De massamoord in Hebron 1929

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 11 augustus 2017)

Het begon allemaal  toen  na de prediking op vrijdag 23 augustus in 1929 de Arabieren uit Hebron en de omliggende dorpen de moskee verlieten en valse foto’s te zien kregen van een door de Joden gebombardeerde Omar moskee in Jeruzalem. "Dood aan de Joden" schreeuwde de uitzinnige Arabische menigte in de straten van Hebron. De Joodse inwoners zochten hun toevlucht in de woning van rabbijn Eliezer Slonim. Zijn zoon Shlomo vertelde in augustus 2009 tijdens de herdenking van deze slachtpartij,  over de goede relatie met hun Arabische buren. Maar dat bleek een ernstige vergissing. Zijn ouders barricadeerden de deur met hun lichamen maar ze konden de bloeddorstige moslimmeute niet tegenhouden  Ze waren gewapend met messen en machetes via de achterkant Slonim’s huis binnengedrongen, waar de bewoners één voor één werden vermoord. De kamers zagen er uit als een slachthuis, alles zat onder het bloed. Rond een grote foto van Theodor Herzl hadden de Arabieren het in bloed gedrenkte ondergoed van een vrouw gehangen. Op het voorhoofd van Shlomo Slonim is het litteken nog te zien waar een Arabier hem tachtig jaar geleden verwonde met een mes toen hij als eenjarig jongetje in de armen lag van zijn moeder in hun huis in Hebron.

,,Het is niet de enige wond die ik heb” vertelde Slonim, aan de  The Jerusalem Post. Hij opende zijn hand om de littekens te laten zien aan zijn vingers terwijl hij stond op de begraafplaats in Hebron waar de 67 Joodse slachtoffers begraven liggen van de massaslachting in 1929. Slonim heeft geen herinnering aan deze dag omdat hij pas een jaar oud was toen het plaatsvond maar hij heeft het verhaal van deze verschrikkelijke dag zo vaak gehoord dat hij er over kan vertellen alsof het zijn eigen ervaringen zijn. Onder de doden waren Shlomo’s vader en zijn moeder Hannah en haar ouders die aanwezig waren om de Shabbat te vieren. Ook zijn broertje van vier raakte dodelijk gewond en overleed een paar dagen later in Jeruzalem.

Ook op straat werden Joden door Arabieren neergestoken en de Joodse wijk deels  verwoest. De Nederlands-Canadese verslaggever Pierre van Paassen die ter plaatse was, beschreef de horror als volgt: "De doden lagen in de tuin en in de synagoge met doorgesneden kelen en in elkaar geslagen lichamen". De aanvallers ontzagen zelfs de Thorarollen in de synagogen niet en staken die in brand. Veel van de vermoordde families woonden al sinds de 14e eeuw in Hebron en hadden eeuwenlang op goede voet met hun Arabische buren en stadsgenoten gestaan. Overtuigd als zij waren van de trouw van hun Arabische ‘vrienden’ sloegen ze het aanbod van de "Haganah" (Joodse zelfverdedigingsorganisatie) af, die hun hulp en bescherming wilde bieden. Groot-Brittannië heeft zich nooit verontschuldigd voor dit bloedbad. De Britse officier Cafferata stond erbij en keek er naar hoe 67 Joden gruwelijk vermoord werden. Klik hier voor de volledige lijst met slachtoffers van de massamoord in Hebron.

Niet iedere Arabier in Hebron heeft aan de pogrom meegedaan want een aantal Joden hebben de slachting overleefd dank zij de hulp van hun Arabische buren. Ten tijde van de massaslachting woonden er 562 Joden in Hebron van wie de geschiedenis in deze plaats teruggaat tot in Bijbelse tijden, hoewel het  tussentijds vaker is voorgekomen dat de Joden daar werden vervolgd. Klik hier voor een verslag van Rabbijn Aharon Bemzweig over de massamoord in Hebron en klik hier wat de “Palestine Bulletin” daarover te vertellen heeft. 

Shlomo Slonim, 81, lays a... Slonim legt een steen op het graf van zijn moeder, een van de graven die herinneren aan de slachtpartij. Foto: Tovah Lazaroff

Ook in Jeruzalem, Motza, Tel Aviv, Haifa en Tzfat werden Joden vermoord die daar al generaties woonden. In totaal waren rond 100 Joodse slachtoffers te betreuren en raakten er 200 gewond.

 

Terug naar: Inhoud