De draak overwonnen

Door: Franklin ter Horst (Aangemaakt: 23-04-2018)

Met dank aan het Bijbelstudieteam Simonida Dijkhuis-Nijhof en Jur van Calkar voor hun medewerking aan deze Bijbelstudie.

Na de beschrijving van de vlucht naar de woestijn, vertelt Johannes over een oorlog in de hemel:

Openbaring:7-12 En er kwam oorlog in de hemel; MichaŽl en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon niet standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem. En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen; Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood. Daarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft.Ē

Het was zelfs in de hemel waar God troont, dat satan nog toegang heeft om Job en de hogepriester Jozua aan te klagen en dag en nacht bezig is God te wijzen op de zonden van de mensen in de nooit aflatende hoop dat God geen genade voor recht zal laten gelden en de mensheid, die zo intens door de duivel gehaat wordt, aan hem overgeeft.

Job 1:6-12 ďOp zekere dag nu kwamen de zonen Gods om zich voor de Here te stellen, en onder hen kwam ook de satan. En de Here zeide tot de satan: Vanwaar komt gij? En de satan antwoordde de Here: Van een zwerftocht over de aarde, die ik doorkruist heb. Toen zeide de Here tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zů vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. En de satan antwoordde de Here: Is het om niet, dat Job God vreest? Hebt Gij zelf niet hem en zijn huis en al wat hij bezit aan alle kanten beschut? Het werk zijner handen hebt Gij gezegend, en zijn bezit is zeer toegenomen in het land. Strek daarentegen uw hand uit en tast alles aan wat hij bezit Ė of hij U dan niet openlijk zal vaarwel zeggen!

Het blijkt dat bepaalde hemelse gewesten oorden zijn van duivelse machten, tot een bepaalde tijd, tot zij er uitgeworpen worden. De slag tussen MichaŽl en satan is een soort rechtszaak en een gerichtsuitoefening. Vele eeuwen lang is satan de aanklager van de gelovigen geweest bij God. Hier komt nu eindelijk een einde aan. Het initiatief van de strijd gaat uit van MichaŽl. Hij is de uitvoerder en voltrekker van het vonnis over satan en zijn hemelse volgelingen. Wegens zijn zonde was satan al eerder van zijn hoge positie afgevallen, maar hij had nog steeds zijn plaats in de hemel. Maar vanaf Openbaring 12 bevindt hij zich niet meer in de hemel maar wordt hij op de aarde geworpen. Er zal voor hem geen plaats meer in de hemel worden gevonden. De overwinning van MichaŽl wordt eerst in de hemel openbaar, en dan op aarde. Het zal zeker voor de aanwezigen in de hemel een heel bijzonder gebeuren zijn als zij voor hun ogen de strijd van MichaŽl tegen de satan zien plaatsvinden. Zij gaan er God voor loven en prijzen!

Het is feest in de hemel maar leed op aarde:

Openbaring 12:12 ďDaarom, verheugt u, gij hemelen en wie daarin wonen. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende, dat hij weinig tijd heeft.Ē

God, de engelen en de gestorven gelovigen in de hemel die tot dit moment allen nog satan in de hemel zagen verschijnen, zijn uitbundig van vreugde. Satan komt niet meer in de hemel. Ze hoeven de confrontatie met de duivel niet meer aan te gaan.

MichaŽl heeft in de periode van Jakobs benauwdheid een beschermende taak ten aanzien van IsraŽl, Gods volk.Ē Het verband met DaniŽl 12:1 is hier onthullend:

DaniŽl 12:1 ďTe dien tijde zal MichaŽl opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden.Ē Het is de tijd van de Grote verdrukking. MatthťŁs 24:21 ďWant er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.Ē

Jezus/Yeshua zag satan al uit de hemel vallen:

Lukas 10:18 ďEn Hij zeide tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.Ē Als satan op de aarde geworpen is, moet hij zich als het ware eerst ďoriŽnterenĒ want hij zal dat als een bijzonder onaangename verrassing ervaren. Hij moet zijn gevechtsterrein nu beperken tot de aarde en daar zijn uiterste boosheid en kwaadaardige macht gaan tonen. Voor de mensen op aarde breekt er een ellendige tijd aan. Je zou bijna zeggen: "De hel breekt los op aarde."

De aankomst van satan op aarde zal tot gevolg hebben, dat het beest uit de zee zal opkomen en ook het beest uit de aarde. Het leed dat dan op aarde uitbreekt zal onvoorstelbaar zijn.

Lucas 21:25-26 ďEn er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelenĒ.

Johannes maakt goed duidelijk dat hij het hele aardrijk misleidt. Met een buitengewone grimmigheid, die de wereld voordien nooit gekend heeft. Jezus/Yeshua zegt dan ook in MatthťŁs 24:22 ďEn indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort.

MichaŽl wordt in het boek DaniŽl al getoond als de grote beschermer van het volk IsraŽl. Hij bestreed een demon:

DaniŽl 10:13 en 21 ďMaar de vorst van het koninkrijk der Perzen stond eenentwintig dagen tegenover mij; doch zie, MichaŽl, een der voornaamste vorsten, kwam mij te hulp, zodat ik daar, bij de koningen der Perzen, de overhand behield; en ik ben gekomen om u te verstaan te geven wat uw volk in het laatst der dagen overkomen zal; want wederom is het een gezicht aangaande de toekomst.Nochtans zal ik u mededelen wat geschreven staat in het boek der waarheid. Ė En niet ťťn staat mij vastberaden tegen hen terzijde, behalve uw vorst MichaŽl.Ē

De overwinning op satan staat vast, maar hem is nog Ďenige tijdĒ gelaten om zijn verloren strijd te strijden. Hij gaat nog te keer als een briesende leeuw en zaait overal verderf, maar tenslotte is de hem nog toegestane heerschappij dienstig aan het heilsplan. In de Bijbelse profetie rijpt de wereld naar een oogst, waarin alles tot volheid komt. Nu nemen de machten van het kwaad alleen nog maar toe en zorgt hij ervoor dat de wereld zich uiterst vijandig tegen God en Het Lam gedraagt.

Satan bespeelt alle kwaad en zwakheid in de eveneens gevallen mens. Johannes maakt duidelijk dat satan als antimacht tegenover God, de Messias en de gelovigen staat. Dat wordt duidelijk belicht in het vervolg van het beeld, het hemelteken. Geen beeld is duidelijker dan hoe de draak zich opstelt tegenover de zwangere vrouw om haar en haar kind te verslinden.

Het valt op, dat in Openbaring 12:10 ook meteen na de aankondiging dat satan op de aarde geworpen is, de vermelding komt van het Messiaanse vrederijk:

 

ďEn ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen.Ē

 

Dit is de aankondiging van het aanbreken van het duizend jarig vrederijk. Nu komt de vervulling van het gebed "Het onze Vader" dichtbij: "Uw koninkrijk kome". In onze tijd is satan nog de heerser op aarde. Hij is de god van deze eeuw maar de dag komt steeds dichterbij dat hij als een afgod onttroond zal worden en Jezus/Yeshua Koning zal zijn.