De legendarische ĎBlue Birdí

 

(Aangemaakt: september 2007) (Laatste bewerking: 26 mei 2016)

 

In 1966, midden in de Koude oorlog en een jaar voor IsraŽls Zesdaagse oorlog, lukt het IsraŽl om middels een spectaculaire actie het modernste, in Rusland geproduceerde, gevechtsvliegtuig van het Iraakse leger te ontvreemden. De IsraŽlische filmmaker Shmuel Imberman maakte een documentaire over operatie ĎBlue Birdí die de Amerikanen hielp in hun strijd tegen het communistische Rusland en een einde maakte aan het 20-jarige embargo van de VS tegen IsraŽl. Het meest geavanceerde gevechtsvliegtuig van de Arabische luchtmacht zet de landing in boven de IsraŽlische luchtmachtbasis Hazor. De ogen van de Westerse wereld, vooral die van de Verenigde Staten, zijn gericht op het Sovjetpronkstuk. Eindelijk hebben ze de kans om het Russische gevechtsvliegtuig te bestuderen en een afweermechanisme te ontwikkelen. In de vijftig minuten durende documentaire wordt voor het eerst aan het grote publiek verteld hoe de actie van de IsraŽlische geheime dienst, de Mossad, precies in zijn werk ging.

 

Het plan voor operatie ĎBlue Birdí - Tzippor kchula- ontstond in 1965. Bevelhebber van de luchtmacht Ezer Weizman geeft Mossad-chef Meir Amit de onmogelijke opdracht om hem een MiG-21 te bezorgen. IsraŽl weet dat Egypte 34 van dit soort toestellen heeft, SyriŽ 18 en Irak 10. De in Irak wonende Josef Shemesh, een Joodse zakenman en tevens werkzaam voor de IsraŽlische geheime dienst, zou misschien van dienst kunnen zijn. Hij wordt door de Mossad ingeschakeld om ervoor te zorgen dat een van de 10 gevechtsvliegtuigen naar IsraŽl komt. Shemesh heeft een verhouding met een christelijke vrouw wier zuster met de piloot Munir Radfa getrouwd is. Radfa is een van de beste piloten van de Iraakse luchtmacht, maar hij wordt door zijn geweten geplaagd. Hij komt er niet overheen dat hij napalmbommen op Koerdische dorpen heeft afgevuurd. Daarnaast krijgt hij nooit promotie van de Irakezen, omdat hij geen moslim is, maar een christen. Hij besluit te deserteren en dat is waar Shemesh op het toneel verschijnt. Het lukt hem om de gefrustreerde Radfa over te halen voor de Mossad te gaan werken.

 

Russische MiG-21

 

Op verkenningbezoek in IsraŽl.

 

De Mossad laat Radfa naar Rome vliegen waar hij de IsraŽlische piloot en Holocaustoverlevende Zeíev Liron ontmoet. Onder de schuilnaam Moshe Mizrachi brengt Radfa voor het eerst een 3-daags bezoek aan IsraŽl. In Athene lijkt alles fout te gaan, als hij, zoals later blijkt, per ongeluk bijna in het vliegtuig naar Egypte stapt. Radfa wordt, zonder instemming of medeweten, gefilmd in IsraŽl. Mocht hij spijt krijgen van zijn beslissing dan heeft IsraŽl een chantagemiddel in handen. Nadat Radfaís familie onopvallend Irak heeft weten te ontvluchten is het tijd voor de grote operatie. Radfa stapt doodleuk in een MiG-21 toestel en begint de 900 kilometer lange vlucht richting IsraŽl. In de documentaire is te zien hoe het vliegtuig met nummer 534 op de minuut nauwkeurig de landing inzet. Radfaís MiG-21 wordt door twee IsraŽlische Mirage-straaljagers begeleid. De documentaire maakt gebruik van geluidsopnames van het radiocontact tussen de piloten en de vluchtleiding van Hazor. Een maand lang wordt het vliegtuig door IsraŽlische ingenieurs op zijn sterke en zwakke punten onderzocht.

 

Nadat testpiloot Dani Shapira er uitvoerige vluchten meegedaan heeft wordt het toestel als Ďgeschenk uit IsraŽlí aan Amerika overgedragen. Als dank krijgt de IsraŽlische luchtmacht, die tot dan toe alleen over de Franse Mirage en Vautour-toestellen beschikt, Amerikaanse Phantom- toestellen. Nadat de Amerikanen op hun beurt de MiG-21 volledig uitgeplozen hebben, komt het vliegtuig naar IsraŽl terug. Sindsdien staat het in het IsraŽlische luchtmachtmuseum in Chatzerim bij Beersheva. Al een jaar later draagt de avontuurlijke actie vrucht. In de Zesdaagse Oorlog van 1967 gebruikt IsraŽl haar kennis om de talrijke MiGs uit te schakelen. De Radfaís en Shapiraís raken bevriend. Shapira vertelt over Radfa dat leven in IsraŽl hem veel zwaarder viel dan verwacht. Hij werkte een poos als piloot voor een landbouwbedrijf en ging zelfs over tot het Jodendom. Niets hielp hem om zijn plek in IsraŽl te vinden. Na een aantal jaren verhuisde hij, met hulp van de Mossad, met zijn gezin naar een Westers land. Radfa overleed in 1998.

 

Bron: Israel Today September 2007.

 

Terug naar: Inhoud