezet.”

Beide getuigen worden door de antichrist gedood en dan is er even de waan dat God en Zijn getuigen, die zo oppermachtig schenen, toch het onderspit hebben gedolven door een demonische overwinning, want de twee kwelgeesten zijn overwonnen. Hun ontzielde lichamen zullen niet begraven worden maar voor het oog van de hele wereld 3½ dag triomfantelijk tentoongesteld op straat blijven liggen. Dat is met de communicatiemiddelen van tegenwoordig niet zo moeilijk meer te begrijpen. Het is een teken van schande voor de beide getuigen. Dit zijn de middelen die de antichrist zal gebruiken om de mensheid te tonen wat er zich in Jeruzalem afspeelt. Talloze verslaggevers zullen verslag doen hoe de antichrist de twee getuigen weet uit te schakelen.

De volken zullen het aanschouwen en zich erover verheugen. Satan en zijn trawanten zullen menen de strijd tegen God en Zijn Gezalfde gewonnen te hebben. Het lijkt alsof de plannen die God met de wereld voorbestemd had, op niets zijn uitgelopen. De mensen zullen er een groot feest van maken met geschenken en al. Openbaring 11:10 “En zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugd over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden.”

Tijdens deze uiterste ongerechtigheid manifesteert zich de rebellie van de massa tegen God het scherpst. De mensen die aan de kant van de antichrist staan, zijn opgelucht door de dood van de twee getuigen want ze geven hen de schuld van hun lijden, van al de plagen die over hen zijn gekomen en sturen elkaar van blijdschap geschenken. Drie en een halve dag liggen hun lijken ten aanschouwen van mensen op straat om hun minachting voor God nog maar eens duidelijk te onderstrepen. In hun hatende overwinningsroes beschouwden ze deze twee getuigen als provocerend in hun jute zakken die ze nu het zwijgen hebben opgelegd. De hele resterende wereldbevolking kan nu zien dat de beide getuigen voor vuil in Jeruzalem op straat liggen en ze laten niet toe dat hun lijken in een graf worden gelegd. Ze zijn blij dat er een eind is gekomen aan pijniging door vuur, droogte en door bederf van de twee getuigen.

Bovendien blijkt men van mening dat, wanneer men deze doden onbegraven laat liggen, voor eeuwig en altijd van de beide lastpakken verlost te zal zijn. God laat toe dat de antichrist en de valse profeet een eind maken aan hun getuigenis. Uiteindelijk lijkt het zelfs dat de antichrist de grote overwinnaar is maar de eindoverwinning voor deze twee getuigen zal overweldigend zijn, ondanks het feit dat zij op het laatst ter dood zullen worden gebracht. De veronderstelde overwinning die de beide beesten dachten behaald te hebben blijkt niets anders dan een schijnvertoning te zijn geweest. Zij zullen nu zelf, vlak vóór de komst van Jezus/Yeshua geoordeeld worden. Was deze gedachtegang ook niet satans gedachte toen Jezus/Yeshua stierf aan het kruis?

Opstanding uit de dood

Net zoals de hele wereld hen 3½ dag op straat ziet liggen, zo zal de wereld ook met verbijstering kunnen zien dat de beide getuigen plotseling uit de dood opstaan. Openbaring 11:11-12 “En na (die) drie en een halve dag voer een levensgeest uit God in hen, en zij gingen op hun voeten staan en grote vrees viel op (allen) die hen aanschouwden. En zij hoorden een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: Klimt hierheen op! En zij klommen naar de hemel op in de wolk, en hun vijanden aanschouwden hen.” Meer dan ooit worden de goddelozen nu bepaald bij de almacht van God want na 3½ dag zich verlustigd te hebben in de aanblik van de lijken en iedereen ziet dat ze echt dood zijn, voert God een levensgeest in hen en zien de mensen dat er weer leven in hen komt en zien ze dat zij op hun voeten gaan staan en in een wolk naar de hemel opklimmen. De goddelozen waren allemaal naar het feest van de dood van de beide getuigen gekomen, maar nu staan ook deze getuigen uit de dood op net zoals Jezus/Yeshua uit de dood opstond.

 

Zoals Jezus/Yeshua in een wolk naar de hemel ging, zo gaan ook zij in een wolk naar de hemel. Terwijl de hele wereld toekijkt, gaan ze op hun voeten staan en is de hele resterende wereldbevolking getuige van hun hemelvaart. Nu moeten ze erkennen dat God vele malen sterker is dan het beest dat de Tempel in bezit had genomen. Dat zal een onbeschrijfelijke schrik veroorzaken, die onmiddellijk gevolgd zal worden door het laatste oordeel bij het aanbreken van het derde “Wee”. Zoals er bij de opstanding van Jezus/Yeshua een aardbeving was, zo zal dit ook bij de twee getuigen het geval zijn. Deze hemelvaart wordt begeleid door een grote aardbeving en dat zal elk mens op de hele wereld ervaren.

Openbaring 11:13-14 “En te dien ure kwam er een grote aardbeving en een tiende deel der stad stortte in, en zevenduizend personen werden door de aardbeving gedood, en de overigen werden zeer bevreesd en gaven de God des hemels eer.”

Deze grote aardbeving zal opnieuw getuigen van de triomferende majesteit van God. Een deel van de stad Jeruzalem zal instorten  en zevenduizend mensen zullen daarbij om het leven komen. Zevenduizend hoeft niet perse een letterlijk aantal te zijn; het slaat veeleer op een volkomen aantal dat door God bepaald is en dat wellicht de meest gevreesde vijanden van God omvat. De dood van deze mensen verschrikt de overigen zodanig dat ze zeer bevreesd werden omdat ze daarin de hand van God herkennen en Hem heerlijkheid geven. Dan zal blijken, dat niet de antichrist de overwinnaar zal zijn, maar dat Jezus/Yeshua de grote Overwinnaar is, zoals de profeten hebben voorzegd. Dat wil nog niet zeggen dat zij Zijn rechten ook daadwerkelijk zullen erkennen want de ongerechtigheid van de antichrist en de oordelen worden niet uitgesteld en gaan onverminderd door.

De tweede “wee” is voorbijgegaan: zie, het derde wee komt spoedig en leidt tot voltooiing van alle weeën. Ook demonen erkennen Jezus/Yeshua’s macht, maar er is geen sprake van dat hun aard verandert. Het goddeloze overblijfsel van de volken wil niets weten van Jezus/Yeshua en Zijn rechtmatig koningschap over de wereld.

(Bijlage) Onder de apocriefe of deuterocanonieke boeken van het Oude Testament worden die geschriften verstaan die niet in de Hebreeuwse bijbel (Oude Testament) zijn opgenomen, maar wel in de Septuaginta (de oudste Griekse vertaling) en in de Vulgaat. Er bestaan in dit verband verschillen tussen de rooms-katholieke en de protestantse bijbel: een voorbeeld is Het boek Tobias dat voor de rooms-katholieken geen, maar voor de (meeste) protestanten wel een apocrief bijbelboek is. Onder de pseudepigrafen van het Oude Testament verstaat men een aantal geschriften van zeer uiteenlopende aard waarvan het auteurschap toegeschreven wordt aan personen uit de bijbelse oudheid die bij de lezer gezag hebben (bijvoorbeeld: Adam, Henoch, Mozes, Salomo, Baruch…). Vandaar de naam pseudepigraaf: een geschrift onder valse naam of titel. Zo wordt ook het “Eerste Boek van Henoch” (ook genoemd: Het Ethiopische Boek van Henoch) een pseudepigraaf genoemd en dat terwijl alle schrijvers van het Nieuwe Testament er mee vertrouwd waren. Men citeerde vrijelijk uit dit boek waaruit blijkt dat de gegevens hierin als volkomen geïnspireerd werden beschouwd.

Er zijn ook nog Het Tweede Boek van Henoch (de Slavische Henoch) dat bewaard bleef in het Slavisch, en Het Derde Boek van Henoch (de Hebreeuwse Henoch), een rabbijns compendium uit de derde of vierde eeuw na Christus [ed. 1983: 8].http://expert.jeroenboschplaza.com/ericdebruyn/document/eerste-boek-henoch-ed-1983/

Terug naar: Inhoud